project 1094 - 2016 verkennend bodemonderzoek · pdf file 2018. 1. 17. · ten...

Click here to load reader

Post on 09-Aug-2021

0 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103
Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457
Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924
www.grondslag.nl
VERKENNEND BODEMONDERZOEK OVERSTEK 2 E.O. TE KAMERIK
Behorend bij besluit: OLO3041259 Datum: 11 januari 2018 Namens het College van B&W van de gemeente Woerden:
Project 1094 - 2016
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.1.7 van de BRL SIKB 2000.
Titel Verkennend bodemonderzoek Overstek 2 e.o. te Kamerik
Projectleider Dhr. R. Okkerse
Adviseur Dhr. J.A. Booij
Opdrachtgever Dhr. E.J.M. Pollemans Gemeente Woerden Blekerijlaan 14 3440 AA Woerden
Contactpersoon Dhr. E. Rodewijk Ingenieursbureau Rodewijk B.V. Zwanendreef 34 2161 KZ Lisse
Project 1094 - 2016
1 INLEIDING EN DOEL 1
2 TERREINGEGEVENS 2 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2 2.2 Huidige situatie 2 2.3 Historie tot op heden 2 2.4 Toekomstige situatie 3 2.5 Hypothese en onderzoeksopzet 3
3 VELDWERK 5 3.1 Uitvoering 5 3.2 Resultaten 5
3.2.1 Grond 5 3.2.2 Grondwater 6
4 CHEMISCHE ANALYSES 7 4.1 Toetsingskader 7 4.2 Analyses grond 9 4.3 Analyses grondwater 11 4.4 Analyses asfalt 11 4.5 Analyses fundatie 12 4.6 Geotechnisch onderzoek 12
5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 13
BIJLAGEN
Project 1094 - 20161
1 INLEIDING EN DOEL
Door de heer E.J.M. Pollemans is namens de Gemeente Woerden aan Grondslag B.V. opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op het perceel Overstek 2 e.o. te Kamerik.
De aanleiding voor het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingswijziging en herinrichting van het terrein. Men is voornemens om een nieuw scholencluster te realiseren en enkele sportvelden her in te delen.
Het doel van het onderzoek is het beoordelen:
- of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming (de milieuhygiënische bodemkwaliteit)
- of er mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (toetsing Wet bodembescherming)
- wat de hergebruiksmogelijkheden zijn van de grond (indicatieve toetsing Besluit Bodemkwaliteit)
- wat de hergebruiksmogelijkheden zijn van de verhardingen (asfalt en fundatie) (indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit)
- hoe de globale bodemopbouw eruitziet - of eventuele zandlagen voldoen aan de civieltechnische eisen (toetsing RAW)
Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek).
Project 1094 - 20162
2 TERREINGEGEVENS
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht, waarbij het niveau van een ‘standaard vooronderzoek’ is gehanteerd. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1 Afbakening onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Kamerik, sectie F, nummers 2076, 2075, 1407 en (deels) 1837. De x- en y-coördinaten van het perceel zijn 120,9 en 458,7. Het perceel heeft een oppervlakte van m². De onderzoekslocatie bestaat uit het gehele her te ontwikkelen gebied met een oppervlakte van circa 45.000 m2). De begrenzing van de onderzoekslocatie en de regionale ligging is weergegeven op de tekening in bijlage I.
2.2 Huidige situatie
Het oostelijke terreindeel, direct naast de ‘De Schulenburgh’, is verhard met asfalt (ca. 1750 m2). Op de overige terreindelen zijn sportvelden en enkele clubgebouwen aanwezig. Twee sportvelden zijn voorzien van kunstgras.
2.3 Historie tot op heden
Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever - gemeente - omgevingsdienst (Geo-loket, 14-10-16; opvragen onderzoeksrapporten) - oud kaartmateriaal en oude luchtfoto’s - www.bodemloket.nl
Uit oud kaartmateriaal en de kaart van het Geo-loket van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) blijkt dat er binnen de onderzoekslocatie twee voormalige sloten aanwezig zijn. De sloten zijn omstreeks 1947 gedempt. Bekend is dat enkele sloten in Kamerik gedempt zijn met materiaal afkomstig van een voormalige gasfabriek.
Nabij de onderzoekslocatie zijn door Grondslag in het verleden twee kleine bodemonderzoeken uitgevoerd (project 1094, Overstek 2 te Kamerik, 1994 en 2002). Met beide onderzoeken zijn hooguit enkele lichte verhogingen aan metalen, PAK en olie aangetoond.
