aardrijkskunde voor vmbo bovenbouw 3+4...

Click here to load reader

Post on 25-Feb-2019

573 views

Category:

Documents

9 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

aardrijkskunde voor vmbo bovenbouw Docentenhandleiding 3+4 vmbo-kgt Auteurs Adrian den Bekker Pieter Creemer Els Dieleman Guido Goudswaard Bea Kroeze Jeroen Smet Tjalling Smittenberg Martin van de Ven Martin de Wolf m.m.v. Elzien Offereins Eindredactie Martin de Wolf www.wereldwijs.nl Vierde editie Malmberg, s-Hertogenbosch

http://www.wereldwijs.nl/

3+4 VMBO-KGT INHOUD

DOCENTENHANDLEIDING

2 MALMBERG

Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................. 3 ALGEMEEN DEEL ................................................................................................................ 4

1 Inleiding ........................................................................................................................ 4 2 Pakketsamenstelling ..................................................................................................... 4 3 Geografische en onderwijskundige verantwoording ...................................................... 4 4 Overzicht van de inhoud ............................................................................................... 7 5 Paragrafen en lessen .................................................................................................... 9 6 Stappenplan voor onderzoek .......................................................................................11 7 Atlas ............................................................................................................................13 8 Topografie ...................................................................................................................13 9 Docentenmateriaal bij de methode ..............................................................................14 10 Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) ..............................................................15 11 Lesplanningen .............................................................................................................16

TOELICHTING PER MODULE .............................................................................................18 MODULE 1 ARM EN RIJK ...................................................................................................18

Inleiding ............................................................................................................................18 Hoofdstuk 1 Arme en rijke Nederlanders ..........................................................................20 Hoofdstuk 2 Arm en rijk in Nederland en Europa .............................................................25 Hoofdstuk 3 Arm en rijk in de VS en Nigeria ....................................................................31 Extra bronnenmateriaal bij de module Arm en rijk .............................................................39

MODULE 2 BRONNEN VAN ENERGIE ...............................................................................40

Inleiding ............................................................................................................................40 Hoofdstuk 4 Energie in je eigen omgeving .......................................................................42 Hoofdstuk 5 Energie in Nederland en Frankrijk ................................................................48 Hoofdstuk 6 Energie, milieu en ruimte in Brazili .............................................................57 Extra bronnenmateriaal bij de module Bronnen van energie .............................................66

MODULE 3 GRENZEN EN IDENTITEIT ..............................................................................67

Inleiding ............................................................................................................................67 Hoofdstuk 7 Grenzen en identiteit in je eigen omgeving ...................................................70 Hoofdstuk 8 Identiteiten in Belgi en Nederland ...............................................................74 Hoofdstuk 9 Grenzen en conflicten in Rusland .................................................................79 Extra bronnenmateriaal bij de module Grenzen en identiteit .............................................85

3+4 VMBO-KGT VOORWOORD

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 3

Voorwoord Wereldwijs is een complete methode voor de onderbouw en de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Al jaren werken leerlingen en docenten met veel plezier met onze methode en behalen ze goede resultaten. Speciaal voor het nieuwe examenprogramma vmbo aardrijkskunde hebben we een compleet nieuwe editie van Wereldwijs voor vmbo bovenbouw ontwikkeld. In de methode hebben we extra aandacht voor geografische vaardigheden en topografie. Tevens hebben we de mogelijkheden voor niveaudifferentiatie verbeterd. Via uw ePack kunt u de voortgang van uw leerlingen op de voet volgen. Met Wereldwijs kunt u werken zoals u wilt. Alleen op papier, volledig digitaal of een combinatie van beide. Het is allemaal mogelijk. Wij wensen u veel lesplezier en goede examenresultaten toe. Het auteursteam van Wereldwijs

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

4 MALMBERG

ALGEMEEN DEEL 1 Inleiding Deze docentenhandleiding bestaat uit twee delen. In het eerste deel worden de zaken uitgelegd die de hele methode betreffen, waaronder de pakketsamenstelling en een totaaloverzicht van de inhoud van Wereldwijs voor 3+4 vmbo. In het tweede deel komt de informatie per module en hoofdstuk aan de orde. 2 Pakketsamenstelling Wereldwijs voor vmbo bovenbouw bestaat uit twee jaardelen: 3 vmbo-kgt en 4 vmbo-kgt. Voor elk leerjaar zijn er een handboek, een werkboek en een pakket digitale leermiddelen. In het handboek staan de teksten en bronnen. Het werkboek bevat opdrachten, figuren en invulruimte. Leerlingen noteren hun antwoorden in het werkboek. Voor leerlingen bieden we per leerjaar twee digitale producten aan: een ePractice Pack en een Full Digital Pack. 1 Een ePractice Pack bevat digitaal verwerkingsmateriaal. Naast computerlessen en

toetsen bevat het ook een digitale, interactieve versie van het werkboek. 2 Een Full Digital Pack is een 100% digitale versie van de methode. Het bestaat uit het

ePractice Pack en een digitale versie van het handboek. Leerlingen met een Full Digital Pack kunnen zonder papieren boeken werken.

Voor docenten is er een docenten-ePack met ondersteunend materiaal. 3 Geografische en onderwijskundige verantwoording De vakdidactische ideen, zoals hieronder beschreven, zijn gebaseerd op het voorstel voor een nieuw examenprogramma vmbo, zoals geformuleerd in het rapport Kijk op een veranderende wereld. Wereldwijs is een lesmethode: a met kennis die ertoe doet; b met begrijpelijke kennis; c met speciale aandacht voor vaardigheden en kaarten; d die de leerling motiveert. a Kennis die ertoe doet Er is de laatste tijd steeds meer aandacht voor de vraag op basis waarvan je inhoudelijke keuzes maakt bij de samenstelling van een onderwijsprogramma. Met name in het vmbo moet je stellen dat kennis om de kennis niet van deze tijd is kennis moet relevant zijn en een bepaald doel dienen. De vraag is dan: op basis waarvan bepaal je wanneer kennis relevant is? In het adviesrapport Kijk op een veranderende wereld worden al enkele handvatten aangereikt. In de inleiding van dit rapport staat beschreven dat burgerschapsvorming en duurzame ontwikkeling als een rode draad door het programma lopen. Vervolgens beschrijft het rapport meerdere malen dat de leerling zich dient af te vragen wat hij of zij zelf met de betreffende onderwerpen in het examenprogramma te maken heeft. Ook het handelings-perspectief van de leerling wordt aan de orde gesteld. Het voorgestelde nieuwe examenprogramma biedt dus kansen om een lesmethode te maken met kennis die ertoe doet. Dat doen we op de volgende manier.

In het handboek begint elke paragraaf met een foto, die aansluit bij de inlevingswereld van de leerling. De foto moet zichtbaar maken waar de paragraaf over gaat en aanleiding geven om er met leerlingen een discussie of gesprek over te voeren.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 5

De foto moet vervolgens aanleiding geven om een relevante vraag te stellen, die met behulp van de kennis in de betreffende paragraaf beantwoord kan worden. Door de leerlingen bij elke paragraaf een relevante vraag voor te leggen, wordt het voor hen inzichtelijk waarom bepaalde kennis behandeld wordt. We spreken hier ook wel van zogeheten sleutelvragen. Het doel van de sleutelvragen is om onderwerpen aan de orde te stellen die in de toekomst zullen plaatsvinden, waar de leerling mee te maken zal krijgen n waarvoor we nog niet met zekerheid kunnen stellen hoe we daarmee om moeten gaan. Het gaat dus om toekomstgerichte of oplossingsgerichte vragen, maar ook om waarderende vragen.

In het werkboek gaat de eerste opdracht over de intro-foto. Geen diepgaande vragen, maar interessante vragen om de leerling de foto wat nader te laten bestuderen.

De voorlaatste opdracht in het werkboek gaat over de sleutelvraag bij de intro-foto. De kennis in een paragraaf geeft de leerling inzicht in mogelijke antwoorden op deze vragen. Als de leerling een eigen antwoord heeft moeten formuleren, dan zal in het antwoordmodel nooit alleen je eigen antwoord staan, maar worden ten minste n of twee antwoordsuggesties gegeven.

b Begrijpelijke kennis Uit gesprekken met docenten werd duidelijk dat er veel behoefte is aan een duidelijke structuur voor de leerling, waardoor kennis met elkaar in samenhang gebracht kan worden en dus begrijpelijker wordt. Om tot begrijpelijke kennis te komen, hanteren we bijvoorbeeld de volgende uitgangspunten.

De opdrachten in het werkboek kennen een opbouw in complexiteit.

Als nieuwe begrippen worden gentroduceerd, laten we deze aansluiten bij begrippen die de leerling al kent.

In het werkboek eindigt elke paragraaf met een begrippenschema. In dit schema worden begrippen, processen of oorzaken en gevolgen aan elkaar gerelateerd. Het principe van elaboreren komt daarbij aan bod: met de leerling in- en uitzoomen op de stof. Dus: inzoomen door de stof in stukjes te behandelen en uitzoomen door deze te relateren aan andere begrippen of paragrafen.

De begrippenschemas passen we in verschillende vormen toe, zoals oorzaak-gevolgschemas en het begrippenweb. De oorzaak-gevolgschemas zijn simpel van opbouw. Er moeten geen pijlen alle kanten uitgaan, waardoor de leerling het overzicht kwijtraakt. Om te voorkomen dat de leerling uiteindelijk schemamoe wordt, hebben we geprobeerd zoveel mogelijk te variren in soorten schemas. Soms zijn dat vakjes met pijlen, maar ook het intekenen van een kaart of een grafiek, het invullen van een tabel of het wegstrepen van begrippen kan ervoor zorgen dat de leerling de samenhang herkent.

c Speciale aandacht voor vaardigheden en kaarten Wereldwijs vindt geografische vaardigheden, kaarten en de atlas belangrijk voor het vak aardrijkskunde. Daarom is er speciale aandacht voor vaardigheden en kaarten. Ze worden geclusterd aangeboden in twaalf atlasparagrafen (n atlasparagraaf bij de casusparagraaf in het tweede hoofdstuk van iedere module en n atlasparagraaf aan het einde van een module). Voor de andere paragrafen hebben de leerlingen geen atlas nodig.

In elke atlasparagraaf staat een zogeheten complete leertaak centraal. In de methode zal de leerling zo alle atlasvaardigheden oefenen: kaarten selecteren, lezen, analyseren, interpreteren en produceren.

In de atlasparagraaf worden tevens de belangrijkste inhouden uit de module nog eens herhaald of toegepast.

Bij de eerste atlasparagraaf wordt de meest eenvoudige kaartvaardigheid uitgelegd. Verderop in de methode (leerjaar 4) worden de complexere vaardigheden expliciet gemaakt. Leerlingen hebben die dan in leerjaar 3 al meerdere malen geoefend en zijn zich dan naar verwachting ook bewust van die vaardigheden.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

6 MALMBERG

Naast de focus op kaartvaardigheden zal telkens n andere aardrijkskundige vaardigheid uitgelegd en geoefend worden. Zo komen alle vaardigheden van domein A expliciet aan bod.

Hieronder staat een overzicht van de verschillende vaardigheden zoals die in de modules zijn verwerkt. Vaardigheden die cursief staan weergegeven, hoeven leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg volgens het examenprogramma niet te beheersen.

