uitvoeringsplan amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

76
Uitvoeringsprogramma 2010 - 2011 Voor een stad in balans

Upload: i-bannenberg

Post on 09-Mar-2016

235 views

Category:

Documents


0 download

DESCRIPTION

Uitvoeringsplan Amsterdamse Wijkaanpak DMO Amsterdam

TRANSCRIPT

Page 1: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

uitvoeringsprogramma 2010 - 2011Voor een stad in balans

Page 2: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011
Page 3: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

uitvoeringsprogramma 2010 - 2011Voor een stad in balans

Page 4: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Voorwoord

Amsterdam zet de wijkaanpak onder het motto ‘Krachtige mensen, Krachtige buurten, Krachtige uitvoering’ onverminderd voort. Extra inzet van vele partijen voor een aantal buurten in onze stad blijft onverminderd nodig. Het gaat namelijk nog steeds niet goed genoeg met een deel van onze burgers en onze buurten, ook niet na bijna twee jaar Amsterdamse wijkaanpak. Dat is ook niet verwonderlijk: het gaat namelijk over hardnekkige gestapelde problemen van individuele en groepen burgers die geconcentreerd in bepaalde buurten bij elkaar komen. Een kleine twee jaar is te kort om substantieel en robuust de wijkaan­pakbuurten in een spiraal omhoog te brengen. Daarom is de looptijd van de wijkaanpak tien jaar. De grootste problemen in de Amsterdamse wijk­aanpakbuurten zijn armoede, werkloosheid, gebrek aan integratie en de kansarme situatie waar veel kinderen zich in bevinden. met mij vindt het College van burgemeester en Wethouders het niet acceptabel dat kinderen en volwassenen in bepaalde buurten een aanzienlijk grotere kans hebben op problemen en een aanzienlijk kleinere kans op mogelijkheden dan hun stadgenoten in andere buurten. De kwaliteit van de woonomgeving en de leefbaarheid in deze buurten zijn veel minder dan in andere buurten, de woningen zijn kleiner, slechter en gehoriger. meer mensen voelen zich er ongezond. In deze buurten staan meer zwakke scholen, meer kinderen gaan naar het VmbO, meer jongeren maken hun school of vervolgopleiding niet af en meer mensen zijn arm in deze buurten. Ruimtelijk gesegregeerde kansen en achterstanden willen we niet in onze stad. Diverse, van elkaar verschillende karak­teristieke buurten waar mensen graag wonen, werken en komen; waar de plek waar je woont van positieve invloed is op de kansen in het leven. Dát willen we voor iedereen en voor alle buurten in de stad.

2

Page 5: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Daarom maken we onderscheid in waar we onze inspanningen het eerst verrichten en waar we beleid en middelen geconcentreerd inzetten. De wijkaanpak is een voorrangsregeling voor de betreffende buurten. Deze voorrangsregeling wordt geïntensiveerd de komende jaren en zal voor steeds meer stedelijke programma’s, maar ook voor capaciteitsafwegingen gaan gelden. Simpelweg omdat het nodig is. Ik ver­wacht (en weet) dat onze natuurlijke partners in de buurten, de Amsterdamse corporaties, hetzelfde doen. Wij en onze coalitiegenoten in de wijkaanpak, de Amsterdamse corporaties, de Amsterdamse bewoners en ondernemers, de Amsterdamse stadsdelen, en vele anderen, hebben ons aan elkaar verbonden voor de verwezenlijking van dit doel. We bemoeien ons met de stad en met elkaar, we spreken elkaar aan, we vragen elkaars steun en gebruiken elkaar bij het zoeken naar oplossingen. Jouw probleem is ook mijn verantwoor­delijkheid en omgekeerd. Dit is door de economische crisis nog pregnanter geworden. De negatieve gevolgen zullen juist in onze wijkaanpakbuurten en door de mensen die daar wonen gevoeld gaan worden. Representanten van onze coalitiegenoten komen in dit tweede Amsterdamse uitvoeringsprogramma aan het woord. Gezamenlijk zien we de urgentie van de wijkaanpak, benutten we de kansen beter en delen en ontwikkelen we de methodiek. Samen blijven we ervoor zorgen dat de Amsterdamse wijkaanpak een krachtige aanpak is die werkt! In deze tweede programmaperiode zal nog sterker de coalitie gezocht gaan worden met het onderwijs­ en welzijnsveld. Intern binnen de gemeente worden de banden tussen de wijkaanpak en de instanties die zich bezig houden met integratie, participatie, werk en armoede op buurtniveau geïntensiveerd. Opdat het meedoen aan de maatschappij daar begint waar de

drempel voor onze burgers het laagst is: in de eigen leefomgeving. Voor u ligt het tweede Amsterdamse uitvoerings­programma (AuP). Ook de buurtuitvoerings­programma’s zijn geactualiseerd. Ik hoop dat beide de krachten in de buurten in beweging houden die al in gang gezet zijn en nieuwe krachten in werking zetten. Zodat we over een tijd in Amsterdam echt Krachtige (want robuuste) buurten hebben waar Krachtige (want zelfredzame en in zichzelf vertrouwende) mensen wonen. De ambitie is hoog, maar wanneer wij allen (de gemeente en al onze coalitiepartners) Krachtig in blíjven zetten op de uitvoering heb ik er alle vertrouwen in dat dat gaat lukken!

Freek Ossel Wethouder Wijkaanpak Gemeente Amsterdam

Voorwoord

3

Page 6: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011
Page 7: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Inhoud

Voorwoord Freek Ossel, wethouder Wijkaanpak 2Leeswijzer 7

Uitvoeringsprogramma 2010 - 2011 Interviews en Iconen

8 Noorderparkkamer 10 Javastraat HOOFdstUk 1Bijna 2 jaar Amsterdamse wijkaanpak 121.1 Veranderendeomstandigheden 14 14 FatimaElatik,stadsdeel Zeeburg 1.2 StaatvandeAandachtswijkennabijna 16 tweejaarWijkaanpak 18 18 PieterdeJong, Ymere 1.3 Ontwikkelingsbeeldwijkaanpak 191.4 DeMethodeAmsterdamseWijkaanpak: 22 22 JacquelinevanLoon, Amsterdams Steunpunt Wonen 24 MoMoney 26 DeBOOT 28 DrugspandenTransvaal 30 DeGezondeWijk 32 DeKoningsvrouwenvanLandlustHOOFdstUk 2Een duurzame aanpak 342.1 Coalities 352.2 Schakelentussenschalen 36 36 DickBoer,AholdNederland 2.3Hetgaatomdemensendiehetdoen 372.4Innovatieenexperimenteerruimte 2.5 Blijvensturendoormonitorenenevalueren 38 40 BeehiveBloeiplaatsen 42 PitstopTransvaal 44 LeergangAmsterdamsewijkaanpak 46 BuurtbeheerbedrijfNieuwReimerswaalinOsdorp 48 Weekendstudent HOOFdstUk 3Gezamenlijke stedelijke agenda voor 2010-2011 50 50 MiekevandenBerg, Eigen Haard3.1Bewonersparticipatieeninitiatieven 513.2Hogeronderwijsindewijken 54 54 WillemBaumfalk,Hoge school van Amsterdam en3.3 Lerenenopgroeien 55 universiteit van Amsterdam3.4 Degezondewijk 563.5 Werk,armoede,participatieenintegratie 57 58 HenkdeJong,Gemeente Amsterdam3.6 Buurteconomie 59 3.7 Overlastenleefbaarheid 613.8 Wonenenwoonomgeving 62 62 HettiePolitiek, Amsterdamse wijkaanpak3.9 Maatschappelijkvastgoed 63 64 Achterdevoordeuraanpak 66 GarageNotweg 68 Participatiemakelaars 70 KleinschaligInnovatiefGastouderschapColofon 73

Page 8: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

6

Page 9: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Leeswijzer

Het Amsterdams uitvoeringsprogramma Wijkaanpak 2010­2011 (AuP) opent in het eerste hoofdstuk met het neerzetten van de blijvende urgentie van de wijkaanpak. Veranderende omstandigheden in de organisatie van de gemeente zijn er mede reden voor dat een volgende versie van het Amsterdamse uitvoeringsprogramma is gemaakt. Vervolgens wordt de staat opgemaakt van bijna twee jaar wijkaanpak. Wat is er gebeurd en welke resultaten kunnen al benoemd worden? De Amsterdamse wijkaanpak wordt gekarakteriseerd en het ontwikkelings­beeld geschetst.In het tweede hoofdstuk worden de verworvenheden van de methodiek van de wijkaanpak geborgd en specifieke inspanningen ten behoeve van verdere borging beschreven. Het laatste hoofdstuk behandelt de inhoudelijke domeinen van de wijkaanpak die een sterke stedelijke en/of gezamen­lijke component hebben en daarom samen met de inspanningen gericht op de methodiek het Amsterdams uitvoeringsprogramma 2010­2011 vormen. Het uitgangs­punt voor de Amsterdamse wijkaanpak zijn en blijven de buurten. Dat kan niet anders. De tekst van het AuP is gelardeerd met goede voorbeelden uit de praktijk van de wijkaanpak tot nog toe. Een aantal goede voorbeelden wordt uitvoerig beschreven. Deze zijn steeds aangeduid met een grote pijl. De foto’s in de bovenbalk brengen de Amsterdamse wijkaanpak in beeld. Ook daarin worden goede voorbeelden genoemd. Al deze iconen vertellen over concrete projecten, hun relevantie voor de problematiek en kansen in de buurt, de geboekte resultaten en over de manier waarop de uitvoering is aangepakt. Zó moeten we door blijven werken.In dit AuP leest u ook een aantal interviews, met belang­rijke partners in de Amsterdamse wijkaanpak. Ook zij spreken zich uit over de noodzaak van een stevige én gezamenlijke aanpak in de Amsterdamse buurten, en vertellen over hun aanpak in 2010.

7

Page 10: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Noorderparkkamer

WatDe Noorderparkkamer is de huiskamer van het Noorderpark in Amsterdam-Noord, een culturele ontmoetingsplek. Het gebouw is een bijzonder houten paviljoen uit Zwitserland, ontworpen door de Zwitserse architecten Meili & Peter. Ymere heeft de Noorderparkkamer opgeknapt en de bijzondere architectuur weer zoveel mogelijk teruggebracht in de originele staat. In en rondom de Noorderparkkamer worden verrassende culturele activiteiten georganiseerd door professionele creatieve ondernemers uit Amsterdam-Noord: musici, beeldend kunstenaars, theatermakers en schrijvers. Initiatiefnemer Floor Ziegler: ‘Zij ontwikkelen projecten en gaan daarmee een verbinding aan met elkaar, met de buurtbewoners en met de stad. Zo ontstaat een netwerk van creatieven waaruit een gevarieerde programmering voortkomt die voor heel Noord interessante, onderhoudende en verrijkende initiatieven biedt. Het zwaan-kleef-aan-principe.’

Waarom In de aandachtswijken van Amsterdam Noord zijn weinig culturele voor-zieningen of ontmoetingsplekken. Rondom de Van der Pekbuurt zijn nieuwe ontwikkelingen gaande zoals de nieuwbouw van Overhoeks. Amsterdam-Noord krijgt een nieuw stadspark doordat de twee bestaande parken Florapark en Volewijkspark worden samengevoegd en omgetoverd tot het Noorderpark. Franka Kanters, gebiedsmanager Ymere Noord: ‘Het centrale thema van het nieuwe Noorderpark is ontmoeten. Om te zorgen voor verbinding van oud en nieuw Noord is het belangrijk te investeren in deze unieke culturele ontmoetingsplek en daarbij bewoners actief te betrekken.’

Hoe De Noorderparkkamer is een initiatief van Stichting Noorderparkkamer en verbindt partijen in Amsterdam Noord in een vitale coalitie. Het project is met steun van stadsdeel Amsterdam-Noord en Ymere tot stand gekomen. De Noorderparkkamer richt zich op de omgeving en kent een hoge mate van bewonersbetrokkenheid, het hele jaar door. Bij elk project is het publiek actief betrokken; buurtbewoners krijgen een podium voor hun eigen creatieve bijdragen. Het is een experimenteerfabriek voor creatieve verbindingen met de buurt.

8

Page 11: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

9

Resultaat Met actieve medewerking van lokale kunstenaars is de Noorderparkkamer een centrale plek geworden in het sociale en culturele leven van Amsterdam-Noord. Ziegler: ‘De Noorderparkkamer blaast een slecht gebruikt park weer nieuw leven in. Buurtbewoners doen nieuwe ontdekkingen en van oorsprong laagopgeleiden en cultureel weinig geschoolden maken hier kennis met creatieve uitingen.’ De Noorderparkkamer won in december 2009 de eerste juryprijs van het VPRO-project Droomstad, gericht op ideeën voor meer leefbaarheid in de stad. In januari 2009 is De Noorderparkkamer genomineerd voor de Ondernemersprijs van Amsterdam-Noord. In het kader van ‘terug naar de natuur’ vinden Ymere, het stadsdeel en het Ministerie van LNV het belangrijk dat kinderen op jonge leeftijd in aanraking komen met de natuur.

Daarom hebben deze partijen in juli 2009 het initiatief van de Noorderparkkamer gesteund om in het Noorderpark ook een natuurspeeltuin te openen met geheime hutten, wilgentunnels, een uitkijkpost, wiebelbrug, openluchttheater en een proef-, pluk- en gedichtentuin.

Page 12: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Aanpak Javastraat WatDe Indische buurt zet in op versterking van de buurteconomie met het Aanvalsplan Javastraat. Dit plan werkt aan een gezond winkelaanbod. Hierbij staan het verbeteren van kwaliteit, diversiteit en het versterken van de ondernemers in de Javastraat centraal. De benadering is positief en dat werkt. De winkelstraatmanager van stadsdeel Zeeburg speelt hierin een stuwende rol. Zij houdt zich bezig met:• het versterken van de kwaliteit van

ondernemerschap;• acquisitie naar nieuwe ondernemers

om leegstand te minimaliseren en te werken aan de gewenste branchering;

• het ontwikkelen van een marketing- en promotieplan in samenwerking met de ondernemersvereniging;

• ondersteunen en adviseren van de ondernemers;

• het leggen en onderhouden van contacten met vastgoedeigenaren en overige relevante partijen om tijdig ontwikkelingen en kansen te signaleren.

WaaromVoor een betere buurteconomie en om de positieve kanten van de Javastraat te benadrukken (de sfeer en het multiculturele karakter), is het nodig om het ondernemerschap in de straat te versterken, om nieuwe ondernemers te trekken en de straat te promoten. ‘De Javastraat is het kloppende hart van de Indische buurt, maar er zit meer in de straat dan er nu uit komt’, aldus winkelstraatmanager Marcia van der Hart. ‘De branchering is uit balans door een oververtegenwoordiging van dezelfde soort winkels en een tekort aan kwalitatief goede daghoreca. We geven extra aandacht aan de straat, zodat het dé boodschappenstraat van de Indische Buurt wordt en blijft. Daarnaast proberen we winkelend publiek van buiten de buurt naar de Javastraat te trekken om de straat economisch te laten floreren.’

HoeStadsdeel Zeeburg en de woningcorporaties werken intensief samen met om de ambitie optimaal te realiseren. Zij ontmoeten elkaar maandelijks om de stand van zaken op te nemen en ontwikkelingen door te spreken. De aanpak:• is gebiedsgericht en specifiek;• verbindt partijen in vitale coalities;• gebeurt in samenwerking met

ondernemers;• is vernieuwend en veelzijdig;• is duurzaam.

10

Page 13: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

11

Resultaat De gezamenlijke aanpak van ondernemers, corporaties, vastgoedontwikkelaars en stadsdeel resulteert in een veel aantrekkelijker straat met meer diversiteit aan winkels en restaurants, een gunstig vesigingsklimaat en voor elke bezoeker wat wils. ‘Een jaar geleden stonden dertien panden leeg’, aldus Van der Hart. ‘Nu zijn dat er slechts vier. Bovendien staan er nieuwe ondernemers klaar.’ Zo komt er, naast een boekwinkel voor wereldliteratuur en een kledingwinkel uit het midden- en hoogsegment, een vestiging van Bagels & Beans. Zittende ondernemers onderzoeken uitbreidingsmogelijkheden of knappen hun zaak op met behulp van subsidie. Van der Hart: ‘Veel partijen willen en kunnen iets bijdragen. Een creatieve ondernemer organiseerde met subsidie een gezellige Food Night in de Javastraat. En studenten van het

ROC hielpen twintig ondernemers bij het aantrekkelijk vormgeven van hun etalage.’ Een knellend bestemmingsplan wordt binnenkort vervangen door een veel ruimer visiestuk op de buurteconomie. Dit maakt het mogelijk om flexibeler om te gaan met bestaande bestemmingen waardoor horeca meer ruimte krijgt. Ondertussen presenteert de hele straat zich op de vernieuwde website www.javastraat.nl

Page 14: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Hoofdstuk 1Bijna twee jaar Amsterdamse wijkaanpak

12

Page 15: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Uit het Amsterdams Uitvoeringsprogramma Wijkaanpak 2008-2009: “Veel mensen in de stad Amsterdam heb-ben het moeilijk: één op de vier kinderen leeft op of onder de armoedegrens. De mensen met de meeste problemen en de minste kansen zijn heel vaak elkaars buren. Leven, werken, wonen moet in elke buurt in Amsterdam veilig kunnen. Iedere bewoner en elk kind moet de kans krijgen zijn of haar talenten te ontplooien en te benutten, onafhankelijk van de plek waar het woont of opgroeit.”

Deze constatering was twee jaar geleden voor het College van burgemeester en Wethouders van Amsterdam de belangrijkste reden om het kabinet te volgen in het wijkaanpakbeleid en samen met corporaties en stadsdelen specifieke buurten in de stad aan te wijzen waar aandacht, middelen, capaciteit en interventies versneld en geconcentreerd worden ingezet. Samen omdat het gaat om majeure opgaven die geen enkele partij in zijn eentje kan oplossen. Het in gezamenlijkheid aanwijzen van de buurten van de wijkaanpak, het vervolgens samen vinden van de beste aanpak en randvoorwaarden daarvoor, en het samen optrekken bij de uitvoering, was en is in de Amsterdamse verhoudingen uniek. De Amsterdamse wijkaanpak is een samenhangende verzameling van projecten, gericht op de versterking van de leefbaarheid in specifieke buurten. De projecten worden met voorrang en in samenwerking met corpo­raties en andere betrokken partijen uitgevoerd. Er is nog steeds alle reden om gebiedsgericht onder­scheid te blijven maken. Corporaties en overheid (stad en stadsdelen) zijn de twee natuurlijke partners die de aanpak trekken, in financieel opzicht maar ook in de

bepaling van wat er wel en wat niet geagendeerd en uitgevoerd wordt. De kwaliteit van deze coalities op stedelijk en buurtniveau bepaalt de succeskans van de wijkaanpak. De derde onmisbare partij wordt gevormd door de bewoners. De afgelopen jaren hebben heel veel bewoners meegedacht en gewerkt aan de verbetering van de leefbaarheid in de buurten van de wijkaanpak. De betrokkenheid is intensief en indrukwekkend. Er zijn door de overheid hierover verwachtingen geschapen bij bewoners, op het gebied van (mee)financieren en ondersteunen van bewoners­initiatieven, op het gebied van meedenken over analyse en de aanpak, en concrete samenwerking in de uitvoering.Het kabinet en het College stelden bij de start van de wijkaanpak al vast dat de aanpak van ‘duurzame’ problemen alleen kans van slagen heeft wanneer de aanpak zelf ook duurzaam en meerjarig is. Incidenten­politiek en projectencarrousellen hebben bewezen te weinig permanente zoden aan dijk te kunnen zetten. De reikwijdte van de wijkaanpak is dan ook 10 jaar. Hardnekkige problematiek vraagt immers om langdurige aandacht en aanpak.

