De Vrede die niet kwam. Twintig jaar diplomaat in het Midden

Download De Vrede die niet kwam. Twintig jaar diplomaat in het Midden

Post on 11-Jan-2017

213 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

<ul><li><p>Dr. Nikolaos van Dam (1945) studeerde politieke wetenschappenen Arabisch in Amsterdam en is gedurende twintig jaar</p><p>als diplomaat in verschillende Arabische landen werkzaamgeweest: in Tripoli (Libi) en Beiroet (Libanon),en laatstelijk als ambassadeur in Irak en Egypte.Van zijn studie The Struggle for Power in Syria:</p><p>Politics and Society under Asad and the Bath Party (19773)verzorgde hij ook een Arabische uitgave,</p><p>die meerdere drukken beleefde.Thans is hij ambassadeur in Ankara (Turkije).</p><p>Jan Keulen (1950) is medewerker van onder anderede Volkskrant en nos-radio. Hij werkte vanaf 1980</p><p>in het Midden-Oosten (Beiroet, Cairo).Na een onderbreking van 5 jaar als correspondent in Mexicodoet hij sinds 1992 opnieuw verslag van de gebeurtenissen</p><p>uit het Midden-Oosten, nu met Amman (Jordani) als standplaats.Van zijn hand verschenen Standplaats Beiroet (1984)</p><p>en drie delen in de landenreeks van het kit:Beiroet (1984), Guatemala (1994) en Libanon (1996).</p></li><li><p>Nikolaos van Dam&amp; Jan Keulen</p><p>de vrededie niet kwam</p><p>Twintig jaar diplomaat inhet Midden-Oosten</p><p> bulaaq </p></li><li><p>Deze uitgave is tot stand gekomen met steun van deStichting Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten</p><p> 1998 Jan Keulen en Uitgeverij Bulaaq Omslagillustratie James Nachtwey, Magnum/abc Press:</p><p>Illegal Palestinian Flag flies over Westbank Village, 1990 Foto achterkant Bob Bronshoff, Amsterdam(links Jan Keulen en rechts Nikolaos van Dam)</p><p>Ontwerp omslag en binnenwerk Marjo Starink, AmsterdamTekstredactie en zetwerk Henk Pel, Zeist</p><p>Kaartwerk Slothouwer Produkties, AmsterdamDruk Hentenaar Boek, Nieuwegein</p><p>isbn 9054600306</p><p>Verspreiding in Belgi Van Halewyck, Leuven</p><p>Uitgeverij Bulaaq, Recht Boomssloot 88-90, 1011 ed Amsterdam</p></li><li><p>Inhoud</p><p>verantwoording 9</p><p>1 de wortels van het conflict 17Honderd jaar conflict 17Palestijns en Arabisch nationalisme 21De juni-oorlog 25De omslag van 1967 27Het terrorisme 29Niemand luistert naar ons 31</p><p>2 de beeldvorming 35Nederland staat achter Isral 35Propaganda, clichs en we hebben het nietgeweten 37Hoe Isralis naar hun buren kijken,en omgekeerd 42Gemiste kansen 46De publieke opinie en de voldongen feiten 47Rechtvaardigheid is een relatief begrip 50Verhullende terminologie 53</p><p>3 werkterrein: midden-oosten 59Diplomaat en arabist 59De Palestijnen: het Nederlandse standpuntevolueert 64Diplomaat in de Arabische wereld 69</p></li><li><p>4 verandering en stagnatiein de arabische wereld 77Democratie: bijvoorbeeld Jordani 77De Arabische wereld en democratie 80Botsende aspiraties 87Inter-Arabische conflicten 89Ik ben sterker dan jij... 90Een kwestie van identiteit en loyaliteit 93Rampspoed in de Arabische wereld 98Fundamentalisme kan van alles zijn 98De Baath: de ideen zijn afgezwakt en de idealenverdwenen 105</p><p>5 irak 109Saddam heeft het aan zichzelf te danken... 109De wereld tegen Saddam 111Boodschapper in Bagdad 115Kritiek wordt niet getolereerd 119De ongeloofwaardige oppositie 122De sjiitische meerderheid 123De Koerden en de driedeling van Irak 125Onze man in Bagdad 127</p><p>6 syri en libanon 137Het Libanese drijfzand 137Syri en het Arabisch-Isralische conflict 139Syri in Libanon 143Het politieke stelsel in Syri en Libanon 144De vruchten van de vrede 147Voor eens en altijd afrekenen met de plo 148Een zonderlinge oorlog 151Het woelige zuiden 162Het laatste actieve front 165Libanon en het vredesproces 166</p></li><li><p>7 madrid, oslo, oost-jeruzalem? 