Ter plaatse van een huidig kunstgras sportveld is een insitu partijkeuring uitgevoerd. Vermoedelijk is de bovengrond afgevoerd en aangevuld met zand om de aanleg van het kunstgras sportveld mogelijk te maken. De afgevoerde partij grond is beoordeeld als ‘Altijd toepasbaar’.
Ter plaatse van het clubgebouw Overstek nr. 6 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te behoeve van een bouwvergunning. Met dit onderzoek en lichte verhogingen aan zware metalen en minerale olie aangetoond.
Project 1094 - 20163
Op of nabij de locatie zijn, voor zover bekend, geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig (geweest). Er is, voor zover bekend, niet veelvuldig gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen en/of ontsmettingsmiddelen.
In de nabije omgeving zijn geen grootschalige gevallen van bodemverontreiniging bekend. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan.
Bij www.bodemloket.nl is geen informatie aangaande de onderzoekslocatie bekend.
Zover bekend is er niet structureel afval gestort of verbrand. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig anders dan de hiervoor beschreven dempingen, aanleg van kunstgras en de asfaltverharding nabij ‘De Schulenburgh’.
De locatie rond ‘De Schulenburgh’ bevindt zich binnen zone C Oude bebouwing inclusief lintbebouwing veengebied van de bodemkwaliteitskaart voor de regio Noordwest Utrecht. In de bovengrond van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor lood de interventiewaarde. Diverse metalen, PAK en minerale olie overschrijden de (generieke) maximale waarde voor Industrie. In de ondergrond overschrijden eveneens diverse metalen, PAK en minerale olie de (generieke) maximale waarde voor Industrie. In de bovengrond ter plaatse van de sportvelden (zone B Naoorlogse bebouwing II) overschrijdt de 95- percentielwaarde voor diverse metalen, PAK en minerale olie de (generieke) maximale waarde voor Industrie. In de ondergrond is dit het geval met chroom, nikkel en minerale olie.
2.4 Toekomstige situatie
Men is voornemens om een nieuwbouw voor een scholencluster te realiseren ter plaatse van het parkeerterrein achter ‘De schulenburgh’ en ter plaatse van het meest oostelijke sportveld. Het overige terrein zal worden her ingedeeld.
2.5 Hypothese en onderzoeksopzet
Bodem Ter plaatse van de slootdempingen bestaat de kans dat er bodemvreemd materiaal en daarmee verontreinigingen aanwezig zijn. Van dempingen in de omgeving van Kamerik is bekend dat deze mogelijk verontreinigd zijn met materiaal afkomstig van een voormalige gasfabriek. Dergelijk materiaal is verdacht voor het voorkomen van cyanide, minerale olie en PAK.
Ter plaatse van de overige terreindelen wordt voorafgaand aan het bodemonderzoek geen verontreiniging verwacht boven de 95-percentielwaarden als opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. De locatie wordt aangemerkt als onverdacht.
De onderzoeksstrategie volgt de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)" van de NEN 5740, aangevulde met twee boorraaien ter plaatse van de slootdempingen. Door middel van het uitvoerden van een boorraai kan de bodemopbouw ter plaatse van een voormalige sloot worden vastgesteld.
Ten behoeve van geotechnisch bodemonderzoek worden zes boringen verricht tot 3,0 m-mv, met monstername door middel van een steekring op 0,5/1,0/2,0/3,0 m-mv ten behoeve van de
Project 1094 - 20164
bepaling van het volumegewicht en vochtgehalte. Tevens wordt van eventuele zandlagen beoordeeld of deze voldoen aan de civieltechnische eisen.
Asfalt Het onderzoek volgt CROW publicatie 210 - Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt. Het aantal te boren asfaltkernen is afhankelijk van de oppervlakte. Voor dit onderzoek wordt uitgegaan een oppervlakte van circa 1800 m2 . Hierbij zullen 4 asfaltboringen worden verricht.
Van elke kern wordt de opbouw beschreven door een geaccrediteerd laboratorium. Met behulp van een PAK-marker en UV-licht wordt beoordeeld of er PAK-houdende lagen aanwezig zijn. De detectiegrens van de PAK-marker ligt op 250 mg/kg, terwijl de grens voor warm hergebruik op 75 mg/kg ligt. Dit wil dus zeggen dat de PAK-marker hierover geen volledig uitsluitsel biedt.
Indien er met de PAK-marker geen verdachte lagen worden aangetroffen, worden er aanvullende DLC-analyses uitgevoerd, ter beoordeling of het gehalte PAK kleiner is dan 75 mg/kg. Het benodigde aantal analyses is afhankelijk van het tonnage, laagdikte en laagopbouw.
