1976/12 1976/12 cultuur 551 jan grandia cultuur en onderwijs 560 lou lichtveld cultuur en arbeid 573

Download 1976/12 1976/12 Cultuur 551 Jan Grandia Cultuur en onderwijs 560 Lou Lichtveld Cultuur en arbeid 573

Post on 28-Feb-2021

1 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

  • tIl ::J ::J (1) ::J Q)

    :J 0- IJl (1)

    "C o ;:;: C;;' 7'

    1976/12

    Cultuur

    551 Jan Grandia Cultuur en onderwijs

    560 Lou Lichtveld Cultuur en arbeid

    573 H, Hoefnagels SJ De noodzaak van een andere waardering van de arbeidsprestatie

    584 Ruut Veenhoven Waarheen met het huwelijk?

    593 Boekbespreking

    socialisme en democratie, nummer 12, december 1976 549

  • Biografische notities

    Dr. J. Grandia is projectleider van het project Onderwijs en Sociaal milieu te Rotterdam .

    Lou Lichtveld is als auteur bekend onder de pseudoniem Albert Helman.

    Prof. dr. H. Hoefnagels SJ studeerde filosofie en sociologie in Nijmegen en Leuven; is sinds 1969 buitengewoon hoogleraar met de leeropdracht 'Normatieve maatschappij' te Nijmegen en hoogleraar te Antwerpen met de leeropdracht 'Sociolog ie'.

    Drs. Ruut Veenhoven is medewerker aan de sociale faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Dit nummer is vrijwel geheel gewijd aan het onderwerp cultuur, en wel in de zin van verschuivende normen en waarden in onze maatschappij . In een viertal artikelen komen hier aan de orde de verschuivende normen en waarden m.b.t. onderwijs, arbeid, arbeidsethos en huwelijk. Op een aantal aspecten komen we in de volgende nummers terug .

    De redactie

    550 socialisme en democratie, nummer 12, december 1976

  • Jan Grandia

    Cultuur en onderwijs

    Inleidende opmerkingen

    ' ... en ieder mens onderrichten in alle wijsheid' - brief aan Kolossensen 1 : 28

    'Het leven is meer dan het voedsel' - Evangelie naar Lucas 12 : 23

    De boven dit artikel geplaatste motto's zijn niet bedoeld als diepzinnige verfraaiing. Noch minder is de intentie om evangelisatie te bedrijven, hoewel, wanneer dit duidelijk wordt gesteld, het op zichzelf legitiem kan zijn. Het eerste motto heeft namelijk tot strekking indirect er op te wijzen dat de in onze partij levende gedachte van de gelijkwaardigheid der mensen reeds in een brief van 2000 jaar geleden tot uiting is gebracht (de historische wortels van het socialisme blijken van Bijbelse oorsprong te zijn). ' Het tweede motto is gekozen daar bijna twintig eeuwen geleden is verwoord dat het leven meer is dan het materiële bestaan. Zaken als religie, kunst, wetenschap, onderwijs, milieubescherming, zijn belangrijker dan de vaatwasmachine, de diversiteit van make-up artikelen of brede autowegen (om het eens wit-zwart te stellen).2

    Met het vorenstaande wordt niet gesuggereerd als zouden sociale wetgeving, gezondheidszorg, woningbouw, enzovoort onbelangrijke zaken zijn . Wel houdt het vorenstaande de verborgen vraag in of de gestegen welvaart en meer sociale zekerheid - waardoor in onze maatschappij geen absolute armoede meer is maar wel sprake kan zijn van relatieve armoede in vergelijking met meer welgestelden en/of mede ten gevolge van een bepaald bestedingspatroon - de mensen 'gelukkiger' hebben gemaakt.3

    Voorts heeft het tweede motto tot strekking eens kritisch onze samenleving te bezien. Wel zijn, met het pauperdom, de bedelaars verdwenen die in de twintiger jaren hun vaste standplaats in bepaalde winkelstraten hadden. Eveneens zijn verdwenen de verkapte bedelaars; de oude vrouwtjes en mannetjes die, bij gebrek aan regelmatige inkomsten, met een doosje lucifers of een paar schoenveters langs de huizen ventten om letterlijk in hun nooddruft te voorzien.4

    Het kapitalistisch produktie- en consumptiesysteem heeft de honger uitgebannen, 'de kleine man' een auto bezorgd, vakantiereizen naar het buitenland voor velen mogelijk gemaakt, de technische apparatuur in onze woningen gebracht waardoor

    socialisme en democratie, nummer 12, december 1976 551

    (') c ;;: c c ...

  • wij - hetgeen het leven niet weinig veraangenaamt - centrale verwarming hebben, over warm en koud water beschikken, per telefoon onze afspraken kunnen maken, door radio en televisie met de wereld zijn verbonden half liggend op de drie- of vierzitsbank in onze huiskamer.5

    Het kapitalisme heeft evenwel, behalve de materiële welvaart, ook 'geproduceerd' structurele werkloosheid, uitzichtloosheid voor jongeren die de school of universiteit verlaten en geen emplooi kunnen vinden, energieschaarste, milieuvervuiling.6

    Met al ons technisch kunnen, zijn wij klaarblijkelijk onmachtig de aarde 'leefbaar' te maken en te houden voor allen ongeacht ras of huidskleur.7

    Wij zijn als Midas uit de Griekse mythe geworden. Alles wat wij aanraken wordt goud; alles wordt in geld omgezet en in geld gewaardeerd.8

