stadsplan berlage amsterdam

Download Stadsplan Berlage Amsterdam

Post on 13-Mar-2016

213 views

Category:

Documents

1 download

Embed Size (px)

DESCRIPTION

Stadsplan Berlage Amsterdam

TRANSCRIPT

  • 1deze tekst is samengesteld door Volkert Keijsper en hoort bij een powerpoint-

    presentatie kunstgeschiedenis in het kader van het jaar 1929 ter gelegenheid

    van het 75-jarig lustrum van het Hervormd Lyceum Zuid in september 2004

    Stadsplanning in Amsterdam rond 1929Plan Berlage, de Amsterdamse School en het HLZ

    OpmaakBerlageAdamS&HLZ_v4; versie 1: 0904; v2: 1004; v3: 0407; v4: 1008

    naam .................................................

    klas .................................................

    tijd ca. 50-60 minuten

  • 2

  • 3Plan Berlage, de Amsterdamse School en het HLZ

    Vr 1850Het gemeentebestuur van Amsterdam bekommerde zich vr 1850 niet of nauwelijks om de vraag of en hoe de stad zou moeten groeien.Dat hoefde ook eigenlijk niet, want de bevolking nam nauwelijks toe. Bekijk de groeicijfers maar: in 1675 200.000 en in 1840 211.000 inwoners. De 17e eeuwse staduitleg (grachtengordel) bood voldoende ruimte aan nieuwkomers.

    VAnAf 1850Na 1850 veranderde de toestand snel en radikaal: in navolging van het bui-tenland (de Industrile Revolutie was in bijvoor-beeld Engeland al meer dan een halve eeuw aan de gang) ontplooide de Nederlandse economie zich in hoog tempo. Veel arme mensen van het platteland trokken naar de stad om als arbeider te gaan werken in de fabrieken (urbanisatie). Dit had tot gevolg dat de bevol-king van Amsterdam zeer snel toenam (van 211.000 in 1840 tot 510.800 inwoners in 1900!). Het proletariaat woonde onder erbarmelijke omstandigheden (grote gezinnen in kelderwoningen van n of twee vertrekken, soms maar 1,50 m hoog en 2 m onder de grond!).

    Niet alleen woonden de arbeiders onder slechte omstandigheden, ook hun werk in deze begintijd van de moderne economie was verschrikkelijk: veel kinderen moesten op jonge leeftijd gaan werken een 12-urige werkdag was geen uitzondering de lonen waren heel laag het werk van ongeschoolden (de meeste mensen) was erg eentonig, zwaar, vaak gevaarlijk en vies.

    EEn niEuwE SociALE kLASSEDoor de concentratie van fabrieksarbeiders ontstond er een nieuwe sociale klasse. Arbeiders verenigden zich langzamerhand, zowel politiek als maatschappelijk. Op het eind van de 19e eeuw zie je in Europa de opkomst van bijvoorbeeld het socialisme, arbeiders partijen, woningbouw- verenigingen, het communisme.

    StAdSontwikkELing in dE jArEn 1860: cHAoSIn 1860 werden de stadswallen van Amsterdam geslecht, de groei van de stad kon beginnen.Het stadsbestuur bestond uit liberale regenten, die hun werk als louter administratief zagen. Ze vonden het niet hun taak om invloed uit te oefenen op de stadsontwikkeling. Men liet het over aan het particuliere initiatief.

    2 De Amsterdamse binnenstad, Zwarte Bijlsteeg, Martelaars-gracht, ca. 1911.

    1 Kelderwoning aan de Zeedijk, nr. 58 ca. 1900.

  • 4revolutiebouwNa 1860 kochten particulieren de grond rond Amsterdam op en begonnen woningen te bouwen. De bouwondernemers hadden onvoldoende eigen kapitaal en moesten geld lenen. Natuurlijk

    wilden zij hun leningen zo spoedig mogelijk aflossen. De vraag naar huizen was inmiddels heel groot geworden. De grondprijzen liepen snel op. Om toch nog huizen tegen een acceptabele prijs te kunnen leveren bezuinigden de bouwonder-

    nemers op de kwaliteit van de materialen. Er waren geen richtlijnen van de overheid voor de minimumeisen voor de bouw van woonhuizen.Het resultaat van dit proces was, dat de volksbuurten die op het eind van de 19e eeuw gebouwd werden (bijvoorbeeld De Pijp en de Dapperbuurt) doorgaans uit slecht gebouwde woningen bestonden (de zogenaamde revolutiebouw).

    kenmerken van de revolutiebouw Men gebruikte slechte materialen en er werd

    onvoldoende geheid, waardoor hele straten verzakten en huizen veel gebreken vertoonden.

    De woningen waren etagewoningen, smal, diep en klein, type: voor-, achterkamer en alkoof.

    De woningen waren ongezond, er was bijvoor-beeld onvoldoende toevoer van licht en lucht:

    - men sliep in de tussenkamer (zonder ramen) - er was onvoldoende lichttoetreding (diepe

    woning met te kleine ramen) - de woningen waren gehorig, ze hadden dunne

    scheidingswanden.De aanleg van de nieuwe stadsdelen was boven-dien rommelig. Want de overheid had geen stedebouwkundig plan en de kopers van de grond (kavels weiland) bouwden de nieuwe stadswijken volgens het patroon van de oude poldersloten.

    dE jArEn nA 1890: mAAtrEgELEn tEgEn dE cHAoSIn de jaren 1890 veranderde de samenstelling van de gemeenteraad. De S.D.A.P (Sociaal Democratisch Arbeiders Partij) werd bijvoorbeeld opgericht en deed in 1902 zijn intrede in de gemeenteraad. Men nam een pakket maatregelen en trachtte de situatie alsnog onder controle te krijgen. Een van deze maatregelen was de invoering van het erfpachtstelsel in 1896:

    de grond kon niet langer meer worden gekocht, maar moest voor een tijd worden gehuurd. Hierdoor bleef de gemeente eigenaresse van de grond en proviteerde bovendien van de oplopende grondprijzen (tussen 1826 en 1900 steeg de prijs van f 1,25 tot f 50,- per m2!).