171Gebrek aan vertrouwen, gebrek aanzekerheid 171Camp David 173Europa, Nederland en het vredesproces 175De koude oorlog 176De toekomst van de Palestijnse staat 177De leider van het Palestijnse volk 181Yasser Arafat: tussen het mogelijkeen onmogelijke 184De Palestijnse vluchtelingen 186De risicos van het Oslo-akkoord 188</p><p>noten 201chronologie 209namenregister 215</p></li><li><p>Dr. N. van Dam spreekt in De vrede die niet kwam</p><p>uitsluitend namens zichzelf. De in dit boek</p><p>verwoorde opvattingen zijn van strikt persoonlijke</p><p>aard en vertegenwoordigen niet de opinie van het</p><p>ministerie van Buitenlandse Zaken.</p><p>De tekst van Nikolaos van Dam is uiteen schreefloze letter gezet (zoals hierboven),</p><p>de tekst van interviewer Jan Keulenuit een schreefletter.</p></li><li><p>[9]</p><p>Verantwoording</p><p>Het was op een warme oktoberdag in 1981 dat de straten van West-Beiroet zich plotseling vulden met het geluid van ratelende mitrail-leurs. Koos van Dam, toen eerste secretaris van de Nederlandseambassade, vroeg zich af wat er in vredesnaam aan de hand was.Koos van Dam zat in de auto en was net op weg om zijn kinderenergens in de stad te gaan afhalen. Toen de eerste salvos weerklonkenwas hij, zoals zo velen op dat moment in Beiroet, bezorgd over hetuitbreken van weer eens nieuwe gevechten tussen de milities. Datgebeurde tenslotte om de haverklap.</p><p>Ik had die ochtend met n oog naar de tv gekeken, naar een para-de in Cairo ter gelegenheid van de oktober-oorlog acht jaar eerder.Egypte en Syri hadden in oktober 1973 een verrassingsaanval opIsral ingezet en daarbij, volgens de Egyptische propaganda, eenenorme overwinning behaald. Helemaal waar was dat niet want nadatde Arabische legers eerst de overhand hadden was de oorlog na eenaantal weken in militair opzicht op een patstelling uitgelopen.</p><p>Maar in psychologisch, politiek en diplomatiek opzicht werd deoktober-oorlog door de Egyptenaren als een triomf gezien. De autori-teit en het prestige van president Anwar Sadat namen enorm toe ende confrontatie van 1973 eende de weg, zoals later bleek, voor inten-sieve onderhandelingen tussen Egypte en Isral, en uiteindelijk voorhet Egyptisch-Isralische vredesverdrag van 1979.</p><p>De parade was een pompeuze, grootse aangelegenheid. Het wasoktober 1981 en in Libanon was een burgeroorlog gaande. De gevech-ten van 1973 en vermeende Arabische overwinningen op Isral lekentot een andere tijd en wereld te behoren. Ik schonk er weinig aan-</p></li><li><p>[10]</p><p>dacht aan toen het beeld plotseling wegviel. Beiroet was een drukkestandplaats voor een correspondent en ik had die dag nog duizendenandere dingen te doen.</p><p>Totdat het schieten begon. Ik ging naar het balkon van mijn kan-toor en zag nu ook lange files autos luid toeterend door de wijk rij-den. Leden van islamitische milities, die het in ons stadsdeel vanBeiroet voor het zeggen hadden, hingen uit de ramen of waren op hetdak van de auto geklommen, druk zwaaiend met hun kalasjnikovs enslogans schreeuwend.</p><p>Mijn buurman kwam mijn kantoor binnen. Ze zeggen dat Sadatvermoord is, riep hij ontzet.</p><p>Een nieuwsbulletin op Radio Monte Carlo bracht even later debevestiging. Sadat was inderdaad tijdens de militaire parade doodge-schoten. Kennelijk door een van zijn eigen soldaten een moslim-extremist, naar later zou blijken.</p><p>De moord op de Egyptische president was in bepaalde delen vanLibanon aanleiding tot wilde taferelen. In de Palestijnse vluchtelin-genkampen en wijken van Beiroet die gecontroleerd werden door denationalistische Libanese milities werd uitzinnig feest gevierd. Sadatwerd immers niet als vredestichter gezien, maar als een verrader.</p><p>Terwijl hij in het Westen als een leider met visie werd beschouwddie het Midden-Oosten hoop gaf op een vreedzame toekomst, zagenveel Palestijnen, Libanezen en andere Arabieren hem als een lakeivan de Verenigde Staten en Isral.</p><p>Hij was niet een leider die hoop gaf maar die met zijn eenzijdigeakkoord met Isral, zonder dat de andere Arabische landen en de ploerbij betrokken waren, alle hoop juist de bodem had ingeslagen: dehoop op een rechtvaardige oplossing van het Arabisch-Isralischeconflict, hoop op de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen naarhun vaderland en hoop op een Palestijnse staat.