    Zal het socialisme bij machte zijn, gezien de zorgvolle situatie waarin wij verkeren, een hoopvoller toekomstvisie voor de jeugdigen van nu te ontwikkelen?9 Gezien de politieke, economische en culturele situatie waarin wij terecht zijn gekomen is de 'rebelse', 'doordrammerige' en 'onredelijke' houding van jongeren, hetzij in het buurtwerk, een onderwijsinstelling, vakbond .of omroep, begrijpelijk. Het obstinatisme van de jongeren is er niet om 'mee te leren leven' maar moet onderkend worden als horzelsteken om ons aan te zetten fundamentele veranderingsprocessen in de maatschappij in gang te zetten mede om de wat stoffig geworden idealen van de Franse revolutie op te poetsen.'o

    Cultuur

    Zowel Van Peursen als Fortmann zijn op deugdelijke gronden van mening, dat in onze tijd het begrip cultuur een wijdere strekking heeft gekregen . Vandaar dat het niet meer relevant wordt geacht om vanuit een bepaald cultuurbegrip onderscheid te maken tussen: natuurvolken die, gezien ons niveau van civilisatie, in primitieve omstandighp,den leven; en cultuurvolken, die zeggen over een hoog ontwikkelde beschaving te beschikken."

    Voorts wordt de tegenstelling tussen civilisatie en cultuur als gekunsteld beschouwd daar met civilisatie de technische aspecten van onze maatschappij wordt aangeduid en met cultuur de geestelijke waarden, die onze samenleving bepalen. In theoretische modellen is met deze onderscheiding wel tè werken maar voor een te voeren cultuurbeleid is deze moeizamer te hanteren.'2 Verder hebben cultuursociologisch en cultuurpsychologisch

    552 socialisme en democratie, nummer 12, december 1976

    (') c ;::;- c c ...,

  • (') c ;::;' c c ....

    onderzoek het inzicht versterkt dat het aangebrachte onderscheid tussen 'natuurvolken' en 'cultuurvolken' niet van wezenlijke betekenis moet worden geacht. Vandaar dat ook betwijfeld moet worden of het nog wel zinnig is te spreken van 'primitieve volken' en 'geciviliseerde volken'.13 Onder de zogenaamde 'primitieve volken' is namelijk eveneens sprake van een rijk geschakeerd cultuurpatroon, waarin technische verworvenheden en geestelijke waarden met elkaar zijn vervlochten. Het dagelijks leven wordt bepaald door jacht en landbouw, het bouwen van hutten en het vervaardigen van werktuigen, de erotiek en de inwijdingsriten, geboorte en dood, religieuze gebruiken en vervoeringen, kunstzinnige expressie, zang en dans.14

    Voornoemde herwaardering hebben ertoe geleid dat in onze tijd aan het begrip Cultuur een dynamischer strekking wordt gegeven. Cultuur heeft betrekking op het dagelijks leven van de mens dat in velerlei vormen zijn neerslag vindt in voedselverwerving en onderdak, creativiteit en receptiviteit, ontwikkeling en ontspanning, actie en protest. 15

    Cultuur is derhalve geen statisch gegeven maar een continue ontwikkeling in het groepsleven van de mens, die mede wordt beïnvloed en bepaald door economische verhoudingen en maatschappelijke situaties. Vandaar dat Van Peursen spreekt over 'Strategie van de Cultuur'.16 Dat voor kort cultuur als een meer statisch begrip is opgevat én omschreven komt mede door de traditie zodat culturele verworvenheden worden overgedragen van de ene op de andere generatie. Daarbij hebben niet alleen de taal, het schrift en het beeld een belangrijke rol gespeeld maar evenzeer (zie Metabletica van Van den Berg) maatschappelijke situaties, die voor het groepsleven bepalend zijn geweest.17

    De culturele verworvenheden en de cultuuroverdracht van de volwassen generatie op de jeugdigen hebben de mens bevrijd van zijn mythische wereld, die voor hem ondoorzichtig, onhanteerbaar en vol bedreiging was. Wetenschap en techniek hebben veel, van wat raadselachtig en bedreigend was, ontsluierd en geneutraliseerd. 18

    In deze beknopte studie, waarin de verhouding tussen cultuur en onderwijs zeer summier wordt verkend, is uitgegaan van de visie van Han Fortmann neergelegd in zijn studie 'Inleiding tot de cultuurpsychologie'. Deze visie is als volgt omschreven: 'Een cultuur is echt in de mate waarin zij de individuen de kans biedt om hun eigen persoonlijke mogelijkheden te realiseren en om hun voornaamste creatieve en emotionele behoeften te bevredigen. Het individu is in zo'n cultuur doel en niet alleen maar middel'.19

    Deze omschrijving van Fortmann, hoewel onvoldoende exact

    socialisme en democratie, nummer 12, december 1976 553

    (') c ;::;' c c ....

  • geformuleerd, ondersteunt de socialistische visie van de gelijkwaardigheid der mensen, biedt tevens een werkmodel voor een te voeren onderwijsbeleid en houdt voorts een waarschuwing in tegen een politiek beleid, waarin de mens als middel wordt ingezet om structu.Jrwijzigingen in de maatschappij door te voeren en niet als doel op zichzelf wordt beschouwd.20

    Onderwijs

    Als wij spreken of schrijven over het onderwijs dan denken wij in de eerste plaats aan het functioneren van ons schoolwezen. Het schoolwezen heeft namelijk