Leerjaar 3 Kaartvaardigheid Aardrijkskundige vaardigheid

Arm en rijk, hoofdstuk 2, paragraaf 5 Selecteren Verschijnselen en gebieden vergelijken in ruimte en tijd

Arm en rijk, hoofdstuk 3, paragraaf 8 Lokaliseren Enkelvoudige en meervoudige verbanden leggen binnen een gebied en tussen gebieden

Bronnen van energie, hoofdstuk 5, paragraaf 5

Beschrijven Gebieden en verschijnselen vanuit n of meer dimensies bekijken

Bronnen van energie, hoofdstuk 6, paragraaf 8

Orinteren Inzoomen en uitzoomen, wisselen van schaalniveau

Grenzen en identiteit, hoofdstuk 8, paragraaf 5

Karakteriseren Aardrijkskundige vragen herkennen en formuleren

Grenzen en identiteit, hoofdstuk 9, paragraaf 8

Classificeren Gegevens verzamelen

Leerjaar 4 Kaartvaardigheid Aardrijkskundige vaardigheid

Water, hoofdstuk 2, paragraaf 5 Relateren Informatie selecteren en gebruiken

Water, hoofdstuk 3, paragraaf 8 Verklaren Informatie ordenen

Bevolking en ruimte, hoofdstuk 5, paragraaf 5

Voorspellen Onderscheid maken tussen het algemene en het bijzondere

Bevolking en ruimte, hoofdstuk 6, paragraaf 8

Waarderen Conclusies trekken uit voorbewerkte informatie

Weer en klimaat, hoofdstuk 8, paragraaf 5

Produceren Gegevens presenteren

Weer en klimaat, hoofdstuk 9, paragraaf 8

Herhalend overzicht

Herhalend overzicht

Voorbeeldvragen bij de kaartvaardigheden zijn:

Selecteren: welke kaart gebruik je als je meer wilt weten over tornados in de Verenigde Staten?

Lokaliseren: welk deel van Europa heeft de hoogste temperaturen in juli?

Beschrijven: hoe groot is de energieproductie in Frankrijk?

Orinteren: is Spanje groter of kleiner dan Frankrijk? Wat betekent de groene kleur op de kaart?

Karakteriseren: noem drie kenmerken van de Nederlandse economie met behulp van BB59.

Classificeren: wat voor type land is Nigeria? Wat valt je op aan de ligging van ontwikkelingslanden?

Relateren: welke conclusie kun je trekken als je BB71A vergelijkt met BB71B? Zijn droge landen altijd arm?

Verklaren: waarom vind je veel ontziltingsinstallaties in Saudi-Arabi?

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 7

Voorspellen: welk land heeft in 2020 de grootste bevolking?

Waarderen: wat is de gunstigste plek voor de bouw van een nieuwe energiecentrale?

Produceren: gebruik de gegevens uit de tabel om de kaart af te maken. Meer informatie over deze vaardigheden is te vinden in het Handboek Vakdidactiek Aardrijkskunde, hoofdstuk 2 en 6 (www.vakdidactiekaardrijkskunde.nl). d Een lesmethode die de leerling motiveert Een belangrijk punt van zorg in het vmbo is de uitval van leerlingen. Een van de oorzaken voor uitval is een gebrek aan motivatie bij de leerling. Docenten hebben in het tegengaan hiervan een belangrijke taak, maar ook een lesmethode kan daarin bijdragen. Een leerling die in een optimaal leerproces zit, is minder snel geneigd om het leren op te geven. Hamstra en Van den Ende (2006) beschrijven een optimaal leerproces als het geheel van verwerkingsactiviteiten, regulatieactiviteiten en motivationele activiteiten. Daar is in Wereldwijs als volgt rekening mee gehouden. De eerder beschreven ideen (kennis die ertoe doet, begrijpelijke kennis en speciale

aandacht voor vaardigheden en kaarten) bieden aanknopingspunten om invulling te geven aan verwerkingsactiviteiten. Ze leiden ertoe dat de leerling feiten, begrippen, handelingen en procedures begrijpt, in een breder perspectief kan plaatsen en inziet waarom hij of zij dit moet kennen.

Regulatieactiviteiten sturen de verwerkingsactiviteiten aan. Binnen de regulatieactiviteiten wordt onderscheid gemaakt in: a) afstemmen en plannen, b) bewaken en bijsturen van het leerproces, c) toetsen en evalueren. In de lesmethode worden deze punten als volgt uitgewerkt. In het werkboek is een studiewijzer opgenomen waarmee de leerling zijn of haar

eigen studievoortgang in beeld kan brengen en bijsturen. Bij elk hoofdstuk hoort een adviestoets, die de leerling daadwerkelijk diagnosticeert.

Op basis van deze toets krijgt de leerling feedback en een vervolgles: remedirend (bij onvoldoende), extra (bij voldoende) of plus (bij goed).

Een belangrijk model ten aanzien van motivatie in leerprocessen is beschreven door Keller (1990). Hij formuleerde vier condities voor motivatie, die speciale aandacht hebben gekregen in de uitwerking van Wereldwijs. Wek en onderhoud nieuwsgierigheid en aandacht, bijvoorbeeld met prikkelende

opdrachten en vragen. Er is bijvoorbeeld in elke paragraaf gestreefd naar een opdracht waarin leerlingen met docent en klasgenoten een prikkelende vraag dienen te bespreken. Hierbij zijn diverse werkvormen mogelijk. In het Didactisch Werkvormenboek van Hoogeveen en Winkels (2008) is een groot aantal werkvormen op een overzichtelijke manier beschreven.

Verbind de instructie met belangrijke behoeften en motieven, bijvoorbeeld door de relatie met de beroepspraktijk te leggen.

Ontwikkel vertrouwen in succes, bijvoorbeeld door leerlingen in staat te stellen hun eigen leerproces te plannen.

Zorg voor tevreden leerlingen, bijvoorbeeld door betrouwbare en valide toetsen. 4 Overzicht van de inhoud In elk leerjaar bieden we drie modules aan. Elke module telt drie hoofdstukken. We starten de module met een hoofdstuk over de eigen omgeving. Het tweede hoofdstuk behandelt leerstof over Nederland en Europa. Het laatste hoofdstuk gaat over het mondiale schaalniveau. In de volgende tabellen vindt u een overzicht van de leerstof van leerjaar 3 en leerjaar 4. Tevens is aangegeven op welke leerwegen de eindtermen betrekking hebben en of het om CE-stof of SE-stof gaat.

http://www.vakdidactiekaardrijkskunde.nl/

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

8 MALMBERG

Leerjaar 3 Eindterm1 Vmbo-b Vmbo-k Vmbo-gt

Module 1 Arm en rijk (SE)

Hoofdstuk 1 Arme en rijke Nederlanders 13 SE SE SE

Hoofdstuk 2 Arm en rijk in Nederland en Europa

14 SE SE SE

Hoofdstuk 3 Arm en rijk in de VS Staten en Nigeria2

15 SE SE SE

Casus Olie in Nigeria

Casus Gezondheid in Nigeria

25 n.v.t. n.v.t. SE

Module 2 Bronnen van energie (SE)

Hoofdstuk 4 Energie in je eigen omgeving 7 SE SE SE

Hoofdstuk 5 Energie in Nederland en Frankrijk

8 SE SE SE

Hoofdstuk 6 Energie, milieu en ruimte in Brazili

9 SE SE SE

Casus Energieproductie in het Amazonegebied

Casus Behoud van het Amazonegebied

23 n.v.t. n.v.t. SE

Module 3 Grenzen en identiteit (SE)

Hoofdstuk 7 Grenzen en identiteit in je eigen omgeving

19 SE SE SE

Hoofdstuk 8 Identiteiten in Belgi en Nederland

20 SE SE SE

Hoofdstuk 9 Grenzen en conflicten in Rusland

21 SE SE SE

Casus Ontwikkelingen in het noordpoolgebied

Casus Koude oorlog in de Noordelijke IJszee

27 n.v.t. n.v.t. SE

Leerjaar 4 Eindterm Vmbo-b Vmbo-k Vmbo-gt

Module 4 Water (SE/CE)

Hoofdstuk 1 Water in je eigen omgeving 10 SE SE SE

Hoofdstuk 2 Nederlandse rivieren en waterproductie

11 CE CE CE

Hoofdstuk 3 Water in China en het Midden-Oosten

12 CE CE CE

Casus Waterbouwkundige werken in het Midden-Oosten

Casus Voor- en nadelen van waterbouwkundige projecten

24 n.v.t. n.v.t. CE

1 Eindtermen 1, 2 en 3 (orintatie op leren en werken, basisvaardigheden en vakvaardigheden) zijn niet

gekoppeld aan een hoofdstuk, maar komen in verschillende hoofdstukken aan de orde. 2 Leerlingen in vmbo-b hoeven op de schaalniveaus Nederland en Europa en Wereld geen vergelijkingen te maken tussen regios. De cursieve regios kunnen zij overslaan.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 9

Leerjaar 4 Eindterm Vmbo-b Vmbo-k Vmbo-gt

Module 5 Bevolking en ruimte (SE/CE)

Hoofdstuk 4 Bevolkingsontwikkelingen in de wijk

16 SE SE SE

Hoofdstuk 5 Bevolking en ruimte in Duitsland en Nederland

17 CE CE CE

Hoofdstuk 6 De Chinese bevolking 18 CE CE CE

Casus Shanghai en Guangzhou

Casus Ruimtelijke kwaliteit in Chinese steden

26 n.v.t. n.v.t. CE

Module 6 Weer en klimaat (SE/CE)

Hoofdstuk 7 Nederlands weer en klimaatverschillen

4 SE SE SE

Hoofdstuk 8 Klimaatverschillen tussen Spanje en Nederland

5 CE CE CE

Hoofdstuk 9 Weer en klimaat in de Verenigde Staten

6 CE CE CE

Casus Kenmerken van tropische stormen

Casus Omgaan met tropische stormen

22 n.v.t. n.v.t. CE

5 Paragrafen en lessen Modules (en hoofdstukken) bestaan uit verschillende soorten paragrafen en lessen. Orintatie Deze les is de start van elke module in het werkboek. De les bestaat uit een inleiding op het thema, het activeren van voorkennis uit de onderbouw en een orintatie op relevante beroepen. Paragrafen De paragrafen in het hand- en werkboek bevatten alle examenstof. Er zijn twee soorten paragrafen: theorieparagrafen en casusparagrafen. De theorieparagrafen bestaan uit leertekst, met bronnen en opdrachten in het werkboek. Een casusparagraaf kent geen leertekst. Leerlingen halen alle informatie uit de bronnen. Ook oefenen zij expliciet geografische vaardigheden in de casusparagraaf. Adviestoets Na de basisstof van een hoofdstuk kunnen leerlingen een adviestoets maken. Deze toets biedt inzicht in de voortgang van de leerling. Tevens geeft de toets een advies over het vervolg van het hoofdstuk: moet de leerling leerstof herhalen, extra lessen of pluslessen gaan maken? Herhalingslessen Bij elk hoofdstuk is er een herhalingsles. Daarmee kunnen leerlingen leerstof herhalen en extra oefenen met de begrippen en geografische regels uit het hoofdstuk. In veel herhalingslessen maken we gebruik van animaties. Leerlingen die de adviestoets onvoldoende maken, krijgen de herhalingsles na de adviestoets nogmaals aangeboden.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

10 MALMBERG

Extra lessen Leerlingen die de adviestoets voldoende maken, krijgen de mogelijkheid een extra les te maken. Dit moeten vooral leuke opdrachten zijn, die tegelijkertijd de leerling de mogelijkheid bieden de stof te herhalen ofwel beroepsmogelijkheden te verkennen vanuit aardrijkskundig perspectief. Dit laatste sluit aan bij de eerste eindterm van het examenprogramma: orintatie op leren en werken. Per schaalniveau zijn verschillende soorten opdrachten gemaakt.