13

Page 16: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

1.1 Veranderende omstandigheden

Het motto van het eerste AuP ‘Krachtige mensen, Krachtige buurten, Krachtige uitvoering’ staat ook in deze programmaperiode als een huis overeind. Alles wat in de wijkaanpak en haar buurten gebeurt, gebeurt vanuit deze filosofie. Het eerste AuP was voor de jaren 2008­2009. Voor de komende jaren is een nieuw programma nodig. We hebben ervoor gekozen om dit nieuwe programma minder een verzameling van programma’s en projecten uit de buurten te laten zijn. De buurtuitvoeringsprogramma’s (die ook geactualiseerd worden) zijn en blijven het fundament van de aanpak.

behalve de programmatische reden om de uitvoerings­programma’s te actualiseren zijn ook de omstandighe­den veranderd waarin het wijkaanpakprogramma en de wijkaanpakbuurten zich bevinden. Deze veranderingen vragen ook om actualisatie en op sommige punten bijstelling van de (buurt)uitvoeringsprogramma’s.

Economische crisisDe economische crisis wordt niet alleen in de buurten van de wijkaanpak gevoeld (zie ook 1.2), ook de gemeentebegroting en de begrotingen van de coalitie­partners hebben de komende jaren flink te lijden onder fors teruglopende middelen. Dit gegeven samen met de ambitie om te blijven investeren in de buurten en de mensen waar het niet goed (genoeg) mee gaat in de stad, zorgt ervoor dat de wijze waarop we (samen)werken (de methodiek) een nog belangrijkere rol gaat spelen. Wanneer een andere manier van werken leidt tot meer effecten met dezelfde of liefst minder mid­delen, moeten we daar op inzetten, zeker in tijden van economisch slecht weer. De juiste keuzes maken

en vliegwielen veroorzaken is dan nog belangrijker. De methodiek die in het kader van de wijkaanpak ontwikkeld wordt, is hierop gericht: sneller, beter, gerichter, effectiever en proactiever.

Buurtgericht werken in nieuwe stadsdelenDe afgelopen jaren is er mede vanuit de van oudsher gebiedsgerichte Stedelijke Vernieuwingsaanpak en de wijkaanpak in veel stadsdelen een ontwikkeling naar buurtgericht werken en burgerparticipatie op gang gekomen. met de hervorming van de stadsdelen (ingezet in 2009, zijn beslag krijgend in 2010) wordt aan buurtgericht werken een krachtig en fundamenteler profiel gegeven. buurtgericht werken en burger­participatie krijgt een eigen organisatorische positie in de hoofdstructuur van de nieuwe stadsdelen. Hierbij wordt een nieuwe uitvoeringsgerichte sturingslijn ontwikkeld die voorziet in korte lijnen in twee rich­tingen tussen stadsdeelbestuur en de bewoners en ondernemers in de Amsterdamse buurten. De wijkaanpak en de werkwijze die in de wijk­aanpak ontwikkeld wordt, zijn niet concurrerend met buurtgericht werken. Integendeel, de wijkaanpak is complementair hieraan. Het is de kop erbovenop voor die buurten die extra aandacht en inzet nodig hebben omdat ontwikkelingen ten goede niet vanzelf tot stand komen. De methodieken en werkwijzen die in het kader van de wijkaanpak ontwikkeld zijn voor monitoring, uit­voeringsprogramma’s, buurtagenda’s, coalitievorming, bewonersparticipatie e.a., zijn best practices en kunnen in de hele stad worden toegepast. Ze horen thuis in de toolbox voor buurtgericht werken.

14

Fatima Elatik, stadsdeelvoorzitter Zeeburg:

‘Om de buurten te verbeteren, kunnen we niet zonder de expertise van de ander’

‘Het gaat hartstikke goed met de Indische buurt. Dat komt mede doordat de corporaties, het stadsdeel en andere partners flink hebben geïnvesteerd in een goede samenwerkingsrelatie. Om de buurten te verbeteren kunnen we niet zonder de expertise van de ander. Dat realiseerden we ons overigens al voordat de Wijkaanpak van start ging. Zo hebben we elkaar goed leren kennen tijdens de aanpak van de Indische buurt in de periode 2002-2006. Toen hebben we flink geïnvesteerd in het opknappen van straten, speeltuinen en pleinen. Het vernieuwde Timorplein met een StayOkayhostel, een bioscoop en een grand-café is een kroon op die goede samenwerking. De afgelopen jaren hebben we de Javastraat fysiek grondig opgeknapt. Daarnaast hebben we in de hele Indische buurt veel woningen gerenoveerd zodat mensen weer tevreden in een goed en schoon huis kunnen leven. Door die gezamenlijke

Page 17: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Koers Nieuw West, Wijkaanpak en één stadsdeel Nieuw WestKoers Nieuw West, het sociale programma van de stedelijke vernieuwingsoperatie, en de wijkaanpak­programma’s in Osdorp, bos en Lommer, Geuzenveld­Slotermeer en Slotervaart zijn tot 2010 gescheiden, zelfstandige programma’s. Wel afgestemd op elkaar en vaak complementair aan elkaar, maar nog niet geïn­tegreerd en met specifieke buurtcoalities. binnen het programma van Koers Nieuw West zijn veel resultaten geboekt (zie de betreffende evaluaties en rapporta­ges). In 2010 worden de buurtuitvoeringsprogramma’s van de ‘oude’ stadsdelen geritst met het programma van Koers Nieuw West, leidend tot één wijkaanpak­programma voor het nieuwe stadsdeel.

Relatie met het rijkDit betreft niet zozeer veranderende omstandigheden als wel het nakomen van afspraken die Amsterdam met de rijksoverheid gemaakt heeft. En andersom verwacht Amsterdam dat het Rijk zich ook houdt aan de afspraken. Amsterdam is verplicht om minimaal tot 2011 het wijkaanpakbeleid voort te zetten en de mid­delen transparant en beargumenteerd in te zetten. Het AuP en de buurtuitvoeringsprogramma’s zijn tevens richtinggevend voor de onderwerpen die Amsterdam af wil gaan spreken in het volgende Charter (2010) dat gesloten moet gaan worden met het Rijk. Ook voor de inhoud van die afspraken vormen het AuP en de buurtuitvoeringsprogramma’s de basis. En last but not least dient het geactualiseerde AuP als lobbydocument voor de Amsterdamse wijk aanpak in Den Haag.

Het Amsterdams uitvoeringsprogramma 2010­2011:• is gericht op het samen met onze coalitiepartners

borgen en verder ontwikkelen van de methodiek; • bevat daarnaast de inhoudelijke inspanningen die

faciliterend zijn voor de programma’s in de buurten en een sterke gezamenlijke (stedelijke) component hebben;

• is expliciet geen nieuw beleid.

15

investeringen is in de buurt een dynamiek ontstaan die zijn weerga niet kent. Ik kan wel zeggen dat die meer teweeg heeft gebracht dan welk sociaal programma ook. Toch hamer ik heel erg op de samenwerking en de creativiteit van de partners om die laatste hordes te kunnen nemen op álle fronten, dus daar waar het gaat om de verbetering van de openbare ruimte, de veiligheid, en de investering in mensen en buurteconomie. Eén van onze speerpunten is het verbeteren van het pedagogische klimaat. Daarover hebben we een aantal heel goede afspraken gemaakt met schoolbesturen en corporaties, door deze partijen aan elkaar te koppelen in het kader van de brede schoolaanpak. Ook denken we met corporaties na over de steun aan ondernemers. De kracht van de Indische buurt is de kleinschalige economie die de boel draaiende houdt. Die kan alleen maar blijven bestaan als er in de opgeknapte panden betaalbare winkelruimte terugkomt zodat kleine of startende ondernemers investeringen kunnen blijven doen. Ik zie dat corporaties daarin hun verantwoordelijkheid nemen en dat vind ik heel bijzonder.Leefbaarheid komt te voet en gaat te paard. Ons lokale wijkaanpakprogramma is getiteld ‘Tussen kwetsbaarheid en vitaliteit’. Ik blijf daarbij. In dit soort buurten realiseer je geen vooruitgang met snelle investeringen. De Indische buurt is hip en krijgt steeds meer aandacht. Het is hier fijn en leuk, maar er heerst nog steeds een hoge werkloosheid en armoede. Daarom zijn duurzame investeringen nodig. Laten we de inspanningen van de Wijkaanpak niet zomaar overboord gooien. Dat zou ik eeuwig zonde vinden.’

Page 18: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

1.2 staat van de aandachtswijken na bijna twee jaar wijkaanpak

Blijvende urgentieuit onderzoeken blijkt dat de urgentie voor extra inspanningen in specifieke buurten onverminderd hoog is. Eén van de uitgangspunten van de wijkaanpak is om de vinger aan de pols van de buurten houden. bij de start van de wijkaanpak in het voorjaar van 2007 heeft Amsterdam meteen een nulmeting laten uitvoeren door bureau O&S in de aandachtswijken. In de zomer van 2009 is de 1­meting uitgevoerd van de ‘Staat van de aandachtwijken’, en onlangs is de ‘Staat van de Stad 2007’ uitgekomen. De Vrije universiteit Amsterdam (prof. Dr. boutellier e.a., 2008) heeft onderzoek gedaan naar crimogeniteitsfactoren in Amsterdam waarin opvallende conclusies over de wijkaanpakbuurten getrokken kunnen worden. In opdracht van de gemeente heeft RIGO Research en Advies b.v. getracht in de toekomst te kijken en een voorspelling te doen over de effecten die de economische crisis voor de Amsterdamse wijkaanpakbuurten kunnen hebben. Naast deze op outcome gerichte metingen, onder­zoeken en analyses, wordt er door alle programma­managers een outputmonitor ingevuld op basis waarvan de voortgang van activiteiten en inspanningen per buurtuitvoeringsprogramma gemeten kan worden.

uit de onderzoeken komt het beeld naar voren dat het op een aantal punten in de buurten beter gaat. Ook op de relatief korte termijn van anderhalf jaar zijn er al successen bij te schrijven op het conto van de wijk­aanpak. Voorbeelden van de successen, de behaalde resultaten van de wijkaanpak, komen in dit programma­document expliciet aan de orde in aparte kaders, de zogenaamde iconen van de wijkaanpak. Opvallend is

dat uit bijvoorbeeld de Staat van de aandachtswijken blijkt dat de objectieve veiligheid in een aantal buurten is toegenomen. Positieve ontwikkelingen zijn zichtbaar in Overtoomse Veld, Osdorp Oost en midden, IJPlein/Vogelbuurt, Nieuwendam­Noord en de Chassébuurt. In twee buurten van de wijkaanpak is de objectieve veiligheid echter sterk achteruit gegaan: Volewijck en Geuzenbuurt. En ook de subjectieve veiligheids­beleving van mensen is er niet altijd beter op gewor­den: in acht aandachtsbuurten wordt deze negatiever beoordeeld dan in 2008, waarbij de Transvaalbuurt er in negatieve zin het meest uitspringt, terwijl de objectieve veiligheid in deze buurt mede door de vele inspanningen op dit gebied in de afgelopen twee jaar juist behoorlijk verbeterd is.

boutellier e.a. hebben onderzoek gedaan naar factoren die ten grondslag liggen aan de veiligheidsproblema­tiek en naar de onderlinge verbanden en samenhangen tussen deze factoren: “Vuurwapenbezit, het aantal niet­westerse allochtonen, werkloosheid, armoede en verloedering van de woonomgeving zijn de vijf risico­factoren (…) dit rijtje van vijf verandert als we kijken naar specifieke probleemgedragingen. Vandalisme en overlast hangen bijvoorbeeld het meest samen met armoede, werkloosheid, verloedering, krappe behuizing en de verkrijgbaarheid van softdrugs. (…) voor jeugd­problematiek (jeugdgroepen en harde kern) geldt dat laag opgeleide ouders een grote samenhang vertonen, evenals een­oudergezinnen.” (boutellier, 2008, p.7) De stapeling van factoren leidt tot de hoogste risico­factoren. De onderzoekers constateren dat onder de

16

Page 19: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

oppervlakte van veiligheidscijfers ‘een humuslaag van negatieve fatoren ligt die probleemgedrag bepalen of op zijn minst daarmee samenhangen’. In het onderzoek zijn Amsterdamse stadsdelen en buurten ten opzichte van elkaar gemeten. Een indexscore van 90 tot 110 zegt dat de aanwezigheid van risicofactor(en) conform het Amsterdamse gemiddelde ligt. bij een indexscore van 130 of hoger is (zijn) de risicofactor(en) aanmerkelijk meer dan gemiddeld in Amsterdam. Van de 10 buurt­combinaties met een indexscore van 130 of meer zijn 9 wijkaanpakbuurten. Van de tien buurtcombinaties met een score van 110 tot 130 zijn dat er drie.

uit de Staat van de aandachtswijken komt naar voren dat bewoners uit vijf wijkaanpakbuurten optimistischer zijn geworden over hun buurt, en dat het gemiddeld welzijnsniveau van de inwoners van de wijkaanpakbuur­ten sinds 2004 sterk gestegen is. Verwacht mag echter worden dat door de economische crisis deze stijging stagneert, of zelfs omslaat in een daling. De leefbaro­meter (ministerie VROm & RIGO Research en Advies b.v.; www.leefbarometer.nl ) laat een beperkt positieve ontwikkeling van de Van Galenbuurt en Erasmuspark zien. In meerdere buurten is de sociale problematiek echter toegenomen bijvoorbeeld in de Kolenkit en de Transvaalbuurt. uit de Staat van de Stad Amsterdam (2007) blijkt dat bewoners van wijkaanpakbuurten hun gezondheid minder vaak als goed ervaren dan andere Amsterdammers, maar liefst zo’n 7 à 8 procent verschil. Ook landelijk onderzoek toont dit soort gezondheids­verschillen. Goed nieuws is wel dat de sportdeelname is gestegen onder de doelgroepen van de wijkaanpak.

De economische crisis slaat neer in de buurten van de wijkaanpak. Dat komt vooral doordat de uitgangssitu­atie in deze buurten al ongunstiger is: uit de Staat van de aandachtswijken komt naar voren dat de werkloos­heid in de meeste aandachtswijken weer (nog steeds) zeer hoog is in vergelijking met de rest van de stad. De werkloosheid in de wijkaanpakbuurten neemt ten gevolge van de crisis toe. De werkgelegenheid in de wijkaanpakbuurten neemt af maar over het algemeen relatief minder dan de landelijke afname. Dit komt doordat de meest crisis gevoelige sectoren als de financiële en bouwnijverheidsector in de wijkaanpak­buurten relatief klein zijn. In veel wijkaanpakbuurten wonen relatief meer jongeren dan in andere delen van de stad. De jongeren uit deze buurten gaan vaak naar het VmbO/mbO. Juist deze populatie zal zijn kansen op de arbeidsmarkt zien verkleinen. Niet in de laatste plaats door gebrek aan stageplaatsen. Dit kan leiden tot een toename van het aantal schooluitvallers en werk­lozen, die beiden toch al hoger zijn in de gemiddelde wijkaanpakbuurt dan elders. bovendien laten onder­zoeksresultaten van de Hogeschool van Amsterdam zien dat jongeren uit de buurten significant vaker voor­tijdig stoppen met hun studie dan studenten die ergens anders wonen.

17

Page 20: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Pieter de Jong, bestuurder Ymere:

‘Bewoners kansen bieden om grip te krijgen op hun eigen leven’

‘Waar woningcorporaties mensen vroeger vooral een goede en betaalbare woning wilden bieden, ligt de focus nu steeds meer op het creëren van perspectiefvolle en leefbare wijken. De kwaliteit van het wonen hangt heel sterk samen met de kwaliteit van de buurt. Ymere wil gemengde en leefbare buurten tot stand brengen waar mensen zich gelukkig voelen en waar zij gestimuleerd worden om aan hun ontwikkeling te werken. Ymere staat voor wonen, leven, groeien. Dus kijken we niet alleen naar de stenen, maar hanteren we een integrale benadering van de wijken door ook te kijken naar de sociale en economische pijler. Ook onze collega’s realiseren zich dat zij geld weggooien als ze ergens een woonblok opknappen zonder oog te hebben voor de mens en de woonomgeving. Als je bewoners niet ondersteunt in een buurt waar het moeilijk gaat, kun je nog zulke mooie huizen neerzetten, maar daar knap je de buurt onvoldoende mee op.

Buurt stadsdeel tot 2010 stadsdeel na 2010

Overtoomse Veld Slotervaart Nieuw West

ZuidwestkwadrantborrendambuurtReimerswaalbuurtWildeman/blomwijckerbuurt

Osdorp Nieuw West

Slotermeer­NoordoostSlotermeer­ZuidwestGeuzenveldEendracht

Geuzenveld­Slotermeer Nieuw West

KolenkitRobert ScottbuurtErasmusbuurtGulden WinckelLandlustGibraltar

bos en Lommer West

ChassébuurtmercatorbuurtDoes/Tromp/Geuzenbuurt

De baarsjes West

Transvaalbuurt Oost­Watergraafsmeer Oost

Indische buurt Zeeburg Oost

EGK­buurt Zuidoost Zuidoost

Vogelbuurt/IJ­PleinVanderPekbuurtDe banneNieuwendam­Noord

Noord Noord

Wijkaanpakbuurten Amsterdam:

18

Page 21: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

ResumerendStapeling van problemen en minder kansen, zowel op individueel niveau van mensen die in de buurten wonen als op collectief niveau van de buurt als geheel, zijn nog steeds aan de orde. De buurten waar dat het meest voorkomt zijn nog steeds dezelfde als een kleine twee jaar geleden. Er is alle reden om blijvend gebieds­gericht onderscheid te maken en juist in deze buurten inspanningen blijvend te intensiveren, naar voren te halen en voorrang te verlenen. Tenslotte: internationaal onderzoek onderstreept het belang van langdurige intensieve betrokkenheid bij achterstandsbuurten. malcolm Gladwell (2002) spreekt over tipping points, omslagpunten: het is heel moeilijk interventies aan te wijzen die echt het verschil uitmaken. Het is een samenspel van samenhangend en langdurig werken aan de basisvoorzieningen en de nodige interventies en dan kunnen een of twee nieuwe acties of externe impulsen opeens zorgen voor het omslagpunt naar een positieve spiraal. De onderzoeks­bevindingen vanuit de Amsterdamse sociologische school naar ‘de kracht van de zwakke bindingen’ doen vermoeden dat Amsterdam met coalitievorming (die bij de Wijkaanpak hoort) op een aantal plekken het verschil kan gaan maken tussen blijvende achter standen en een omslag naar een positieve ontwikkeling.

1.3 Ontwikkelingsbeeld wijkaanpak

Het antwoord op problemen ligt (ook) in de manier waarop we werkenVraaggericht werken, oplossingen zoeken vanuit het probleem en de ’vindplaats’ van het probleem in plaats vanuit de (on)mogelijkheden van de instituties, en focus op resultaten. Deze opdracht is de afgelopen twee jaar het adagium van de wijkaanpak geweest. Vanuit deze manier van denken hebben we samen met onze coalitiegenoten hard gewerkt aan het zoeken naar de juiste aanpakken. De Amsterdamse wijkaanpak is daarom meer dan een plan van aanpak voor een of meerdere ingewikkelde problemen, het is ook vooral een methodiek, een manier van werken die vruchten afwerpt. Deze vruchten worden in de iconen en inter­views toegelicht. De wijkaanpak levert eerst en vooral een significante meerwaarde op door de nauwe samenwerking tussen de partijen die relevant zijn voor het realiseren van programma’s in de buurten. Het agenderen van aard en kwaliteit van de samenwerking van deze buurtcoa­lities is een belangrijke verdienste van de eerste jaren wijkaanpak. Het is een andere werkwijze dan we met zijn allen in deze stad gewend zijn; een werkwijze die randvoorwaardelijk is voor het behalen van concrete tastbare resultaten zoals het aantal toegekende en gerealiseerde bewonersinitiatieven. Een mooi voorbeeld van resultaten die samenwerking in een coalitie kan opleveren zijn de actieplannen buurteconomie die op veel plekken van de grond zijn gekomen. In de buurtuitvoeringsprogramma’s van 2008 was buurteconomie mondjesmaat opgenomen. maar in de praktijk hebben veel coalities zich gezamenlijk ‘probleemeigenaar’ gemaakt, waardoor echt verschil

Daarom is de Wijkaanpak zo belangrijk. Want zaken als veiligheid, sociale vernieuwing, ontmoeting, goed onderwijs en economische vooruitgang zijn de ingrediënten voor een leefbare wijk. Mensen moeten toegang hebben tot ontmoetingsplekken, een divers winkelaanbod, scholing, cursussen, stageplaatsen en werk. Een wijk waar alleen maar wordt gewoond, leeft niet en biedt, met name kinderen, een eenzijdig referentiekader. Het leven bestaat niet alleen uit school en thuis. Het is ook geld verdienen, je ontwikkelen, een bedrijf opbouwen. We moeten bewoners, jong en oud, kansen bieden om grip te krijgen op hun eigen leven zodat ze zelf een koers voor hun toekomst kunnen uitzetten. De wijk als springplank dus. Wij vinden het heel belangrijk om die factoren een plek te geven in de Wijkaanpak.Maar voor economische en sociale vernieuwing kunnen we als corporaties onmogelijk alléén zorgen. Daarom kijken we met de coalitiepartners in de Wijkaanpak naar de problemen en de kansen in de buurt en hoe we daar samen mee aan de slag kunnen. Daarbij is het essentieel dat de partners een gezamenlijk visie hebben op de buurt. Alleen zo kun je samen doelgericht op pad, en kunnen alle partijen doen waar ze goed in zijn en waar ze de middelen voor hebben. Als gevolg van de intensieve samenwerking worden mooie resultaten zichtbaar in veel Amsterdamse wijken. Ook blijkt uit onderzoek dat de tevredenheid van bewoners over hun wijk toeneemt. Toch zitten nog veel buurten onder het gewenste niveau. We moeten zorgen dat ook daar de trend verder omhoog gaat. Alle partijen staan door de economische crisis het komende jaar onder druk, maar ik vind het ongelooflijk belangrijk dat zowel de corporaties, als de overheid en de welzijnssector voldoende prioriteit blijven geven aan de Wijkaanpak. Dat zijn we aan de bewoners verplicht.’

