schrijf alle antwoorden op een apart...

Click here to load reader

Post on 26-Feb-2019

216 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

4 VMBO-KGT MODULE 4 WATER

MODULETOETS

MALMBERG 1

Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 2p 1 Zet de onderstaande begrippen in chronologische volgorde.

A Infiltreren. B Verdampen. C Condenseren. D Bevriezen.

2p 2 Welke twee begrippen hebben te maken met de kustverdediging van

Nederland? A Zeewering. B Getijden. C Deltawerken. D Overloopgebied.

1p 3 Welk begrip hoort niet in het volgende rijtje thuis?

boezem bemaling polder uiterwaard 3p 4 Combineer de rivieren (A tot en met E) met de bijbehorende gebieden

(1 tot en met 5). Bepaal vervolgens welk begrip (I tot en met V) bij de combinatie van rivier en gebied hoort. Noteer telkens letter, cijfer en Romeins cijfer, bijvoorbeeld: B-2-II.

A Jordaan 1 Zwitserland I Middenloop B Parelrivier 2 Egypte II Bovenloop C Rijn 3 Hongkong III Riviermonding D Eufraat 4 Syri IV Benedenloop E Nijl 5 Hermongebergte V Bron

1p 5 Welke uitspraak is juist?

A In alle droge landen in het Midden-Oosten hebben mensen minder toegang tot schoon drinkwater dan in landen met meer neerslag.

B In het Midden-Oosten bestaan grote verschillen tussen landen wat betreft de toegang tot schoon drinkwater.

C In het Midden-Oosten heeft minstens 90% van de bevolking van alle landen toegang tot schoon drinkwater.

D In het Midden-Oosten is de toegang tot schoon drinkwater de laatste jaren nauwelijks verbeterd.

4 VMBO-KGT MODULE 4 WATER

MODULETOETS

MALMBERG 2

Inzicht 1p 6 Welke kenmerken horen bij de Gele Rivier?

A Langste rivier van China; veel sediment. B Steeds minder water; weinig transport van goederen. C Veel sediment; steeds minder water. D Langste rivier van China; steeds minder water.

2p 7 Niels en Emmy hebben het over de ligging van Nederland in het

stroomgebied van de grote rivieren. Niels vindt dit een gunstige ligging, Emmy is het niet met hem eens. Geef voor beiden een voorbeeld van een argument dat ze kunnen gebruiken.

1p 8 Bekijk bron 1.

Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I De piek in juni wordt veroorzaakt doordat het in de zomer in de Alpen

veel regent. II De piek in februari komt doordat het smeltwater van de gletsjers dan

Nederland bereikt heeft.

A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

Bron 1 Waterafvoer in de benedenloop van de Rijn.

4 VMBO-KGT MODULE 4 WATER

MODULETOETS

MALMBERG 3

1p 9 Welk begrip past zowel bij Hongkong en Guangzhou als bij Nederland? A Rivierdelta. B Stuwdammen. C Middenloop. D Deltawerken.

1p 10 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord.

I Nederland en Duitsland hebben afspraken met elkaar gemaakt over het waterbeheer in de Rijn.

II Over het waterbeheer in de Schelde hebben Belgi en Nederland geen afspraken gemaakt.

A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

3p 11 Vul de ontbrekende woorden in.

In Nederland is ____________________ ervoor verantwoordelijk dat gebieden onder ____________________ tegen overstromingen beschermd worden. Een voorbeeld van deze ____________________ is de Deltawerken.

1p 12 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord.

I De filterende werking van duinzand zorgt ervoor dat in duingebieden drinkwaterwinning goed mogelijk is.

II In de Nederlandse kustgebieden is het overal mogelijk om zoet grondwater te winnen als drinkwater.

A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

2p 13 Leg uit hoe de binnenvaart in Nederland last kan ondervinden van het

waterbeheer van Rijkswaterstaat. 2p 14 Wat is de meest duurzame manier van drinkwater produceren: uit

zeewater, uit rivierwater of uit een aquifer? Beargumenteer je antwoord.

4 VMBO-KGT MODULE 4 WATER

MODULETOETS

MALMBERG 4

Toepassing 2p 15 Bekijk bron 2.

Verklaar waarom de productie van drinkwater uit oppervlaktewater sinds 1950 veel meer is gestegen dan die uit grondwater.

Bron 2 Ontwikkeling van de productie van leidingwater in Nederland.