Eigen omgeving: opdrachten over orintatie op leren en werken. Zowel in leerjaar 3 als in leerjaar 4 kunnen de leerlingen opdrachten maken die gericht zijn op n of meerdere van de volgende punten:

orintatie op vervolgopleidingen; orintatie op mogelijke beroepen; communicatieve vaardigheden; bewustwording ten aanzien van actuele vraagstukken en beleid ten behoeve van

horizonverbreding.

Nederland en Europa: per hoofdstuk is het onderwerp van de module gekoppeld aan een korte documentaire in een Nederlandse of Europese context. Bij deze documentaire maakt de leerling opdrachten op toepassings-, analyse- of syntheseniveau.

Wereld: via Google Earth ontdekken de leerlingen het onderwerp van de betreffende module in andere delen van de wereld. De leerling kan een van de landen uit het examenprogramma onderzoeken en verschillen tussen gebieden zien. Het uitgangspunt is een kmz-bestand, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de technische mogelijkheden die Google Earth biedt. Op basis van het kmz-bestand worden leerlingen meegenomen naar verschillende delen in de wereld en maken ze opdrachten daarbij.

Pluslessen De pluslessen zijn vooral bedoeld voor de betere leerlingen (die na het vmbo naar de havo willen). Bij deze pluslessen verkennen leerlingen hun capaciteiten. U kunt ervoor kiezen om de pluslessen door alle leerlingen te laten maken. Ook hier zijn per schaalniveau verschillende soorten opdrachten gemaakt.

Eigen omgeving: de leerling doet in de eigen omgeving een onderzoek dat te maken heeft met het onderwerp van de betreffende module. Dit onderzoek oefent n van de CE-vaardigheden, namelijk het doen van eenvoudig onderzoek in de eigen omgeving. Leerlingen leren vragen formuleren, informatie verwerven, verwerken, interpreteren en analyseren. Hierbij maken ze indien mogelijk gebruik van instellingen die via internet informatie bieden op gemeentelijk niveau over een van de onderwerpen van het examenprogramma, bijvoorbeeld het CBS of het KNMI.

Nederland en Europa: de leerling maakt een activerende opdracht.

Wereld: leerlingen maken een les op havo-niveau, die aansluit bij de examenonderdelen van de bovenbouw van havo en vwo.

Examentrainer In de examentrainer oefenen leerlingen met vragen in de stijl van het centraal examen. Atlasparagraaf De atlasparagraaf is een onderdeel van het werkboek. In deze paragraaf oefenen leerlingen kaartvaardigheden, atlasvaardigheden en andere geografische vaardigheden. Daarnaast herhalen ze leerstof uit de module.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 11

Alternatieve lessen De alternatieve lessen hebben als doel een werkboekparagraaf te vervangen. Ze bieden een andere manier om de theorie en begrippen te verwerken, waarbij vaak meer ruimte ontstaat voor interessante werkvormen en andere vormen van leren. Per module is telkens n alternatieve les aangeboden als voorbeeld, maar als docent staat het u natuurlijk vrij om bij andere paragrafen vergelijkbare alternatieve lessen te maken. U kunt deze via het ePack in de leerroute van de leerling plaatsen. Bij elke module is een ander soort alternatieve les opgenomen.

Arm en rijk: leerlingen gaan uitzoeken of hun eigen wijk later een probleemwijk wordt.

Bronnen van energie: leerlingen verzamelen zelf informatie (via een klein onderzoekje) om een antwoord te geven op een van de sleutelvragen in de module.

Grenzen en identiteit: leerlingen kiezen een plaats in de eigen omgeving, elders in Nederland, in Belgi, Rusland of een ander land. Ze gaan voor deze plaats een logo of wapen ontwerpen dat de identiteit van deze plaats goed uitdrukt. Bij het logo of wapen schrijven ze een toelichting waarin ze de begrippen uit de betreffende paragraaf verwerken.

Water: leerlingen gaan op internet op zoek naar fotos waarmee ze begrippen uit de paragraaf visualiseren. Bij elke foto schrijven ze een bijschrift waarin ze de begrippen noemen en toelichten.

Bevolking en ruimte: leerlingen krijgen andere fotos aangereikt dan in het handboek al zijn opgenomen. Deze nieuwe fotos sluiten aan bij een sleutelvraag uit een van de paragrafen. Hierbij maakt de leerling enkele opdrachten.

Weer en klimaat: leerlingen krijgen gegevens over weer en klimaat en maken daarbij een aantal sommen waarin begrippen uit de paragraaf verwerkt zijn. Met de sommen geven de leerlingen antwoord op de sleutelvraag.

6 Stappenplan voor onderzoek In de Malmberg-methodes Wereldwijs, Memo (geschiedenis) en Praktische Economie leren we leerlingen hoe ze zelfstandig onderzoek kunnen doen. In alle drie de methodes maken we daarbij gebruik van hetzelfde stappenplan van onderzoek. In Wereldwijs voor vmbo bovenbouw gebruiken we het stappenplan in een aantal extra lessen en pluslessen. De leerling vindt het stappenplan achterin het werkboek. We hebben het voor u ook in deze docentenhandleiding opgenomen.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

12 MALMBERG

Stappenplan voor onderzoek.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 13

7 Atlas De atlas is een belangrijk hulpmiddel in de aardrijkskundeles. We vinden het belangrijk dat leerlingen vlot met de atlas kunnen werken. Daarom hebben we in Wereldwijs expliciete aandacht voor kaart- en atlasvaardigheden. In Wereldwijs voor vmbo bovenbouw gaan we uit van de Basisbosatlas (zestigste editie). Deze atlas bevat kaarten die zijn afgestemd op het nieuwe vmbo examenprogramma. Voor scholen die met de Grote Bosatlas (53e of 54e editie) werken, zijn er vervangende werkboekvragen en toetsvragen gemaakt. U vindt deze materialen in uw ePack onder Ondersteunend materiaal> Documenten > GB54 / GB53. Om uw lessen gemakkelijker te organiseren bieden we de atlasopdrachten geconcentreerd in enkele paragrafen aan: in de casusparagrafen op het schaalniveau Nederland en Europa en in de atlasparagrafen. Zo weet u precies wanneer uw leerlingen over een atlas moeten beschikken. 8 Topografie In de syllabus bij het examenprogramma staat expliciet beschreven over welke topografische kennis de leerlingen op het centraal examen moeten beschikken. We kunnen onderscheid maken tussen basistopografie en functionele topografie. Basistopografie De examenmakers gaan ervanuit dat leerlingen over topografische basiskennis beschikken. Deze topografie is gebaseerd op de lijst van topografische items van het Cito. In het basisonderwijs wordt van dezelfde lijst gebruikgemaakt. Ook in Wereldwijs voor de onderbouw bieden we deze basistopografie aan. De basistopografie is verdeeld over zes kaarten:

Noord-Nederland: steden, provincies, wateren, gebieden;

Zuid-Nederland: steden, provincies, wateren, gebieden;

Europa: landen en steden;

Europa: wateren, gebieden, gebergten;

Wereld: landen en steden;

Wereld: wateren, continenten, gebieden, gebergten. U vindt kaarten met de basistopografie in het ePack onder Ondersteunend materiaal > Documenten. Er zijn telkens vier pdf-bestanden:

docent_kaart: een lege kaart van het betreffende gebied, waarbij u zelf bepaalt welke items u bevraagt;

docent_lijst: het antwoordmodel;

leerling_kaart: een lege kaart van het betreffende gebied, waarin alle items van een letter of cijfer zijn voorzien;

leerling_lijst: een lijst waarop leerlingen hun antwoorden kunnen noteren. We adviseren u om de basistopografie in leerjaar 3 aan te bieden en vervolgens in leerjaar 4 te herhalen. Overigens worden de leerlingversies van de basistopografie in leerjaar 4 aan het einde van hoofdstuk 9 ook direct aan de leerling aangeboden in het ePractice Pack en het Full Digital Pack.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

14 MALMBERG

Onder dezelfde tab in het ePack (Ondersteunend materiaal > Documenten) vindt u topografietoetsen. Met de topografietoetsen kunt u het mentale kaartbeeld van de leerling bevragen. Denk aan vragen als: welke plaats ligt het meest noordelijk? Wat is de snelste route van plaats A naar plaats B? Welk land is het grootst? Functionele topografie Naast de basistopografie moet de leerling ook de topografie van de landen uit het examenprogramma kennen: de functionele topografie. Ook deze topografische items zijn in de syllabus beschreven. In Wereldwijs kunnen leerlingen met de functionele topografie uit de syllabus oefenen. Kaarten met deze topografie hebben we achterin het werkboek opgenomen. In leerjaar 3 gaat het om de volgende kaarten:

Verenigde Staten Arm en rijk

Nigeria Arm en rijk

Nederland Bronnen van energie

Frankrijk Bronnen van energie

Brazili Bronnen van energie

Nederland en Belgi Grenzen en identiteit

Rusland Grenzen en identiteit Het werkboek van leerjaar 4 bevat de volgende kaarten:

Nederland Water

Midden-Oosten Water

China Bevolking en ruimte

Duitsland Bevolking en ruimte

Spanje Weer en klimaat

Verenigde Staten Weer en klimaat De functionele topografie van leerjaar 4 moeten leerlingen net als de basistopografie kennen voor het centraal examen. In het werkboek van leerjaar 4 wordt naar de topografie verwezen in de paragraaf waarvoor de topografie relevant is. U vindt kaarten met de functionele topografie in het ePack onder Ondersteunend materiaal > Documenten. Ook hier zijn er telkens vier pdf-bestanden per kaart. 9 Docentenmateriaal bij de methode Het docentenmateriaal van Wereldwijs vindt u in het docenten-ePack. Uw ePack bevat naast deze docentenhandleiding de volgende onderdelen:

toegang tot het digitale lesmateriaal voor leerlingen;

alternatieve les. Met de alternatieve les kunt u de leerstof uit een paragraaf op een andere manier laten verwerken. De alternatieve les wordt als invulbare pdf aangeboden.

eindtoetsen. De eindtoetsen bevragen de leerstof van het hele hoofdstuk. Ze zijn beschikbaar als Word-bestand en als pdf. Er zijn ook digitale versies van de eindtoets. Daarmee kunt u digitaal toetsen.

moduletoetsen. Deze toets bevraagt de leerstof van alle drie de hoofdstukken uit de module. Ze zijn beschikbaar als Word-bestand en als pdf.

topografietoetsen. Topografie in Wereldwijs kunt u op twee manieren toetsen: via de stippenkaarten of via de topografietoetsen die de relatieve ligging van de plaatsen op aarde bevragen. De kaarten zijn beschikbaar als pdf, de topografietoetsen als Word-bestand en als pdf.

bronnenmappen. Via uw ePack kunt u de belangrijkste kaarten en figuren uit de methode downloaden. Handig bij het maken van presentaties of eigen toetsvragen.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 15

digiboeken. Digitale versies van de handboeken, verrijkt met animaties uit het digitale lesmateriaal voor leerlingen en de mogelijkheid om de bronnen uit het handboek groot te presenteren op uw digibord.