Buurt stadsdeel tot 2010 stadsdeel na 2010

Overtoomse Veld Slotervaart Nieuw West

ZuidwestkwadrantborrendambuurtReimerswaalbuurtWildeman/blomwijckerbuurt

Osdorp Nieuw West

Slotermeer­NoordoostSlotermeer­ZuidwestGeuzenveldEendracht

Geuzenveld­Slotermeer Nieuw West

KolenkitRobert ScottbuurtErasmusbuurtGulden WinckelLandlustGibraltar

bos en Lommer West

ChassébuurtmercatorbuurtDoes/Tromp/Geuzenbuurt

De baarsjes West

Transvaalbuurt Oost­Watergraafsmeer Oost

Indische buurt Zeeburg Oost

EGK­buurt Zuidoost Zuidoost

Vogelbuurt/IJ­PleinVanderPekbuurtDe banneNieuwendam­Noord

Noord Noord

19

Page 22: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

gemaakt kan worden en buurteconomie meer wordt dan een serie losse interventies. Dit wordt bijvoorbeeld al goed zichtbaar in Oud Noord, de Transvaalbuurt, de Indische buurt, bos en Lommer en De baarsjes. In het kader aan het slot van dit eerste hoofdstuk wordt de door de coalitiepartijen gezamenlijk ontwikkelde en steeds in ontwikkeling blijvende methodiek, puntsge­wijs geschetst.

Bestuurlijke prioriteitenIn het bestuurlijk atelier, gehouden op 25 september 2009, hebben bestuurders van stad, stadsdelen en van corporaties gezamenlijk prioriteiten voor 2010 aange­wezen. Voor de volgende periode zal de focus van de uitvoering op deze prioriteiten moeten liggen.

Prioriteiten

• blijvende aandacht voor leren en opvoeden• Werkgelegenheid: samen met de Dienst Werk en

Inkomen de wijk in• (nog) meer samenhang in analyse en aanpak

aanbrengen • blijvend samenwerken met bewoners en faciliteren

van hun initiatieven• Nieuwe partners betrekken: bedrijfsleven,

onderwijsinstellingen/besturen• Resultaten en samenwerking beter zichtbaar maken

Aanpak van en door de buurtenDe wijkaanpak is een aanpak die steeds meer bottom up, van en door de buurten wordt. Over een aantal jaren is de wijkaanpak gebaseerd op een scherpe diagnose van de coalitiepartners, die de vinger precies legt op de problemen (acupunctuur) en gericht oplossingen zoekt. De wijkaanpak is daardoor steeds meer toegesneden op de problematiek van de buurt, steeds specifieker en trefzekerder. De verschillen tussen de aanpak die de buurten kiezen zullen daarmee groter worden. Problematiek en kansen van buurten verschillen immers ook van elkaar. Tegelijkertijd kunnen de buurten door structurele uitwisseling van elkaar blijven leren.In de besturing van de wijkaanpak is het zaak om de buurtcoalities gaandeweg nadrukkelijker aan te spreken op de kwaliteit van de buurtanalyse. De kwaliteit van die analyse (een integrale diagnose gevolgd door een selectieve aanpak) wordt steeds belangrijker. Daar zal in de besturing ook meer de nadruk op moeten worden gelegd.

Vliegwiel en prioriteitHet samenstel van inspanningen door de partijen in de buurtcoalities werkt als vliegwiel voor de ontwikkeling van de buurt. Op deze manier wordt een programma met samenhangende projecten ontwikkeld/verzameld. De wijkaanpakbuurten hebben een streep voor: ze krijgen prioriteit. Inspanningen worden met voor­rang uitgevoerd zowel bij de coalitiepartners, als binnen andere stedelijke programma’s. Problemen kunnen opgelost worden door eventueel langs en door staande procedures te gaan en zijn bovendien

20

Page 23: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

eenvoudig op te schalen naar stedelijk niveau. Dat alles zorgt ervoor dat deze wijkaanpakprojecten sneller, effectiever en efficiënter worden uitgevoerd en dat het beoogde vliegwiel in werking treedt. De kunst is om de aanpak zó te verfijnen dat er door samenwerking en prioriteiten stellen geld wordt vrijgemaakt en/of ‘verdiend’, en de wijkaanpak langzaam loskomt van financiering. De wijkaanpakpartners in de buurten en in de stad staan in 2010­2011 voor de uitdaging om projecten te identificeren en uit te voeren die als vliegwiel kunnen functioneren.

21

Page 24: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

1.4 de methode Amsterdamse wijkaanpak in tien punten

1 is gebiedsgericht De wijkaanpak wordt gevormd door buurtcoalities

van corporaties, bewoners en stadsdelen, die samen de buurtuitvoeringsprogramma’s maken en uitvoeren. Interventies worden specifiek daar gedaan waar en wanneer de problemen zich voordoen.

2 is een voorrangsregeling bestaand stedelijk beleid, stedelijke programma’s

en middelen worden met voorrang ingezet in de buurten die het het hardst nodig hebben; de wijkaanpak buurten.

3 kent een hoge mate van bewonersbetrokkenheid

bewoners praten en denken mee, zowel over meedoen aan de samenleving en de buurt als over beleid en het programma.

4 heeft een norm De buurten van de Amsterdamse wijkaanpak

wijken niet te veel af in negatieve zin van het Normaal Amsterdams Peil. Waar ze dat wel doen ­en dus wijkaanpakbuurt zijn­ is het streven dat ze uiterlijk in 2018 op/rond NAP bevinden, of daar in positieve zin boven uit stijgen.

5 verbindt partijen in vitale coalities Het doel van de wijkaanpak is het verbeteren

van het leven en de leefbaarheid in de buurt. De wijkaanpak kent steeds meer en bredere coalities: van corporaties­bewoners­overheid. maar ook de HvA/uvA draagt bij in woord en daad. Onderwijs en bedrijfsleven zijn betrokken bij de opgave in de buurten, deze betrokkenheid mondt in 2010 vaker uit in nieuwe vitale coalities.

22

Jacqueline van Loon,

directeur Amsterdams Steunpunt Wonen:

‘Actieve bewoners zijn sociale netwerkers’

‘ASW is een formele partner in de Wijkaanpak. Op zich logisch, bewonersparticipatie en -ondersteuning vormen immers onze core business. Als je het mij vraagt, bestaat dé bewoner niet. Bewoners zijn er in alle soorten en maten, leeftijden, kleuren en leefstijlen. Hoe ze zich tot hun buurt verhouden, bepaalt hun kracht. Als mensen hun buurt goed kennen en grote waarde hechten aan hun directe leefomgeving, neemt de bereidheid toe om actief te zijn. Deze mensen hebben vaak uitzonderlijk creatieve ideeën over wat er nodig is om de buurt te verbeteren. Zij kennen veel andere buurtbewoners en dat maakt hen tot de spil van het netwerk in de wijk. Krachtige bewoners zijn geen actieve individuen, het zijn sociale netwerkers die vanuit samen-werking actie ondernemen en er weer anderen bijhalen.Want wanneer gaan mensen participeren? Als ze iemand anders kennen die het

Page 25: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

6 is als aanpak duurzaam De wijkaanpak is een langdurige opgave, die staat

of valt bij de kwaliteit van de samenwerking tussen de coalitiepartijen.

7 bewaakt de eigen kwaliteit en brengt focus aan

Door de beleidscyclus en uitvoering conse­quent en nauwgezet uit te voeren bewaakt de wijkaanpak haar kwaliteit. Essentieel daarbij is op reguliere basis monitoren, evalueren, output (tellen) en outcome (effecten) meten. belangrijk is het om te kijken wat wel en wat niet werkt, elkaar tijdig de vraag te stellen of de (inhoudelijke) focus aangescherpt moet worden en te evalueren of nog wel het juiste gebeurt op de juiste plek met de juiste partijen

8 is een lerende aanpak De ontwikkeling van professionals wordt door de

wijkaanpak ondersteund en op de agenda gezet. De wijkaanpak zegt iets over competenties die nodig zijn, mensen worden gescout, gecoached en opgeleid.

9 is cultuurveranderaar en experimenteerfabriek

De mogelijkheid die de wijkaanpak biedt voor experimenten en pilots is waardevol, zaken mogen en kunnen uitgeprobeerd worden, ‘fouten’ mogen gemaakt mogen worden, er mag geconstateerd worden dat dingen niet of juist heel goed werken.

10 boekt resultaten Door middel van de uitvoeringsmonitor

(www.wijkaanpak.amsterdam.nl/uitvoeringsmo­nitor) worden de resultaten van de wijkaanpak zichtbaar. Stad en stadsdelen en woningcorpora­ties kunnen zo mogelijke vertragingen/problemen vroegtijdig en gezamenlijk signaleren.

In 2009 werden bijvoorbeeld ruim 500 bewoners­initiatieven ingediend en toegekend en acht economische kansenzones ingesteld, waarin 100 ondernemers aanvragen ingediend hebben voor investeringssubsidies.

23

ook doet. ASW voert het experiment met de vouchers uit in opdracht van de Huurdersvereniging Amsterdam. Alleen al daaruit blijkt dat het aantal bewonersinitiatieven het laatste jaar flink is toegenomen. Dat is een van de grootste verdiensten van de Wijkaanpak: alle professionele partners staan positief tegenover bewonersparticipatie. Het wordt door meerdere partijen actief gefaciliteerd, ondersteund, gewaardeerd en erkend. Bewoners stellen dat zeer op prijs. Het is makkelijker geworden om eigen initiatieven te ontplooien, er is sneller geld beschikbaar en bureaucratie en vervelende regels vormen nauwelijks obstakels meer. Bewoners voelen zich erkend in het feit dat ze een belangrijke bijdrage leveren aan hun buurt. De opdracht aan alle spelers in de wijkaanpak is om bewoners te blijven faciliteren. Het is immers een illusie om te denken dat mensen het na een jaar allemaal zelf kunnen en dat het dan goed gaat. Ondersteuning blijft nodig. Het gaat om het empoweren van mensen. Alleen als het met de mensen beter gaat, gaat het beter met de buurt.’

Page 26: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

MoMoney

Wat MoMoney, de Slotervaartse variant van het Jongeren Service Punt, bemiddelt jongeren (18-27 jaar), die vanwege uiteenlopende redenen moeilijk de arbeidsmarkt opkomen. ‘Wij geloven in het talent van die jongeren en willen hen laten zien dat ze met de juiste instelling, opleiding en inzet alles kunnen bereiken’, aldus Ludwig Caupain, manager van MoMoney vanuit Tempo Team. Jongeren werken onder meer bij Albert Heijn, de gemeente, een stratenmakerbedrijf en een schilderbedrijf. MoMoney blijft de jongeren tijdens hun werk volgen om er zeker van te zijn dat zij daadwerkelijk hun loopbaan opbouwen. Caupain: ‘We willen jongeren uitdagingen bieden die passen bij hun werk- en denkniveau. Voordeel van een partner als Tempo Team is dat wij zaken doen met veel beursgenoteerde bedrijven. Inmiddels biedt een aantal van hen ervaringsplaatsen aan op HBO-niveau. Alle ervaring die de jongeren opdoen nemen we op in hun portfolio, dat uiteindelijk hun CV vormt, zodat we ze kunnen bemiddelen.’ Binnen Tempo Team wordt binnenkort een aantal jongeren gekoppeld aan ervaren projectmanagers. Daarnaast stimuleert Momoney werkgevers om hun netwerk toegankelijk te maken voor jongeren om hen te laten zien hoe het er in het bedrijfsleven aan toegaat. ‘Wij brengen ons concept actief onder de aandacht bij potentiële werkgevers. Hoe meer bedrijven meedoen, hoe meer succes de jongeren kunnen boeken.’

Waarom De jeugdwerkloosheid neemt toe. In een stadsdeel als Slotervaart vind je relatief veel schooluitvallers en hebben vooral jongeren moeite om aan de slag te komen. Ahmed Marcouch, stadsdeelvoorzitter Slotervaart: ‘Deze jongeren weten de paden naar een baan met perspectief niet te bewandelen. We willen de jongeren bereiken die een slecht arbeidsverleden hebben en geen idee hebben hoe je het vinden van een baan aanpakt. We willen het project zo inrichten dat jongeren hun krachten kunnen (re)vitaliseren.’

HoeMoMoney is een joint venture tussen uitzendbureau Tempo Team en stadsdeel Slotervaart. Een groeiend aantal bedrijven neemt deel in het project door het beschikbaar stellen van werk of stageplaatsen. De toe-gevoegde waarde van MoMoney zit in de samenwerking tussen deze verschillende partijen. MoMoney fungeert als netwerkpartner, organiseert bijeenkomsten voor de partners en helpt jongeren om met bedrijven in contact te komen. De kracht van MoMoney schuilt ook in de locatie in de wijk en de gehanteerde strategie. ‘MoMoney brengt de problemen waar jongeren mee kampen in kaart en zorgt ervoor dat ze de weg naar de juiste instanties kunnen vinden’, aldus Lizette Ploeg van stadsdeel Slotervaart. ‘Waar extra onderhoud nodig is, kan er snel contact opgenomen worden met DWI, schuldhulpverlening, woningcorporaties, vrijetijdsorganisaties en andere partners in het maatschap-pelijk middenveld. Alles om een geslaagde stap op de arbeidsmarkt te kunnen zetten.’

24

Page 27: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

25

ResultaatSinds de start in oktober 2009 staan 58 jongeren bij Momoney ingeschreven. Daarvan hebben 16 jongeren al een baan gevonden, verspreid over heel Amsterdam. De stand van zaken sinds de start op 8 oktober 2009:

• meer dan 75 aanmeldingen en op dit moment 15 jongeren aan het werk

• opdrachten in de horeca, de bouw en de detailhandel• MoMoney is actief betrokken bij het ‘Social Return

beleid’ van de gemeente Amsterdam. Leveranciers van de gemeente voldoen aan hun ‘social return verplichting’ wanneer ze via MoMoney personeel inhuren

• naar aanleiding van een presentatie op de Horecava in de RAI, is MoMoney in gesprek om jongeren ervaring en/of een baan te bieden in de horeca

Page 28: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

de BOOt

WatBOOT staat voor Buurtwinkel voor Onderwijs, Onderzoek en Talent ont wik-keling. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) opende eind 2008 de eerste boot aan de Witte de Withstraat 100. De BOOT biedt diverse activiteiten en faciliteiten aan, die passen bij de buurt:• bemiddelingspunt voor

begeleiding, coaching en mentoring van jongeren (onder andere huiswerkbegeleiding en studiekeuzetests)

• een juridisch adviespunt/spreekuur • een ondernemersbegeleiding

(ondersteuning voor startende ondernemers)

• steunpunt studeren in het middelbaar en hoger onderwijs

• journalistieke projecten voor en door buurtjongeren

• ondersteuning buurtinitiatieven• studeerfaciliteiten voor HvA- en

uvA-studenten uit de wijk • atelier Stedelijke Vernieuwing:

een onderzoeks-, advies-, en ontwerpbureau van derde- en vierdejaars studenten van de HvA op het terrein van gebiedsontwikkeling

• ergotherapie in de wijkProjecten en activiteiten vanuit BOOT-en worden georganiseerd in samenwerking met of in opdracht van verschillende partner organisaties zoals bijvoorbeeld woningcorporaties.

WaaromDe BOOT is bedoeld als educatief centrum om activiteiten te organiseren en te ondersteunen die gericht zijn op vraagstukken uit de wijk. Daarmee levert de BOOT een bijdrage aan de vitaliteit van de buurt en aan het perspectief van de bewoners en ondernemers. Bij de meeste activiteiten zijn studenten van verschillende studierichtingen, docenten en onderzoekers van de HvA en uvA betrokken. Ze kunnen aan de slag met interessante ideeën uit de wijk of dragen zelf voorstellen aan. De vraagstukken die spelen in de buurt vormen een goede basis of aanleiding voor onderzoek. Omdat de BOOT een plaats is waar studenten hun kennis in praktijk kunnen brengen, is dit project ook goed voor de kwaliteit van het onderwijs. Het streven is om in elke krachtwijk een BOOT te ontwikkelen. In een periode van 2 jaar zijn er in 3 krachtwijken, 3 BOOT-en opgezet.

HoeDe BOOT is een voorbeeld van een brede coalitie en een lerende aanpak, en een samenwerkingsverband van de HvA met een stadsdeel en vaak een woningcorporatie. Zo wordt er lokaal wordt er samen-gewerkt met buurtorganisaties als een jongerenservicepunt, scholen, welzijnsorganisaties en ondernemershuizen. De opzet van de BOOT draagt bij aan de vitaliteit van de wijk, aan talentontwikkeling van de bewoners en het bevordert de relatie tussen de netwerkpartners. Studenten en docenten ontwikkelen vanuit de BOOT allerlei activiteiten in het kader van hun studie. Studenten die in de buurt opgroeien, zijn benaderd om bij te dragen aan de BOOT. Om uitval te voorkomen en om de drempel naar het hoger onderwijs weg te nemen.

26

Page 29: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

27

ResultaatIn 2009 was BOOT De Baarsjes gedurende 47 weken veertig uur per week geopend. Tot eind 2009 hebben 125 studenten vanuit hun minor, stage of afstuderen in ruil voor studiepunten bijgedragen aan de levendigheid in de buurt. De partners verwachten dat de positieve effecten voor de buurt zeker nog zullen toenemen. Geluiden uit de buurt, de tevredenheid van buurtorganisaties, het aantal (90) kinderen dat de BOOT bezoekt, houden zij zorgvuldig in de gaten. In de directe omgeving worden relaties met de buurt opgebouwd. Omgekeerd waarderen de studenten de interculturele leeromgeving en het werken in opdracht van een brede coalitie.

Op 21 januari 2010 is BOOT Zuidoost geopend in het Cultureel Educatief Centrum (CEC) en 18 februari 2010 is BOOT Indische Buurt aan de Molukkenstraat geopend.

Page 30: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Aanpak drugspanden transvaalWatAanpak van drugspanden in Transvaal. De kern: betere samenwerking van de partners met een focus op zowel repressie als zorg.

WaaromDe Transvaalbuurt is een kleurrijke, dynamische buurt die een positieve ontwikkeling doormaakt. Toch kent deze dichtbevolkte wijk nog relatief veel armoede en werkloosheid. De druk op de leefbaarheid en de openbare ruimte is daardoor soms groot. Zo kampt Transvaal nog steeds met drugs- en drankgerelateerde problemen. De buurt heeft meerdere drugspanden, wat ook overlastveroorzakers uit omliggende stadsdelen aantrekt. ‘Het dealen en gebruiken van drugs gebeurt voor een deel op straat, maar ook minder zichtbaar achter de voordeur’, aldus stadsdeelvoorzitter Martin Verbeet. ‘Dit maakt de bestrijding lastig en daardoor wordt overlast een hardnekkig probleem.’

