rtc turnen heren flanken

Download RTC Turnen Heren Flanken

Post on 26-Nov-2015

424 views

Category:

Documents

7 download

Embed Size (px)

DESCRIPTION

Hier is dan de reader flanken! Leer alles over de techniek, methodiek, didactiek en blessurepreventie bij het flanken!

TRANSCRIPT

  • 1

    RTC Turnen Heren Flanken (Deel 1)

    Maarten Verkuijlen

    RTC s-Hertogenbosch

    Email: Verkuijlen@kngu.nl

    Tel: 06-42098526

  • 2

    Inhoudsopgave

    Inleiding 3 Biomechanica van de flank 4 Dynamisch evenwicht Lichaamshouding Bewegingsbaan Steunvlak Flanksnelheid Ritme

    4 4 5 6 7 8

    Basisflank(tegen de klok in) 9 Opsprong Inflank Houding voor Uitflank Houding achter Flankrichting

    9 9 9 9 9 10

    Methodiek 11 Leerlijn Leerlijn t.o.v. de leeftijd

    11 13

    Oefenstof 14 Fysieke Conditionering Orintatieoefeningen Wedstrijdvormen Perfectionering Transfer 1 Transfer 2 Transfer 3

    14 17 18 19 20 21 22

    Toestellen/materialen 23 Polsblessures 25 Onderzoek Preventie

    25 25

    Bijlage 1: Voortgangstabel 27 Bronnen/Literatuur 29 Met dank aan 31 Organisaties Trainers Turners

    31 31 31

    Contact 31

  • 3

    Inleiding

    Tijdens de RTC trainingen wordt mij vaak gevraagd om te helpen met flanken. Blijkbaar vinden veel

    trainers het een hele uitdaging om dit de turners aan te leren. Als we kijken naar de oefenstof dan krijgen

    we het al warm.

    Flanken is misschien wel de moeilijkste basisbeweging binnen het turnen. Zelfs op de WK en Olympische

    spelen zie je met geen ander onderdeel zoveel turners mislukken. Het is jammer dat we nog geen

    toestelspecialist hebben op voltige. Dit terwijl de gemiddelde Nederlandse turner net iets groter is en dus

    fantastische maten heeft voor voltige.

    Dit schrijven brengt een duidelijke structuur in de ontwikkeling van de flank. Buiten een heleboel

    methodische oefeningen en situaties krijg je ook duidelijke richtlijnen voor een leerweg. Door de juiste

    accenten te leggen op het juiste moment, kun je als trainer een heel groot verschil maken!

    De diverse oefeningen zijn ook gefilmd. Deze zijn terug te vinden op YouTube.

    Deze reader is het eerste deel van een tweetal readers. In dit deel is alles uitgewerkt tot en met het

    beheersen van een perfecte flank. (Tot en met Mister Perfect). De laatste twee stappen worden kort

    uitgelegd om een volledig beeld te krijgen. Het tweede deel zal zich toespitsen op het toepassen van de

    flank.

    Veel plezier met het lezen en succes met het oefenen van de flank,

    Maarten Verkuijlen

    RTC s-Hertogenbosch

  • 4

    Biomechanica van de flank

    Dynamisch evenwicht De biomechanica van een flank is ontzettend ingewikkeld. Een flank is namelijk een dynamisch

    evenwichtselement met zowel een lengte, breedte en diepte-as rotatie. Hierbij is zelfs het

    lichaamszwaartepunt niet op dezelfde plaats. Daarbij wordt de flank natuurlijk ook nog eens op diverse

    plaatsen op het paard gemaakt en in combinatie met verplaatsingen, hoogteverschillen, mee- en

    tegendraaien. Flanken weerspiegeld de perfecte sensomotorische capaciteiten van een turner.

    Krisztian Berki Olympisch kampioen 2012

    Lichaamshouding De belangrijkste basiseis(jury technisch) van de flank is dat je je lichaam helemaal gestrekt houdt. Daarbij

    bewegen je schouders in tegengestelde richting van je benen. Bijvoorbeeld: als je benen voor zijn, dan zijn

    je schouders achter enzovoorts (zie foto hierboven).

    Doordat je twee steunpunten hebt, is de beweging niet helemaal rond. Daarbij bepaald de positie op het

    paard hoe de beweging van de flank loopt. Hieronder is een 3 dimensionale figuur van de flank op de

    beugels(figuur 1) en de dwarsflank op de punt(figuur 2). De opnames zijn gemaakt vanuit zicht op de

    rechter arm. De witte lijn geeft de baan van het lichaamszwaartepunt aan.

    Figuur 1: Flank op de beugels Figuur 2: Flank op de punt van het paard

  • 5

    Bewegingsbaan

    Puntflank boven aanzicht Broek Beweging van de enkels.

    Beweging van de nek

    Flankrichting

    Kijkrichting

  • 6

    Steunvlak Voor de stabiliteit van de flank is de grootte van het steunvlak belangrijk. De meest ideale handplaatsing is

    op schouderbreedte. Indien de handplaatsing breder is (zoals met de flank op de beugels) dan is het

    moeilijker om de schouders van links naar rechts te verplaatsen. Is het steunvlak enorm smal (zoals op 1

    beugel) dan verlies je gemakkelijker het evenwicht.

    Handplaatsing Schouderbeweging

    Om de ideale breedte te behouden wordt met dwarsflanken gekozen voor een diagonale handplaatsing

    en flankrichting:

  • 7

    Flanksnelheid De flanksnelheid is een belangrijk maar vaak vergeten item bij voltige. Bij een flank die te langzaam is zakt

    de turners snel met zijn heupen omlaag. Daarnaast zakken de benen waardoor bij moeilijke onderdelen

    het toestel(of de grond) geraakt wordt.