Wereldwijs videoblog. In uw ePack vindt u onder Ondersteunend materiaal > Studiehulp / Naslag een link naar het videoblog met filmpjes die passen bij de themas uit de methode.

GB54/GB53. Voor scholen die met de Grote Bosatlas (53e of 54e editie) werken zijn er vervangende werkboekvragen en toetsvragen (eindtoetsen en moduletoetsen) gemaakt. U vindt deze materialen in uw ePack onder Ondersteunend materiaal> Documenten > GB54 / GB53.

10 Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) In dit onderdeel geven we enkele PTAs voor het nieuwe examenprogramma. Deze PTAs kunt u gebruiken als voorbeeld wanneer u een eigen PTA voor uw school gaat maken. We beschrijven drie varianten.

Variant 1: een PTA gebaseerd op drie perioden per leerjaar, met schriftelijke toetsen (S) en n praktische opdracht (P) per leerjaar.

Variant 2: een PTA gebaseerd op vier perioden per leerjaar, met schriftelijke toetsen (S) en n praktische opdracht (P) per leerjaar.

Variant 3: een PTA gebaseerd op vijf perioden per leerjaar, met schriftelijke toetsen (S), n praktische opdracht (P) in leerjaar 3 en twee praktische opdrachten (P) in leerjaar 4.

Bij al deze varianten hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd.

We kiezen ervoor om in het schoolexamen ook de CE-onderwerpen te toetsen. Dat heeft als voordeel dat de leerlingen voor het centraal examen alle stof al een keer hebben moeten leren.

In het derde leerjaar behalen leerlingen 40% van de punten voor het SE, in het vierde leerjaar 60%.

De eerste SE-toets telt minder zwaar mee dan de overige SE-toetsen in leerjaar 3. Variant 1 Leerjaar 3

Periode Vorm Module Eindtermen3 Inhoud Wereldwijs Weging (% SE)

1 S Arm en rijk 13, 14, 15, (25) Hoofdstuk 1 t/m 3 10%

2 S Bronnen van energie 7, 8, 9, (23) Hoofdstuk 4 t/m 6 15%

3 P S

Grenzen en identiteit Grenzen en identiteit

19 20, 21, (27)

Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 en 9

5% 10%

Leerjaar 4

Periode Vorm Module Eindtermen Inhoud Wereldwijs Weging (% SE)

1 P S

Water Water

10 11, 12, (24)

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 en 3

10% 10%

2 S Bevolking en ruimte 16, 17, 18, (26) Hoofdstuk 4 t/m 6 20%

3 S Weer en klimaat 4, 5, 6, (22) Hoofdstuk 7 t/m 9 20%

3 Bij de eindtermen staan de verrijkingsdelen voor vmbo-gt tussen haakjes.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

16 MALMBERG

Variant 2 Leerjaar 3

Periode Vorm Module Eindtermen Inhoud Wereldwijs Weging (% SE)

1 S Arm en rijk 13, 14 Hoofdstuk 1 en 2 5%

2 S S

Arm en rijk Bronnen van energie

15, (25) 7

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

5% 5%

3 S Bronnen van energie 8, 9, (23) Hoofdstuk 5 en 6 10%

4 P S

Grenzen en identiteit Grenzen en identiteit

19 20, 21, (27)

Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 en 9

5% 10%

Leerjaar 4

Periode Vorm Module Eindtermen Inhoud Wereldwijs Weging (% SE)

1 P S

Water Water

10 11

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

10% 5%

2 S S

Water Bevolking en ruimte

12, (24) 16, 17

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 en 5

5% 10%

3 S Bevolking en ruimte Weer en klimaat

18, (26) 4

Hoofdstuk 5 en 6 Hoofdstuk 7

10% 5%

4 S Weer en klimaat 5, 6, (22) Hoofdstuk 8 ten 9 15%

Variant 3 Leerjaar 3

Periode Vorm Module Eindtermen Inhoud Wereldwijs Weging (% SE)

1 S Arm en rijk 13, 14 Hoofdstuk 1 en 2 5%

2 S Arm en rijk 15, (25) Hoofdstuk 3 5%

3 S Bronnen van energie 7, 8 Hoofdstuk 4 en 5 10%

4 S P

Bronnen van energie Grenzen en identiteit

9, (23) 19

Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7

5% 5%

5 S Grenzen en identiteit 20, 21, (27) Hoofdstuk 8 en 9 10%

Leerjaar 4

Periode Vorm Module Eindtermen Inhoud Wereldwijs Weging (% SE)

1 P S

Water Water

10 11

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

10% 5%

2 S P

Water Bevolking en ruimte

12, (24) 16

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

5% 5%

3 S Bevolking en ruimte 17, 18, (26) Hoofdstuk 5 en 6 15%

4 S Weer en klimaat 4, 5 Hoofdstuk 7 en 8 10%

5 S Weer en klimaat 6, (22) Hoofdstuk 9 10%

11 Lesplanningen U kunt Wereldwijs flexibel inzetten. Hebt u weinig lesuren tot uw beschikking, dan kunt u een module in zon 18 lessen behandelen. Zit u ruimer in de tijd, dan kunt u een module uitbouwen tot 30 of meer lessen.

3+4 VMBO-KGT ALGEMEEN DEEL

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 17

Een overzicht van beide planningen vindt u op de volgende bladzijde. Deze planningen kunt u op verschillende manieren aanpassen of uitbreiden. Bijvoorbeeld:

U kunt extra aandacht aan topografie besteden.

Hoofdstuk 1 kunt u afsluiten met een grotere praktische opdracht over de eigen omgeving. Deze praktische opdracht kunt u mee laten wegen in het schoolexamen.

U kunt uw leerlingen meer of minder differentiatielessen uit het ePractice Pack laten maken.

U kunt meer lessen besteden aan het herhalen van CE-stof of training voor het centraal examen.

Een module in 18 lessen Les Een module in 30 lessen

Orintatie 1 Orintatie

Hoofdstuk 1, paragraaf 1 2 Hoofdstuk 1, paragraaf 1

Hoofdstuk 1, paragraaf 2 3 Hoofdstuk 1, paragraaf 2

Hoofdstuk 1, paragraaf 3 4 Hoofdstuk 1, paragraaf 3

Toets hoofdstuk 1 5 Hoofdstuk 1, examentrainer

Hoofdstuk 2, paragraaf 1 6 ePractice Pack: adviestoets + differentiatie

Hoofdstuk 2, paragraaf 2 7 ePractice Pack: differentiatie

Hoofdstuk 2, paragraaf 3 8 Toets hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2, paragraaf 4 9 Hoofdstuk 2, paragraaf 1

Hoofdstuk 2, paragraaf 5 10 Hoofdstuk 2, paragraaf 2

Toets hoofdstuk 2 11 Hoofdstuk 2, paragraaf 3

Hoofdstuk 3, paragraaf 1 12 Hoofdstuk 2, paragraaf 4

Hoofdstuk 3, paragraaf 2 13 Hoofdstuk 2, paragraaf 5

Hoofdstuk 3, paragraaf 3 14 Hoofdstuk 2, examentrainer

Hoofdstuk 3, paragraaf 4 15 ePractice Pack: adviestoets + differentiatie

Hoofdstuk 3, paragraaf 5 16 ePractice Pack: differentiatie

Hoofdstuk 3, paragraaf 6 17 Toets hoofdstuk 2

Toets hoofdstuk 3 18 Hoofdstuk 3, paragraaf 1

19 Hoofdstuk 3, paragraaf 2

20 Hoofdstuk 3, paragraaf 3

21 Hoofdstuk 3, paragraaf 4

22 Hoofdstuk 3, paragraaf 5

23 Hoofdstuk 3, paragraaf 6

24 Hoofdstuk 3, examentrainer

25 ePractice Pack: adviestoets + differentiatie

26 ePractice Pack: differentiatie

27 Toets hoofdstuk 3

28 Atlasparagraaf

29 Topografie van de module

30 Toets module (hoofdstuk 1 t/m 3)

3 VMBO-KGT MODULE 1 ARM EN RIJK

DOCENTENHANDLEIDING

18 MALMBERG

TOELICHTING PER MODULE

MODULE 1 ARM EN RIJK Inleiding Wereldwijd zijn er grote verschillen tussen arme en rijke mensen, gebieden, landen en werelddelen. Hoe meet je die verschillen tussen arm en rijk, in welvaart en welzijn? Hoe zijn ze ontstaan? Wat zijn de gevolgen van die verschillen in woon- en leefomstandigheden in Nederland, maar ook in Europa en in andere delen van de wereld? Bij het thema Arm en rijk ligt het accent op welvaart- en welzijnsverschillen op verschillende schaalniveaus. Hoofdstuk 1 Arme en rijke Nederlanders Eindterm 13: De kandidaat kan verschillen tussen meer en minder welvarende wijken en voorstellen voor verbetering van de woon- en leefomstandigheden in de eigen regio beschrijven. In de opbouw van dit hoofdstuk begint de eerste paragraaf met kijken naar verschillen in woonomstandigheden van armere en rijkere wijken, met de vraag: wil jij in deze wijk wonen? Vervolgens gaat paragraaf 2 over de verandering van woonomstandigheden in arme en rijke wijken. Paragraaf 3 zoomt in op manieren hoe je woonomstandigheden in probleemwijken kunt verbeteren. Hoofdstuk 2 Arm en rijk in Nederland en Europa Eindterm 14: De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in Nederland beschrijven en verklaren. Paragraaf 1 begint met de vraag: zijn Nederlanders rijk? Om deze vraag te kunnen beantwoorden wordt een vergelijking getrokken met andere delen van Europa en worden vervolgens rijke en minder rijke delen van Nederland benoemd. Paragraaf 2 kent een vergelijkbare opzet, maar daarin staan verschillen in welzijn centraal. In paragraaf 3 worden de regionale overeenkomsten en verschillen in welvaart en welzijn nader verklaard. Paragraaf 4 staat stil bij de invloed van de EU op welvaart en welzijn in Nederland en Europa. De laatste paragraaf beschrijft de ontwikkeling van welvaart en welzijn in Nederland. Hoofdstuk 3 Arm en rijk in de VS en Nigeria Eindterm 15: De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in een buiten-Europese macroregio en een contrasterende macroregio elders in de wereld beschrijven en verklaren en de situatie in beide gebieden vergelijken. Eindterm 25 (gt): De kandidaat kan de vicieuze cirkel tussen armoede, honger en gezondheid in een buiten-Europese macroregio beschrijven en verklaren en maatregelen ter verbetering van de situatie beschrijven. De eerste drie paragrafen van dit hoofdstuk gaan over de VS, de laatste drie over Nigeria. Paragraaf 1 en 2 hebben als doel de leerling kennis te laten maken met welvaart, welzijn (paragraaf 1), landbouw en voedselproductie (paragraaf 2) in de VS. In paragraaf 3 leert de leerling over de wereldwijde invloed van de VS. De inhoud van deze paragraaf sluit nauw aan bij paragraaf 4, waarin de leerling met landbouw en voedselproductie in Nigeria kennismaakt. De centrale vraag hier is: is de Amerikaanse boer een concurrent van de Nigeriaanse boer? Paragraaf 4 biedt ook de mogelijkheid om de leerling een vergelijking te laten trekken tussen de VS en Nigeria. Paragraaf 5 en 6 behoren tot de verrijkingsstof (gt) en gaan specifiek over de productie van olie en de gezondheidssituatie in Nigeria. Orintatie In de orintatieparagraaf in het werkboek maakt de leerling de volgende soorten opdrachten.

