Langer werken voor minder pensioen, maar niet voor iedereen

Download Langer werken voor minder pensioen, maar niet voor iedereen

Post on 11-Jan-2017

212 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

  • Langer werken voor minder pensioen, maar niet voor iedereen ...

    Studiedienst PVDA | Kim De Witte

    1. Langer werken voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen...............................2A. Wettelijk pensioen en inkomensgarantie voor ouderen naar 67 jaar...........................................2B. Vervroegd pensioen naar 63 jaar, vanaf 42 jaar dienst................................................................3C. Overlevingspensioen vanaf 55 jaar.............................................................................................3

    2. Langer werken voor parlementairen?.......................................................................4A. Wettelijk pensioen vanaf 55 jaar.................................................................................................4B. Vervroegd pensioen vanaf 52 jaar, zonder loopbaanvoorwaarde................................................5C. Overlevingspensioen zonder leeftijdsvoorwaarde......................................................................5

    3. Minder pensioen voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen............................5A. Volledig pensioen na 45 jaar.......................................................................................................5B. Afbouw pensioenbonus, gelijkgestelde periodes, ambtenarenpensioen en gezinspensioen.......5C. Concrete voorbeelden..................................................................................................................6

    4. Minder pensioen voor parlementairen?....................................................................7A. Volledig pensioen na 20 of 36 jaar..............................................................................................7B. Opbouw pensioenrechten na beindiging mandaat.....................................................................7C. Vier voorbeelden: Michel, De Wever, van Quickenborne en Bacquelaine.................................8

    5. Besluit........................................................................................................................9

    Samenvatting

    De Kamer van Volksvertegenwoordigers stemt binnenkort de optrekking van de wettelijkepensioenleeftijd naar 67 jaar. De vervroegde pensioenleeftijd wordt 63 jaar, op voorwaarde datmen 42 jaar gewerkt heeft. De minimale leeftijd voor het overlevingspensioen wordt 55 jaar.Eerder dit jaar stemde de Kamer de afschaffing van de pensioenbonus, waardoor iedereen die actiefblijft tot 67 jaar exact 187,16 euro pensioen per maand zal verliezen. Het regeerakkoord voorzietook nog in een aantal andere maatregelen die het recht op wettelijk pensioen afbouwen: geen rechtop pensioen meer bij bepaalde vormen van loopbaanonderbreking en tijdskrediet, geengezinspensioen meer zoals wij dat vandaag kennen en sterke afbouw van het ambtenarenpensioen.

    Volksvertegenwoordigers die in de Kamer of in een ander Belgisch parlement zetelden vr 1 juni2014, kunnen met pensioen gaan vanaf 55 jaar en met vervroegd pensioen vanaf 52 jaar. Er isgeen loopbaanvoorwaarde voor het vervroegd pensioen (een volksvertegenwoordiger kan ditaanvragen, onafhankelijk van het aantal jaren dienst). Het overlevingspensioen wordt toegekend aanalle overlevende partners, zonder minimumleeftijd. Dit staat allemaal in het internpensioenreglement van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Het pensioen vanaf 55 jaar is vantoepassing voor bijna al onze huidige Volksvertegenwoordigers (iedereen die een mandaat heeftvr 1 juni 2014, dit is de overgrote meerderheid).

    Volksvertegenwoordigers die n parlementair mandaat achter de rug hebben (in n van deBelgische parlementen), hebben vandaag al 1.569 euro per maand aan pensioen opgebouwd

    Studiedienst PVDA | 2 juli 2015 1

  • (ongeveer twee derde van onze volksvertegenwoordigers heeft n of meerdere parlementairemandaten achter de rug). Volksvertegenwoordigers die twee mandaten achter de rug hebben, hebbenvandaag al 3.138 euro per maand aan pensioenrechten opgebouwd. Met drie mandaten hebben ze4.707 euro per maand aan pensioenrechten opgebouwd. En met vier mandaten 5.379 euro permaand.