HoeSinds 2007 gaat stadsdeel Oost- Watergraafsmeer deze problematiek grondig te lijf met een gebiedsgerichte aanpak. ‘Het streven is om door samenwerking en informatie-uitwisseling sneller en meer accuraat te kunnen handelen en handhaven’, zegt Gerhard Brouwer, buurtregisseur van de Transvaalbuurt. ‘Alleen door een goede samenwerking en door gebruik te maken van elkaars krachten, kunnen we deze problemen bestrijden.’ Daarom is in 2009 het tweewekelijkse drugspandenoverleg ingevoerd, een belangrijk nieuw middel in de aanpak. Woningcorporaties, het stadsdeel, politie, ggd en dwi vormen een vitale coalitie en maken tijdens dit overleg duidelijke afspraken over de aanpak van de panden met overlastmeldingen. Mathilde Huikeshoven, projectleider alcohol- en drugsoverlast vertelt over de lerende aanpak: ‘We zijn aan het pionieren, maar de verschillende invalshoeken die de deelnemers ter tafel brengen, zorgen ervoor dat we veel van elkaar leren, elkaar stimuleren en onze aanpak gezamenlijk afstemmen.’ De aanpak staat of valt met dossier-opbouw en is dus ook gericht op het vergroten van de meldingsbereidheid van bewoners. In 2009 zijn portiek-gesprekken georganiseerd door corporaties, politie en welzijns-organisatie Dynamo. Ook is afgelopen jaar een buurtactiverend onderzoek gestart onder inwoners om meer gegevens te vergaren en meldingen bij overlast te stimuleren.

28

Page 31: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

29

Resultaat‘We zien dat deze outreachende aanpak zijn vruchten afwerpt maar het blijft een kwestie van de lange adem’, aldus Verbeet. ‘Het is belangrijk dat bewoners zich niet neerleggen bij overlast die ze ervaren maar blijven melden. Maar ook wij en de partners moeten scherp blijven en er bovenop zitten.’ Toch zijn de verschillende partijen enthousiast over de gezamenlijke aanpak van drugsgerelateerde overlast. Concreet zijn de volgende resultaten te melden. In 2009 zijn 27 panden aangepakt:

• 14 wietplantages zijn opgeruimd: dit was onder andere mogelijk door meldingen van bewoners

• 6 drugswoningen zijn ontruimd • bewoners van 1 woning zijn gedagvaard voor ontruiming• bij 2 panden zijn fysieke maatregelen getroffen, zoals

aanpassing verlichting of afsluiten van portiek• 4 panden zijn uit behandeling genomen nadat de overlast

was gestopt na interventie door ggd, corporatie en/of politie

Page 32: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

de Gezonde Wijk

WatBinnen de Amsterdamse Wijkaanpak is gestart met het Experiment de Gezonde Wijk (opgenomen in het charter Amsterdamse Wijkaanpak 2008-2018) in de stadsdelen Geuzenveld-Slotermeer en Amsterdam-Noord. In de tweede helft van 2009 zijn verschillende activiteiten uitgevoerd waarbij medewerking is gevraagd van zowel de bewoners als de partijen die werkzaam zijn in de wijken, of personen die op een andere manier kunnen bijdragen aan de Gezonde Wijk. De voortgang van het experiment wordt periodiek voorgelegd aan het Bestuurlijk Team Wijkaanpak.

WaaromInwoners van wijkaanpakbuurten hebben gemiddeld een slechtere gezondheid dan de rest vanNederland. Acties om de gezondheid van mensen te verbeteren vinden vaak verkokerd plaats. Daardoor is het bereik en effect van deze acties onvoldoende om de gezondheid van mensen structureel te verbeteren. Dit is een belangrijk probleem dat bijzondere aandacht vraagt bij de aanpak in de wijkaanpakbuurten. Want gezonde(re) mensen hebben meer kansen om zichzelf te ontwikkelen, te zorgen voor mensen in de directe omgeving, te werken, of op andere wijze een bijdrage te leveren aan de samenleving. Doel van het experiment in Amsterdam is de gezondheid van inwoners te verbeteren via een integrale aanpak die leidt tot gezonde bewoners in een gezonde leefomgeving.

HoeDe Gezonde Wijk is een voorrangsregeling en een experiment, met een lerende aanpak. Er is een begeleidingsgroep Gezonde Wijk ingericht met genoemde stadsdelen, verschillende stedelijke diensten, GGD (trekker) en zorgverzekeraar Agis. Ook de Vu en de ministeries van VWS en VROM zijn betrokken. Daarnaast wordt met de corporaties overlegd over De Gezonde Wijk. De Gezonde Wijk spitst zich toe op de invloed die de (leef)omgeving kan hebben op de gezondheid en het beweeggedrag van de Amsterdammers. Op ruimtelijk vlak wordt gekeken naar de opnieuw in te richten Buurt 5 (Geuzenveld-Slotermeer) en het Noorderpark (Amsterdam-Noord). Ook de inbreng van bewoners wordt gezocht. Dit is ook in lijn met het reeds ingezette Amsterdamse beleid om partijen te verbinden in brede en vitale coalities die niet vrijblijvend zijn. Rijk en stad maken afspraken om resultaten te boeken.

30

Page 33: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

31

ResultaatIn 2009 maakten de verschillende betrokken disciplines kennis met elkaar en benoemden zij kansen. De eerste plannen zijn:• het maken van een, via een database, toegankelijke

inventarisatie van activiteiten die al lopen en binnen de gezonde leefomgeving passen;

• het organiseren van een aantal ontmoetingen tussen experts en andere betrokkenen met verschillende achtergronden, zowel op stadsdeel- als op stedelijk niveau;

• het formuleren van een advies naar aanleiding van deze ontmoetingen en hier actie op ondernemen. Dit gaat ook om het vinden van financiering voor veelbelovende projecten en activiteiten. Alle partijen willen van de aanpak leren en zijn bereid te investeren;

• samenwerking en informatie-uitwisseling met andere steden en landelijke partijen;

• het uitvoeren van verschillende projecten, zoals een talentontwikkelingstraject waarin jongeren in Geuzenveld-Slotermeer gestimuleerd worden om zelf ideeën aan te dragen voor een gezonde wijk.

Page 34: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

de koningsvrouwen van Landlust

WatIn het project Koningsvrouwen van Landlust neemt Eigen Haard ruim 240 woningen onder handen. Bewoners bepalen samen met Eigen Haard hoe de renovatie eruit gaat zien. Alles wat de bewoners waarderen in de buurt staat centraal. Moderniseren en het bewaren van de sterke punten van de wijk gaan in dit project samen.

WaaromDe woningen voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Klachten waren nauwelijks te verhelpen. Bewoners raakten gefrustreerd en ongemotiveerd. Daarom slaan bewoners en Eigen Haard de handen ineen om een vernieuwde en vooral ook prettige leefomgeving te realiseren. Dé manier, volgens Eigen Haard, om dit soort grote projecten sneller te laten verlopen en om mensen uit de wijk zich thuis te laten blijven voelen in de wijk.

HoeEigen Haard, stadsdeel Bos & Lommer en bewoners vormen een brede coalitie. ‘Alles wat moet gebeuren, gaat de bewoners direct aan. Daarom besteden wij veel tijd aan bewonersparticipatie’, aldus Reiny van Twillert, medewerker Participatie & Wijkbeheer van Woningstichting Eigen Haard. ‘Niet alle kennis komt van boven. De meest bruikbare informatie vind je bij de bewoners zelf.’ Bewoonster Aynur Yildirim bevestigt dat bewoners nauw worden betrokken bij alle keuzes die gemaakt moeten worden. ‘Bij de keuze van vloer- of plafondverwarming, tot tegels in de badkamer en het soort keukenblok. Dat gebeurt via de speciaal opgezette renovatieraad, waar ik zelf in zit, maar ook via de bewonerscommissie en de vrouwenraad.’ Ook de Narcis-Queridoschool doet mee met een lesprogramma. Van Twillert: ‘Leerlingen uit de buurt vormen een speciale kinderraad die onder andere heeft meegedacht over de plattegronden van de woningen. Participatie gebeurt onder het motto ‘iedereen telt’: jong en oud, arm en rijk, ongeacht culturele achtergrond of opleidingsniveau, wordt bij de plannen betrokken. Via nieuwsbrieven en presentaties worden alle bewoners voortdurend op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen.’

32

Page 35: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

33

ResultaatDe voorbereidende fase is afgerond. Eigen Haard heeft de planvorming officieel goedgekeurd en het Sociaal Plan is samen met bewoners ontwikkeld. Omdat er vanaf het begin serieus naar bewoners is geluisterd, heeft Eigen Haard het vertrouwen van de mensen gewonnen. ‘Renoveren is zo fijn, want onze huizen zijn te klein’, zegt een van de buurtkinderen in de nieuwsbrief. ‘Dit geeft aan dat bewoners weten waarom deze renovatie nodig is’, aldus Van Twillert. ‘Door de intensieve participatie staan ze achter de plannen. Dat maakt hen sterk en trots. Zo komen ze goed door dit ingrijpende proces heen. Na de renovatie zijn de klachten allemaal verholpen. Mensen krijgen een prachtige nieuwe, en soms grotere, woning waarin men door de vele energetische maatregelen zuinig kan wonen.’

Door inspraak van de bewoners en kinderen worden er naast de dertig geplande dubbele woningen ook nog dertig ‘anderhalf woningen’ gerealiseerd waardoor veel meer bewoners in een grotere woning kunnen terugkeren. Eigen Haard is nu bezig met het realiseren van een proefportiek. In deze woning worden alle plannen uitgevoerd en inzichtelijk gemaakt om daarna in het hele complex toe te passen. Alle bewoners kunnen hier vanaf maart 2010 hun toekomstige woning bezichtigen.

Page 36: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Hoofdstuk 2Een duurzame aanpak

34

Page 37: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

In het eerste AuP is de programmatische aanpak neergezet. De methodiek van de zogenaamde ‘ER­doelen’ (zie voor uitgebreide toelichting AuP 2008­2009), toegepast op het stedelijk niveau, pretendeert echter meer dan waargemaakt kan wor­den. Het doet vermoeden dat er op stedelijk niveau op inhoudelijke doelen direct wordt gestuurd en het wekt de indruk dat alle buurtinspanningen per saldo bijdragen aan op stedelijk niveau te behalen resultaten. De inhoudelijke doelstellingen van de wijkaanpak wor­den op buurtniveau gerealiseerd. Er wordt nog steeds stedelijk/gezamenlijk gemeten maar op het niveau van de buurtuitvoeringsprogramma’s worden de inhoude­lijke doelen ‘smart’ gemaakt. Daarnaast is de afgelopen periode begonnen met een andere manier van werken; het implementeren en bestendigen van de aanpak: een van de functies van het nieuwe AuP 2010­2011 is het beschrijven en borgen van deze werkwijze, de methodiek van de wijkaanpak. De methodiek die in het kader van de wijkaanpak wordt ontwikkeld en uitgerold moet bewerkstelligen dat er meer effect met gelijke of zelfs minder middelen bereikt kan worden. mede daarom is het van belang dat deze methodiek het komende jaar geborgd wordt; steeds meer ‘business as usual’ zal worden. De opdracht voor 2010­2011 aan de Amsterdamse programmamanager en haar coalitiepartners is de wijkaanpak te verduurzamen. In deze paragraaf worden de elementen benoemd die bijdragen aan de verduur­zaming van de wijkaanpak, en wordt ook voor elk van die elementen aangegeven wat er in 2010­2011 op het programma staat.

2.1 Coalities

In de wijkaanpak worden op verschillende niveaus tussen veel verschillende partijen coalities gesloten. betrokken zijn overheid (stad, stadsdelen, rijk), corporaties en bewoners. De Huurdersvereniging Amsterdam en het Amsterdams Steunpunt Wonen zijn ook onmisbare coalitiepartners. HvA/uvA is nadruk­kelijk aanwezig in de buurten, evenals de politie, welzijnsinstellingen en het bedrijfsleven. Voorbeelden van succescoalities zijn die in de Transvaalbuurt en de Van der Pekbuurt, en met HvA/uvA in bOOT en de leergang van de wijkaanpak. Albert Heijn heeft zich, met 18 winkels in verschillende wijken, gecommitteerd aan de gezamenlijke aanpak in die wijken. Ook HbD (Hoofd bedrijfschap Detailhandel) en PCA (Platform Criminaliteitsbestrijding Amsterdam) participeren in deze samenwerking. Daarnaast leveren de Kamer van Koophandel en het mKb Amsterdam inzet in een aantal buurten bij het versterken van ondernemerschap en ondernemersorganisaties.

Coalities zijn zowel voor de buurt als voor de stad als geheel belangrijk. Daarom moeten we ze versterken en nieuwe sluiten; meer en zichtbaarder coalities en successen uitbouwen, van elkaar leren hoe je dat doet, duurzame coalities sluiten. Coalities die het beste blijken te werken zijn die waar welbegrepen eigenbelang gecombineerd kan worden met het belang van de buurt, met de wijkaanpak. Succesvolle coalities delen een gezamenlijk doel, belang, passie of verontwaardiging. Het smeden van coalities op buurtniveau over concrete zaken is vaak eenvoudiger en sneller effectief, dan het smeden van coalities op stedelijk niveau. Lokale samenwerking is meestal direct doelgericht met een duidelijk belang en een helder resultaat. Stedelijk is

35

Page 38: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

de ambitie vaak abstracter van aard, maar bij zeer hardnekkige problematiek zeker niet minder nood­zakelijk. Succesvolle coalities op buurtniveau hebben een inktvlekwerking voor andere (potentiële) coalities in de buurt, voor andere buurten en voor coalities op stedelijk niveau.

buurtcoalities zijn in 2010­2011 steeds nadrukkelijker aanspreekbaar op de kwaliteit van de buurtanalyse en de uitvoering van het programma. De kwaliteit van die analyse (een integrale diagnose gevolgd door een selectieve aanpak) wordt de komende jaren steeds belangrijker. Doorzetten, uitvoeren, afmaken: dat zijn de buzzwords waar het om gaat.

Ambitie 2010-2011

• (Nog) beter de verbinding zoeken en nadrukkelijker coalities sluiten met de partijen in de domeinen onderwijs en werk & armoede

• bestaande coalities verdiepen en uitbouwen

• Werkwijze en coalitie van stad en corporaties uitbouwen en op stedelijk niveau in prestatie­afspraken vastleggen

2.2 schakelen tussen schalen

Stapeling van problemen gebeurt op individueel (gezin) en op buurtniveau. Acute en/of hardnekkige problematiek op dezelfde soorten thema’s en domei­nen vindt vaak op veel verschillende plaatsen min of meer gelijktijdig en verspreid over de hele stad plaats. Wat is de verhouding tussen deze stedelijke pro­gramma’s (bijvoorbeeld zwakke scholen en stedelijke vernieuwing) enerzijds en buurt­ en individueel niveau anderzijds? Hoe kijken we aan tegen de relatie stedelijk programma – buurtuitvoeringsprogramma en interven­ties op persoonlijk niveau aan? Verantwoord schakelen tussen schalen is juist voor dit soort problemen nood­zakelijk. En dat doen we in Amsterdam met ingang van 2010 als volgt.

1 Focus leggen op de grootste problemen binnen het inhoudelijke programmadomein, bijvoorbeeld onderwijs, werk en inkomen of armoede.

2 Aanwijzen van de overlap van deze problemen met de problematiek in de wijkaanpakbuurten.

3 In stedelijke programma’s voorrang geven aan de wijkaanpakbuurten. Stedelijke programma’s matchen met de wijkaanpak en vice versa; coalities inschakelen c.q. coalitievorming uitlokken. Stedelijke programma’s kunnen overigens belangrijk voordeel hebben bij de pilots en experimenteer­ruimte in de wijkaanpakmethode.

4 Verspreiden van kennis, aanpak en andere verwor­venheden en inzichten en indien opportuun uit­rollen over andere brandhaarden van het stedelijk programma en/of over andere (wijkaanpak)buurten in de stad.

36

Dick Boer, CEO Ahold Nederland:

‘Een Albert Heijn-winkel moet een goede buurman zijn’

‘Albert Heijn heeft 18 winkels in zeven Amsterdamse buurten die vallen onder de wijkaanpak. Er zijn tal van zaken in deze wijken die extra aandacht vragen, zoals leefomgeving, veiligheid en communicatie.Ons streven is om met een Albert Heijn-winkel een goede buurman te zijn; echt de winkel om de hoek. Dat doen we door een vertrouwde plek voor de dagelijkse boodschappen te zijn én een actieve bijdrage te leveren aan het leven in de buurt. Dat gaat niet altijd gemakkelijk en zeker niet automatisch. Des te meer respect heb ik voor de resultaten die bereikt zijn doordat hier elke dag hard aan wordt gewerkt. In stadsdeel Slotervaart hebben we in de zomer van 2009 een proef gedaan met drie winkels waarbij we structureel samenwerken met diverse partijen om de wijk schoner en veiliger te maken. De proef heeft geresulteerd in allerlei verbeteringen zoals meer

Page 39: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Nota bene: wanneer urgentie en locatie van de proble­matiek (punt 1 en 2) (te) vaak niet samen opgaan, kun­nen twee vragen gesteld worden: is de gesignaleerde problematiek van het stedelijk programma wel zo urgent en pregnant als gedacht, en hebben we het wel over de juiste buurten in de stad? De zogenaamde verbinders van de wijkaanpak spelen een cruciale rol in het schakelen tussen en het verbin­den met elkaar van schalen en partijen op die verschil­lende schalen. Verbinders zijn de professionals in de wijkaanpak die werkzaam zijn op stedelijk niveau in de gemeente, bij de HvA/uvA en de corporaties. Zij zorgen ervoor dat de stedelijke (gezamenlijke!) prioriteiten in de buurtuitvoeringsprogramma’s worden uitgevoerd en dat uitvoeringsproblemen in de buurtaanpak die een relatie hebben met een hogere schaal, geïdentifi­ceerd, geagendeerd, aangekaart en opgelost worden. De verbinders hebben ieder een eigen ‘domein’: leren en opgroeien, stedelijke vernieuwing, veiligheid, werk en participatie, HvA/uvA, bewonersparticipatie en –initiatieven, en economie.

2.3 Het gaat om de mensen die het doen

Het draait bij elk programma en project altijd om de competenties en kwaliteiten van mensen. Aansturing van de uitvoering, schakelen tussen schalen, coalities kunnen vormen en bestendigen, niet­hiërarchisch mensen motiveren, empathie tonen maar ook doorzet­tingsmacht ontwikkelen. Allemaal competenties die de mensen die het moeten doen in de buurten ­ de professionals van corporaties, stadsdelen en stad ­ idealiter bezitten. Competenties kunnen ontwikkeld worden. Dit gebeurt onder andere met de Leergang van de Amsterdamse Wijkaanpak. Deze succesvolle leergang draaide in 2009 voor het eerst. Ook in 2010 wordt dit programma aangeboden. Ook mensen die buurtgericht (gaan) werken in buurten die geen wijkaanpakgebied zijn, kunnen veel opsteken van deze leergang. De leergang staat met ingang van 2010 dan ook voor hen open.

Ambitie 2010-2011

• Leergang van de Amsterdamse wijkaanpak

• Opleiding assistent­bewonersadviseurs

• Kennissessies van/in de verschillende domeinen

37

groen op het plein en een informatiepunt van de gemeente in de winkel. Door een goede samenwerking met alle betrokken partijen zorgen we er samen voor dat de problemen echt aangepakt worden. Op basis van deze ervaringen gaan we die aanpak nu ook uitrollen vanuit andere Albert Heijn-winkels die in een aandachtswijk liggen. In Amsterdam tekende ik in september 2009 een samenwerkingsprotocol met wethouder Freek Ossel. En om duidelijk te maken dat Albert Heijn zijn rol in alle aandachtswijken in Nederland serieus neemt, heb ik met voormalig minister Eberhard van der Laan een raamovereenkomst getekend waarin onze afspraken staan. Ik ben er trots op dat we ons steentje kunnen bijdragen aan de verbetering van deze buurten.’