Orinteren op de module: waar gaat de module over?

3 VMBO-KGT MODULE 1 ARM EN RIJK

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 19

Aansluiten bij voorkennis uit de onderbouw.

Beroepsorintatie: in welke beroepssituaties krijg je met armoede te maken? In de orintatie gaan leerlingen aan de slag met opdrachten rond verschillen tussen arm en rijk op de wereld, binnen Europa en in Nederland. Daarnaast orinteren ze zich op het hoofdstuk door de introductiefotos te bekijken, waarmee het onderwerp gevisualiseerd wordt. Ook begrippen die al in de onderbouw zijn aangeleerd, worden geactiveerd. Na het bekijken van verschillen in Nederland wordt ingezoomd op het beeld dat de leerlingen van deze verschillen hebben. Geindigd wordt met een link naar de toekomstige beroepspraktijk van de leerlingen door het beantwoorden van een aantal vragen over met name armoede in Nederland. Extra informatie over jongeren en armoede kunt u vinden op www.armekant-eva.nl/jongeren/index.html, een website met veel informatie over armoede in Nederland. De site gaat in op vragen als: wat is armoede? Wie zijn arm? Wat zijn de gevolgen van armoede? Naast veel achtergrondinformatie zijn er links naar filmpjes die bijvoorbeeld verschillen in welvaart in Nederland duidelijk maken. Kaartvaardigheden en geografische vaardigheden In deze module komen de volgende kaartvaardigheden en aardrijkskundige vaardigheden aan bod.

Hoofdstuk 2, paragraaf 5: Kaarten selecteren: de leerling kan met behulp van zoekmiddelen in de atlas de juiste

kaart selecteren. Verschijnselen en gebieden vergelijken in ruimte en tijd: de leerling kan

verschijnselen in een gebied met elkaar vergelijken of gebieden op basis van n of meerdere verschijnselen met elkaar vergelijken. Daarbij staat vaak de ontwikkeling van het betreffende verschijnsel centraal.

Hoofdstuk 3, paragraaf 8: Lokaliseren: de leerling kan een gebied of een verschijnsel op de kaart vinden

(aanwijzen waar dat ligt). Enkelvoudige en meervoudige verbanden leggen binnen een gebied en tussen

gebieden: de leerling leert dat verschijnselen in een gebied of meerdere gebieden betrekking op elkaar kunnen hebben en weten hoe zij die verbanden kunnen formuleren.

Onderscheid vmbo-b, vmbo-k en vmbo-gt Leerlingen in de gemengde of theoretische leerweg dienen de hele module te maken. Leerlingen in de kaderberoepsgerichte leerweg kunnen paragraaf 5 en 6 van hoofdstuk 3 overslaan. In de examentrainer van hoofdstuk 3 hoeven zij vraag 10, 12 en 13 niet te maken. Leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg mogen volgens de handreiking van het examenprogramma grotere delen van deze module overslaan. Deze module behoort overigens tot leerstof voor het schoolexamen, waarbij de docent een grote mate van vrijheid heeft om hier eigenstandige keuzes in te maken. Op basis van het examenprogramma zouden leerlingen in de bb-leerweg het volgende kunnen maken en overslaan.

Hoofdstuk 1: kan in zijn geheel door bb-leerlingen gemaakt worden.

Hoofdstuk 2: in dit hoofdstuk staat eindterm 14 centraal, maar diverse elementen daarvan zijn ook al in hoofdstuk 1 aan bod gekomen. Daardoor kan hoofdstuk 2 bezien worden als een verdieping op eindterm 14, waardoor de bb-leerling paragraaf 3 en 4 kan overslaan. In de examentrainer kunnen de volgende opdrachten overgeslagen worden: 5, 6, 9, 11, 12 en 13.

Hoofdstuk 3: de leerling hoeft paragraaf 4, 5 en 6 (over Nigeria) niet te maken. In de examentrainer kunnen de volgende opdrachten overgeslagen worden: 3, 7, 9, 10, 11, 12 en 13.

http://www.armekant-eva.nl/jongeren/index.htmlhttp://www.armekant-eva.nl/jongeren/index.html

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS

DOCENTENHANDLEIDING

20 MALMBERG

HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS Inleiding In dit hoofdstuk leren leerlingen over kenmerken van arme en rijke wijken in Nederland. Verder vormen ze zich een beeld van de wijze waarop betrokkenen de leefomstandigheden in armere wijken kunnen verbeteren. Dit hoofdstuk kent een sterke samenhang met hoofdstuk 7 (Grenzen en identiteit in je eigen omgeving) en hoofdstuk 4 van leerjaar 4 (Bevolkingsontwikkelingen in de wijk). Paragraaf 3 van hoofdstuk 1 gaat in op de wijze waarop een lokale overheid kan ingrijpen om de leefomstandigheden te verbeteren. Dit hangt samen met paragraaf 3 van hoofdstuk 7, waarbij gekeken wordt naar de wijze waarop lokale overheden kunnen ingrijpen om de sociale samenhang in wijken te vergroten. In paragraaf 4.3 van leerjaar 4 komt deze oplossingsgerichte benadering nogmaals terug, maar dan vanuit het perspectief verbeteren van ruimtelijke kwaliteit. In dit hoofdstuk worden overigens begrippen gehanteerd die in leerjaar 3 aan bod komen, maar ook bij het CE getoetst kunnen worden. De samenhang tussen hoofdstuk 1 en hoofdstuk 4 van leerjaar 4 is verder te vinden in de volgende begrippen: bebouwingsdichtheid, voorzieningen, vergrijzing en ontgroening. Paragraaf 1 Arm en rijk in je eigen woonplaats Inhoud In de paragraaf gaan leerlingen op zoek naar verschillen tussen arme en rijke wijken. De verschillen ontstaan doordat de ene wijk welvarender is dan de andere wijk. Dat heeft invloed op de woon- en leefomstandigheden. Eerst wordt gekeken hoe een wijk eruitziet (gebiedskenmerken). Daarna staat de volgende vraag centraal: wie wonen er in de wijk (bevolkingskenmerken)? Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je een beschrijving geven van woningen en woonomgeving, van meer of minder welvarende buurten/wijken in je eigen regio (gebiedskenmerken) met behulp van wonen, werken, verkeer, recreatie en voorzieningen;

kun je een beschrijving geven van de bevolking van meer of minder welvarende buurten/wijken in je eigen regio (bevolkingskenmerken) met behulp van economie (inkomen, opleiding, werk), samenstelling van de bevolking, culturele verschillen;

kun je kenmerken noemen van meer en minder welvarende wijken met behulp van bovengenoemde kenmerken (gebieds- en bevolkingskenmerken).

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindterm uit het examenprogramma: 13a Kenmerken van welvaart en welzijn in wijken in de eigen regio. Introductiefoto De foto toont een kinderspeelplaats in de Rotterdamse wijk Kralinger-Esch met op de achtergrond aan de linkerkant het oude drinkwaterterrein en aan de rechterkant nieuwbouw. De foto is genomen in een stedelijk gebied, waar verschillen tussen wijken duidelijker waarneembaar zijn dan in een landelijk gebied.

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 21

Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 1 Voor de leerlingen werkt het motiverend om de eigen woonplaats centraal te stellen in deze paragraaf. Deze vraag kan als intro gebruikt worden om verschillende wijken in de eigen woonplaats te benoemen. Vraag 2 Idee voor een werkvorm: door middel van een woordspin kunnen de leerlingen ook zelf de verschillen tussen rijke en arme wijken formuleren. Vraag 3 Door gebruik te maken van de website www.cbsinuwbuurt.nl vinden leerlingen een grote hoeveelheid gegevens over de wijken in Den Haag, bijvoorbeeld het (verschil in) inkomen. Ook kunt u op deze site een bestand downloaden van uw eigen gemeente: Gemeente op maat. Uw eigen woonplaats wordt beschreven in vergelijking met de provincie en heel Nederland rond verschillende themas als bevolking, wonen, voorzieningen en opleiding. Vraag 4 Ook hier kunnen leerlingen met de aangereikte classificatie de verschillende woongebieden in de eigen omgeving benoemen. Vraag 6 Door het invullen van deze tabel leren leerlingen op een systematische manier kijken. Vraag 7 Na de gebiedskenmerken staan in deze vraag de bevolkingskenmerken centraal. De gebiedskenmerken hebben invloed op de bevolkingskenmerken. Vraag 8 De sleutelvraag wordt door de leerlingen beantwoord voor hun eigen wijk. Om inzicht te krijgen in de verschillende wijken kunt u leerlingen hun gegevens laten uitwisselen en eventueel in een kaart laten vastleggen. Figuur 3 kan als basis gebruikt worden om de relatie tussen gebiedskenmerken en bevolkingskenmerken voor verschillende wijken in de eigen woonplaats te gebruiken. Paragraaf 2 Veranderingen in de wijk Inhoud In deze paragraaf staan veranderingen in wijken centraal. Waar in paragraaf 1 het accent lag op de beschrijving van de verschillende woongebieden, wordt hier ingezoomd op veranderingen in de wijk. Daarbij kan het zowel om gebiedskenmerken als om bevolkings-kenmerken gaan. Soms verandert het gebied doordat het een nieuwe bevolking aantrekt en daardoor andere voorzieningen krijgt. Ook kan het zijn dat bijvoorbeeld door veranderingen in het huizenaanbod (meer koopwoningen) een andere bevolking wordt aangetrokken. Er is een wisselwerking tussen gebieds- en bevolkingskenmerken. Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je de belangrijkste veranderingen in de woningen en woonomgeving van buurten/ wijken in je eigen regio beschrijven en verklaren;

kun je de belangrijkste veranderingen in de samenstelling van de bevolking van buurten/ wijken in je eigen regio beschrijven en verklaren;

http://www.cbsinuwbuurt.nl/

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS

DOCENTENHANDLEIDING

22 MALMBERG

kun je aangeven hoe veranderingen in de bevolking leiden tot veranderingen in de woonomgeving en omgekeerd;

kun je veranderingen in de wijk relateren aan kenmerken van meer of minder welvarende wijken;

kun je een buurt- of wijkprofiel maken en dit vergelijken met dat van een klasgenoot.