2p 16 Bekijk in je atlas van het kaartblad Midden-Oosten de kaart Waterprojecten en irrigatie. Noem twee redenen waarom Jemen geen ontziltingsinstallaties heeft en zijn buurlanden wel. Gebruik eventueel andere atlaskaarten om meer over Jemen en zijn buurlanden te weten te komen.

2p 17 China is van plan een aantal grote dammen aan te leggen in de rivier de Brahmaputra. Zoek in je atlas op welke landen daar grote problemen mee zullen hebben. Noem twee argumenten die deze landen zullen gebruiken om de bouw van de dammen tegen te houden.

Opdrachten over de casusparagrafen (alleen voor vmbo-gt)

2p 18 (gt) Bij de aanleg van het Zuidoost-Anatoliproject worden ook pijpleidingen naar buurlanden aangelegd, voor het transport van water. Wat is het verst weg liggende land dat volgens de planning gaat profiteren van het Zuidoost-Anatoliproject? Geef ook aan hoe lang de pijpleiding ernaartoe ongeveer is.

4 VMBO-KGT MODULE 4 WATER

MODULETOETS

MALMBERG 5

3p 19 (gt) Bij welke stuwdam waren de negatieve gevolgen van de aanleg ervan in de directe omgeving het grootst: bij de Hoge Aswandam of bij de Drie Klovendam? Onderbouw je antwoord.

1p 20 (gt) Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord.

I Als alle stuwdammen uit de Nijl zouden worden verwijderd, zou de Nijldelta in Egypte steeds groter worden.

II De verminderde hoeveelheid slib in de rivier is gunstig voor de visstand. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

4 VMBO-KGT MODULE 5 BEVOLKING EN RUIMTE

MODULETOETS

MALMBERG 1

Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 1p 1 Er zijn allerlei verschillen in ruimtegebruik tussen de stad en het platteland.

Wat is hiervan geen juist voorbeeld? A In de stad is de bebouwingsdichtheid groter. B In de stad is de bevolkingsdichtheid groter. C In de stad is de bevolkingsspreiding ongelijker. D In de stad zijn er meer economische activiteiten.

2p 2 Vanaf 1950 is er veel veranderd op het gebied van wonen, verkeer en

werken. Zet de volgende zinnen in de juiste volgorde. Noteer alleen de letters. A De mobiliteit nam toe. B De welvaart nam toe. C Er ontstond forensisme. D Mensen konden een auto kopen. E Mensen konden verder van hun werk gaan wonen.

1p 3 Lees onderstaande uitspraken over de bevolkingsontwikkeling in

Nederland en Duitsland. Kies het juiste antwoord. I In beide landen is de bevolkingsgroei de afgelopen eeuw sterk

afgenomen. II Nederland heeft de afgelopen eeuw altijd een geboorteoverschot

gehad, Duitsland niet. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

1p 4 Welk gevaar is geen migratiemotief voor iemand die om politieke redenen

migreert? A Gevaar door geloofsovertuiging. B Gevaar door hongersnood. C Gevaar door oorlog. D Gevaar door seksuele voorkeur.

4 VMBO-KGT MODULE 5 BEVOLKING EN RUIMTE

MODULETOETS

MALMBERG 2

1p 5 Vanaf welk jaar is er sprake van gezinshereniging in Nederland en Duitsland? A Vanaf 1945. B Vanaf 1960. C Vanaf 1970. D Vanaf 1990.

2p 6 Noem drie maatregelen uit de Chinese eenkindpolitiek. 1p 7 Lees onderstaande uitspraken over de stedelijke groei in China. Kies het

juiste antwoord. I Vanaf 1950 begonnen de steden te groeien, doordat de grenzen

opengingen. II Tussen 1961 en 1979 groeiden de steden niet zo hard, omdat de

overheid mensen verplichtte om naar het platteland te verhuizen. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

Inzicht 1p 8 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord.

I Hoe groter het verzorgingsgebied, hoe groter de reikwijdte van een voorziening.

II Hoe hoger de drempelwaarde van een voorziening, hoe groter het verzorgingsgebied moet zijn.

A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

1p 9 Vanaf 1870 verbeterden in Nederland en Duitsland de gezondheidszorg,

de woonomstandigheden en de voedselvoorziening. Wat nam hierdoor toe? A De levensverwachting. B De sociale bevolkingsgroei. C Het geboortecijfer. D Het sterftecijfer.