Page 40: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

2.4 Innovatie en experimenteerruimte

Dit is een belangrijke verworvenheid van de wijkaanpak die iedereen graag wil behouden. Het blijven bieden van ruimte voor experiment, het leren van aanpakken en best practices, open zijn en ervaringen delen over worst practices; al deze uitwisseling draagt bij aan het vinden van de beste oplossingen voor die buurt, dat probleem, die groep. Innovatie en experiment kunnen ook leiden tot snelle (bij)sturing van buurtcoalities wanneer een interventie niet (goed genoeg) blijkt te werken. Het lijkt wellicht op het eerste gezicht een paradox te zijn, maar juist de combinatie van innovatie en experimenteren enerzijds en doorzetten, uitvoeren, afmaken anderzijds maakt de (wijk)aanpak tot een robuuste aanpak.

Ambitie 2010-2011

• uitwerken van de pilots Participatiecentra in de Transvaalbuurt, Geuzenveld en Noord met de Dienst Werk en Inkomen; bundelen van de ervaringen met deze centra, ondersteunen en faciliteren van de uitvoering en strategie­ontwikkeling voor een uitrol van de centra over de stad bij gebleken succes (zie ook uitgebreider in paragraaf 3.5)

• Verkenning van gebiedsspecifieke arrangementen en/of experimenten in de fysieke aanpak (stedelijke vernieuwing) door de Dienst Wonen met één of meer corporaties

2.5 Blijven sturen door monitoren en evalueren

Een constante in de wijkaanpak is de rol van monito­ring, onderzoek en evaluatie. Vanaf het begin is op meten ingezet, maar dit moet wel steeds beter gaan worden gebruikt. De resultaat­ en effectmetingen worden steeds meer en beter door de buurtcoalities benut voor het aanscherpen van de diagnose, zodat de vinger steeds preciezer kan worden gelegd op de kern van de buurtproblematiek of de essentie van de oplossingsrichting. De outcomemonitor ‘Staat van de aandachtswijken’ gaat sterker dan voorheen gebruikt worden als instru­ment van analyse en signalering. In eerste instantie is dit de verantwoordelijkheid van de (buurt)program­mamanager, maar meteen daaropvolgend ook van alle (buurt)coalities en de stedelijke verbinders. Aan hen allen is de opdracht gericht om in open gesprek te gaan over de resultaten wanneer daar aanleiding toe is. De partners geven samen het goede voorbeeld door elkaar makkelijker aan te spreken. ‘Afspraak is afspraak’, maar er kan aanleiding zijn elkaar te bevragen: waarom loopt een project niet volgens planning of wordt het niet gerealiseerd? Wat kan een oplossing zijn? Wat of wie is nodig om een oplossing in gang te zetten? moet er geëscaleerd worden naar hogere bestuurs­lagen? Hoe kan ik (manager, bestuurder, beslisser, corporatie, dienst, stadsdeel, bewoner, ASW) helpen om tot een oplossing te komen? Wat gaan we doen? monitoring en evaluatie vormen de rationele basis waarop inspanningen worden afgewogen. Dat vergt een behoorlijke mate van continuïteit in de onder­zoeksthema’s. Die kun je niet te vaak veranderen. Normaal Amsterdams Peil blijft de norm voor de buurten en is het ijkpunt voor meting en sturing van

38

Page 41: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

inhoudelijk georiënteerde inspanningen. De doelen ten aanzien van werkwijze, methodiek en proces (krachtige uitvoering dus) worden gemeten door te kijken naar outcome (o.a. Staat vd stad en Staat vd aandachtswijken), benchmarking (met niet­wijkaan­pakbuurten in Amsterdam en met wijk aanpakbuurten onderling) en kwalitatief onderzoek (o.a. interviews). De doel­inspanningen­netwerken structuur van de buurtuitvoeringsprogramma’s vormen de input voor het kunnen volgen van de beleidscyclus en zijn daar­mee de basis voor de outcomemetingen.

Ambitie 2010-2011

• Aanpassen indicatoren outputmeting naar aanleiding van nieuwe buurtuitvoerings programma’s

• Staat van de aandachtswijken 2­meting (2011)

• In samenwerking met het Rijk benchmarken van een aantal programmaonderdelen/projecten

• Doeltreffendheidsonderzoeken HvA/uvA voor kansenzones en bewonersparticipatie

39

Page 42: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Beehive Bloeiplaatsen WatCreatieve bloeiplaatsen in stadsdeel Slotervaart. Buro Beehive biedt bevlogen (startende) creatieve ondernemers werkunits aan voor weinig geld die uitstekend geschikt zijn om aan eigen projecten te werken en om klanten te ontvangen. Een ondernemer bij Beehive maakt deel uit van het Beehive-netwerk, heeft direct toegang tot verschillende creatieve disciplines en kan coaching en bedrijfsondersteuning ontvangen. Bart de Groot, oprichter Buro Beehive: ‘Samen met de deelnemers van de Beehive Bloeiplaatsen worden diverse vernieuwende projecten bedacht en uitgevoerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen profit en not-for-profit projecten. De not-for-profit projecten moeten een buurt, wijk of stad (re)activeren en de netwerken van creatieven en de wijk versterken. De bloeiplaatsen zorgen voor interactie met de omgeving en samenwerking met diverse opleidingen in de stad. Bijvoorbeeld in de vorm van (snuffel)stages en onderzoeksopdrachten.’

WaaromOm ondernemerschap te ontwikkelen en samenwerking te stimuleren. Creatieve bedrijvigheid levert op deze manier een goede bijdrage aan de leefbaarheid van de wijk en daarmee kan een positiever beeld van de buurt ontstaan, voor de buitenwereld en de bewoners zelf. De Groot: “De Beehive Bloeiplaatsen werken als een multiplier. Het vastgoed wordt meer waard, bedrijvigheid trekt andere ondernemers aan, bedrijfjes investeren weer in hun zaak en er worden zelfs buurtbewoners aan werk geholpen. De uitstraling en impact van een goede buurteconomie op de leefbaarheid in de buurt is echt groot.”

Wie en hoeStichting Beehive werkt intensief samen met onder andere: woningbouwcorporatie Far West, Berenschot, Kamer van Koophandel Amsterdam, gemeente Amsterdam, stadsdeel Slotervaart, Bureau Broedplaatsen, Hogeschool Inholland, HvA, uvA, Stichting De Bakkerij, jINC. (voorheen Campus Nieuw West), Triodos Bank, restaurant the Color Kitchen, VLAM, Eigenwijks, www.vlla.nl en bakker Avi.

Het Beehive-concept:• is gebiedsgericht en specifiek;• kent steeds meer en bredere

coalities en verbindt partijen in een netwerk;

• is gericht op ondernemen en duurzaam;

• is cultuurveranderaar en experimenteerwerkplaats;

• stimuleert partijen elkaar steeds meer aan te spreken op ieders inbreng;

• experimenteert met verschillende projecten.

40

Page 43: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

41

ResultaatSlotervaart is de eerste plek waar Buro Beehive ruim twaalf Beehive Bloeiplaatsen heeft opgezet in voormalige winkel- en bedrijfspanden, en in Vliegbasis de Huygens. Studio GloriusVandeVen en grafisch vormgeefster en styliste Fanny Morriën huren gezamenlijk een plintruimte aan de Karel Klinkenbergstraat. Ze delen een zeer schappelijke huurprijs. In ruil daarvoor werken ze mee aan projecten in de buurt. Voor beiden is dat niets teveel gevraagd. Fanny Morriën: ‘We zijn twee uur per week maatschappelijk actief in Slotervaart of we zijn bezig met andere Beehive projecten. Dat mag best iets voor jezelf opleveren. Maar wat ik belangrijker vind is dat wij mogen meedenken over buurtgerelateerde zaken en echt iets kunnen betekenen hier. ’Villa Beehive en club VLLA zijn de nieuwste aanwinst. Deze locatie beschikt niet alleen over werkunits, maar ook

over een geluidsstudio en een theater: een podium voor verschillende activiteiten zoals clubavonden, filmavonden, liveoptredens, debatten en een huiskamerrestaurant. Villa Beehive betrekt o.a. ook de jongeren uit de buurt bij de programmering.

Beehive werkt of heeft gewerkt aan onder andere de volgende projecten: Vlaggenproject, Antennefestival, Vader-Kind Circus, World of Difference, Vodafone Netherlands Foundation, Start Kids Workshop Jatopa, Sloterplasfestival, Bliksemstage - Campus Nieuw West.

Page 44: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Pitstop transvaal WatIn Pitstop Transvaal krijgen buurt-bewoners in hun eigen buurt praktische informatie, advies en concrete hulp om weer actief te worden. Het doel van de pitstop is het verhogen van de (arbeids)participatie van bewoners van de Transvaalbuurt. Pitstop Transvaal biedt onder andere informatie over: vacatures, vrijwilligerswerk, re-integratietrajecten en scholing/stages.Mariska van der Linden, projectleider bij Welzijnsorganisatie Dynamo: ‘Het is een laagdrempelige en gezellige inloopplek midden in de buurt. Hier ondersteunen we bewoners zonder al te veel poespas bij het actief worden in of buiten de wijk. We hebben vacatures, maar helpen ook met het aanmaken van een emailadres.’

WaaromIn de Transvaalbuurt zijn goed onderwijs en werk, naast veiligheid, van essentieel belang voor de leefbaarheid. Nog veel mensen hebben moeite om de weg naar (vrijwilligers)werk te vinden. uit onderzoek blijkt dat het vooral gaat om langdurig werklozen van 40 jaar en ouder, migrantenvrouwen en jongeren. In 2008 is een aantal betrokkenen uit de buurt rond de tafel gaan zitten om te bedenken wat er nodig zou zijn om ook deze mensen te activeren. Een kleinschalige voorziening als Pitstop Transvaal is daar uit voortgekomen.

HoeDe aanpak is specifiek en gebiedsgericht. ‘Wil je het leefklimaat verbeteren dan moet je proberen het zo lokaal mogelijk op te pakken’, aldus Martin Verbeet, stadsdeelvoorzitter van Oost-Watergraafsmeer. ‘Pitstop is kleinschalig en laagdrempelig. Daarmee bereik je veel buurtbewoners. Daarnaast is goed samenwerken met alle instanties een vereiste.’ Welzijnsorganisatie Dynamo voert Pitstop Transvaal uit in opdracht van stadsdeel Oost-Watergraafsmeer en in nauwe samenwerking met DWI, het uWV WERKbedrijf en andere organisaties in de maatschappelijke dienstverlening (voor bijvoorbeeld schuldhulpverlening of maatschappelijk werk). Een voorbeeld is het Loket Zorg en Samenleven dat ook door Dynamo wordt gerund. Pitstop is gehuisvest in een opgeknapt pand van woningcorporatie Eigen Haard.

Pitstop Transvaal heeft een duurzaam karakter omdat het een langdurige aanpak betreft, en vanwege de kwaliteit van de samenwerking tussen de coalitiepartijen.

42

Page 45: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

43

Resultaat Volgens André van Vught van stadsdeel Oost-Watergraafsmeer loont de samenwerking. Er worden in Oost veel méér mensen bemiddeld naar werk dan vooraf gedacht. Tot wel 600% méér. En dat niet alleen in Transvaal. ‘Het is niet de bedoeling dat we in de wijken een nieuw uWV WERKbedrijf-vestiging creëren’, aldus Van Vught. ‘Wel weten de werkcoaches de mensen in de wijk te vinden en ‘mee te nemen’. Daarin ligt de grote winst. We verrichten als het ware het voorwerk. Dat betekent tijdswinst voor het Werkplein. Bovendien zijn er ook minder afhakers.’

Page 46: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Leergang Amsterdamse wijkaanpakWatDe Leergang wijkaanpak biedt wijk- en gebiedsmanagers en verbinders van stadsdelen, diensten en woningcorporaties handvatten bij de Krachtige uitvoering van de Amsterdamse wijkaanpak. De leergang bestaat uit vijf blokken van 2 dagen verspreid over een jaar. Daarbinnen worden kennis, inzicht en vaardigheden verworven op het gebied van vijf thema’s: wonen en leven, leren en opgroeien, integratie en participatie, werken en economie en veiligheid. De leergang richt zich ook op monitoren en onderzoeken, waardoor tussentijdse bijstelling mogelijk wordt en een link wordt gelegd tussen de resultaten van de wijkaanpak en de effecten in de wijk.

WaaromDe wijkaanpak is mensenwerk. ‘Daarom willen wij in professionals investeren’, zegt programmamanager Amsterdamse wijkaanpak Hettie Politiek. ‘Met de leergang ontwikkelen de deelnemers zich tot experts. Dat is dé garantie om de beste mensen in de krachtwijken het verschil te laten maken.’ Lizette Ploeg is programmamanager Overtoomse Veld en oud-deelnemer aan de leergang: ‘Dat partijen intensief met elkaar samenwerken was niet altijd vanzelfsprekend. De wijkaanpak zorgt dat de centrale stad, de stadsdelen en de corporaties goed samen gaan werken. We willen de komende tien jaar met elkaar de wijken verbeteren.’ Tijdens de leergang werken de vertegenwoordigers van de diverse partijen een jaar lang intensief samen rondom de belangrijkste thema’s binnen de wijkaanpak. Jurgen Klaassen, gebiedsontwikkelaar van woningcorporatie de Alliantie voor Geuzenveld-Slotermeer, zegt daarover: ‘Ik begrijp de positie van de professionals bij onze partnerorganisaties beter. En je moet het eigenbelang kunnen overstijgen om de centrale doelen van de wijkaanpak te kunnen realiseren.’

HoeDe programmamanager Amsterdamse wijkaanpak is opdrachtgever van de leergang. De HvA, de gemeente Amsterdam en Amsterdamse woningcorporaties zijn verantwoordelijk voor de voorbereiding, inhoud, uitvoering en de organisatie van de leergang.

De leergang:• is een lerende aanpak, waar theorie

en praktijk samenkomen• verbindt de diverse partijen,

werkzaam in de wijken• is gericht op kennisontwikkeling en

kennisdelen• biedt een duurzame methodiek

44

Page 47: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

45

ResultaatIn 2009 heeft de leergang zeer succesvol gedraaid met 23 deelnemers vanuit de diensten, stadsdelen en corporaties. Op 4 december 2009 was er een feestelijke afsluiting met uitreiking van de certificaten voor alle deelnemers. Deelnemers spraken na afloop hun waardering uit over: • toepasbaarheid van de lesstof op de eigen werksituatie; • leerzame theoretische hoorcolleges over thema’s in de

wijkaanpak;• locatie van de leergang en de werkbezoeken in de

verschillende Amsterdamse aandachtswijken;• teamvorming en intensivering van de onderlinge

samenwerking;• vruchtbare kennisuitwisseling;• verworven inzicht in de belangen van andere partners.

Leergang 2010-2011In september 2010 gaat de nieuwe leergang van start met dezelfde formule: 5 blokken van 2 dagen rondom de 5 thema’s van de wijkaanpak met een combinatie van interessante hoorcolleges en de lessen uit de praktijk. Aanmelden kan bij Sandra Bos, Hogeschool van Amsterdam, [email protected].

Page 48: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Buurtbeheerbedrijf Nieuw Reimerswaal in Osdorp

Wat Buurtbeheerbedrijf Nieuw Reimerswaal in Osdorp (BBNR) is een laagdrempelig aanspreekpunt waar bewoners terecht kunnen met zaken die te maken hebben met de leefbaarheid (schoon, heel en veilig) in de buurt. Elke bewoner kan bij het BBNR terecht met klachten of signalen over de openbare ruimte en de woningen van Ymere. Het BBNR onderneemt dan zelf actie, geeft deze door, of verwijst bewoners naar de juiste instantie. Ook wanneer bewoners ideeën hebben of ondersteuning willen op het gebied van leefbaarheid kunnen zij terecht bij het BBNR.Naast een informatie- en meldpunt is het buurtbeheerbedrijf ook een belangrijke werkervaringsplaats. Via Wonen en Werken in de Wijk (WW&W) worden jongeren uit de buurt ingezet voor het onderhoud van de wooncomplexen. De mede-werkers sociaalfysiek beheer (buurtbewoners met een achterstand tot de arbeidsmarkt) zetten zich in voor de leefbaarheid en de openbare ruimte en portieken. De jongeren en medewerkers worden begeleid door een leermeester van Zone 3 en een leermeester van het Servicebedrijf van Ymere. Zodra de jongeren het technische werk zelfstandig en professioneel kunnen uitvoeren, stromen ze door naar het Servicebedrijf van Ymere voor een reguliere baan.

Waarom De Reimerswaalbuurt is een stedelijk vernieuwingsgebied. Tot tenminste 2015 vindt er stadsvernieuwing plaats. Er worden ongeveer 1100 woningen gesloopt waarvoor nieuwbouw in de plaats komt. In deze periode is ook sprake van tijdelijke verhuur. Een risico van stadsvernieuwing op deze schaal is dat de leefbaarheid en de betrokkenheid van bewoners afneemt. Daarom wil Ymere in dergelijke buurten buurtbeheerbedrijven opzetten.

HoeYmere heeft samen met het stadsdeel Osdorp het initiatief genomen voor het opzetten van een buurtbeheerbedrijf in de Reimerswaalbuurt nadat inspiratie was opgedaan met buurtbeheer bij Cambio in Deventer. Het BBNR bewaakt de eigen kwaliteit. Gezamenlijk is er een nulmeting gedaan in de buurt om de belangrijkste knelpunten te kunnen benoemen en aan te pakken. Ymere heeft vervolgens ook het onderhoud aan de woningen in het BBNR ondergebracht. Voor de dagelijkse leiding en de uitvoering van het BBNR is Zone3 de maatschappelijke partner van Ymere. De jongeren die het technisch onderhoud plegen, komen via WW&W. Gezamenlijk vormen alle teamleden een vitale coalitie in een nieuwe organisatie: BBNR.

46

Page 49: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

47

Resultaat Ymere wil het concept van het buurtbeheerbedrijf in overleg met stadsdelen graag introduceren in andere buurten in Amsterdam. ‘Na de Reimerswaalbuurt is het de beurt aan Amsterdam-Noord, Oost en West. In 2010 willen we die gerealiseerd hebben’, aldus Loes Leatemia, programmamanager Wijkaanpak bij Ymere. ‘We vangen daarmee twee vliegen in één klap. Enerzijds creëren we werkgelegenheid in de buurt voor mensen, met name jongeren, die moeilijk aan een baan komen. En anderzijds knappen we woningen op en houden we de buurt schoon, heel en veilig.’Bij BBNR werken twee jongeren en 3 buurtbewoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. In 2009 zijn 2 jongeren uit het traject gegaan, maar die zijn via WW&W elders aan het werk gekomen. De verwachting is dat de huidige jongeren binnen

een jaar doorstromen naar een reguliere baan.Bewoners geven te kennen dat de buurt er zichtbaar op vooruit is gegaan en dat zij ook snel hulp krijgen van het BBNR bij klachten over hun woning. Ook vinden bewoners het prettiger om binnen te lopen bij het BBNR dan te bellen naar een 0800-nummer. In februari 2010 is een nieuwe meting gedaan in de buurt om het huidige resultaat van BBNR vast te stellen.

Page 50: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Weekendstudent

WatKansarme kinderen uit de groepen 7 en 8 van drie basisscholen in Nieuwendam-Noord volgen iedere zondag een leerprogramma op hun eigen school waarin zij hun taal en algemene ontwikkeling bijspijkeren. Naast de taal is er aandacht voor talentontwikkeling en kennismaking met diverse facetten van de samenleving. Er zijn lessen en veel (begeleide) uitstapjes naar musea en andere interessante plekken in de stad. Het programma duurt twee jaar en wordt uitgevoerd door SKC, de Stichting voor kennis en sociale cohesie.

WaaromIn de buurt wonen veel kinderen uit kansarme milieus. Met een betere beheersing van de taal en meer zelfbewustzijn, vergroten zij hun perspectief en binding met de buurt en de stad. Een intensief traject kan hen daarbij helpen. De overgang van de basisschool naar de middelbare school is voor minder kansrijke kinderen vaak een kritieke en veel bepalende fase. Het is belangrijk om juist in die periode aandacht te geven en in kinderen te investeren. Het project Weekendstudent draait op meerdere plekken in de stad. In Nieuwendam-Noord heeft het stadsdeel er werk van gemaakt om dit project krachtig in uitvoering te brengen.