</p><p>Ik was in de zomer van 1980 in Beiroet aangekomen als correspon-dent van de Volkskrant en een aantal omroepen. Libanon was in degreep van het geweld. In 1975 was een bloedig conflict uitgebrokentussen christelijke milities enerzijds en linkse en islamitische organi-saties anderzijds.</p></li><li><p>[11]</p><p>De Libanese oorlog had ook een duidelijke Arabisch-Isralischedimensie. De plo beheerste delen van het land, Isral was aanwezigin de zuidelijke grensstrook en zowel de Isralis als de Palestijnensteunden verschillende Libanese facties.</p><p>In december 1980 werd Koos van Dam benoemd tot eerste secreta-ris van de Nederlandse ambassade in Beiroet. Als groot kenner vande regio, met name van Syri, Irak en Libanon, was hij een logischaanspreekpunt. Zo nu en dan ging ik een kopje Turkse koe halenin zijn kantoor aan de Kantari-straat of een pilsje bij hem thuis, omkaarten te vergelijken en de vaak dramatische situatie, eufemistischdoor de Libanezen les vnements genoemd, te bespreken.</p><p>Achteraf denk ik dat in het begin ons contact, zoals dat vaker gaattussen diplomaten en journalisten, in beider belang was. Voor mijwas het nuttig hem uit te horen over de Nederlandse en Europesepolitiek in het Midden-Oosten en over de initiatieven die werdenondernomen om de vrede tussen Isral en Egypte uit te breiden naarde andere Arabische partijen. Sleutelwoord van onze discussies washet vredesproces. En ook toen ging het daarmee niet zo goed.</p><p>Er was in de eerste helft van de jaren tachtig een speciale Neder-landse belangstelling voor Libanon. Een Nederlands bataljon was inhet zuiden gelegerd in het kader van de vn-vredesmacht unifil. Dithad totgevolg daterzeer geregeldpolitiekemissiesuit NederlandnaarLibanon kwamen en voor het contact met de bezoekende ministers enkamerleden moest ik in eerste instantie bij Koos van Dam zijn.</p><p>Voor Koos van Dam was het contact met mij wellicht nuttig omdathet voor een journalist nu eenmaal gemakkelijker is dan voor eendiplomaat contacten te onderhouden met, bijvoorbeeld, radicale Pa-lestijnse en Libanese organisaties. Verder hoort Koos van Dam tot hettype diplomaat en wetenschapper dat het principe huldigt dat tweemeer weten dan n.</p><p>We hadden ook gemeen dat we moesten rapporteren, hij aan hetministerie in Den Haag, ik aan het grotere publiek van krantenlezersen radioluisteraars.</p><p>Het Midden-Oosten wordt vaak geassocieerd met geweld, politiekextremisme, religieus fanatisme en gebrek aan rationaliteit. De poli-</p></li><li><p>[12]</p><p>tieke situatie is complex en grillig. De manier van politiek bedrijvenverschilt hemelsbreed van die in Noordwest-Europa.</p><p>Als journalist werd ik in Beiroet keihard geconfronteerd met hetfenomeen dat de publieke opinie thuis vooral interesse had in Isral.Voor de Arabische wereld was eigenlijk alleen belangstelling voorzover het op de een of andere manier Isral raakte: de Palestijnen diehetzelfde heilige land als de joden claimden als hun vaderland, radi-cale Arabische regimes die Isral wilden vernietigen, het vredespro-ces enzovoort.</p><p>Voor de Arabische wereld zlf bestond in feite weinig interesse. Erwas, merkte ik, ook geen Nederlandse traditie om vanuit de Arabischewereld verslag te doen. De media van andere Europese landen had-den al tientallen jaren correspondenten die vanuit Beiroet of Cairoover de Arabische politiek, economie en cultuur berichtten. De Ne-derlandse media versloegen het Midden-Oosten echter vooral metcorrespondenten in Isral.</p><p>In de Arabische wereld zelf bestond wantrouwen ten opzichte vande Nederlandse journalistiek. In Libanon werd ik er in de jaren tach-tig dagelijks mee geconfronteerd. Een Nederlandse journalist zal welpro-Isralisch zijn, was de redenering. Zelfs in de jaren negentig, nuNederland een heel wat genuanceerder standpunt inneemt, moet ikin Jordani en de Palestijnse gebieden nog heel wat vragen beant-woorden over onze speciale vriendschap met Isral.