4 VMBO-KGT MODULE 5 BEVOLKING EN RUIMTE

MODULETOETS

MALMBERG 3

1p 10 Welke uitspraak over bevolkingsontwikkeling is juist? A Vergrijzing komt in Duitsland en Nederland in vergelijkbare mate voor. B In Duitsland groeide de bevolking tot 2008, vooral door de komst van

immigranten. C In het transitiemodel staan alle gegevens die je nodig hebt om te

voorspellen of de bevolking van een land nog zal groeien of niet. D Een voordeel van vergrijzing is dat de inkomens gemiddeld stijgen.

2p 11 Veel migranten van het Chinese platteland komen in de stad in slechte

omstandigheden terecht. Noem twee redenen waarom plattelanders toch naar de stad migreren.

2p 12 China bouwt veel stuwmeren. Dit is een oplossing voor twee problemen

die in de steden spelen. Welke twee problemen zijn dat? Geef ook aan hoe ze opgelost worden.

Toepassing 1p 13 Bekijk bron 1.

Hoe verklaar je dat in Oost-Duitsland veel meer gebieden een negatieve bevolkingsgroei kennen?

Bron 1 Bevolkingsontwikkeling na de hereniging van Oost- en West-Duitsland.

4 VMBO-KGT MODULE 5 BEVOLKING EN RUIMTE

MODULETOETS

MALMBERG 4

2p 14 Bekijk in je atlas het kaartblad Nederland - multiculturele samenleving. Leg met behulp van deze kaarten uit of er in Nederland segregatie is.

2p 15 Bekijk in je atlas het kaartblad Europa - welzijn. Welke kaart geeft het beste beeld van de leefbaarheid in de landen van Europa? Schrijf de titel van die kaart op en leg uit waarom je deze kaart hebt gekozen.

2p 16 In het Ruhrgebied is de werkloosheid hoger dan in de Randstad.

Wat is hiervan de belangrijkste oorzaak? 1p 17 Braindrain heeft vaak negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van

plattelandsgebieden in China. Er zijn echter ook positieve gevolgen te noemen voor braindrain in China. Welk antwoord is het juiste positieve gevolg? A Als plattelanders eenmaal in de stad wonen, brengen ze ideen vanuit

de stadscultuur naar het platteland. B Braindrain voorkomt dat er sprake is van vergrijzing op het platteland. C Braindrain zorgt uiteindelijk voor nieuwe werkgelegenheid op het

platteland. D Degenen die weggetrokken zijn van het platteland, maken vaak geld

over naar de achtergebleven familieleden. Opdrachten over de casusparagrafen (alleen voor vmbo-gt) 1p 18 (gt) De havens van Shanghai en Guangzhou horen bij de grootste havens

in de wereld. Wat is hiervan geen oorzaak? A Beide steden liggen aan een delta. B Beide steden zijn aangewezen als Speciale Economische Zone. C De economie van China is de laatste tientallen jaren heel hard

gegroeid. D Er is tussen beide miljoenensteden heel veel handel over de rivieren.

4 VMBO-KGT MODULE 5 BEVOLKING EN RUIMTE

MODULETOETS

MALMBERG 5

1p 19 (gt) Lees onderstaande uitspraken over de gevolgen van de stedelijke groei in China. Kies het juiste antwoord. I Vooral in het oosten van het land verdwijnt landbouwgrond. II De bereikbaarheid van de steden verslechtert. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

2p 20 (gt) In de grote steden van China vind je gated communities.

Wat is de reden waarom deze gated communities zijn ontstaan?

4 VMBO-KGT

MODULE 6 WEER EN KLIMAAT MODULETOETS

MALMBERG 1

Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 1p 1 Welke bewering over regionale klimaatverschillen in Nederland is onjuist?

A Het noorden heeft gemiddeld lagere temperaturen dan het zuiden van het land.

B In Midden-Nederland valt meer neerslag dan in het zuiden van het land. C Aan de kust is meestal de meeste bewolking. D Aan de kust waait het gemiddeld het hardst.

1p 2 Welk klimaat komt zowel in Nederland als in Spanje niet voor? A Gematigd zeeklimaat. B Gematigd landklimaat. C Mediterraan klimaat. D Steppeklimaat.

1p 3 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I In Spanje is de waterbalans meer in evenwicht dan in Nederland. II In Spanje is de neerslagintensiteit groter dan in Nederland. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

1p 4 Onder wetenschappers en politici is een discussie over klimaatverandering gaande. Over welke twee standpunten gaat deze discussie? A Klimaatverandering wordt vooral veroorzaakt door de invloed van de

zon. B Klimaatverandering wordt vooral veroorzaakt door vulkanisme. C Klimaatverandering wordt vooral veroorzaakt doordat de mens

broeikasgassen uitstoot. D Klimaatverandering wordt vooral veroorzaakt doordat er steeds meer

hittegolven zijn.