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindterm uit het examenprogramma: 13b Ontwikkelingen op het gebied van welvaart en welzijn in de wijken. Alternatieve les Voor de verwerking van de leerstof van deze paragraaf is een alternatieve les beschikbaar: Wordt deze wijk later een probleemwijk? Introductiefoto De foto is genomen op het Java-eiland in Amsterdam, waar zowel sociale huurwoningen als koopwoningen zijn gebouwd. Op de vraag welke wijken in de toekomst probleemwijken worden, kan verschillend geantwoord worden. De wijken die in de jaren 50 zijn gebouwd, waren voor de toenmalige inwoners prachtwijken, maar zijn nu vaak verworden tot probleemwijken. Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 1 Java-eiland heeft relatief veel inwoners van 40-64 jaar en de laatste tien jaar zijn er veel kinderen bijgekomen. De wijk kent 22 huishoudens met vijf of meer personen (2% van het totaal), wat weinig is, gezien de ruime appartementen die hier staan. Verdere info is te vinden op de volgende website: www.oost.amsterdam.nl/buurten-0/oostelijk/kopie-buurtenformat-2/. Vraag 2 Dit mini-onderzoek kan ook uitgebreid worden met bijvoorbeeld de leeftijd, de opleiding, het inkomen van de buurtbewoners. Vraag 3 Benadruk dat door vergrijzing of ontgroening voorzieningen in een wijk zullen verdwijnen of juist nodig zijn. Zo ontstaat na een aantal jaren in een nieuwbouwwijk de vraag naar basisscholen, die opgevolgd wordt door de vraag naar een middelbare scholen. Vraag 4 Idee voor een werkvorm: plaats op het bord de vraag: minder mensen huizen slopen? Discussieer hierover met de klas. Vraag 5 Tegenwoordig zijn de probleemwijken vooral te vinden in de woongebieden 1945-1970. In (de buurt van uw) woonplaats is vast een wijk te vinden die dit illustreert. Vraag 6 Wijs de leerlingen met nadruk op de bronnen 2 uit paragraaf 1 en paragraaf 2, omdat zo (voor Den Haag) de relatie tussen inkomen en leefbaarheid gelegd kan worden. Vraag 7 Een aantal negentiende-eeuwse arbeiderswijken zijn na de stadsvernieuwingen in de jaren 80 veranderd in yuppenwijken. Die wijken liggen dicht bij het centrum en door de invloed van

http://www.oost.amsterdam.nl/buurten-0/oostelijk/kopie-buurtenformat-2/http://www.oost.amsterdam.nl/buurten-0/oostelijk/kopie-buurtenformat-2/

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 23

de vele culturen die zich hier in de loop der tijd hebben gevestigd, is het aanbod van veel voorzieningen toegenomen. Waar de vele culturen zich in het verleden in deze wijk vestigden vanwege de lage huren, is nu een stijging van de huizenprijzen waar te nemen. Vraag 8 De sleutelvraag wordt door de leerlingen beantwoord voor hun eigen wijk. Wijs de leerling op de wisselwerking tussen de gebiedskenmerken en de bevolkingskenmerken. Paragraaf 3 Herinrichting van de wijk Inhoud In deze paragraaf gaat het om de herinrichting van vooral probleemwijken. Na de constatering dat dit niet alleen negentiende-eeuwse arbeiderswijken, maar ook de woongebieden 1945-1970 betreft, worden verschillende oplossingen aangedragen die probleemwijken kunnen veranderen in prachtwijken. Daarbij is het goed om te realiseren dat de aangereikte oplossingen in de ene wijk wel werken (ondanks de economische recessie), maar in de andere wijk mislukken (ook dankzij de recessie). Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je mogelijke oplossingen voor de herinrichting van een wijk aangeven;

kun je onderzoeken hoe de bevolking denkt over de wijk;

kun je het verschil in wensen van de bevolking over woningen, de woonomgeving en de bestaande ruimte omschrijven en aanbevelingen doen voor de toekomst.

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindterm uit het examenprogramma: 13c Vraagstukken rondom welvaart en welzijn in de wijken. Introductiefoto De foto toont de wijk Katendrecht in Rotterdam, waar hele stukken straat gesloopt worden. De bevolking die er woonde, gaat naar andere wijken en door de nieuwe (koop)woningen zal de bevolkingssamenstelling veranderen. Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 1 Zie de opmerkingen bij de introductiefoto. Ook kunnen leerlingen via de website www.verbeterdebuurt.nl op zoek gaan naar problemen in hun eigen woonplaats. Vraag 2 In de jaren 80 heeft vooral veel stadsvernieuwing plaatsgevonden in de arbeiderswijken, omdat de woningen van slechte kwaliteit waren. Tegenwoordig liggen de meeste probleemwijken in de woongebieden 1945-1970. Dit zijn de flatwijken, maar ook de galerij- en portiekflats van na de Tweede Wereldoorlog, die nu een concentratie van mensen met lagere inkomens en allochtonen huisvesten. Vraag 3 In de Bijlmer is een aantal van de bekende honingraatflats gesloopt om plaats te maken voor wijken met eengezinshuizen.

http://www.verbeterdebuurt.nl/

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS

DOCENTENHANDLEIDING

24 MALMBERG

Vraag 4 Suggestie voor alternatieve vraag: bespreek met de leerlingen waar de mensen heen moeten die in te slopen woningen wonen. Vraag 5 Leerlingen kunnen via de huizenverkoopsite www.funda.nl ook zoeken naar wijken waar gesaneerd, gesloopt of gerenoveerd wordt. Dan is een vergelijking van huizenprijzen (en bevolkingssamenstelling in de wijk) snel te maken. Vraag 7 In bron 2 en 3 staat de Kolenkit in Amsterdam centraal. Op het internet zijn de bestemmingsplannen en visies rond dit gebied te vinden, bijvoorbeeld op www.west.amsterdam.nl/projecten/stedelijke/kolenkit. Via www.cbsinuwbuurt.nl kunnen leerlingen vergelijkbare wijken vinden. Vraag 11 De sleutelvraag kan nu beantwoord worden aan de hand van de keuze tussen slopen en renoveren (of misschien helemaal niet ingrijpen). Daardoor wordt de wisselwerking tussen woningveranderingen en bevolkingsveranderingen duidelijk. Paragraaf 4 Examentrainer In de examentrainer testen de leerlingen hun kennis van dit hoofdstuk door middel van opdrachten in de stijl van een eindexamen.

http://www.funda.nl/http://www.west.amsterdam.nl/projecten/stedelijke/kolenkithttp://www.cbsinuwbuurt.nl/

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 25

HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA Inleiding Hoofdstuk 2 sluit aan bij eindterm 14, waarbij leerlingen verschillen in welvaart en welzijn in Nederland moeten beschrijven en verklaren. Dat hebben leerlingen voor een deel al in hoofdstuk 1 gedaan, waardoor hoofdstuk 2 ruimte biedt om welvaart en welzijn niet alleen in Nederland, maar ook in vergelijking met andere delen van Europa te bekijken. In paragraaf 1 en 2 beschrijven de leerlingen respectievelijk welvaart en welzijn in Nederland en Europa. In paragraaf 3 worden regionale verschillen verklaard. Vanuit dit Europese perspectief is de invloed van de EU zeer relevant (paragraaf 4). In paragraaf 5 staat vervolgens de ontwikkeling van welvaart en welzijn in Nederland vanaf circa 1900 centraal. Ook hier komen regionale verschillen in Nederland (toen en nu) tot uitdrukking. Dit hoofdstuk kent enige samenhang met hoofdstuk 5 van leerjaar 4. De begrippen levensverwachting en leeftijdsopbouw/bevolkingsopbouw worden in beide hoofdstukken gehanteerd. Paragraaf 1 Verschillen in welvaart Inhoud In deze paragraaf staat het begrip welvaart centraal. Eerst wordt ingegaan op het meten van welvaart, waarna verschillen in welvaart binnen Europa worden beschreven aan de hand van werk, werkgelegenheid (samenstelling van de beroepsbevolking) en inkomen. Geindigd wordt met een beschrijving van de binnenlandse ongelijkheid in Nederland. Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je regionale verschillen in welvaart (ten aanzien van werk, werkgelegenheid en inkomen) in Nederland beschrijven en verklaren;

kun je regionale verschillen in welvaart (ten aanzien van werk, werkgelegenheid en inkomen) in Europa beschrijven en verklaren.

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindtermen uit het examenprogramma: 14.1 Welvaart en regionale verschillen in welvaart en gezondheid in Nederland beschrijven en verklaren. 14.3 De positie van Nederland binnen Europa ten aanzien van welvaart en kwaliteit van de leefomgeving beschrijven. Introductiefoto De foto toont een man in een Mercedes op de voorgrond, met daarachter een winkel die opheffingsuitverkoop houdt. Wie weet of in de winkel over tien jaar een luxekledingzaak zit en of de autobestuurder fietst? Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 1 In rijkere wijken is een ander autobezit dan in armere wijken, maar binnen een wijk zijn ook contrasten waar te nemen. Suggestie: welke leerling maakt de foto met het grootste verschil in welvaart? Vraag 2 Deze vraag leent zich voor een onderwijsleergesprek, waarin duidelijk wordt dat welvaart op verschillende manieren gemeten kan worden.

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA

DOCENTENHANDLEIDING

26 MALMBERG

Vraag 3 Disrali zei al: There are three kinds of lies: You got lies, damned lies and statistics. Het is goed om te realiseren wat je meet en wat dat betekent. Wijs de leerlingen hierop door bijvoorbeeld het verschil tussen Luxemburg en Roemeni te benadrukken. Vraag 5 Met behulp van bron 3 kunt u bespreken welke landen dezelfde welvaart hebben als Nederland, waar de welvaart hoger is en waar deze juist lager is. Suggestie: vraag de leerlingen hoe je dit kunt zien, als je door een willekeurige wijk in een stad loopt in het betreffende land. Vraag 7 In de brugklas hebben de leerlingen al ontdekt dat de welvaart laag is als veel mensen in de landbouw werken. Dit kunt u ook als instap gebruiken. Vraag 10 De sleutelvraag kan nu beantwoord worden met behulp van verschillende metingen, bron 3 of eventueel een kaart uit de atlas. Paragraaf 2 Verschillen in welzijn Inhoud In deze paragraaf staat het begrip welzijn centraal. Analoog aan de eerste paragraaf wordt ingegaan op het meten van welzijn aan de hand van onderwijs, gezondheidszorg en levensstandaard. Eerst worden de verschillen in Nederland behandeld, daarna wordt uitgezoomd naar Europa. Zijn er verschillen in welzijn? Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je regionale verschillen in welzijn (ten aanzien van onderwijs, voedsel en gezondheidszorg) in Nederland beschrijven en verklaren;

kun je regionale verschillen in welzijn (ten aanzien van onderwijs, voedsel en gezondheidszorg) in Europa beschrijven en verklaren.

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindtermen uit het examenprogramma: 14.1 Welvaart en regionale verschillen in welvaart en gezondheid in Nederland beschrijven en verklaren. 14.3 De positie van Nederland binnen Europa ten aanzien van welvaart en kwaliteit van de leefomgeving beschrijven. Introductiefoto De foto laat twee mensen zien die het best naar hun zin hebben. Ze zijn alle twee Hollands welvaren, beiden hebben overgewicht. Naarmate de welvaart in een land stijgt, stijgt het overgewicht. De sleutelvraag blijft echter: zijn wij gelukkiger dan onze buren? Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 2 De HDI is een goede indicator om het verschil in welzijn op de wereld te meten. In de literatuur wordt ook de (dagelijkse) geluksindex genoemd als indicator van hoe mensen zich voelen. De geluksindex is moeilijker te operationaliseren dan de HDI.