Funderingsonderzoek Het fundatieonderzoek is indicatief van opzet. Indien er een puinfundering aanwezig blijkt, wordt deze bemonsterd. Tevens wordt de samenstelling beschreven en de dikte bepaald. De fundering wordt geanalyseerd op het NEN-pakket. Indien het menggranulaat betreft of metselwerkpuin, is tevens een analyse op asbest nodig. Indien er slakken aanwezig zijn wordt er aanvullend een verkorte uitloogproef uitgevoerd en de onderliggende bodemlaag wordt aanvullend geanalyseerd op vanadium (kritisch bij slakken).
Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.
Project 1094 - 20165
3 VELDWERK
3.1 Uitvoering
Het verrichten van de boringen en het plaatsen van de peilbuizen heeft plaatsgevonden op 13, 14 en 17 oktober 2016 onder leiding van dhr. D.J. van Leeuwen. Het grondwater is op 25 oktober 2016 bemonsterd door dhr. R.H.W. Sluis. Op 18 november 2016 zijn enkele aanvullende boringen verricht door dhr. J.A. Booij.
In totaal zijn verspreid over de onderzoekslocatie vijfenvijftig boringen verricht (nrs. 101 t/m 155). Verder zijn er twee boorraaien, van elk vier boringen (R1A/B/C/D en R02A/B/C/D), uitgevoerd ter plaatse van de gedempte sloten. De boringen 104, 105, 106 en 107 zijn verricht ter plaatse van de asfaltverharding. De boringen 106, 116, 126, 131 en 132 zijn voorzien van een peilbuis in verband met de centrale ligging op het perceel. De ligging van de boringen en de peilbuizen is weergegeven in bijlage I.
Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. Twaalf boringen zijn doorgezet tot minimaal 0,5 m-grondwater. De boringen 147, 149 t/m 153 zijn doorgezet tot een diepte van circa 3,0 m-mv ten behoeve van het geotechnisch bodemonderzoek. De boringen 101, 105, 145 en 155 zijn op een diepte van circa 05 tot 0,9 m-mv gestaakt op een ondoordringbare laag. Ter plaatse van de boringen 101 en 105 betreft het waarschijnlijk de laag met gebonden slakken welke niet dieper doorboord kon worden. Boring 145 is gestaakt op een fundatie laag. Boring 155 is gestaakt op vermoedelijk de aanwezigheid van baksteen puin in de slootdemping.
3.2 Resultaten
3.2.1 Grond
Bodemopbouw Plaatselijk wordt in de bovengrond humeus zand of straatzand aangetroffen waarna tot een diepte van circa 3,0 m-mv veen en humeuse klei wordt aangetroffen. Ter plaatse van de asfaltverharding is een fundatielaag met gebonden slakken aanwezig. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II.
Zintuiglijke waarnemingen In de bovengrond zijn ter plaatse van diverse boringen puinsporen aangetroffen. Dit kan duiden op een verontreiniging met zware metalen en/of PAK. Ter plaatse van de gedempte sloten is het bodemvreemd materiaal tot op grotere diepte aangetroffen (maximaal 1,4 m-mv). Er zijn geen waarnemingen gedaan die er op duiden dat het dempingsmateriaal afkomstig is van een voormalig gasfabrieksterrein.
Er is visueel geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen.
Project 1094 - 20166
3.2.2 Grondwater
In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld met de monstername van het grondwater.
Tabel 3.1: Veldwerkgegevens grondwater peilbuis filterstelling
(m-mv) grondwaterstand (m-mv)
pH EC (mS/cm)
Project 1094 - 20167
4 CHEMISCHE ANALYSES
4.1 Toetsingskader
Bodem De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Hierin zijn de achtergrond- waarden (grond), streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) gedefinieerd. De tussenwaarde is het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- /streefwaarde en de interventiewaarde. Overschrijdingen van de normen kunnen worden geïnterpreteerd als een:
lichte verhoging: gehalte > achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) matige verhoging: gehalte > T-waarde (tussenwaarde) sterke verhoging: gehalte > interventiewaarde
De meetwaarden worden gecorrigeerd naar een standaard bodemtype met 25% lutum en 10% organische stof. Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden berekend en getoetst via de landelijke toetsingsmodule BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice). De toetsing is opgenomen in bijlage III.
De normen geldend voor grond voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Alleen als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron (menselijk handelen), kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige normen. Het gehalte barium moet wel gemeten blijven worden.