1p 5 Welke twee klimaatzones komen in het grootste deel van de VS voor? A Droge klimaten en gematigde klimaten. B Gematigde klimaten en warme klimaten. C Koude klimaten en droge klimaten. D Warme klimaten en koude klimaten.

4 VMBO-KGT

MODULE 6 WEER EN KLIMAAT MODULETOETS

MALMBERG 2

1p 6 Bekijk bron 1. Om wat voor soort neerslag gaat het hier?

Bron 1 Het ontstaan van neerslag.

1p 7 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord.

I De wet van Buys Ballot verklaart de windrichting in een gebied. II De wet van Buys Ballot verklaart waarom wind niet in een rechte lijn

van een hoge- naar een lagedrukgebied waait. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

Inzicht 2p 8 Welke twee uitspraken zijn juist?

De aanlandige wind in Nederland is vooral van invloed op A het gemiddeld grote verschil tussen zomer- en wintertemperatuur in

Nederland. B het gemiddeld kleine verschil tussen zomer- en wintertemperatuur in

Nederland. C de temperatuurverschillen tussen het noorden en zuiden van het land. D de temperatuurverschillen tussen het oosten en westen van het land.

4 VMBO-KGT

MODULE 6 WEER EN KLIMAAT MODULETOETS

MALMBERG 3

2p 9 In welke soorten gebieden is de windsnelheid gemiddeld lager dan 4,0 m/s? Twee antwoorden zijn goed. A In bosrijke gebieden. B Op meren en ander oppervlaktewater. C In stedelijke gebieden. D In weilanden.

1p 10 In welk land zijn de verschillen tussen de landbouwgebieden binnen het land het grootst? A In Nederland. B In Spanje. C In de Verenigde Staten.

1p 11 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Door de klimaatverandering zullen in Nederland steeds meer

handelsgewassen (zoals paprikas en druiven) buiten de kas kunnen worden verbouwd.

II In Spanje zullen steeds meer boeren moeten gaan irrigeren als gevolg van de klimaatverandering.

A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist.

1p 12 Welke klimaatfactor heeft in het midwesten van de VS de grootste invloed op het klimaat? A Aanvoer van warmte en kou van zee. B Breedteligging. C Ligging van gebergtes. D Windrichting.

3p 13 Hieronder staan uitspraken over klimaat en vegetatiezones. Geef per uitspraak aan of deze juist of onjuist is. A Spanje en de VS hebben allebei met verwoestijning te maken. B Alleen in Spanje en in de VS kom je een echte taiga tegen. C Spanje heeft meer stuwingsneerslag dan de VS. D Irrigatie van landbouwgronden is vooral nodig in koude, droge

gebieden. E In de VS komt een woestijnklimaat voor; in Nederland en Spanje niet.

4 VMBO-KGT

MODULE 6 WEER EN KLIMAAT MODULETOETS

MALMBERG 4

2p 14 Bekijk bron 2. Hoe kun je zien dat de temperatuur verandert naarmate je hoger komt?

Bron 2 De Pyreneen in Spanje. Toepassing 2p 15 Leg uit waarom je kunt zeggen dat de VS een grotere rol spelen bij de

menselijke oorzaken van het versterkte broeikaseffect dan Spanje of Nederland.

2p 16 Verklaar waarom er in de VS wel koude klimaten voorkomen en in Spanje

niet.

4 VMBO-KGT

MODULE 6 WEER EN KLIMAAT MODULETOETS

MALMBERG 5

2p 17 Bron 2 is gemaakt in de Pyreneen. Noem twee andere gebergtes in Europa of Azi waar ook zon soort foto gemaakt had kunnen worden. Gebruik daarbij de kaart Klimaatgebieden en zeestromen uit je atlas. Je vindt deze kaart op het kaartblad De aarde - natuurkundige indelingen.

Opdrachten over de casusparagrafen (alleen voor vmbo-gt) 1p 18 (gt) Bekijk bron 3.

Wat voor natuurverschijnsel zie je hier?

Bron 3 Een veelvoorkomend natuurverschijnsel in de VS. 1p 19 (gt) In welke gebieden op aarde komen orkanen voor?

A In gebieden ver van zee. B In kustgebieden met koud zeewater. C In kustgebieden met warm zeewater. D In gebieden waar warme tropische lucht botst met koude poollucht.

2p 20 (gt) Leg uit wat hazard management is.

m4_moduletts_4kgt_WWm5_moduletts_4kgt_WWm6_moduletts_4kgt_WW