    Deze pensioenrechten zijn bovendien cumuleerbaar met rechten die Volksvertegenwoordigersopbouwen als burgemeester of schepenen in een gemeente, als advocaat, arts, werknemer, in depriv. Door die cumulatie komen veel volksvertegenwoordigers in de feiten aan hetmaximumpensioen als ambtenaar van 6.283 euro per maand (maximum in 2015, dat nog zal stijgenin de toekomst). Een grote groep van Volksvertegenwoordigers zal dit pensioen kunnen opnemenvanaf 55 jaar (of 52 jaar, indien men kiest voor het vervroegd pensioen). Dit staat in schril contrastmet het gemiddeld pensioen van een werknemer, dat rond de 1.050 euro per maand ligt.

    De optrekking van de pensioenleeftijd tot 67 jaar is blijkbaar niet aan de orde voor onzeVolksvertegenwoordigers. Waarom dan wel voor ons? Voor de PVDA versterkt het specialepensioenregime voor parlementairen het feit dat de beslissing om de pensioenleeftijd op te trekkentot 67 jaar onrechtvaardig, onlogisch en volkomen onnodig is. De maatregel is onrechtvaardig,omdat de levensverwachting in goede gezondheid in Belgi vandaag onder de 65 jaar ligt. Demaatregel is ook onlogisch: waarom langer werken terwijl zoveel jongeren werkloos zijn? Demaatregel is ten slotte onnodig, want onze pensioenen zijn perfect betaalbaar. Volgens deverwachtingen van de Studiecommissie voor de vergrijzing, zullen we in 2060 een even grootpercentage van de nationale rijkdom (het bbp) voor onze pensioenen uitgeven als landen alsOostenrijk en Frankrijk vandaag al doen. Dat is dus wel perfect haalbaar.

    1. Langer werken voor werknemers, ambtenaren enzelfstandigen

    Het wetsontwerp van 17 juni 2015 verhoogt de wettelijke leeftijd , verstrengt de voorwaarden voorde toegang tot het vervroegd pensioen en trekt de minimumleeftijd voor het overlevingspensioenop.

    A. Wettelijk pensioen en inkomensgarantie voor ouderen naar 67 jaar

    Het wetsontwerp verhoogt de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen en voor de inkomensgarantievoor ouderen (IGO) (zie de artikelen 2, 12 en 28, 1 van het wetsontwerp).

    De leeftijd stijgt naar 66 jaar vanaf 2025 en naar 67 jaar vanaf 2030. De regering wil bovendien depensioenleeftijd eventueel nog verder laten stijgen in de toekomst, boven de leeftijd van 67 jaar, infunctie van de stijging van de levensverwachting (zie punt 2.1.2 van het regeerakkoord).

    Naast de wettelijke pensioenleeftijd, verhoogt ook de leeftijd waarop ouderen recht hebben om deinkomensgarantie aan te vragen. De inkomensgarantie voor ouderen is het recht op een uitkering, naeen bestaansmiddelenonderzoek. Dit recht was toegankelijk vanaf de leeftijd van 65 jaar. Het wordtnu toegankelijk vanaf de leeftijd van 67 jaar (zie artikel 16 van het wetsontwerp).

    Studiedienst PVDA | 2 juli 2015 2

  • B. Vervroegd pensioen naar 63 jaar, vanaf 42 jaar dienst

    Het vervroegd pensioen wil de regering verder optrekken naar 62,5 jaar vanaf 2017 en 63 jaar vanaf2018 (zie de artikelen 2, 18 en 28, 5).

    Niet alleen de leeftijd, maar ook de loopbaanvoorwaarde voor vervroegd pensioen wordtopgetrokken. Op vervroegd pensioen gaan vanaf 63 jaar is vanaf 2019 slechts mogelijk indien meneen loopbaan heeft van minstens 42 jaar. Drie op de vier vrouwen en n op de vier mannen komenechter niet aan een loopbaan van 42 jaar, gelijkgestelde periodes inbegrepen1 (zie grafiek 1hieronder). Zij zullen verplicht zijn om te werken nog na de leeftijd van 63 jaar, in voorkomendgeval tot 67 jaar.