HoeHet project is een initiatief van SKC en het komt als zodanig dus ‘van onderaf’. In het project wordt heel nauw samengewerkt met het leerkrachtteam van de scholen. Stadsdeel Noord heeft het initiatief omarmd en vervult inmiddels vooral een faciliterende rol. Het project is echt op de uitvoering gericht: er zijn korte lijnen en er is weinig overhead. Ook wordt er gewerkt aan de hand van een duidelijk gedegen programma.

48

Page 51: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

49

Resultaat Het project Weekendstudent in Nieuwendam-Noord is in april 2009 van start gegaan. Echte effecten zijn pas na twee jaar zichtbaar wanneer de kinderen de overstap naar een middelbare school gaan maken. Toch zijn er al successen geboekt. De leerkrachtteams en ouders van de scholen zijn zeer enthousiast: ‘Waarom zijn we hier niet eerder mee begonnen?!’, is een veelgehoorde uitspraak. Van de Amstelmeerschool, de Berkelier en de Monseigneur Bekkersschool doen respectievelijk 42, 22 en 19 kinderen mee. Er is tot nog toe géén uitval geweest.

Page 52: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Hoofdstuk 3Gezamenlijke stedelijke agenda voor 2010-2011

Mieke van den Berg, bestuurder Eigen Haard:

‘Krachtige ondernemers zijn van onschatbare waarde voor een vitale wijk’

‘Krachtige ondernemers zijn van onschatbare waarde voor een vitale wijk. Immers, de veiligheid, het leefklimaat en de aantrekkingskracht van een buurt worden nadrukkelijk verbeterd als er geslaagde ondernemers en maatschappelijke voorzieningen zijn. Iedereen heeft belang bij een succesvolle en divers samengestelde ondernemersgroep. Daarom doen we intensief onderzoek naar de branchering. Bijvoorbeeld in de Transvaalbuurt, de Indische buurt en Vogelbuurt/IJplein. Daar is de pandenbank uit voortgekomen: een digitaal overzicht van het aanwezige bedrijfs- en maatschappelijk onroerend goed. Alle ondernemers moeten een aanwinst zijn voor de buurt. Een positieve uitstraling en plezierige reuring trekken ook winkelpubliek van buiten aan. Zo ontstaat er dynamiek en koopkracht waar iedereen op kan meeliften. Voor een betere buurteconomie zoeken we de samenwerking op. Zo heeft Eigen Haard met Ymere én stad en stadsdelen een

50

Page 53: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

In dit hoofdstuk wordt geïnventariseerd wat voor de verschillende beleidsdomeinen de komende twee jaar in het kader van de wijkaanpak op stedelijk, geza­menlijk niveau nodig is om de aanpak in de buurten te ondersteunen, te faciliteren en een grotere kans op succes te geven. De beleidsdomeinen sluiten inhoude­lijk aan bij die van het ministerie van Wonen, Wijken en Integratie. Het uitgangspunt voor dit AuP voor deze domeinen is afbakening, het aanbrengen van focus. Scherper kijken naar wat in het kader van de wijkaan­pak, dus op buurtniveau, nodig is van de stad, en wat nog niet of nog niet goed genoeg belegd is in andere (al dan niet reguliere) stedelijke programma’s. Voor elk domein wordt de opgave benoemd en vervolgens de agendapunten geformuleerd, oftewel: het programma 2010­2011.

3.1 Bewonersparticipatie en initiatieven OpgaveDe wijkaanpak onderscheidt zich ten aanzien van andere manieren van werken door de centrale rol die bewoners in de aanpak spelen en door de initiatieven die bewoners (kunnen) ondernemen in de buurten. De Tilburgse School voor bestuur en Politiek heeft in twee opeenvolgende onderzoeken bewoners­participatie in buurten van de wijkaanpak onder de loep genomen. Van Hulst e.a. constateren in Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie ­ Tilburg 2009, dat in Amsterdamse buurten bewoners in sterk toe­nemende mate steeds meer en beter worden betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van de aanpak van problemen in hun buurten.

Er zijn drie redenen waarom Amsterdam zwaar inzet op het verduurzamen van de betrokkenheid van bewoners bij de wijkaanpak.

1 bewonersparticipatie is goed voor de buurt. We kunnen ‘het’ niet zonder bewoners. De stapeling van problematiek in de wijkaanpakbuurten is dusdanig hardnekkig dat professionals alleen het tij niet kunnen keren. bewoners, oude en nieuwe, zijn de belangrijkste stakeholders en zij zijn onmisbaar in het blijvend verankeren van successen en verbeteren van de buurt. bewonersinitiatieven dragen hier aan bij. Gebleken is dat deze initiatieven gebaat zijn bij professionele ondersteuning en bij eenvoudige financieringsregelingen.

boekje uitgegeven: Wijkeconomie – tien tips voor vastgoed- en brancheringsstrategieën. Ook werken we samen met de gemeente en stadsdelen en zijn we uiteraard voortdurend in gesprek met ondernemers zelf. We proberen erachter te komen hoe zij het doen en waar ze hun zaak kunnen verbeteren. Daar helpen wij bij. Bijvoorbeeld door speciale regelingen onder de aandacht te brengen, zoals de Economische Kansenzone regeling. Of door zzp’ers kleinschalige werkplekken aan te bieden in een door ons speciaal vrijgemaakt winkelpand. De wijkaanpak heeft de samenwerking tussen de verschillende partners een flinke duw in de goede richting gegeven. Nu we er samen naar streven om niet alleen de negatieve elementen weg te halen, maar ook om positieve impulsen te geven, lukt het ons beter om duurzaam vitale wijken te realiseren met tevreden bewoners. De fysieke, sociale en economische peiler zijn daarbij alledrie even belangrijk, maar toch zetten we in een aantal wijken bewust steviger in op het versterken van de buurteconomie en de positie van ondernemers omdat wij veel van die groep verwachten. Een goed ondernemersklimaat zorgt ervoor dat we op den duur minder geld en energie hoeven te steken in het continu opknappen, schoon- en veilig houden van een wijk. Wij hopen uiteindelijk dat die wijken er financieel-economisch zó op vooruit gaan dat de waarde van ons bezit op peil blijft. We geloven in de win-win kansen van de Wijkaanpak. Daarom pleit ik ervoor om af te maken waar we mee bezig zijn. We moeten continu in de gaten houden dat vitale wijken in het belang zijn van bewoners, ondernemers en onszelf.’

51

Page 54: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

2 bewonersparticipatie is noodzakelijk voor draagvlak en een goede analyse. bewoners denken mee over de speerpunten in de buurt en hoe die het beste kunnen worden aangepakt. Ook delen zij hun ervaringen met professionals over verbetering of verslechtering van de leefbaarheid in hun buurt. Zo werken buurtcoalities. Dit alles leidt tot verduur­zaming van de aanpak. Deze inhoudelijke samen­werking met bewoners is het afgelopen jaar verder ontwikkeld. Daarbij zijn er aanzienlijke verschillen tussen de werkwijze in stadsdelen en de plaats die bewoners innemen in de samenwerking.

3 bewonersparticipatie draagt bij aan de emancipatie van minder redzame bewoners. Competentie ontwik­keling van bewoners is competentieontwikkeling van de buurt. Dit is nogal eens de positieve bijvangst van bewonersinitiatieven, en daarmee een extra legitimatie voor het investeren in bewonersinitiatie­ven en bewonersparticipatie. meedoen aan de maatschappij, emancipatie en langzamerhand een rol en verantwoordelijkheid nemen. Deze noodzakelijke stappen in persoonlijke vaardigheden voor arbeid en opleiding zijn makkelijker te zetten op het over­zichtelijke en ‘ongevaarlijke’ niveau van het bekende, de school, de buurt. Een rol spelen in de buurt laat mensen weer geloven in hun eigen probleemoplos­send vermogen. Samenwerking tussen bewoners en professionals draagt er overigens ook aan bij dat partijen elkaar weer beter leren kennen, waardoor ook het vertrouwen in de omgeving kan groeien.

Het afgelopen jaar is gekozen voor een proactieve houding van professionals ten aanzien van bewoners:

dit werpt veel resultaten af. Dit blijkt onder meer uit de, in November 2009 verschenen Amsterdamse rapportage bewonersparticipatie in de wijkaanpak. Veel meer mensen dan voorheen worden hierdoor bereikt en worden actief. bewonersinitiatieven en –participatie hebben veel energie losgemaakt in de buurten, er zijn nieuwe manieren van werken ontwik­keld en veel bewoners zijn enthousiast. In 2010 bouwen we voort op de ervaringen en leerpunten van 2009. Hierbij zullen (voor het gezamenlijke Amsterdamse programma) voor de professionele ondersteuners de accenten liggen op kennisdelen, leren van goede voorbeelden en leren van onderzoeken in Amsterdam en elders. Opdat de beste praktijken op dit gebied meer gemeengoed worden in de stad. Zo blijkt het zogeheten vouchersysteem, ontwikkeld door het ministerie van WWI samen met het Landelijk Samen­werkingsverband Aandachtswijken, goed te werken. In 2008­2009 is hiermee geëxperimenteerd in 3 buurten. In 2010 zal in meer buurten met dit systeem gewerkt gaan worden. Het werken met regiegroepen of denk­tanks voor de toetsing en toekenning van bewoners­initiatieven blijkt succesvol. Door de speciale middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld, kunnen vele initiatieven ook daadwerkelijk uitgevoerd worden. In de buurten willen we verder bouwen aan partner­schap: we streven naar vernieuwende vormen van participatie en bewonersbetrokkenheid bij beleids­ontwikkeling en bij de uitvoering van afzonderlijke projecten, zoals de renovatie van een complex woningen, de inrichting van een park of plein. maar ook bij projecten voor het verbeteren van de veiligheid, het stimuleren van werkgelegenheid of het voorkomen van schooluitval.

52

Page 55: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Programma 2010-2011 bewonersparticipatie en initiatieven

• Kennisdelen en stroomlijnen: leren van de goede voorbeelden in het werken met bewonersinitiatie­ven en dit uitrollen naar andere buurten

• Kennisdelen: leren uit onderzoeksresultaten in Amsterdam en elders in het land

• Versterken van de rol en samenhang van communi­catie en bewonersparticipatie

• Werken aan partnerschap: versterken van de samenwerking van professionals met bewo­ners in de buurten o.a. door methodiek­ en competentieontwikkeling

53

Page 56: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

3.2 Hoger onderwijs in de wijken OpgaveEen succesvolle coalitie op buurt­ en op stedelijk niveau is die van de stad, stadsdelen en corporaties met de Hogeschool van Amsterdam (HvA/uvA). De inzet van de HvA/uvA vindt plaats op vier velden.1 Onderzoek2 Opleiding: leergang van de wijkaanpak, kleinere

cursussen, maatwerktraining3 Kennismanagement: ondersteuning door inbreng

expertise4 Talentontwikkeling: recruteren, selecteren en

afstuderen. Door de bekendheid van het hoger onderwijs te vergroten door fysiek aanwezig te zijn in de buurt en het aanwezige talent in de wijken beter te herkennen en vaker ‘binnen te halen’.

Kennismanagement is de verbindende factor tussen (1) opleiden/professionaliseren, (2) onderzoek en (3) de uitvoeringspraktijk. Het Kennis Netwerk Amsterdam (het samenwerkingsverband van 50 maat­schappelijke organisaties in de stad voor kennis­ontwikkeling en kennis delen op het gebied van stede­lijke ontwikkeling, leefbaarheid, best practices) is de coalitiepartner die de activiteiten op deze terreinen coördineert en aanstuurt.

De afgelopen periode is een aantal belangrijke resulta­ten neergezet door de HvA/uvA, zoals de ontwikkeling en implementatie van de bOOT (buurt Onderzoek Onderwijs Talentontwikkeling) in stadsdeel De baarsjes, en de eerste editie van de Leergang voor de Amsterdamse Wijkaanpak (gericht op buurt programma­managers wijkaanpak van corporaties en stadsdelen, en verbinders) is gegeven.

Programma 2010-2011 hoger onderwijs in de wijken

• uitrollen bOOT­en in 2009­2010 in meerdere buurten (Indische buurt ­ molukkenstraat; Zuidoost – Cultureel Educatief Centrum in de G­buurt; Nieuw­West)

• Evaluatie bOOT­en in 2010 door het Verwey Jonker instituut

• Opleidingsactiviteiten: impuls die door de wijk­aanpak is geïnitieerd. Namelijk het ondersteunen en verder professionaliseren van buurt­/gebieds­gericht werken en het verbreden en verdiepen van programmatisch werken. Die ondersteuning is er ook voor gebiedsgericht werken in niet­wijkaanpakgebieden en op verschillende niveaus van professionals in buurten en wijken

• Opleidingsactiviteiten van de HvA/uvA structureel verbinden aan de stad Amsterdam c.q. groot stede­lijke perspectief. De HvA gaat de opleiding urban management Studies aanbieden en ook de nieuwe opleiding HbO­bestuurskunde wordt ingestoken op grootstedelijke kansen en problemen

• Onderzoek en monitoring: uitvoeren van vier onderzoeken naar de effecten van de interventies in de programmaonderdelen: achter de voordeur, bewonersparticipatie, culturele interventies en interventies op buurtniveau gericht op talentontwikkeling

Willem Baumfalk, domeinvoorzitter bij de HvA en

portefeuillehouder Wijkaanpak HvA-uvA:

‘De komst van het hoger onderwijs zal het leefklimaat in buurten een stukje beter maken’

‘Wij zijn niet alleen de hogeschool en universiteit van Amsterdam, maar ook voor Amsterdam. Als hogere onderwijsinstellingen willen we midden in de samenleving staan. Daarom zijn wij partner in de Wijkaanpak. Wij voelen ons verplicht om bij te dragen aan de ontwikkeling van de stad, al was het maar omdat veel van onze studenten uit groot Amsterdam komen. Sterker nog, steeds meer van onze studenten wonen in de wijkaanpakbuurten. Daarom voelen wij ons ook betrokken bij de ontwikkeling daarvan.De Wijkaanpak is een mooie katalysator om de samenwerking met andere partijen handen en voeten te geven. Onze partners wenden zich tot elkaar om een gemeenschappelijk doel te bereiken: een gebiedsgerichte aanpak met focus op urgente problemen. Dat vind ik heel positief. Zo hebben wij in co-productie met de gemeente en corporaties de leergang Amsterdamse Wijkaanpak opgezet om

54

Page 57: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

3.3 Leren en opgroeien

Opgave‘It takes a village to raise a child’. In het eerste AuP zijn veel zaken op het gebied van leren en opgroeien geagendeerd. Dat was nodig omdat er op een aantal problemen die in de buurten speelden, en die buur­toverstijgende oplossingen behoefden, nog geen adequaat stedelijk antwoord was geformuleerd. Op een heleboel fronten is dat de afgelopen twee jaar gebeurd. Goede voorbeelden zijn: het programma zwakke scholen (ofwel ‘Kwaliteitsaanpak basisscholen Amsterdam’), het Sportplan en het programma Vroeg­ en voorschoolse educatie. Het uitgangspunt voor dit AuP wat betreft het sociaal domein is afbakening: scherper kijken naar wat in het kader van de wijkaan­pak, dus op buurtniveau, nodig is van de stad en wat nog niet, of nog niet goed genoeg, belegd is in andere al dan niet reguliere stedelijke programma’s. In menig buurtuitvoeringsprogramma is kwaliteitsverbetering van het onderwijs een van de speerpunten. De wijk­aanpak betekent veel voor ´the village´. De school­kind relatie kan niet los gezien worden van de context van de leefomgeving. De afgelopen periode is de Achter de voordeuraanpak in veel buurten op gang gekomen. Dit is en blijft een essentieel onderdeel van de aanpak in de wijk­aanpakbuurten. In Nieuw West, vooral in Osdorp, wordt ingezet op ketenregie, in combinatie met portiek­ en galerijgesprekken, vanuit hetzelfde oog­merk als waarmee elders de Achter de voordeuraanpak werkt. Verdere professionalisering is nog nodig. Evenals het zeker stellen van financiering. Dit programma is hiervoor vooralsnog afhankelijk van de wijkaanpak. Een buurt waarin te veel kinderen (blijven) ontsporen en te veel ouders niet in staat zijn adequaat op te

voeden blijft kwetsbaar, hoe succesvol andere onder­delen van het wijkaanpakprogramma ook mogen zijn.

Programma 2010-2011 leren en opgroeien

• Versterken van gebiedsgerichte focus in op onderwijs gerichte stedelijke programma´s in het kader van de voorrangsregeling die de wijkaanpak is

• Verkenning van de manier waarop alle beleids­terreinen in stelling gebracht kunnen worden om de leer­ en leefomgeving van kinderen optimaal te maken. Op basis van de verkenning formuleren de programmamanagers van Jong Amsterdam en Kwaliteitsaanpak basisonderwijs Amsterdam en de buurtprogrammamanagers gezamenlijk een voorstel hoe dit te organiseren. Dat leidt tot handvatten voor lijnafdelingen

• Professionaliseren en uitrollen Achter de voor­deuraanpakken of daaraan gerelateerde aanpakken, zoals in Osdorp in samenwerking met de Sociale Alliantie (samenwerkingsverband van stedelijke diensten die zich begeven op het sociale domein)

• betrekken van bewoners bij scholen

• brede scholen (zie ook paragraaf 3.9)

projectmanagers van corporaties en stadsdelen beter toe te rusten voor de Wijkaanpak. Samenwerken aan professionalisering is natuurlijk essentieel voor een krachtige uivoering. Om als hogere onderwijsinstelling zelf goed zichtbaar te zijn in de buurt, bieden de corporaties ons fysieke plekken voor het opzetten van de boot: de buurtwinkel voor onderwijs, onderzoek en talentontwikkeling. In stadsdeel De Baarsjes is dit jaar gestart met een boot. Nog voor de zomer van 2010 worden er in elk geval twee nieuwe locaties geopend, in de Indische buurt en Zuidoost. De stadsdelen nemen daarbij ook hun verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld door in de boot aanwezig te zijn met een jongerenservicepunt. Elk kind dat daar binnenloopt voor bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding is een bewoner uit de buurt en dat heeft een direct effect. De komst van het hoger onderwijs naar buurten zal het leefklimaat een stukje beter maken. Er is meer reuring. Studenten die in de boot participeren doen projecten en onderzoeken in de buurt en bijvoorbeeld op basisscholen. Zij vervullen een voorbeeldfunctie. Omdat het hoger onderwijs laagdrempelig wordt gemaakt hoop ik dat de jeugd die daar woont, en vaak van niet-Nederlandse komaf is, wordt gestimuleerd om te gaan studeren. Want het is nog steeds zo dat de participatie van allochtone jongeren in het hoger onderwijs lager is vergeleken bij autochtone jongeren. Dat vindt zijn oorsprong waarschijnlijk in het ontbreken van rolmodellen en de onbekendheid met de mogelijkheden van het hoger onderwijs. Maar het aandeel allochtone studenten gaat wel in rap tempo omhoog. Om hen succesvol door de opleiding heen te krijgen, steken wij als onderwijsinstelling veel tijd en moeite in de begeleiding van die studenten. Zij zijn de eerste generatie hoogopgeleide allochtonen van ouders die vaak niet gestudeerd hebben en dan heb je een achterstand in te halen.’

55

Page 58: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

3.4 de gezonde wijk

Opgave Het Experiment Gezonde Wijk is opgenomen in het charter Amsterdamse Wijkaanpak 2008­2018. De achterliggende gedachte bij dit experiment waar­aan negen gemeenten in Nederland meedoen is dat de gezondheid van bewoners in krachtwijken, vergeleken met bewoners in andere wijken, minder goed is. De Gezonde Wijk staat voor Gezonde Zorg, Gezonde Leefomgeving en Gezonde bewoners.Amsterdam heeft besloten om het thema Gezonde Leefomgeving sterk op te pakken. Er wordt binnen de Wijkaanpak veel geïnvesteerd in de inrichting van de wijken en het idee is dat deze inrichting ook een bijdrage kan leveren aan de gezondheid van de bewoners. Dit houdt in dat verschillende disciplines (gezondheid en preventie enerzijds en ruimtelijke ordening anderzijds) met elkaar om de tafel zitten en zogenaamde ‘quick wins’ zoeken dan wel opzetten, maar dat ook naar mogelijkheden wordt gezocht om op de langere termijn vanuit de ruimtelijke ordening bij te dragen aan het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Er is een nauwe samenwerking tussen de stadsdelen, corporaties, de GGD (trekker), dRO, DZS, Agis en de wijkaanpak.Het experiment loopt momenteel in de stadsdelen Noord en Geuzenveld­Slotermeer. Diverse projecten zijn reeds begonnen of staan op het punt om van start te gaan.De successen in deze stadsdelen zullen uitgerold worden naar andere stadsdelen. Daarom staat voor begin 2010 een ‘inspiratiebijeenkomst’ gepland. Hier waarbij worden vertegenwoordigers vanuit ruimte­lijke ordening en woningcorporaties en vertegenwoor­digers uit ‘de zorg’ en de stadsdelen en wijkaanpak uitgenodigd om met elkaar van gedachten te wisselen.