</p><p>Het Midden-Oosten is een moeilijk gebied om onbevangen, ratio-neel en met open vizier journalistiek te bedrijven. Het Isralisch-Arabische conflict, dat nu zon eeuw oud is, polariseert de verhoudin-gen: je bent vriend of vijand. Het valt moeilijk uit te leggen dat jeeigenlijk vooral komt kijken naar wat er, simpelweg, daadwerkelijkgebeurt en wat de emoties en drijfveren zijn van de protagonisten.</p><p>Als Nederlands diplomaat had Koos van Dam zo zijn eigen proble-men in Beiroet. Den Haag erkende op dat moment de plo nog niet.Maar de plo was wel een van de belangrijkste spelers in Libanon enhet Midden-Oosten. Om goed verslag te doen ontkwam je eigenlijkniet aan contacten met de plo. Aan de andere kant hoorde je als ver-tegenwoordiger van de Nederlandse overheid die contacten juist niet</p></li><li><p>[13]</p><p>te hebben. Het dilemma was alleen oplosbaar door de regels soms teovertreden...</p><p>Koos van Dam was verder gevormd als politicoloog en arabist enik leerde hem kennen als een typisch rationeel denker, soms meereen wetenschapper dan een diplomaat. Zijn studie The Struggle forPower in Syria,1 over het regime van Hafez al-Assad, wordt doorvriend en vijand geprezen vanwege de hoge graad van precisie engedetailleerde gegevens over de machtsverhoudingen in het heden-daagse Syri.</p><p>Koos van Dam, die in 1975 bij het ministerie van BuitenlandseZaken in Den Haag ging werken als deskundige op het gebied van deArabische wereld, kreeg binnen het ambtelijk apparaat onvermijdelijkte maken met de emoties en irrationele reacties die het Midden-Oos-ten nu eenmaal lijkt te moeten oproepen. Ik vermoed dat hij gaande-weg de jaren tachtig, toen het Europese en Nederlandse beleid tenopzichte van de regio evenwichtiger werd, lekkerder in zijn diploma-tieke vel is gaan zitten.</p><p>Na zijn periode in Libanon, waar hij in 1983 vertrok, leidde hijeerst twee jaar de ambassade in Libi als tijdelijk zaakgelastigde enwas hij vervolgens drie jaar sous-chef van de Directie Afrika en Mid-den-Oosten van het ministerie in Den Haag. In 1988 werd Koos vanDam als Nederlands jongste ambassadeur benoemd in Irak, net optijd om het einde van de Iraaks-Iraanse oorlog mee te maken en deIraakse invasie in Koeweit.</p><p>De bezetting van Koeweit in 1990 en Operation Desert Stormwaarbij een door de Verenigde Staten geleide alliantie de Iraaksetroepen uit het olierijke Golfstaatje verjoeg, leidde uiteindelijk tot heteinde van Nederlands diplomatieke aanwezigheid in Bagdad.</p><p>Koos van Dam kreeg plotseling landelijke bekendheid doordat inverband met de Koeweit-crisis een grote groep Nederlanders gegijzeldwerd door het regime van Saddam Hussein. Als Nederlands ambassa-deur in Irak verscheen hij frequent in de tv-journaals om informatiete geven over het lot van de gijzelaars.</p><p>In 1991 vertrok Koos van Dam als ambassadeur naar Cairo en hetwas daar dat ik hem weer veelvuldig zag. De vredesconferentie inMadrid en de handdruk later tussen Yasser Arafat en Yitzhak Rabin</p></li><li><p>[14]</p><p>in Washington brachten hoop. Zou de vrede dan toch komen in hetMidden-Oosten?</p><p>Koos van Dam had en heeft grote bewondering voor de rol vanEgypte in het vredesproces, voor de strategie van de kleine stapjes. In1981 had hij de feestvreugde in Libanon na de dood van Sadat welbegrepen, maar absoluut niet gedeeld. Er is geen andere optie danvrede, dan een historisch compromis, al doet dat het rechtvaardig-heidsgevoel van velen in de regio ook geweld aan. Als Nederland enEuropa bij dat compromis een handje zouden kunnen helpen, des tebeter.</p><p>Na meer dan vijf jaar Cairo werd Koos van Dam in de zomer van1996 ambassadeur in Ankara, Turkije. Voor het eerst sinds lange tijdbevond hij zich, in professioneel en geografisch opzicht, buiten deArabische wereld.</p><p>H...</p></li></ul>