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 27

Vraag 3 Een van de belangrijke geografische zienswijzen is het vergelijken van gebieden om daarmee verschillen en overeenkomsten duidelijk te maken. In deze vraag gaat het om het verschil in HDI tussen rijke en arme landen. Om die verschillen duidelijk te maken kunnen leerlingen ook een venndiagram maken. Vraag 4 Spreekwoorden en gezegden die bij deze opdracht van toepassing zijn: geld maakt niet gelukkig, geld stinkt niet, geld moet rollen. Vraag 5 De verschillen tussen autochtonen en allochtonen zijn nog steeds groot als gekeken wordt naar inkomen, opleidingsniveau en werk, maar ze worden kleiner. Met name de (allochtone) meisjes maken een slag om het verschil in opleidingsniveau te verkleinen. Zie ook www.scp.nl/Publicaties/Terugkerende_monitors_en_reeksen/Monitor_Integratie. Vraag 6 Voor ziekenhuizen en andere gezondheidsvoorzieningen geldt min of meer hetzelfde patroon als voor traumacentra. Op de website van de RIVM (atlas van de gezondheid www.zorgatlas.nl) staan veel kaarten die dit kunnen illustreren. Vraag 8 Benadruk dat ondanks een lagere welvaart het welzijn in Zuid-Europa niet onderdoet voor dat in West-Europese landen. In de volgende paragraaf wordt hierop ingegaan. Vraag 9 De sleutelvraag gaat in op het geluksgevoel van leerlingen. Het gaat om een gevoel, dus is het subjectief. De vervolgvraag maakt een vergelijking met Nederland. In een klassen-gesprek kunt u ingaan op verschillen in geluksgevoel tussen de leerlingen en tussen landen. Paragraaf 3 Verklaar de Europese verschillen Inhoud Binnen Europa zijn verschillen. Na een beschrijving van deze verschillen wordt ingegaan op de politieke en economische oorzaken van deze verschillen: hoe zijn deze verschillen in de loop der tijd gegroeid? De bevolking van de EU groeit nog steeds door een steeds verdergaande samenwerking. Binnen de landen zijn wel duidelijke verschillen in natuurlijke en sociale bevolkingsgroei. Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je oorzaken (economisch, politiek en sociaal-cultureel) voor regionale verschillen in welvaart op verschillende schaalniveaus benoemen;

kun je een verklaring geven voor regionale verschillen in welvaart en welzijn in Nederland en Europa.

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindtermen uit het examenprogramma: 14.1 Welvaart en regionale verschillen in welvaart en gezondheid in Nederland beschrijven en verklaren. 14.2 Regionale verschillen in de kwaliteit van de woon- en leefomgeving in Nederland beschrijven en verklaren.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Venndiagramhttp://www.scp.nl/Publicaties/Terugkerende_monitors_en_reeksen/Monitor_Integratiehttp://www.zorgatlas.nl/

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA

DOCENTENHANDLEIDING

28 MALMBERG

Introductiefoto De foto toont een arme Bulgaarse jongen, die bij McDonalds staat te bedelen. Om het welvaartsniveau van een land te meten, wordt ook weleens de Big Mac-index gebruikt: de prijs van een Big Mac in verschillende landen zegt iets over het verschil in koopkracht tussen die landen. Zie www.economist.com/news/special-report/21568068-burger-company-may-be-barometer-industry-big-mac-index. Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 3 De verschillen tussen het voormalige Oost-Europa en West-Europa kunt u goed illustreren door in te zoomen op Duitsland. In de atlas staat een aantal kaarten van Duitsland, waarop deze verschillen nog steeds zichtbaar zijn. Ook kunt u achtergrondinformatie vinden op de website van het Duitsland Instituut Amsterdam. Vraag 4 Sinds de economische recessie is de economische groei van een aantal landen dramatisch veranderd. Voor recentere groeicijfers kunt u informatie vinden bij het Europese bureau voor de statistiek of bijvoorbeeld op deze website: www.nrc.nl/interactieve-kaart-economische-crisis-in-de-eu. Vraag 5 U kunt hier teruggrijpen op de termen natuurlijke bevolkingsgroei en sociale bevolkings-groei. De kleinste natuurlijke bevolkingsgroei vinden we in voormalige Oost-Europese landen, waar het gemiddelde kindertal al langer lager was. Dit zijn ook de landen met de grootste emigratie. Vraag 9 Deze laatste vraag is feitelijk een samenvatting van paragraaf 1 tot en met 3. Paragraaf 4 Invloed van de EU op welvaart en welzijn Inhoud In deze paragraaf wordt de invloed van de EU op de welvaart en het welzijn in Nederland bekeken. Door de EU is in Nederland meer welvaart en welzijn gekomen, maar (zeker de laatste jaren) wordt de vraag gesteld: worden wij rijker van de EU? Geindigd wordt met een korte omschrijving van het EU-beleid om de welvaartsverschillen binnen de EU te verkleinen. Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je de invloed van de EU op Nederland beschrijven;

kun je beargumenteren of het lidmaatschap van de EU Nederland rijker of armer maakt. Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindterm uit het examenprogramma: 14.4 Het beleid van overheden ten aanzien van welvaart, gezondheid en leefomgeving beschrijven. Introductiefoto De foto toont een bord in het Groningse landschap: voor de herinrichting van Midden-Groningen is een (deel van de) subsidie afkomstig van de EU. De EU steunt projecten in Nederland om achterstandssituaties te verkleinen door te investeren in werk of onderwijs.

http://www.economist.com/news/special-report/21568068-burger-company-may-be-barometer-industry-big-mac-indexhttp://www.economist.com/news/special-report/21568068-burger-company-may-be-barometer-industry-big-mac-indexhttp://www.nrc.nl/interactieve-kaart-economische-crisis-in-de-eu/http://www.nrc.nl/interactieve-kaart-economische-crisis-in-de-eu/

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 29

Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 2 De Europese integratie is gestart vanuit politieke motieven. Juist doordat de politiek niet verder gentegreerd is, staat de economische integratie onder druk. Vraag 3 In deze vraag wordt de nadruk gelegd op de voordelen van de economische integratie, zoals een grotere arbeids- en afzetmarkt. Het is goed om de rode lijn van de actuele discussie kort aan de leerlingen mee te geven. Vraag 4 Bron 3 maakt in n oogopslag duidelijk wat de armere regios zijn en hoe de EU ervoor kiest om deze juist extra te steunen. Vraag 5 Door de toetreding van Polen tot de EU is de Nederlandse handel met Polen toegenomen (zie bron 4). Vraag 9 Idee voor een werkvorm: de sleutelvraag uit deze paragraaf kunt u ook bespreken door leerlingen een zogenoemde opinielijn te laten maken. Of met de hele klas (fysiek) of in groepjes van vier vraagt u de leerlingen hun standpunt in te nemen. Bij de werkvorm opinielijn moet elke leerling met argumenten duidelijk maken aan zijn medeleerling, waarom hij meer of minder voor Europese integratie is. Zorg dat het in de discussie gaat om argumenten en laat op grond daarvan iedereen zijn plaats in de opinielijn verdedigen. Paragraaf 5 De ontwikkeling van Nederland Inhoud Paragraaf 5 van het tweede hoofdstuk van een module is altijd een casusparagraaf, die voor zowel bk-leerlingen als gt-leerlingen geschikt is. Het idee is dat de leerlingen informatie uit bronnen verwerken en uiteindelijk de hoofdvraag van de casusparagraaf beantwoorden. In deze casusparagraaf is dat: hoe heeft de Nederlandse samenleving zich in de afgelopen tijd ontwikkeld? In deze paragraaf wordt de atlas gebruikt. Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je beschrijven hoe de Nederlandse overheid probeert de verschillen te verkleinen in Nederland;

kun je de ontwikkeling in regionale verschillen in welvaart/welzijn beschrijven en aangeven welke verbeteringen mogelijk zijn.

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindterm uit het examenprogramma: 14.1 Welvaart en regionale verschillen in welvaart en gezondheid in Nederland beschrijven en verklaren. Introductiefoto In deze casusparagraaf wordt niet uitgegaan van een introductiefoto, maar u kunt bron 1 hier wel voor gebruiken. Op deze foto wordt bij de grootste supermarkt van Nederland voedsel ingezameld voor de voedselbank.

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA

DOCENTENHANDLEIDING

30 MALMBERG

Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 2 In deze paragraaf wordt de atlas gebruikt en staat de vaardigheid van het selecteren van kaarten uit de atlas centraal. Figuur 1 geeft hiervan een samenvatting. Vraag 3 In deze vraag is de achterliggende geografische vaardigheid: het vergelijken van mensen en gebieden. Dit is een basisvaardigheid voor leerlingen die aardrijkskunde volgen. Vraag 4 Op grond van bronnen in het handboek wordt in deze paragraaf nieuwe informatie aangeboden. Juist door het aflezen van zaken uit grafieken, tabellen en kaarten, leren leerlingen leren. Vraag 6 Ook bij deze vraag met atlasgebruik wordt aan leerlingen gevraagd om met hun al aanwezige kennis de kaarten in de atlas te bestuderen en daarmee te komen tot nieuwe kennis rond (verschillen in) welvaart en welzijn in Nederland. Vraag 9 In deze paragraaf staat niet zozeer een sleutelvraag centraal, maar een onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag is leidend geweest voor de opbouw van deze paragraaf en mondt uit in figuur 3, die een samenvatting geeft van de stof. Paragraaf 6 Examentrainer In de examentrainer testen de leerlingen hun kennis van dit hoofdstuk door middel van opdrachten in de stijl van een eindexamen.

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 31

HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA Inleiding In dit hoofdstuk staan twee zeer verschillende landen centraal: de VS en Nigeria. Deze landen verschillen sterk van elkaar, maar hebben wel met elkaar te maken, onder andere via de productie van voedsel en andere landbouwgewassen. In de eerste drie paragrafen wordt eerst de binnenlandse ongelijkheid in de VS beschreven en verklaard en daarna gekeken naar de invloed van de VS op de wereld. Paragraaf 4 sluit nauw aan op paragraaf 3, met de vraag: is de Amerikaanse boer een concurrent voor de Nigeriaanse boer? Paragraaf 5 en 6 behoren tot de verrijkingsstof (gt) en gaan specifiek over de productie van olie en de gezondheidssituatie in Nigeria. Paragraaf 1 Arm en rijk in de VS Inhoud In deze paragraaf staan de verschillen in welvaart en welzijn in de VS centraal. Eerst wordt ingezoomd op de welvaartsverdeling van dit rijke land met het hoogste bbp van de wereld. Daarna volgt een beschrijving van de welzijnsverschillen tussen staten. Als laatste wordt een verklaring gezocht in politieke, economische en maatschappelijke factoren. Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je verschillen in welvaart binnen de VS beschrijven en verklaren met behulp van inkomen, werk en werkgelegenheid;

kun je verschillen in welzijn binnen de VS beschrijven en verklaren met behulp van onderwijs, gezondheidszorg en voedsel.

