oplossingen 2 voor het energiesysteem · pdf file abstract, namelijk het oplossen van een...

Click here to load reader

Post on 12-Aug-2020

2 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

  • 2OPLOSSINGEN VOOR HET ENERGIESYSTEEM

  • 35

    Het huidige Vlaamse energiesysteem draait nagenoeg volledig op fossiele brandstoffen en kernenergie. Het gros van de energie is vlot beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar, maar leidt tot persistente maatschappelijke problemen, zoals uitstoot van broeikasgassen, luchtverontreiniging, radioactief afval en een hoge afhankelijkheid van energie-import. Als antwoord hierop zetten Europa en Vlaanderen in op een duurzame energietransitie. In dit hoofdstuk geven we een analyse van de oplossingsrichtingen en hefbomen om de transitie naar het energiesysteem van de toekomst waar te maken.

    2.1 Waarover gaat het? Het huidige energiesysteem botst op grenzen

    Zowat elke denkbare activiteit of sector in onze samenleving maakt gebruik van energie, we kunnen niet zonder. Het energiesysteem staat dus niet op zich, maar is onlosmakelijk verweven met andere maatschappelijke systemen en sectoren zoals mobiliteit of indus- trie. Dat alles maakt dat het energiesysteem een pijler vormt van onze samenleving, en dus ook bij de transitie naar een meer duur- zame toekomst centraal staat.

    Het energetische eindgebruik in Vlaanderen (door huishoudens, handel en diensten, industrie, landbouw en transport) bedroeg 952 PJ of 264,5 TWh in 2016. Dat eindverbruik werd voor bijna 66 procent direct ingevuld door fossiele brandstoffen. Elektriciteit was goed voor 18,6 procent van het eindverbruik, waarbij het aan- deel van kernreactoren in de totale netto stroomproductie de laat- ste 20 jaar rond 45 procent schommelde in Vlaanderen. Het overige eindverbruik werd ingevuld door biomassa (4,4 procent), warmte (2,9 procent) en andere brandstoffen (8,2 procent), waaronder gerecupereerde brandstoffen uit de industrie en de verbranding van niet-hernieuwbaar huishoudelijk afval met energierecuperatie.

    Het overgrote deel van onze energievraag wordt momenteel inge- vuld door energiebronnen die niet duurzaam zijn. Daardoor is de impact van het huidige energiesysteem op klimaat en leefmilieu erg groot. Zo is driekwart van de broeikasgasemissies in Vlaan- deren afkomstig van het gebruik of de productie van energie (58,7 megaton CO2-equivalent in 2015). Daarnaast is het energie- systeem verantwoordelijk voor een groot deel van de uitstoot van verontreinigende stoffen zoals stikstofoxides (NOx), zwaveldioxide (SO2), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), dioxines, fijn stof en zware metalen. Die luchtverontreiniging, met een aan- zienlijke impact op onze gezondheid, is al jaren een hardnekkig probleem in Vlaanderen. De productie van kernenergie, waarvan we momenteel afhankelijk zijn voor onze stroomvoorziening,

  • 36

    gaat gepaard met veiligheidsrisico’s en met de productie van hoogradioactief afval, dat gedurende honderdduizenden jaren moet worden geborgen. Ook na ongeveer veertig jaar onderzoek naar geologische berging is daarvoor nog geen definitieve en financieel duur- zame oplossing gevonden.

    Aan het begin van een ingrijpende energietransitie

    In de Overeenkomst van Parijs (december 2015) kwamen 195 landen tot een akkoord om de wereldwijde temperatuurstijging onder 2°C (t.o.v. de pre-industriële periode) te houden en er zelfs naar te streven om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5°C. Voor de Europese Unie betekent dat een daling van de emissies van broeikasgassen tegen 2050 met 80 tot 95 procent in vergelijking met 1990. Aangezien driekwart van de broeikasgassen in Vlaan- deren afkomstig is van het gebruik of de productie van energie, dringt een ingrijpende transitie zich op. De Europese Unie (die de Overeenkomst van Parijs mee ondertekende) heeft zichzelf een bindende doelstelling gesteld om tegen 2030 32 procent van de energie uit hernieuwbare energiebronnen te halen, en een indicatieve doelstelling om 32,5 procent energie-efficiënter te zijn dan in 2005. België heeft zich ertoe verbonden om een lagekool- stofstrategie te ontwikkelen, die kadert binnen de Europese ambitie.

    Een doortastende en volgehouden aanpak op systeemniveau is nodig om de nodige struc- turele veranderingen in het energiesysteem te realiseren. Het gaat om wijzigingen in het energiegebruik, in de energie-infrastructuur en -technologie, en dat zowel aan aanbod- als vraagzijde, in de ruimtelijke ordening, de regelgeving en het beleid, maar ook in de manier van denken en handelen van bedrijven en consumenten. Kernaspecten van de systeem- verandering zijn energiebesparing door gedragsverandering, energiebesparing door een efficiënter gebruik van energie, een stijging van het aandeel hernieuwbare energie en de afstemming van vraag en aanbod. Door de aard van hernieuwbare energiebronnen (vaak decentraal en variabel) zal ook de organisatie van het energiesysteem veranderen. Van een centraal en vraaggestuurd systeem, waarbij de stroomproductie bijvoorbeeld in gascen- trales snel kan worden aangepast aan de vraag, zullen we evolueren naar meer decentrale opwekking met hernieuwbare bronnen zoals zon en wind die niet altijd beschikbaar zijn. Daardoor zal de vraag eerder het aanbod moeten volgen dan andersom.