    Daar staat tegenover dat een snelle flank sensomotorisch moelijker is. De krachten op het lichaam

    worden groter en de flank instabieler.

    Gemiddelde snelheid Bij een jeugdturner (op de paddenstoel) is het goed als een trainer de snelheid opvoert tot ongeveer 0,9

    sec per flank (+/- 5%). Voorwaarde voor deze snelheid is wel dat de houdingen in elk kwadrant recht of

    licht overstrekt zijn. Een kleine turner zal iets sneller flanken als een grote turner.

    Beenhoogte m.b.t. snelheid

    Variaties in snelheid De uiteindelijke snelheid van de flank is afhankelijk van de situatie waarin deze uitgevoerd moet worden:

    Oefening: Opmerkingen: Foto:

    Smal steunvlak(op 1 beugel)

    Evenwicht is moeilijk

    Pakken op de beugel is sensomotorisch moeilijk

    Snelheid is laag

    Breed steunvlak(op de beugels)

    Schouders maken een grote bewegingsbaan

    Pakken op de beugels is sensomotorisch moeilijk

    Snelheid is lager

    Russen/Spindelen De handen moeten snel bewegen

    Snelheid is lager

    Schouderbreedte (dwarsflanken)

    Gemiddelde snelheid

    0,9 sec per flank (+/- 5 %)

    Flanken op een laag paddenstoel

    Benen moeten voldoende hoogte krijgen.

    Snelheid is hoger

    Flank tussen de beugels

    Benen en heupen moeten voldoende hoogte hebben

    Snelheid is hoog

  • 8

    In de aanleerfase is het belangrijk om met een langzame flank te starten zodat de sensomotoriek zich kan

    ontwikkelen. In de volgende fase is het belangrijk om de snelheid toe te laten nemen. Dit doe je door in

    moeilijkere situaties te trainen. In de laatste fase is het belangrijk dat de turner met de optimale snelheid

    kan flanken afhankelijk per situatie en per onderdeel.

    Ritme De handplaatsingen bij een basisflank hebben een stabiel ritme. Op zowel links en rechts wordt even lang

    gesteund. Bij de inflank van jonge turners komt vaak voor dat de hand te laat wordt neergezet. Hierbij

    merk je dat het steunmoment op de ene arm langer wordt dan op de andere arm. (In de uitleg van de

    basisflank wordt uitgelegd hoe je dit kan voorkomen.)

    Onderzoek met betrekking tot flanksnelheid door het Inno Sportlab.

  • 9

    Basisflank(tegen de klok in)

    Opsprong 1. Stap uit naar de zijkant (tot ongeveer 90)

    2. Sluit je been terug aan en spring op(niet te hoog!).

    3. Houd je heupen laag.

    Inflank Breng je gewicht over op je linker arm.

    Breng je buik naar voren en je schouders ver naar links zodat je

    helemaal gestrekt inflankt.

    Open hierbij je heupen en borst.

    Houding voor Schouders zijn achter.

    Duw je borst omhoog tot een gestrekte houding. (Het lichaam mag

    in de aanleerfase overstrekt zijn.)

    Uitflank Breng je gewicht over op je rechter arm.

    Draai je heupen tegen de draairichting in zodat je navel naar voren

    blijft wijzen.

    Laat je hakken doorlopen naar achter en maak daarbij een licht

    overstrekte houding.

    Breng je schouders ver naar rechts zodat je heupen niet omlaag

    gaan.

    Houding achter Breng je schouders naar voren.

    Houd je heupen laag.

  • 10

    Flankrichting Over het bepalen van de juiste flankrichting wordt heel veel gediscussieerd. Er zijn diverse theorien en

    ideen:

    Afhankelijk van rechts of linkshandig: De meeste turners flanken tegen de klok in. Daarmee wordt gepretendeerd dat een linkshandige met de

    klok mee draait en een rechtshandige tegen de klok in. Uit de praktijk blijkt dat dit niet zo hoeft te zijn.

    Afhankelijk van schroefrichting: Als een turner met de klok mee schroeft dan moet hij tegen de klok in flanken. Dit klopt vaak maar niet

    altijd.

    Tweezijdige basis en vervolgens clusteren: Jeugd leert op jonge leeftijd naar twee zijden schroeven, radslagen, flanken enzovoorts. Vanuit de

    voorkeurskant bij moeilijkere onderdelen kunnen de basisonderdelen aangepast worden. Bijvoorbeeld:

    Uitflank op links = diamidov op de brug op links = offene op rekstok op links

    Inflank op rechts = hili op brug op rechts = terugdraaien op rekstok op rechts

    Etc..

    Ik ben persoonlijk voorstander om helemaal in het begin(Basis conditionering) alles op zowel links als

    rechts te doen. Tijdens het bijbrengen van het bewegingsbeeld en gevoel komt vanzelf een voorkeurskant

    naar boven. Aan de hand van de schroefrichting en onderdelen op andere toestellen kun je altijd

    controleren of alles in de ideale richting gaat. Vervolgens kun je afhankelijk van je doelstellingen en het

    beoogde niveau bepalen of je een verkeerde richting gaat corrigeren.

  • 11

    Methodiek

    Het aanleren van een goede en stabiele flank is een flinke klus. Buiten het aanleren van de juiste techniek

    l

Recommended

View more >