Conform de Wet Bodembescherming (Wbb) is de ernst van de verontreiniging gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ te spreken, dient voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ bodemvolume grondwater de interventiewaarde te worden overschreden.
Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging dat is ontstaan vóór 1987 geldt formeel een saneringsplicht. In de praktijk wordt een sanering alleen verplicht gesteld indien sprake is van actuele risico’s, of indien dat bij een functiewijziging (bijvoorbeeld bouw) noodzakelijk is. Bij ongewijzigd gebruik en de afwezigheid van risico’s wordt bij een historische verontreiniging geen termijn aan de saneringsverplichting opgelegd.
Indien de verontreiniging geheel of grotendeels na 1 januari 1987 is ontstaan, is sprake van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. Vanuit de zorgplicht in de Wet bodembescherming dient een nieuw geval van bodemverontreiniging, ongeacht de mate en omvang van de verontreiniging, in beginsel terstond te worden verwijderd.
Project 1094 - 20168
Asfalt Voor PAK in asfalt is in het Besluit Bodemkwaliteit een samenstellingseis opgenomen van 75 mg/kg ds.
In eerste instantie wordt het PAK-gehalte indicatief bepaald met behulp van de PAK-marker en UV-licht. Wanneer op deze wijze PAK wordt aangetoond, is het PAK-gehalte groter dan 250 mg/kg ds. De grens voor hergebruik van 75 mg/kg ds wordt in dat geval ruimschoots overschreden. Dientengevolge worden deze lagen niet verder onderzocht.
Indien met het indicatief onderzoek geen verdachte lagen worden aangetoond, is het PAK- gehalte kleiner dan 250 mg/kg ds. Ter beoordeling of het PAK-gehalte kleiner is dan de hergebruiksnorm van 75 mg/kg ds dienen er aanvullende kwantitatieve analyses uitgevoerd conform de CROW 210.
Fundatie materiaal De indicatieve analyseresultaten worden met behulp van de landelijke toetsingsmodule BoToVa getoetst aan de volgende categorieën conform het Besluit Bodemkwaliteit:
- NV bouwstof (niet vormgegeven): o geschikt voor ongeïsoleerd hergebruik o BoToVa T.16 en/of T.17
- HB bouwstof (herbruikbaar): o bouwstof is reeds voor 2008 toegepast o hergebruik vindt plaats zonder tussentijdse bewerking o eis voor NV bouwstof mag voor 2 stoffen een factor 2 overschrijden (excl.
asbest en PAK in asfaltproducten) o BoToVa T.31
- IBC bouwstof (isoleren, beheren en controleren): o geschikt voor geïsoleerd hergebruikt o BoTaVa T.16 en/of T.17
- NT bouwstof (niet toepasbaar): o niet geschikt voor hergebruik elders o BoTaVa T.16 en/of T.17
Op basis van een indicatief onderzoek kan vrijkomend fundatiemateriaal aan een verwerker worden aangeboden. Voor een definitief oordeel is een AP04 keuring nodig conform het Besluit bodemkwaliteit (BBK).
Hergebruik van een bouwstof zonder AP04 keuring is mogelijk indien er sprake is van “tijdelijke uitname”: bij toepassing in hetzelfde werk op of nabij dezelfde plaats, zonder tussentijdse bewerking en onder dezelfde condities.
Hergebruik van een bouwstof zonder AP04 keuring is ook elders mogelijk, mits dit gebeurt onder dezelfde condities en mits de bouwstof niet van eigenaar verandert. In deze situatie moet het hergebruik gemeld worden bij www.meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl.
Project 1094 - 20169
4.2 Analyses grond
De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III.