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindtermen uit het examenprogramma (cursief alleen voor bk en gt): 15 De kandidaat kan regionale verschillen in welvaart in de Verenigde Staten van Amerika (en Nigeria) beschrijven en verklaren (en de situatie in beide gebieden vergelijken). 15.1 Welvaart en verschillen in welvaart ten aanzien van inkomen, werk en werkgelegenheid binnen de VS (en Nigeria) beschrijven en verklaren (en verschillen tussen beide landen met elkaar vergelijken en verklaren). 15.2 Welzijn en verschillen in welzijn ten aanzien van onderwijs, gezondheid en voedsel binnen de VS (en Nigeria) beschrijven en verklaren (en verschillen tussen beide landen met elkaar vergelijken en verklaren). Introductiefoto Op de foto staat een Amerikaanse vrouw die zich afvraagt of de Amerikaanse droom (van krantenjongen tot miljonair) voor haar misschien verandert in een Amerikaanse nachtmerrie. Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 2 Grote getallen zijn vaak abstracte begrippen voor leerlingen. In deze vraag staat het getal biljoen centraal. U kunt ook met public data van Google de verschillen in bbp visualiseren in een grafiek: www.google.nl/publicdata/explore?ds=d5bncppjof8f9_&hl=nl&dl=nl. Vraag 3 Wijs de leerlingen erop dat in de bron ook het aantal absolute miljonairs per staat is weergegeven. Relatieve getallen maken vergelijkingen mogelijk: zo geeft het brp per hoofd

http://www.google.nl/publicdata/explore?ds=d5bncppjof8f9_&hl=nl&dl=nl

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA

DOCENTENHANDLEIDING

32 MALMBERG

(relatief getal) een beter inzicht in de welvaartsverschillen dan het aantal miljonairs (absoluut getal). Vraag 4 De verschillen in binnenlandse ongelijkheid tussen de VS en Nederland worden in figuur 1 gevisualiseerd. Als in een land meer belasting wordt afgedragen, kan de overheid meer doen voor het armste deel van de bevolking. Vraag 5 Op de website www.census.gov staan gegevens van de Amerikaanse volkstelling, die verschillen laten zien in welzijn tussen staten, etnische groepen enzovoort. Een schat aan gegevens is hier verzameld en wordt onder andere door interactieve kaarten rond verschillende themas zichtbaar gemaakt. Vraag 7 Juist bij een vak als aardrijkskunde wordt gekeken via verschillende dimensies, die telkens op een andere manier hun licht laten schijnen op een verschijnsel. Vraag 8 De sleutelvraag luidt: zijn alle Amerikanen rijk? In het werkboek wordt dit geconcretiseerd aan de hand van de vraag: zijn de VS een rijk land? Na het bestuderen van deze paragraaf kunnen de leerlingen de verschillen in welvaart en welzijn benoemen en verklaren. Paragraaf 2 Landbouw en voedselproductie in de VS Inhoud Deze paragraaf start met een beschrijving van over- en ondervoeding in de wereld (bron 3). Daarna wordt ingezoomd op de VS en het beleid om voldoende, veilig en gezond voedsel te produceren. Afgesloten wordt met de processen die in de landbouw van de VS een rol spelen, waardoor de arbeidsproductiviteit in de verschillende landbouwgebieden van de VS toeneemt. Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je de landbouwproducten die de VS uit- en invoeren beschrijven;

kun je verklaren waarom de VS juist deze producten in- en uitvoeren;

kun je beschrijven of en hoe er genoeg voedsel geproduceerd wordt in de VS;

kun je een beschrijving geven van de voedselproductie en -zekerheid in de VS. Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindterm uit het examenprogramma (cursief alleen voor bk en gt): 15.3 De voedselproductie en de voedselzekerheid in de VS (en Nigeria) beschrijven (en verschillen tussen beide landen met elkaar vergelijken en verklaren). Introductiefoto De foto laat een Amerikaan met overgewicht zien, een van de welvaartsziekten die de VS hard treft. Ongeveer 40% van de Amerikanen heeft overgewicht en de overheid probeert op allerlei manieren dit percentage te laten afnemen.

http://www.census.gov/

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 33

Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 2 Het verschil tussen kwantitatieve honger en kwalitatieve honger wordt vaak geoperationaliseerd met respectievelijk het aantal kilocalorien per dag of de eiwitconsumptie per persoon (zie ook figuur 1). Vraag 3 Wijs de leerlingen nogmaals op het verschil tussen absolute en relatieve cijfers. Alleen relatieve cijfers maken zinvolle vergelijkingen mogelijk. Vraag 5 Op de site www.mensenrechten.org/index.php?id=9 staat informatie over de belangrijkste mensenrechten, die alle met een video worden gellustreerd. Vraag 6 Wijs nadrukkelijk op de verschillende manieren waarin in de VS beleid rond voedsel vorm wordt gegeven. In armere landen liggen andere prioriteiten in het voedselbeleid van de overheid. Vraag 7 Laat de leerlingen relaties leggen tussen bron 2 en figuur 2. Welke algemene regel kunnen ze hieruit aflezen? Vraag 8 Het kerngebied van de landbouw in de VS levert de grootste productie op. In deze vraag wordt de ontwikkeling van het landbouwgebied van voedselgewassen naar handelsgewassen, van lage naar hoge arbeidsproductiviteit geschetst. Vraag 9 De sleutelvraag gaat in op de begrippen die in deze paragraaf aan bod zijn gekomen. Juist door deze begrippen te gebruiken wordt het geleerde in verband gebracht met de sleutelvraag. Paragraaf 3 Wereldwijde invloed van de VS Inhoud Wederom wordt gestart met een beeld op mondiaal niveau van verschillen tussen rijke en arme landen, waarna ingezoomd wordt op de politieke en economische positie van rijke landen. Zij bepalen hoe wereldwijd gehandeld wordt, waarmee de arme landen in een afhankelijke positie terechtkomen. Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je met behulp van verschillende indicatoren de welvaart in de VS vergelijken met de welvaart in andere landen van de wereld;

kun je beschrijven welke economische en politieke invloed de VS heeft op andere landen in de wereld;

kun je de samenhang tussen de politieke en economische invloed beschrijven.

http://www.mensenrechten.org/index.php?id=9

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA

DOCENTENHANDLEIDING

34 MALMBERG

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindtermen uit het examenprogramma (cursief alleen voor bk en gt): 15.1 Welvaart en verschillen in welvaart ten aanzien van inkomen, werk en werkgelegenheid binnen de VS en Nigeria beschrijven en verklaren en verschillen tussen beide landen met elkaar vergelijken en verklaren. 15.2 Welzijn en verschillen in welzijn ten aanzien van onderwijs, gezondheid en voedsel binnen de VS en Nigeria beschrijven en verklaren en verschillen tussen beide landen met elkaar vergelijken en verklaren. Introductiefoto De foto toont noodhulp van de Amerikaanse USAID-organisatie in een Afrikaans land. Meer informatie over USAID kunt u vinden op www.usaid.gov. Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 1 Er is veel discussie over ontwikkelingssamenwerking. Op SchoolTV is hier een uitzending aan gewijd: www.schooltv.nl/eigenwijzer/project/3015701/debat-ontwikkelingshulp/3015707/home. Vraag 1 kan een goede aanleiding zijn om het filmpje in de klas te bekijken en een discussie in de klas te voeren. Op de website www.atlasofeuropeanvalues.eu/new/lesmateriaal.php staat een mooi overzicht van werkvormen die hierbij toegepast kunnen worden. Vraag 2 Door deze opdracht wordt de leerling gedwongen om de tekst nauwkeurig te lezen en op zoek te gaan naar de geleerde begrippen. U kunt eenzelfde soort opdracht geven rond door u uitgekozen krantenberichten. Enerzijds komt daarmee de actualiteit de klas in, anderzijds laat u de leerlingen zien dat het geleerde ook op andere plekken is toe te passen. Vraag 3 U kunt hier een terugkoppeling maken naar paragraaf 1 van het hoofdstuk 2, waar verschillende indicatoren om de welvaart te meten behandeld zijn. Vraag 4 Naast de politieke invloed is de economische invloed van de VS ook erg groot (zie volgende vraag). Vaak is er een wisselwerking tussen de politieke en economische maatregelen. Vraag 5 Op dit moment leven we nog steeds in een wereld van staten, maar de invloed van supranationale organisaties als de VN of juist multinationals laat zien dat de belangrijkste beslissingen niet meer nationaal, maar internationaal worden genomen. Vraag 8 U kunt hier ook een extra opdracht geven: laat leerlingen voor een land in Afrika een aantal vragen onderzoeken. Is er exportlandbouw in dit land? Van welke landen krijgt het land ontwikkelingshulp? Wordt het land politiek of economisch geholpen door de VS (of een ander rijk land)? Vraag 9 De sleutelvraag kan eventueel verder gepreciseerd worden door te vragen: worden de landen rijker van de VS? Soms krijgen landen ontwikkelingshulp van de VS, waardoor ze rijker worden. Doordat de VS echter goedkoop producten op de wereldmarkt dumpen, worden andere landen armer, omdat hun eigen producten minder opbrengen.

http://www.usaid.gov/http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/project/3015701/debat-ontwikkelingshulp/3015707/home/http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/project/3015701/debat-ontwikkelingshulp/3015707/home/http://www.atlasofeuropeanvalues.eu/new/lesmateriaal.php

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA

DOCENTENHANDLEIDING

MALMBERG 35

Paragraaf 4 Landbouw in de VS en Nigeria Inhoud In paragraaf 2 is de landbouw in de VS behandeld. In paragraaf 3 is gekeken naar de invloed van de VS op landen in de wereld. In deze paragraaf staat de landbouw in Nigeria centraal en de wijze waarop deze sector benvloed wordt door de VS. Nadat een beschrijving is gegeven van de landbouw in Nigeria, wordt ingegaan op de invloed van de rijke landen op de landbouw door hun landbouwbeleid, handelsbeleid en de wereldwijd opererende multinationals. Besloten wordt met het benoemen van een aantal positieve ontwikkelingen. Leerdoelen Aan het einde van deze paragraaf:

kun je beschrijven welke invloed de VS hebben op de voedselproductie in West-Afrika;

kun je verklaren hoe de landbouwproductie in de VS de voedselproductie in West-Afrika benvloedt, met name in Nigeria;

kun je een mening formuleren over de wijze waarop de voedselproductie in de VS en Nigeria is georganiseerd.

Eindtermen De leerdoelen horen bij de volgende eindterm uit het examenprogramma: 15.4 De positie van de VS en Nigeria op de internationale markt voor voedsel en agrarische grondstoffen beschrijven en verschillen tussen beide landen vergelijken en verklaren. Introductiefoto De foto toont landbouw in een oase in Nigeria, waar de mensen (niet de machines) nog op het land werken en waar het vervoer nog met ossen plaatsvindt. U kunt er ook voor kiezen om een foto van gemechaniseerde landbouw in de VS te tonen en met de leerlingen te praten over de verschillen tussen deze fotos. Zie bijvoorbeeld www.flickr.com/photos/xenithorg/52927382. Toelichting bij vragen uit het werkboek Vraag 1 Deze vraag grijpt ook terug op kennis uit de onderbouw. Vraag 2 Centraal staat het verschil tussen voedselgewassen en handelsgewassen. Het heeft, zeker in een arm land, veel invloed op het leven in een gebied of er voedselgewassen of handelsgewassen worden verbouwd. Vraag 4 De exportlandbouw is vaak in handen van rijkere boeren of multinationals, die de mogelijkheid hebben om te investeren in de landbouw. De kleine boeren zijn ook hier de verliezers. Vraag 5 In deze vraag wordt de afhankelijkheid van een arm land duidelijk gemaakt met een concreet voorbeeld. Moeiteloos zijn binnen Afrika andere voorbeelden te vinden, zoals www.cmo.nl/epa/pdf/bron_2_eutomaten_concurreren_met_ghanese_tomaten_nl.pdf over de tomatenteelt in Ghana.

http://www.flickr.com/photos/xenithorg/52927382/http://www.cmo.nl/epa/pdf/bron_2_eutomaten_concurreren_met_ghanese_tomaten_nl.pdf

3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA

DOCENTENHANDLEIDING

36 MALMBERG

Vraag 7 Op de site van Max Havelaar (www.maxhavelaar.nl) komen boeren aan het woord, die de betekenis van fairtrade voor hun eigen leven uitleggen. Ook wordt uitgelegd waar het keurmerk voor staat en welke campagnes op dit moment een rol spelen. Vraag 9 In deze vraag wordt van leerlingen een standpunt gevraagd over een aantal stellingen. Zorg dat bij het innemen van de standpunten de aangereikte stof een plek krijgt. Leerlingen maken een zogenaamde opinielijn om hun standpunt duidelijk te maken. Of met de hele klas (fysiek) of in groepjes van vier vraagt u de leerlingen hun standpunt in te nemen. Door gebruik te maken van de werkvorm opinielijn moet elk