    Grafiek 1 Loopbaanjaren van huidige gepensioneerden2

    Wie 43 jaar gewerkt heeft, kan met vervroegd pensioen gaan op 61 jaar. Wie 44 jaar gewerkt heeft,kan met vervroegd pensioen gaan op 60 jaar. Het is deze uitzondering die de minister vanPensioenen, Danil Bacquelaine (MR), toevoegde na het protest tegen de optrekking van depensioenleeftijd. Acht op tien vrouwen en vier op tien mannen komen echter niet aan een loopbaanvan 44 jaar (zie grafiek 1).

    C. Overlevingspensioen vanaf 55 jaar

    Vanaf 2025 zal de leeftijd vanaf dewelke het overlevingspensioen wordt toegekend, verderopgetrokken worden naar 55 jaar, aan een ritme van n jaar per kalenderjaar (zie de artikelen 9, 21en 34 van het wetsontwerp). Vanaf 2030 is de minimale leeftijd om recht te hebben opoverlevingspensioen dus gelijk aan 55 jaar, dat is vijf jaar meer dan de huidige leeftijd van 50 jaar.

    1 Zie J. BERGHMAN, H. PEETERS en A. MUTSAERTS, De pensioenbescherming in Belgi: overzicht en uitdagingen, in P. DHOINE en B.PATTYN (eds.), Over de grenzen en generaties heen XXI Lessen voor de eenentwintigste eeuw, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2012, p. 111(zie http://soc.kuleuven.be/ceso/pensioenbeleid/downloads/Lessen%2021e%20Eeuw%202012%20-%20Berghman%20ea.pdf).2 Zie J. BERGHMAN, H. PEETERS en A. MUTSAERTS, De pensioenbescherming in Belgi: overzicht en uitdagingen, in P. DHOINE en B.PATTYN (eds.), Over de grenzen en generaties heen XXI Lessen voor de eenentwintigste eeuw, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2012, p. 111(zie http://soc.kuleuven.be/ceso/pensioenbeleid/downloads/Lessen%2021e%20Eeuw%202012%20-%20Berghman%20ea.pdf).

    Studiedienst PVDA | 2 juli 2015 3

    http://soc.kuleuven.be/ceso/pensioenbeleid/downloads/Lessen%2021e%20Eeuw%202012%20-%20Berghman%20ea.pdfhttp://soc.kuleuven.be/ceso/pensioenbeleid/downloads/Lessen%2021e%20Eeuw%202012%20-%20Berghman%20ea.pdf

  • 2. Langer werken voor parlementairen?A. Wettelijk pensioen vanaf 55 jaar

    Het wettelijk pensioen voor parlementairen wordt geregeld door een intern reglement, aangenomendoor de Algemene Vergadering van de Kamer van 8 december 1983 en laatst gewijzigd door deAlgemene Vergadering van 4 juli 2013.

    De Kamerleden beschikken over een eigen pensioenkas (vzw Pensioenkas voorVolksvertegenwoordigers). De kas wordt gespijsd door:

    een persoonlijke bijdrage van de parlementairen, gelijk aan 8,5% van de parlementairebasisvergoeding;

    subsidies van het budget van de Kamer, gelijk aan 14,5 miljoen euro per jaar (cfr. budgetvan de Kamer);

    transfers tussen de pensioenkassen van de verschillende parlementen (elk mandaat in nvan de Belgische parlementen wordt mee in rekening gebracht voor de opbouw van het rechtop pensioen als Kamerlid).

    De Pensioenkas van de Kamer betaalt momenteel een pensioen aan een 600-tal ex-Kamerleden. Hetgaat in totaal over ongeveer 17 miljoen euro per jaar. De reserves in de kas zijn gelijk aan 64miljoen euro. Het systeem wordt vooral gefinancierd door de subsidies die komen uit het budgetvan de Kamer (14,5 miljoen euro per jaar).

    Iedereen die lid is geweest van de Kamer heeft recht op een rustpensioen (artikel 3 lid 1 van hetintern reglement). Het rustpensioen kan worden opgevraagd vanaf 55 jaar voor alle leden die lidzijn geweest van de Kamer of van een ander parlement in Belgi vr 1 juni 2014 (artikel 3 lid 2van het intern reglement en punt 5 van de interne nota). Het kan worden opgevraagd vanaf 62 jaarvoor alle leden die lid zijn van de Kamer of van een ander parlement in Belgi sinds 1 juni 2014(artikel 3 lid 3 van het intern reglement).