Tabel 4.1: Gestandaardiseerde analyseresultaten grond (mg/kg d.s.) Ref Monsters
(m-mv) Waarnemingen Ba@ Cd Co Cu Hg Pb Mo Ni Zn Olie PAK PCB Indicatieve toetsing
BBK en voorlopige veiligheidsklasse (vhk)
Bovengrond
M1 101 (0,20-0,50) 113 (0,10-0,50) 116 (0,40-0,70) 119 (0,30-0,50) 121 (0,40-0,70)
Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+
240 - - 63 0.51 2.7 - - - - - - Industrie vhk Basis
M2 102 (0,00-0,50) 111 (0,00-0,50) 114 (0,30-0,50) 117 (0,00-0,50) 120 (0,05-0,50) 128 (0,30-0,70)
250 - - 59 0.62 170 1.9 - 150 240 1.6 - klasse Industrie vhk Basis
M3 101 (0,00-0,20) 108 (0,00-0,20) 110 (0,00-0,40) 119 (0,00-0,30) 122 (0,00-0,30) 127 (0,00-0,40)
- - - - - - - - - - - - klasse AW vhk NVT
Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+
- - - - - - - - - - - - klasse AW vhk NVT
M9 126 (0,10-0,50) 135 (0,40-0,60) 141 (0,00-0,30) 148 (0,30-0,50) 153 (0,00-0,30)
Baksteen+, asfalt+ Baksteen+, kolen+ Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+
620* - - - 0.36 140 - 38 160 - 4.7 - Klasse wonen vhk NVT
126-2 126 (0,10-0,50 Baksteen+, asfalt+ 330
135-3 135 (0,40-0,60) Baksteen+, kolen 220
141-1 141 (0,00-0,30) Baksteen+ -
M10 137 (0,00-0,20) 143 (0,00-0,50) 149 (0,00-0,40) 150 (0,00-0,50) 152 (0,00-0,40)
Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+
- - - - - - - - - - - - klasse AW vhk NVT
M5 106 (0,50-1,00) 107 (0,50-0,90) 126 (0,50-0,70) 127 (0,70-0,90) 131 (0,40-0,90)
550 - 15 - 0.39 61 - 51 - - - - klasse Industrie
vhk Basis
M6 104 (0,80-1,30) 116 (0,70-1,20) 117 (0,70-1,20) 121 (0,70-1,20) 126 (0,70-1,20) 128 (0,70-1,20)
190 - - - - - 1.8 - - 200 - - klasse Industrie vhk Basis
M11 132 (0,60-1,10) 143 (0,60-1,00) 147 (0,30-0,80)
Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+
M12 151 (0,70-1,10) 153 (0,70-1,20)
Baksteen+ Baksteen+
Project 1094 - 201610
Ref Monsters (m-mv)
Waarnemingen Ba@ Cd Co Cu Hg Pb Mo Ni Zn Olie PAK PCB Indicatieve toetsing BBK en voorlopige veiligheidsklasse (vhk)
M13 136 (0,70-1,00) 139 (1,00-1,40) 143 (1,00-1,30) 147 (1,00-1,50) 151 (1,10-1,60)
330 - - - 0.21 - 1.6 36 - - - - Klasse wonen vhk NVT
Slootdemping
M7 R1d (0,90-1,10) Baksteen+ 340 - - - 0.39 120 2 38 - - 1.6 - Klasse wonen vhk NVT
M8 R2c (60-110) R2c (110-140)
Baksteen+, aardewek+
R2c-3 R2c (60-110) Baksteen+, aardewek+
110**
1.6
- - - - - - - - - - - - klasse AW vhk NVT
ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920) - : het gehalte is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of detectielimiet) getal : het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde getal* : het gehalte overschrijdt de T-waarde getal** : het gehalte overschrijdt de interventiewaarde
Mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. De monsters afkomstig van de slootdempingen zijn tevens geanalyseerd op cyanide.
Slootdemping In de geanalyseerde monsters afkomstig van de slootdempingen zijn geen verhogingen aan cyanide aangetoond of minerale olie aangetoond. Wel zijn er verhogingen aan zware metalen en PAK aangetoond.
In het monster afkomstig uit boring R2c, een boring die verricht is ter plaatse van een voormalige sloot is een matige verhoging aan PAK aangetoond op een diepte van 0,60 tot 1,10 m-mv.
Ter beoordeling van de herkomst van de matige verhoging aan PAK in het mengmonster van de verdachte bodemlaag ter plaatse van de voormalige sloot (R2c), heeft uitsplitsing plaatsgevonden.
In het monster afkomstig van de diepte 0,6 tot 1,1 m-mv is het gehalte aan PAK sterk verhoogd.
In het monster afkomstig van de diepte 1,1 tot 1,40 m-mv is het gehalte aan PAK licht verhoogd.
Ter controle is een mengmonster van de zintuiglijk schone bovengrond (0,3 tot 0,6 m- mv) geanalyseerd. In dit mengmonster zijn geen verhogingen aangetoond.
Overige terreindelen In het mengmonster van de bovengrond (M9), waarin bijmengingen aan baksteen, asfalt en kolen zijn waargenomen, is een matige verhoging aan barium gemeten.
Project 1094 - 201611
Ter beoordeling van de herkomst van de matige verhoging aan barium in mengmonster M9 heeft uitsplitsing plaatsgevonden. De deelmonsters zijn elke afzonderlijk geanalyseerd op Barium. In geen van de deelmonsters is een sterke verhoging aangetoond. Het…

View more