Zij zullen afspraken maken over de te nemen stappen om buurten en wijken vitaler te maken door leef­omgeving en gezondheid als uitgangspunt te nemen.

Programma 2010-2011 de gezonde wijk

• Doorgaan met het uitvoeren van het experiment in Noord en Geuzenveld­Slotermeer

• GGD, dRO, de wijkaanpak en de bij het experiment betrokken stadsdelen organiseren samen een ‘inspiratiebijeenkomst’ om goede voorbeelden te delen

• Verbreden van de aanpak

56

Page 59: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

3.5 Armoede, participatie en integratie

Opgave Jeugdwerkloosheid is en wordt een steeds groter probleem voor de hele stad. Gelukkig tellen veel jongeren hun knopen en leren ze langer door. maar er blijft een groep extra kwetsbare jongeren, een groep die vooral in de buurten van de wijkaanpak woont. Jeugdwerkloosheid is een issue dat zich op buurtniveau manifesteert. De kinderen wonen er, en hangen er rond als ze niets te doen hebben. Werkgevers in de buurt (kleine en grotere) kunnen verschil uitmaken daar waar het gaat om jongeren meer perspectief te bieden op werk, bijvoorbeeld door werk­ervarings­ en stageplaatsen te faciliteren.

In de buurten van de wijkaanpak wonen veel arme mensen geconcentreerd bij elkaar. Deze ruimtelijke concentratie komt net als bij gezondheid vooral door de concentratie van (relatief) goedkope sociale huur­woningen. meer differentiatie in de voorraad leidt misschien wel tot minder cijfermatige armoede en (in het geheel niet onbelangrijk overigens) minder ruimtelijke concentratie van armoede, maar een struc­turele oplossing voor armoede is het natuurlijk niet.

“Naast geldgebrek en schulden spelen vaak ook eenzaamheid, uitsluiting, lage opleiding en gezond­heidsklachten een rol. Daarmee is armoede zowel een gevolg als een oorzaak van problemen in de persoonlijke leefomgeving en beïnvloedt het de toe­komstverwachting. Kansen en ontwikkelingen worden steeds meer beperkt. Er ontstaat een vicieuze cirkel.” (uit: Actief Armoedebeleid, april 2009, DWI)

De Dienst Werk en Inkomen werkt in opdracht van het College van burgemeester en Wethouders de aanpak ‘ Actief Armoedebeleid’ uit. Naast de acties die al lopen (zoals schuldhulpverlening in de stadsdelen en Vroeg Eropaf door corporaties) worden extra zaken worden opgepakt. De buurt­ en stadscoalities van de wijk­aanpak willen daar hun deel aan bijdragen.

De budgetten voor werk, participatie, (integratie) educatie en armoede zijn door het Rijk geconcentreerd neergelegd bij de Dienst Werk en Inkomen. Dat maakt DWI voor een groot deel leidend op deze gebieden.

DWI ontwikkelt participatie centra, en wil hiervoor samenwerken met stadsdelen en de wijkaanpak. Participatiecentra zijn structurele laagdrempelige voor­ziening voor mensen die de weg naar de arbeidsmarkt zelf moeilijk kunnen vinden. Het uWV heeft ook een opdracht om mensen die een beroep doen op een WW of arbeidsongeschiktheidsuitkering te bemiddelen naar werk Vooral waar het gaat om het vinden van de mensen die wel moeten participeren, integreren en werken maar niet in ‘de bakken’ van de DWI en uWV voorkomen, het verborgen arbeidsmarktpotentieel of negatiever de verborgen werklozen, kan de wijkaanpak faciliteren. Door de wijze van werken in de wijkaanpak hebben de buurtcoalities de tentakels diep in de buurt en kunnen tegelijkertijd de benodigde verbindingen naar andere schaalniveaus gelegd worden. In de buur­ten initiëren de coalitiepartners corporaties en stads­delen zelf ook werkgelegenheids­ en stageprojecten, bijvoorbeeld de leerwerkbedrijven en buurtbeheer­bedrijven van de corporaties.

57

Page 60: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Programma 2010-2011 armoede, participatie en integratie

• Het uWV­programma ‘eigen werk’ wordt aan­geboden op het niveau van de buurten van de wijkaanpak. Ook de aanpak van WIA en WAJONG klanten leent zich hiervoor’

• uWV doet mee in de participatiecentra: geven van workshops in wijkaanpakbuurten over hoe werk te vinden en kansen op de arbeidsmarkt; en geven van voorlichting over deze thema’s

• Pilot Albert Heijn uitrollen naar andere grote(re) bedrijven met buurtgebondenheid

In buurten van de wijkaanpak wil DWI een drietal projecten met voorrang uitvoeren:­ Activerende voorlichting: het inzetten van

assistenten bij outreachend werkende organisaties. DWI ontwikkelt momenteel samen met ROC en HvA/uvA een opleiding voor assistent outreachend werken. De assistenten ondersteunen professionals bij het bereiken van bewoners, onder andere om het gebruik van armoedevoorzieningen te verhogen en bewoners te ondersteunen bij het zoeken naar manieren om (weer) mee te kunnen doen.

­ Social return on investment: bedrijven die een opdracht gegund krijgen van DWI moeten 5% van het gegunde bedrag inzetten voor werk en/of stage plekken voor de doelgroep. mochten, gezien de aard van het bedrijf deze plekken niet gerealiseerd kunnen worden dan vraagt DWI het bedrijf een bijdrage te leveren aan een van de armoede­projecten binnen de stad.

­ Trainingen geven aan buurtgerichte organisaties en/of zelforganisaties: hoe herken je armoede, wat moet je doen om het bespreekbaar te maken en hoe moet je doorverwijzen. In 2013 moeten 5 relevante (zelf)organisaties per stadsdeel deze training hebben ontvangen. De wijkaanpak helpt met het vinden van de organisaties.

Henk de Jong, gemeentesecretaris Amsterdam:

‘De wijkaanpak als aanpak is méér dan extra geld’

‘De Wijkaanpak is nu ruim anderhalf jaar bezig. Gezamenlijk, als stad en stadsdelen, hebben we de buurten benoemd, worden de bewoners betrokken, zijn coalities gesloten met partners en verrichten we op diverse leefdomeinen extra inspanningen met extra geld.Zo is bijvoorbeeld de buurteconomie, mede dankzij de kansenzones, een stevig onderdeel van de Wijkaanpak geworden. Buurteconomie was geen apart speerpunt van de Wijkaanpak, maar is dat nu wél. De coalitiepartners doen flinke investeringen waarmee zij zorgen voor een toename van beschikbare en verbeterde bedrijfsruimte en een optimale ondersteuning van de ondernemers. Ondernemers worden ook gestimuleerd om zich op verschillende manieren in te zetten voor hun buurt. De kansenzones in Amsterdam zijn een succes. Ook al zijn sommige kansenzones pas halverwege 2009 ingesteld, toch is nu al duidelijk dat buurten opleven als gevolg

58

Page 61: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

3.6 Buurteconomie

Opgave Een florerende buurteconomie heeft een vliegwiel­functie voor de buurt. Een kwijnend of afkalvend winkelbestand en dito voorzieningen leiden tot verloedering en zijn funest voor de leefbaarheid in de buurt. De uitstraling en impact van buurteconomie op ‘hoe het met de buurt gaat’ is groot. Het revitaliseren van winkelstraten is het belangrijkste vliegwiel voor upgrading van een hele buurt.

buurteconomieën leveren op het eerste gezicht weinig werkgelegenheid op. maar tel je echter het aandeel werkenden in het midden­ en kleinbedrijf en de steeds groter wordende groep ZZP’ers (zelfstandigen zonder personeel) bij elkaar op, dan is de buurteconomie als geheel opeens wel een belangrijke ‘werkgever’ van formaat. In de ‘Staat van de aandachtswijken’ wordt geconstateerd dat in 2008 het aantal arbeidsplaatsen in de buurt is toegenomen. Dat is goed nieuws, al kan de crisis (die van recentere datum is dan de meting) roet in het eten gooien. Nederland loopt internatio­naal gezien echter achter als het gaat om aantallen ondernemers, terwijl deze in de nieuwe ondernemende economie steeds belangrijker worden voor econo­mische groei. meer ondernemerschap leidt tot kortere recessies, zoals de huidige kredietcrisis.

Elk bedrijf draagt bij aan de economie van de stad, aan de werkgelegenheid en aan de leefbaarheid van de stad en de wijken. Voldoende geschikte locaties zijn een voorwaarde. Natuurlijk moet de omgeving ook veilig en aantrekkelijk zijn voor klanten en medewer­kers. Amsterdam ziet kleinschalige bedrijvigheid en ondernemerschap als het fundament waarop een piek

van internationaal concurrerende ondernemingen en technostarters in groeisectoren tot wasdom kan komen. Amsterdam wil daarvoor in samenwerking met partners de voorwaarden scheppen. Een punt van zorg hierbij is de forse afname in de afgelopen jaren van kleinschalige bedrijfsruimte in de stad. Inzetten op behoud, terugbrengen en creëren van (nieuwe) klein­schalige bedrijfsruimte maakt nu al deel uit van de programma’s in de economische kansenzones (acht zones in wijkaanpakbuurten). Deze inzet wordt de komende periode geïntensiveerd. Vastgoedeigenaren nemen een speciale plaats hierbij in. Een aantal van de belangrijkste vastgoedeigenaren van Amsterdam (de corporaties) laat zich flink gelden en investeert nu al veel in buurteconomie en winkelstraten. De expertise op dit vlak is bij een aantal van hen zeer hoog. Gerichter inzetten van bedrijfsonroerend goed en van de opgedane expertise is de opgave voor 2010.

Het op buurtniveau vinden, benaderen en betrekken van ondernemers bij de buurt, vooral ook ten behoeve van hun eigen professionele ontwikkeling, is een aanpak die zowel vanuit het kansenzoneprogramma als vanuit de wijkaanpak in 2010­2011 sterker ingezet gaat worden.

van de subsidie en aanvullende maatregelen. Ondernemers die dat niet van plan waren, zijn geprikkeld om weer te gaan investeren. Er zijn winkels opgeknapt, er zijn nieuwe bedrijven bij gekomen, er zijn initiatieven genomen en op veel plaatsen is de positieve ontwikkeling voelbaar. Een sterke buurteconomie werkt als vliegwiel voor verbetering, maar het is een zaak van de lange adem. Daarom ben ik blij dat Amsterdam ook in 2010 en 2011 met behulp van Europese subsidie de investeringen van ondernemers in de kansenzones kan blijven ondersteunen. Ik vertrouw erop dat onze coalitiepartners in de Wijkaanpak, ondanks de recessie, net als wij blijven investeren in de kansenzones en daarmee in de buurteconomie.Terug naar de Wijkaanpak in het algemeen. In mijn ogen is de Wijkaanpak, als aanpak méér dan extra geld. Het is ook gerichte aandacht voor gestapelde problemen in buurten waarin stadsdelen, stedelijke diensten en stedelijke partners samen de beste oplossing voor die concrete problemen kunnen leveren. Soms dient de buurt dan als ‘vindplaats van een doelgroep’, soms is de buurt de beste fysieke plek voor een oplossing. Ook als er vanuit het rijk mogelijk geen extra middelen voor het wijkenbeleid beschikbaar komen, moeten we als overheid de verworvenheden van de Wijkaanpak in onze reguliere werkwijzen van buurtgericht werken borgen.’

59

Page 62: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Programma 2010-2011 buurteconomie

• Kansenzones: Jan Evertsenstraat per 1 januari 2010 als achtste Amsterdamse kansenzone. Tweede fase uitvoeringsregeling economische kansenzo­nes. Doeltreffendheidsonderzoek kansenzones Amsterdam door HvA

• Dienst EZ vervult rol van expertisecentrum, ken­nismakelaar en verbinder van partijen op het gebied van buurteconomie en winkelstraatmanagement. De expertise van corporaties wordt hieraan verbonden door gezamenlijk een expertiseteam te vormen

• mKb manager Amsterdam ondersteunt netwerken en kennisdelen van winkelstraatmanagers.

• Afspraken maken op buurtniveau. Waar nodig en verstandig op stedelijk niveau afspraken maken tussen corporaties en overheid over hoe om te gaan met bedrijfsonroerend goed, op het gebied van: ­ woningonttrekkingsverordeningen, boete­

clausules en bestemmingsplannen – voor zover belemmerend

­ huurprijsgewenning ­ terugbrengen van woningen naar bedrijfs­

onroerend goed,­ aankopen van beelbepalende, of juist storende,

panden ­ gezamenlijk en gecoördineerd het bezit

aanpakken van ongewenste bedrijvigheid

• Goede praktijk ontwikkelen en uitrollen, met ondersteuning van experts op het gebied van: ­ winkelstraatmanagement, ­ vastgoedcoördinatie bedrijfsonroerend goed­ aanleggen pandenbank per buurt­ ‘branding’ van winkelstraten en buurten:

evaluatie van de pilot die de KvK op dit moment in de Javastraat uitvoert

­ Aanpak ongewenste bedrijvigheid

• bundeling en afstemming van het aanbod van ondersteuning van (startende) ondernemers in de wijken

• In 2010 het Keurmerk Veilig Ondernemen aanpak van de grond krijgen in alle (18) winkelgebieden in de Amsterdamse aandachtswijken waar Albert Heijn is gevestigd

60

Page 63: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

3.7 Overlast en leefbaarheid

Opgave De inzet op het terrein van veiligheid zoals beschreven in het eerste AuP staat nog recht overeind (zie hiervoor AuP 2008­2009). In de komende periode zal de nadruk gaan liggen op bestrijding van overlast en verbetering van leefbaarheid (fysieke verloedering) in de buurten van de wijkaanpak. Overlast is het sleutelwoord. Overlast van buren, van straatgenoten, van jongeren, van rotzooi op straat. Ook in de buurtuitvoerings­programma’s 2010 ligt de nadruk op overlast en leefbaarheid. Overlast en verloedering vinden plaats in woningen en daarbuiten, in de ruimtelijke omgeving. Overlast binnen de woningen staat al lang hoog op de prioritei­tenlijst van de Amsterdamse woningcorporaties. Hun aanpak, gecombineerd met kennis, kunde en actie van Openbare Orde en Veiligheid, politie, lokale overheid en welzijnsinstellingen, zal meer gewicht krijgen. Ook in het (samen) beheren van de ruimtelijke omgeving spelen deze partijen een steeds grotere rol. Integrale benadering op buurtniveau is essentieel wil deze problematiek verminderen. Het is zaak om kort en bovenop de overlastgevers te zitten met een probleemgerelateerde aanpak. Intensivering van deze aanpak is in een behoorlijk aantal wijkaanpakbuurten noodzakelijk.

Programma 2010-2011 overlast en leefbaarheid

• Intensievere samenwerking op het gebied van overlast op Amsterdams niveau tussen OOV en de Dienst Wonen

• Aanpak woonoverlast prominenter, o.a. door:­ ontwikkeling en uitrollen toolkit­ training veiligheidscoördinatoren

61

Page 64: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

3.8 Wonen en woonomgeving

OpgaveStedelijke vernieuwing is en blijft in veel buurten ‘in progress’. Wel zal de focus in deze periode meer dan voorheen gericht worden op Oud­Noord (was nog geen stedelijk vernieuwingsgebied) en op drie nieuwe buurten in Zuidoost (Venserpolder, Holendrecht en H­buurt). Stedelijke vernieuwing is integraal onderdeel van de wijkaanpak. Het zijn twee zijden van dezelfde medaille; ze versterken elkaar zeker wanneer ze slim en in samenhang worden ingezet. Ze kunnen een vlieg­wielfunctie voor elkaar zijn. Het tegenovergestelde is overigens ook een reëel risico. De fysieke vernieuwing is basis, randvoorwaarde en belangrijkste kritieke succesfactor voor het succes van de wijkaanpak.De investeringen in stedelijke vernieuwing, in de fysieke vernieuwing van de woningvoorraad en de verbetering van de openbare ruimte worden voor een zeer groot deel gedragen door de Amsterdamse woningcorpora­ties. De investeringen van corporaties zijn daarmee in de wijkaanpakbuurten alleen al op dit gebied bijzonder fors. Deze investeringen zijn integraal onderdeel van de wijkaanpak. Er wordt geïnvesteerd in de voorraad en de woonomgeving, in leefbaarheid, en in maatschappelijk en economisch vastgoed. In 2010 e.v. zal er meer oog komen voor het belang van ontmoetingsplekken voor leefbaarheid van buurten; plekken juist buiten gebouwen, in de openbare ruimte. Ook broedplaatsen en de ‘broedplaatsers’ kunnen sterker dan nu gebeurt aangesproken worden op hun schatplichtigheid aan de buurt waar ze goedkope werk­ruimte hebben. Nu zijn de meeste broedplaatsen naar binnen gericht, Ymere heeft in de broedstraat Van der Pek laten zien dat het ook anders kan (zeer goedkope

werkruimte op voorwaarde dat de huurder, kunstenaar of broedplaatser ook activiteiten verzorgt in en voor de buurt).

In Noord is op (particulier) initiatief van de Noorder­parkkamer het inspirerende concept van broedstraten ontwikkeld. Dit wordt in 2010­2011 ook in de andere drie wijkaanpakbuurten in Noord uitgerold.

Programma 2010-2011 wonen en woonomgeving

• Stedelijke vernieuwingsprogramma uitvoeren

• Toevoeging nieuwe stedelijke vernieuwingsgebieden in OudNoord en Zuidoost: fysieke aanpak die aan­sluit op het wijkaanpakprogramma in deze buurten

• Daar waar nodig: versnellen en intensiveren van de fysieke aanpak in wijkaanpakbuurten; acupunctuur toepassen

Hettie Politiek, programmamanager Wijkaanpak:

‘De samenwerking met onze partners, buurtbewoners en andere stakeholders levert ons veel winst op’

‘Wijkenbeleid of Wijkaanpak is al decennia gangbaar in Amsterdam. Ook de samenwerking met woningcorporaties kent een lange traditie. Stedelijke en sociale vernieuwing is dus niet nieuw. Wél nieuw is de manier waarop we willen werken: een gezamenlijke aanpak gericht op de juiste focus. De afgelopen twee jaar hebben we de aanpak van wijken beter gestructureerd waarbij een goede samenwerking op buurtniveau met de coalitiegenoten als belangrijkste uitgangspunt diende. Want we kunnen het niet alleen. De samenwerking met onze partners, buurtbewoners en andere stakeholders heeft ons inmiddels veel winst opgeleverd. Alleen al daarom moeten we doorgaan met het investeren in onze wijken. Gelukkig stelt niemand ter discussie dat er nog veel moet gebeuren in deze stad en dat gebiedsgerichte samenwerking daarvoor een vereiste is. Samen dragen we de verantwoordelijkheid voor de buurt en zijn we in staat om de

62

Page 65: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

sociale, fysieke en economische pijler beter in evenwicht brengen. We gaan de komende tijd op een aantal domeinen zoals onderwijs, werkgelegenheid en participatie, lobbies starten richting het rijk. Niet alleen om extra middelen te genereren voor de wijken die deze het hardste nodig hebben, maar ook omdat regelgeving op bepaalde domeinen mogelijk nog in de weg staat. Maar ook als het rijk zou besluiten dat er geen ‘wijkenbeleid’ meer nodig is, dan blijft staan wat we in de Amsterdamse wijkaanpak hebben opgezet. Het is mij een lief ding waard als we in 2010 de verworvenheden van deze aanpak, samen met de buurtprogrammamanagers kunnen borgen en stutten in de reguliere werkwijzen van de nieuwe stadsdelen: de wijze van samenwerking van stad en stadsdelen, de bestuurlijke agendering, de methodiekontwikkeling, de manier waarop we de uitvoeringsprogramma’s met partners opstellen en monitoren, de uitvoeringsgesprekken met (externe) stakeholders, et cetera. Ook het verder borgen van de bewonersparticipatie heeft prioriteit, want uiteindelijk maken de mensen de buurt. Kortom, we moeten de aanpak op buurtniveau een goede plek geven in de nieuwe stadsdelen en zorgen dat we zonder al te veel extra energie en bureaucratie door kunnen gaan met de uitvoering. Daarvoor is de afgelopen twee jaar met de huidige Amsterdamse wijkaanpak een goede basis gelegd. Ik ben trots op de positieve energie die in de wijken ontstaat door de liefde en aandacht die iedereen eraan geeft.’