    Bij pensionering op 55 jaar heeft het parlementslid enkel recht op dat deel van zijn of haar pensioendat werd opgebouwd vr 1 juni 2014, tenzij het parlementslid reeds op die datum de leeftijd van55 jaar heeft bereikt of 20 jaar parlementair mandaat achter de rug heeft (artikel 3 lid 4 van hetintern reglement). De uittredingsvergoeding van de Volksvertegenwoordiger wordt meegerekend inde diensttijd (artikel 7 lid 2 van het intern reglement).

    Van de huidige Volksvertegenwoordigers in de Kamer heeft bijna iedereen een mandaat beginnendevr 1 juni 2014 (de laatste lichting dateert van 25 mei 2014, zie samenstelling Kamer 3). Zij mogendus allemaal met pensioen gaan vanaf 55 jaar. Het pensioen dat degenen die pas sinds mei 2014 inde Kamer zitten kunnen opvragen, zal evenwel beperkt zijn.

    Maar 95 van de 150 kamerleden hebben reeds n of meerdere mandaten voltooid in de Kamer ofeen ander Belgisch parlement vr 1 juni 2014. Het pensioen dat zij kunnen opvragen vanaf 55 jaarzal aanzienlijk zijn (zie verder).

    3 http://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/depute&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/depute/cvlist.cfm

    Studiedienst PVDA | 2 juli 2015 4

  • B. Vervroegd pensioen vanaf 52 jaar, zonder loopbaanvoorwaarde

    Voor alle Volksvertegenwoordigers die al in n van de Belgische parlementen zetelden vr 1 juni2014, is er ook een recht op vervroegd pensioen vanaf 52 jaar. In dat geval zal het bedrag van hetpensioen worden verminderd met 5 procent per jaar vervroeging. Dat is dus een vermindering van 5procent voor wie op 54 jaar met pensioen gaat, van 10 procent voor wie op 53 jaar met pensioengaat en van 15 procent voor wie op 52 jaar met pensioen gaat (artikel 4bis lid 1 van het internreglement).

    De vermindering bij vervroegde pensionering is niet van toepassing voor wie minstens 8 jaarmandaat telt (artikel 4bis lid 2 van het intern reglement). Voor de pensioenrechten die zijnopgebouwd na 1 juni 2014, is er geen vervroegde opname mogelijk, tenzij de betrokkenen op 1 juni2014 reeds 20 jaar mandaat telden (artikel 4bis leden 3 en 4). De periode tijdens dewelke deVolksvertegenwoordiger een uittredingsvergoeding ontvangt, telt mee in de berekening van die 8 of20 jaar (artikel 7 lid 2 van het intern reglement).

    C. Overlevingspensioen zonder leeftijdsvoorwaarde

    De overlevende echtgeno(o)t(e) van een lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft bijoverlijden van het parlementslid recht op een overlevingspensioen. In tegenstelling tot de regelingbij werknemers, ambtenaren en zelfstandigen, is er geen minimumleeftijd voorzien (artikel 11 vanhet intern reglement).

    De idee dat de overlevende echtgeno(o)t(e) tot aan de leeftijd van 55 jaar nog in zijn of haar eigenlevensonderhoud kan voorzien, is blijkbaar niet van toepassing op weduwen of weduwnaars vanparlementsleden.

    3. Minder pensioen voor werknemers, ambtenaren enzelfstandigenA. Volledig pensioen na 45 jaar

    Een werknemer en een zelfstandige hebben een volledig pensioen na 45 loopbaanjaren. Voor elkgewerkt jaar bouwen zij volgende pensioenrechten op: het loon of beroepsinkomen gedeeld door 45en vermenigvuldigd met 60% (voor alleenstaanden). Voor elk jaar wordt 1/45ste pensioenrechtgenoteerd. Pas na 45 jaar hebben een werknemer en een zelfstandige dus een volledig pensioen. Datis gelijk aan 60% van hun gemiddelde inkomen.

    Een ambtenaar heeft ook pas een volledig pensioen na een loopbaan van 45 jaar. Er zijnuitzonderingen (bij...