    HET VERANDERENDE ENERGIESYSTEEM IN VLAANDEREN: EEN DIAGNOSE

    De verschillende maatschappelijke systemen en (deel)sectoren in Vlaanderen – wonen, transport, landbouw, industrie, handel en diensten … – zijn alle sterk afhankelijk van een stabiele energievoorziening. Daarvoor doen we vandaag voornamelijk een beroep op fossiele brandstoffen en nucleaire energie. De tran- sitie naar een meer duurzame energievoorziening staat nog in de beginfase maar heeft wel een significant momentum bereikt.

    Ingrijpende veranderingen in het verleden

    De huidige omslag naar een energiesysteem dat voor het overgrote deel op her- nieuwbare bronnen draait, is niet de eerste energietransitie. Aan het begin van de negentiende eeuw veranderde de opkomst van steenkool en lichtgas (dat ontstond

  • 37

    bij de ontgassing van steenkool) onze energievoorziening radicaal. Tegen het einde van de negentiende eeuw deed de elektriciteit haar intrede in België. De sterke groei van de elektriciteitsvoorziening tussen de wereldoorlogen had een grote impact op de hele samenleving. In de decennia na WO II werden petroleum en kernenergie erg belangrijk en werden steeds meer inwoners aangesloten op het aardgasnet. Sinds de negentiende eeuw kennen onze energievoorziening en ons energiegebruik een lange periode van groei en uiteindelijk ook van consolidatie. Dat leidde tot een uitgebreide energie-infrastructuur en een hoge connectiviteit tussen de diverse onderdelen ervan.

    Druk op het dominante regime: de transitie-impuls

    Maar ons fossiel-nucleaire energiesysteem heeft ook geleid tot persistente milieu- problemen, zoals klimaatverandering, luchtverontreiniging en radioactief afval. Bovendien is het huidige systeem in hoge mate afhankelijk van geïmporteerde ener- giebronnen. Bepaalde evoluties wijzen op een prille afkalving van dat dominante fossiel-nucleaire regime en opkomende nieuwe niches. Zo is een verschuiving naar een meer decentrale productie van energie aan de gang. Door zonnepanelen te installeren, zijn heel wat particulieren ‘prosumenten’ geworden: ze consumeren niet alleen energie, maar produceren er ook. Het ontstaan van coöperaties en lokaal georganiseerde warmtenetten wijst op een verschuiving van individueel naar collec- tief belang. Windenergie, zowel op land als op zee, kent een opmerkelijke groei. De opkomst van hernieuwbare energieniches, de milieuproblemen en de afhankelijkheid van import zetten druk op het bestaande energiesysteem. Toch is er – in vergelijking met bijvoorbeeld de opkomst van de mobiele telefonie – soms geen tastbare en attractieve behoefte waar duurzame energie in voorziet vergeleken met fossiele en nucleaire bronnen. Het belang aan duurzame energiebronnen blijft daardoor eerder abstract, namelijk het oplossen van een hardnekkige milieuproblematiek die zich vooral op langere termijn lijkt te stellen. De transitie-impuls vindt haar oorsprong dus grotendeels in milieuredenen, wat een belangrijk verschil vormt met vorige transities.

    Weerstand van het regime tegen ingrijpende veranderingen

    Onze klassieke energievoorziening is vlot beschikbaar, in hoge mate betrouwbaar en relatief betaalbaar – hoewel de problematiek van de energiearmoede voor een klein deel van de bevolking hardnekkig blijft. Dat geoptimaliseerde energiesysteem biedt dan ook weerstand tegen verandering. De inertie uit zich op verschillende vlakken. Niet alleen de infrastructuur en de technologieën zijn stevig verankerd. Ook de regelgeving is nog sterk geënt op het fossiele regime. Externe kosten bij het gebruik ervan worden nog altijd niet doorgerekend en ons uitgebreide gasnetwerk zorgt voor een lock-in. Dat alles kan de verdere ontwikkeling van een energiesysteem op basis van hernieuwbare bronnen in de weg staan of vertragen. Dominante maat- schappelijke normen, waarden en visies op energie zijn bovendien sterk geworteld in onze manier van leven en vaak weerbarstig. Daardoor blijven ook onze praktij- ken nog eerder conventioneel. Dat uit zich bijvoorbeeld in de moeizame uitrol van energierenovatie en koude- en warmtenetten, in de discussie over de kernuitstap, het lokale verzet tegen de inplanting van windturbines of de stijging van het aantal

  • 38

    personenkilometers met de wagen. Het fossiele en nucleaire energieregime lijkt vooral in te zetten op het zo lang mogelijk gebruiken van de bestaande infrastruc- tuur en van verdere optimalisatie door het verhogen van de energie-efficiëntie. De grote uitdaging voor de transitie naar een duurzaam energiesysteem ligt dus in de concurrentie met een sterk verank