    Een andere maatregel was de invoering van de woningwet in 1901. Hierdoor:- kon de gemeente allerlei bouwverordeningen en bouwvoorschriften in

    werking stellen die de kwaliteit van de woningen ten goede kwam (betere indeling van de woningen, meer licht en lucht intrede)

    - kon de gemeente woningbouwverenigingen een nieuw verschijnsel in de eerste jaren van de20e eeuw aan een financieringsvorm helpen

    - werd de gemeente verplicht een uitbreidingsplan op te stellen (maar dat kwam in Amsterdam pas in 1935 van de grond in de vorm van het Algemeen Uitbreidings Plan. Dit plan werd pas in 1939 goedgekeurd en kon door de oorlog niet eerder dan in 1947 worden gestart).

    3 Standaard bebouwing in de Pijp: smalle rechte straten zonder groen.

    4 Bouwverordening 1920, na de woning-wet van 1902.

  • 5De paar stedebouwkundige plannen uit de 19e eeuw hadden slechts de verfraaiing van het stadsbeeld voor ogen (bijvoorbeeld Sarphati, Niftrik en Kalff). In het plan uit 1935 poogde men om een oplossing te vinden voor de te verwachten ontwikkelingen. Men maakte een prognose tot het jaar 2000!

    Vanaf 1915: gemeentelijke bemoeienis volkshuisvestingPas in 1915 ging de gemeente zich echt bemoeien met volkshuisvesting. Wibaut en Kepler zorgden voor een gemeentelijk woningdienst. Er werd een schoonheidscommissie ingesteld, wat tot gevolg had dat bouwwerken voortaan alleen nog maar door architecten werden ontworpen.Vanaf die tijd zorgden de woningbouwverenigingen voor een geweldige stimulering van de huizenbouw. in enkele jaren verrezen er duizenden woningen en kwam er een einde aan de woningnood.

    HEt PLAn BErLAgE 1917In 1917 werd een ontwerp voor een uitbreiding voor Amsterdam Nieuw-Zuid van de hand van H. P. Berlage door de gemeenteraad goedgekeurd.Het Plan Berlage in vergelijking met de 19e eeuwse wijk de Pijp: Berlage vermeed de trooste-

    loosheid van de parallelle, smalle straten in de naburige Pijp. De straten in zijn plan waren breder van opzet. Ze werden afgewisseld door pleintjes en wat groen.

    Dit bood meer mogelijkheden voor een goede bebouwing.

    Wat opvalt is de sterke neiging tot monumentaliteit.

    Deze werd veroorzaakt door: - de toegepaste symmetrie (Minervalaan en het deel met de Amstellaan (= Vrijheidslaan),

    de Noorderamstellaan (= Churchilllaan) en de Zuideramstellaan (= Rooseveltlaan). - het feit dat Berlage op de kruisingen van de breedste boulevards groots opgezette, monumentale,

    gebouwen plande, die in het teken van de kunst moesten komen te staan (musea, opera, etc.).

    Beperkingen van het Plan BerlageOndanks zijn pionierswerk op stedebouwkundig gebied had het werk van Berlage zijn beperkingen. Zijn voornaamste zorg was de vormgeving: hij wilde in de eerste plaats een mooi en monumentaal stadsgedeelte creren. Hierin week hij niet af van eerdere plannen uit de 19e eeuw. De architecten van de Amsterdamse School, die het stratenplan met huizen vulden, hadden hetzelfde uitgangspunt. Ook zij dachten in de eerste plaats aan een mooie buitenkant van de te bouwen huizen.

    nadelen van het Plan Berlage Berlage hield bij zijn ordening van het straatbeeld geen functionele factoren in het oog. Ondanks de brede opzet is de plattegrond dicht bebouwd en zijn de wijkvoorzieningen schaars,

    zoals de op wat ruimere schaal geplande groenstroken en pleinen. Met een gunstige orintering van de bouwblokken (bezonning) heeft hij op geen enkele wijze

    rekening gehouden.

    5 H.P. Berlage, Tweede plan voor Amsterdam Zuid, 1914-1917.

  • 6dE AmStErdAmSE ScHooL 1915 1935invloeden E. Cuypers. Hij was de vertegenwoordiger van het

    gotisch rivival in Nederland en architect van het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam. Zijn stijl was eclectisch: hij paste uit vroegere stijlen elementen toe naar eigen believen. Op zijn architectenbureau werkten sleutelfiguren van de latere Amsterdamse School. Hij vond dat een architect in de eerste plaats een schepper van schoonheid moest zijn.

    Berlage (1856-1934). Architect van de Amsterdamse Beurs, een gebouw dat hem tot een modern hervormer maakte. Hij was ontwerper van vele stedelijke uitbreidingsplannen o.a. die van Amsterdam (1917) en Den Haag. Hij werd benvloed door F.L. Wright uit de V.S. Berlage ging bij de vormgeving meer uit van de functie die het gebouw had en van de omgeving waarin het stond. Hij was belangrijk voor de introductie van nieuwe bouwmethoden. Hij liet overbodige versiering weg en liet de constructie van een gebouw meespelen als element van vormgeving. Al doende kwam hij uit op een meer zakelijke vormgeving. Zo leverde hij een belangrijke bijdrage aan de verwerping van de 19e eeuwse faade-architectuur.

    Exotische invloeden waren in die tijd erg in de mode. Ze waren ook

View more