3.9 Maatschappelijk vastgoed

OpgaveDe urgentie op dit gebied blijft liggen bij scholen en kinderen: juist in de wijkaanpakbuurten verdienen de kinderen de mooiste scholen. Achterstallig onderhoud, verwaarlozing, lekkende daken, vieze en slecht onder­houden schoolpleinen, onveilige verkeerssituaties naar en rond school zijn niet acceptabel. maar komen wel vaker en ernstiger voor in wijkaanpakbuurten dan in andere buurten van onze stad. De wijkaanpakbijdrage aan betere scholen is dus niet sociaal maar fysiek (gebouw en woonomgeving) van aard. De aanpak van de schoolgebouwen wordt ­ wanneer het ook wat onderwijskwaliteit betreft gaat om een zwakke school ­ verbonden aan het stedelijk programma bekend onder dezelfde naam. uitvoerende maatregelen voor de fysieke kwaliteitsontwikkeling van scholen worden met voorrang ingezet in de wijkaanpakbuurten. Daarnaast gaat er sterker ingezet worden op het realiseren van flexibele en duurzame multifunctionele accommodaties (mFA) in de wijkaanpakbuurten. Dit alles vergt substantiële bijdragen van vele partijen, vooral corporaties leveren deze steeds vaker. Flexibel en duurzaam maatschappelijk vastgoed vergt hoge investeringen. Corporaties (ver)bouwen, beheren en verhuren mFA’s en zetten op deze gebieden hun expertise in.

Programma 2010-2011 maatschappelijk vastgoed

• Kennis en kunde blijven ontwikkelen en delen

• beste praktijken in kaart brengen en verspreiden

• Afwegingskader voor realisatie maatschappelijk vastgoed (wat/hoe/waar/wanneer/door wie) gaan toepassen tussen diensten en stadsdelen

• Ondersteuningsteam maatschappelijk vastgoed Amsterdam (OGA, DW, DmO, Pmb) uitbouwen

• meer samenwerking in beheer, bijvoorbeeld huismeesters in scholen; ondersteuning van deze ontwikkeling

• Start huisvestingsloods in Nieuw West, specifiek gericht op het versnellen van de fysieke opgave van scholen

63

Page 66: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Achter de voordeuraanpak WatMedewerkers van dienstverlenende instanties, stadsdelen, woningcorporaties, of (in één geval) van een zorgverzekeraar, gaan huis-aan-huis langs bij niet-zelfredzame gezinnen in plaats van andersom. ‘Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat er zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de eigen kracht van de burgers en hun netwerk en dat die waar nodig zo veel mogelijk worden versterkt’, aldus Marcel van Druenen, programmamanager Achter de voordeuraanpak. ‘We gaan ook niet zelf de taken van de voorzieningen overnemen.’ Werkwijze bewonersadviseurs:• contact maken met een huishouden;• inzicht krijgen in de situatie van een

huishouden op 8 levensgebieden;• huishoudens motiveren en verleiden

om hulp te aanvaarden.

WaaromVeel mensen in de wijkaanpakbuurten verkeren in een maatschappelijk isolement. Daardoor bereiken zij niet de instanties die hen kunnen ondersteunen bij het verbeteren van hun sociaal-economische positie. Door deze mensen op te zoeken en de weg naar ondersteuning actief aan te reiken, worden zij in staat gesteld verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf, hun kinderen en hun leefomgeving. Van Druenen: ‘Als regel geldt: hoe eerder we erbij zijn om mensen op weg te helpen, des te beter het is. De ondersteuning heeft betrekking op hun positie in de stedelijke vernieuwing, leefbaarheid in de buurt, maar ook op armoede, participatie en opvoedingsproblematiek.’

Hoe• samenwerking met en

financiering door stadsdelen, woningbouwcorporaties en de Amsterdamse wijkaanpak; corporaties zijn soms zelf de opdrachtgever

• samenwerking met organisaties in de maatschappelijke dienstverlening, zoals maatschappelijk werk, ouderenwerk, jeugdzorg en schuldhulpverlening

• partijen spreken elkaar steeds meer aan op ieders inbreng

• experimenten met verschillende projecten

• het speciale ‘Servicebureau Achter de voordeur’ van de gemeente Amsterdam onderzoekt in samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam naar de beste manieren om deze aanpak uit te oefenen

• differentiatie in uitvoering per stadsdeel. In Amsterdam Zuidoost bijvoorbeeld, richten de bewonersadviseurs zich vooral op armoedebestrijding. In Geuzenveld ligt de focus op opvoedingsvragen van gezinnen. In Slotervaart kenmerkt de werkwijze zich door een integrale aanpak

• meerjarig onderzoeksprogramma dat over een langere termijn de diverse aspecten van de aanpak onderzoekt en de effectiviteit beoordeelt

64

Page 67: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

65

Resultaten In 2008 zijn ruim 8000 voordeuren benaderd. Ongeveer 4000 gezinnen blijken behoefte te hebben aan advies. Daarvan is meer dan 75% doorverwezen naar een van de beschikbare voorzieningen. In de loop van 2009 is de nadruk meer komen te liggen op het outreachende element. Een vraaggerichte aanpak is van belang, maar moeilijker te organiseren. In ontwikkeling is een benadering van huis-aan-huis naar een benadering aan de hand van signalering of doelgroep. Vanaf 2011 zal de aanpak structureel deel uitmaken van brede sociale loketten waarin ook de informatie en adviesfunctie in het kader van de WMO is ondergebracht evenals het meldpunt voor zorg en overlast.

Page 68: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Garage NotwegWatGarage Notweg in Osdorp is een creatieve hotspot en huiskamer voor de buurt met broedplaatsen, een werkplaats en een informatiecentrum. uiteenlopende creatieve bedrijven en organisaties werken hier aan hun projecten, producten en activiteiten. Tegelijkertijd zoeken ze de samenwerking op: met elkaar en met de buurt. Op de bovenverdieping zit het Pal West Modeatelier. Hier krijgen scholieren de kans een eigen modemerk te maken en in de markt te zetten. Ook richt het modeatelier zich op vrouwen uit de buurt die in een naaiatelier willen werken. Eerst om te leren, dan om zelfstandig te kunnen werken. Buurtbewoners kunnen in Garage Notweg ook de huismeesters van de corporaties vinden, activiteiten organiseren in de buurtentree en langskomen op een woonspreekuur. In Garage Notweg staan creatie, ontmoeting, interactie en ontwikkeling centraal.

WaaromDe Wildeman- en Blomwijckerbuurt worden vernieuwd. Tijdens de vernieuwing is het belangrijk dat de buurt levendig blijft. ‘Als er overdag en ‘s avonds activiteit is, voelt het er ook veiliger’, aldus Achmed Baadoud, wethouder in Osdorp. ‘Veel mensen willen een plek om te ontmoeten en om samen interessante dingen te doen. De garage is zo’n plek. Bovendien zoeken we naar een diverse invulling van de buurt in de toekomst. Ondernemerschap hoort daar bij. De Garage Notweg moet uitwijzen of ondernemen en de buurt samen een meerwaarde hebben. Als dat zo is, zoeken we op lange termijn een vaste plek.’

HoeGarage Notweg is bij uitstek een experimenteerfabriek. De creatieve hotspot is mede mogelijk gemaakt door Ymere, met subsidie van Amsterdam Topstad en stadsdeel Osdorp en kent een hoge mate van bewonersbetrokkenheid. Het afgelopen jaar is in een uitgebreid participatietraject met bewoners, ondernemers en professionals gepraat over de buurt. Stadgenoot heeft in Garage Notweg een buurtentree ingericht: een openbare huiskamer die door buurtbewoners kan worden gebruikt voor activiteiten. Garage Notweg verbindt partijen in vitale coalities. Zo deelt Stadgenoot de ruimte met het Amsterdams Steunpunt Wonen (asw). Beide partijen werken samen op het gebied van bewonersparticipatie en leefbaarheid.

66

Page 69: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

67

ResultaatGarage Notweg levert een belangrijke bijdrage aan het stimuleren van ondernemerschap en stelt startende onder-nemers in staat te groeien. De bruisende creativiteit van de ondernemers en de contacten met de buurt geven bovendien een impuls aan het imago van Nieuw West.De ondernemers verbinden zich ook aan de buurt. Zo start er binnenkort een breisalon, geleid door Annedien van der Veen, ondernemer in de Garage Notweg. Trainer en coach Patricia Zebeda is heel enthousiast over haar nieuwe werkplek. ‘Garage Notweg! Dat klinkt toch geweldig? Je hoort aan de naam dat er wordt gewerkt.’ Ook voor bewoners komt Garage Notweg als geroepen. Bewoonster Margreet Smits: ‘In de Wildemanbuurt is geen andere plek waar we kunnen vergaderen met de bewonersvereniging. De garage is een prima plek.’

Page 70: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Participatie-makelaars

WatParticipatiemakelaars zetten zich in om de betrokkenheid van bewoners bij de aanpak van hun buurt te vergroten. In 2009 stond hun werk vooral in het teken van de bewonersbudgetten. De participatiemakelaars deden hun werk niet overal precies op dezelfde manier, maar wel met het zelfde doel. Ze richtten zich op het losmaken van initiatieven en het ondersteunen van bewoners bij de aanvraag van budget en de uit voering van hun plan. Zij adviseerden en brachten bewoners met elkaar en met professionals in contact. Ook betrokken zij bewoners op verschillende manieren bij de besluitvorming over de budgetten.

WaaromBewoners zijn partner in de Wijk-aanpak. Hun betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid zijn van wezenlijk belang voor de leefbaarheid in de buurt. Die betrokkenheid is echter niet altijd en niet voor iedereen vanzelfsprekend. Veel bewoners en professionals weten elkaar niet goed te vinden. De participatiemakelaar zet zich in voor meer uitwisseling en samenwerking in de buurt, tussen bewoners onderling én met de professionals in de buurt, om zo het partnerschap te versterken. Bewoners beschikken over een schat aan informatie, ideeën en ervaring over hun buurt. Die leveren aansprekende bewonersinitiatieven op en helpen ook de professionele partners om de kwaliteit van hun buurtaanpak te verbeteren.

HoeAlle stadsdelen zetten mensen in om de bewonersparticipatie in hun buurten te stimuleren. In de meeste stadsdelen zijn hiervoor participatiemakelaars aan-gesteld. Het is een lerende aanpak: de ontwikkeling van deze professionals wordt door de Wijkaanpak ondersteund en op de agenda gezet. De participatie-makelaars vormen een netwerk waarin zij geregeld kennis en ervaring uitwis se len. De aanpak van de participatiemakelaars kent verschillen in de uitvoering die passen bij de buurt en bewoners. In de Transvaalbuurt werkt participatie-makelaar Wouter Stoeken samen met de coalitiepartners. Een team van het stadsdeel, de corporaties en welzijn trekt de buurt in om bewonersinitia tieven te stimuleren. Soms doet het team zelf ook mee in de uitvoering van een bewonersinitiatief, zoals bij de Schoon-dag Transvaal. Stoeken gaat ook geregeld met bewoners in gesprek over de problemen, kansen en nieuwe prioriteiten voor de buurt. De Indische Buurt heeft de participatie-makelaar een echte frontlijnfunctie gegeven, waardoor hij een spilfunctie vervult tussen bewoners en profes-sionals en tussen netwerken van bewoners onderling. Participatiemakelaar Rob van Veelen: ‘Zo’n frontlijnpersonage is voor bewoners veel makkelijker te benaderen dan gewone stadsdeelmedewerkers, maar kent wél de weg in de black box van het stadsdeel.’ Zelf bewoners begeleiden doet Rob van Veelen niet. Hij vindt dat logisch: ‘De kracht daarvoor zit niet in het stadsdeel, maar in de wijk zelf en die moet je benutten.’ In Amsterdam-Noord werkt Irene Slothouwer in vier buurten samen met wijkdenktanks. Daarin zitten bewoners (de meerderheid) en professionals, die de initiatieven clusteren naar thema’s en budgetten toekennen. De leden van de denktank bieden bewoners ook onder steuning bij de uitvoering van hun initiatieven.

68

Page 71: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

69

Resultaat Bewoners zijn in 2009 massaal actief geworden en hebben meer dan 800 initiatieven genomen in de 17 buurten. uit een evaluatie onder actieve bewoners en professionals van stadsdelen en corporaties kwam naar voren dat de betrokkenheid van bewoners bij hun buurt is toegenomen. Meer verschillende groepen bewoners zijn met elkaar in contact gekomen en er zijn nieuwe bewoners actief geworden die dat eerder nog niet waren. De bewonersinitiatieven hebben gezorgd voor meer energie en enthousiasme in de buurt. Door de participatiemakelaars is het stadsdeel beter bereikbaar en laagdrempeliger geworden voor bewoners. Die hebben de ondersteuning die ze konden krijgen van professionals gewaardeerd en hopen daarop te kunnen blijven rekenen.

De Tilburgse School voor Bestuur en Politiek heeft in twee opeenvolgende onderzoeken naar de participatie van bewoners in de ‘Vogelaarwijken’ geconstateerd dat de betrokkenheid van bewoners bij de aanpak van de Amsterdamse buurten is toegenomen en dat bewoners steeds meer meedoen aan de ontwikkeling en uitvoering van de aanpak van hun buurt.

Page 72: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

kleinschalig Innovatief Gastouderschap

Wat Vrouwen uit de EGK-buurt in Zuidoost vangen thuis kinderen op nadat ze de 15 weken durende opleiding Kleinschalig Innovatief Gastouderschap (KIG) succesvol hebben gevolgd. Het KIG-programma is gestart in 2008 en bestaat onder andere uit het leren van pedagogische vaardigheden, ondernemersvaardigheden en een EHBO-cursus. Deze opleiding voldoet aan de eisen van de wet Kinderopvang. Deelnemers met het certificaat op zak kunnen hierdoor ook een pedagogische opleiding volgen.

Waarom ‘Zuidoost telt veel eenoudergezinnen’, aldus stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet. ‘Veel vrouwen hebben moeite om het opvoeden van kinderen te combineren met het vinden van werk. Dit project helpt een groep vrouwen om thuis te werken als gastouder. Tegelijkertijd krijgen andere moeders hierdoor de ruimte om zelf te werken of een opleiding te volgen.’Guillaumine Nelom, projectleider van het KIG: ‘Met dit project willen we de economische positie van vrouwen uit de EGK-buurt versterken. Er is veel ondernemerszin bij Surinaamse en Antilliaanse vrouwen in Zuidoost. Een groot aantal vrouwen heeft een uitkering en vaak alleen middelbaar onderwijs gevolgd. Dat maakt het vinden van een baan lastig. Deze opleiding staat dichtbij de moeders en biedt hen de mogelijkheid om snel zelfstandig aan de slag te gaan. Het loopt dan ook storm.’

HoeKleinschalig Innovatief Gastouderschap is een opleidingsprogramma van Stichting Kansrijk Ondernemen Nederland (KON) voor (allochtone) vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. KON is een netwerkorganisatie en zet zich in voor allochtone vrouwen die de ambitie en potentie hebben om een eigen bedrijf te beginnen, maar die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Een groep gecertificeerde vrouwen merkte dat er veel animo in de buurt was en klopte in november 2008 aan bij de participatiemakelaar in Zuidoost. Deze begeleidde de aanvraag om een nieuw trainingsprogramma te kunnen financieren voor vrouwen uit de EGK-buurt. De trainingen worden gegeven in het Ondernemershuis Zuidoost. Met een bijdrage van de Wijkaanpak van stadsdeel Zuidoost geven de deelnemers op hun beurt vrouwen uit de buurt met een uitkering ook een training in het gastouderschap. Met steun van Stichting Doen, Start Foundation, BJA-COW, en het Skanfonds is deconceptontwikkeling van het programma opgezet en kon de pilot starten. De uitvoeringskosten, zoals vergoeding voor de trainers, de EHBO-cursus, ruimtehuur en bijeenkomsten worden betaald uit wijkaanpakgelden.

70

Page 73: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

71

Resultaat In 2008 ontvingen 18 deelnemers het certificaat waarvan inmiddels 8 vrouwen werkzaam zijn in de gastouderopvang. In september 2009 overhandigde stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet aan nog eens 20 vrouwen het diploma gastouderschap. Het project is een groot succes. Inmiddels zijn er weer 34 deelnemers gestart en is er zelfs een wachtlijst. Het vergroot de economische zelfstandigheid van vrouwen, evenals het netwerk in de buurt en het helpt meer mensen aan het werk. Het KIG-programma was genomineerd voor de titel ‘Parel van Integratie 2009’ van het Kennisprogramma Integratie (KIEM).

Page 74: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

72

Page 75: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011

Concept & eindredactieRamon Schleijpen en Jacqueline Slenders, Nieuwe Maan Adviseurs Maatschappelijke Vernieuwing in samenwerking met Programmabureau Amsterdamse wijkaanpak

Body tekst Henriëtte Rombouts, Rigo Research en Advies b.v.

tekst interviews en iconenEmilie van Steen, Lapidair teksten, Amsterdam

BeeldredactieJacqueline Slenders, Nieuwe Maan in samenwerking met Programmabureau Amsterdamse wijkaanpak

VormgevingIrma Bannenberg, www.co3.org

drukwerkSpinhex & Industrie drukkerij

Fotografie in beeldbalk(vermelding op alfabetische volgorde)Archief Dwars door de buurtArchief DynamoArchief EigenwijksLucy Buddelmeijer Van Doorn PhotograpyEdwin van EisFotonova Marielle HoepKees HoogeveenJansje KlazingaAziz Kwyasse Leids motiefEmiel van LintHenriette Lohman Katrien MulderMarcia van OersWim Salis Katinka SchreuderMeike Ziegler

Iconen Foto Noorderparkkamer van Meike ZieglerFoto Aanpak Javastraat van Katrien MulderFoto Momoney van Rob van Hilten Foto De Boot van Katrien MulderFoto Aanpak Drugspanden van Lucy BuddelmeierFoto De Gezonde Wijk van Henri SmeetsFoto Koningsvrouwen van Landlust van Mathijs WessingFoto Beehive Bloeidplaatsen van Edwin van EisFoto Pitstop Transvaal van Katrien MulderFoto Leergang Amsterdamse wijkaanpak van Lucy BuddelmeierFoto Buurtbeheerbedrijf Nieuw Reimerswaal van Ron DerogeeFoto Weekendstudent van Jenny CathalinaFoto Achter de voordeuraanpak van Cécile ObertopFoto Garage Notweg van Anton van DaalFoto Participatiemakelaars Mohamed MajdoubiFoto Kleinschalig Innovatief Gastouderschap van Katrien Mulder

InterviewsOriginele foto Jacqueline van Loon door Jan Mast Originele foto Mieke van den Berg door Mathijs Wessing Originele foto Willem Baumfalk door Mark Sassen Originele foto Pieter de Jong door Wiep van ApeldoornOriginele foto Fatima Elatik uit archief stadsdeel ZeeburgOriginele foto Hettie Politiek door Nico BoinkOriginele foto Dick Boer uit archief Albert Heijn Originele foto Henk de Jong van Edwin Eis

De redactie heeft haar uiterste best gedaan om van alle opgenomen foto’s de naam van de fotograaf te vermelden.Mochten wij toch een naamsvermelding over het hoofd hebben gezien dan bieden wij bij voorbaat onze excuses aan.

Colofon

Amsterdams uitvoeringsprogramma Wijkaanpak 2010 - 2011, voor een stad in balans, is een uitgave van het Programmabureau Amsterdamse wijkaanpak, Gemeente Amsterdam

Januari 2010

73

Page 76: Uitvoeringsplan Amsterdamse wijkaanpak 2010 - 2011