de inhaalslag van turkse en marokkaanse meisjes cs.doc¢  web view de jonge turkse en...

Download De inhaalslag van Turkse en Marokkaanse meisjes cs.doc¢  Web view De jonge Turkse en Marokkaanse meisjes

Post on 19-Sep-2020

0 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

De inhaalslag van Turkse en Marokkaanse meisjes

De emancipatoire opvattingen van Turkse en Marokkaanse meisjes verklaard

Devorah van den Berg (299846)

Liony Graaf (307921)

Tugba Topal (305529)

Bachelor scriptie

Rotterdam, september 2009

Scriptiebegeleider: Peter Mascini

Sociologie, Faculteit der Sociale Wetenschappen. Erasmus Universiteit

Inhoudsopgave

1Inhoudsopgave

21 Inleiding

21.1 Probleemstelling

41.2 Maatschappelijke relevantie

51.3 Onderzoeksopzet

62 Theoretisch kader

62.1 Begrip emancipatie

72.2 Emancipatieprocessen

72.2.1 Emancipatieontwikkeling van Nederlandse vrouwen

92.2.2 Emancipatieontwikkeling van Turkse en Marokkaanse vrouwen

112.3 Culturele verklaringen

112.3.1 Verkrijgen van meer bewegingsvrijheid

142.3.2 Conformeren aan wensen van de moeder

152.4 Economische verklaring

152.4.1 Deprivatie gevoelens van ouders en prestatiedrang

182.4.2 Ervaren van economische noodzaak

202.5 Conceptueel model

213 Data en operationalisering

213.1 Data

223.1.1 Betrouwbaarheid data

233.2 Operationalisering

28Resultaten

283.3 Bivariate analyse

303.4 Multivariate analyse

313.4.1 Culturele verklaring

333.4.2 Economisch verklaring

354 Conclusie

365 Discussie

386 Literatuurlijst

42Bijlagen

42Appendix 1: resultaten factoranalyse

48Appendix 2: vragenlijst

Inleiding

In de Nederlandse samenleving zijn continue via de media, in onderzoeken en onder de bevolking onderwerpen als integratie, verschillen tussen culturen, de positie van allochtoon en autochtoon, criminaliteit en etniciteit, de positie van vrouwen en cultuur en allerlei andere onderwerpen die hiermee samenhangen aan de orde. Het lijkt wel alsof we er geen genoeg van kunnen krijgen dit soort onderwerpen uitvoerig te bespreken, te onderzoeken en te beoordelen. Opvallend is echter dat allochtonen er over het algemeen minder positief vanaf komen dan autochtonen (SCP, WODC en CBS, 2005). Over het algemeen blijkt de criminaliteit onder allochtonen hoger te zijn dan onder autochtonen, hebben allochtonen op sociaaleconomisch gebied een slechtere positie dan autochtonen, vindt er onder de allochtone bevolking meer onderdrukking van vrouwen plaats en blijken de verschillende culturen op bepaalde punten te botsen met de ‘Nederlandse cultuur’.

Dit onderzoek zal niet ingaan op alle boven genoemde onderwerpen, maar richt zich op het verkrijgen van een beter inzicht in het gegeven dat Turkse en Marokkaanse meisjes op bepaalde punten geëmancipeerder zijn dan Nederlandse meisjes. De jonge Turkse en Marokkaanse meisjes blijken in opvattingen over emancipatie op het gebied van werk en huishoudelijke taakverdeling steeds progressievere opvattingen te hebben. Dit is een opvallende bevinding, gezien er in Nederland over het algemeen een negatief beeld door de verschillende media wordt geschetst over de emancipatie van Turkse en Marokkaanse meisjes. Hiernaast heerst er binnen de Nederlandse samenleving de indruk dat Turkse en Marokkaanse meisjes vanuit hun traditionele cultuur in mindere mate vrijgevochten zijn dan Nederlandse meisjes.

1.1 Probleemstelling

Zoals in de inleiding naar voren kwam blijken de Turkse en Marokkaanse meisjes niet op alle punten een achterstand te hebben. Vooral de jongere allochtonen blijken op sommige punten de autochtonen te overtreffen. Als het gaat om taakverdeling in het huishouden en verdeling van betaald werk blijken autochtonen hier traditioneler over te denken dan allochtone meisjes. Zo kwam in de Emancipatiemonitor van 2000 (Keuzenkamp en Oudhof) naar voren dat Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse meisjes er progressievere opvattingen op na houden als het gaat om taakverdeling tussen mannen en vrouwen in hun toekomstige huishouden en het werken van man en vrouw buitenshuis dan Nederlandse meisjes. Er blijkt vooral een groot verschil te bestaan tussen autochtone en Marokkaanse meisjes in opvattingen over de verdeling van betaald werk en van huishoudtaken. Marokkaanse meisjes willen vaker dan autochtone meisjes dat ze alleen of zowel zij als hun toekomstige partner betaald werk verrichten en willen vaker hun huishoudtaken delen met hun partner in de toekomst. Ook Turkse meisjes willen vaker dan Nederlandse meisjes dat beide partners in de toekomst betaald werk verrichten. De Turkse en Marokkaanse meisjes blijken op deze twee punten met de autochtone meisjes te verschillen.

Het verschil dat jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen steeds progressievere opvattingen hebben op bepaalde punten van emancipatie blijkt nog steeds te bestaan. Uit recente onderzoeken blijkt dat er nog steeds een verband is tussen etniciteit en opvattingen over verdeling van werk en huishouden. (Bouw et. al., 2003; Davegos en Schellingerhout, 2003; Distelbrink en Loozen, 2005; De Valk, 2006). Hieruit blijkt net zoals uit het onderzoek van Emancipatiemonitor van 2000, dat Turkse en Marokkaanse meisjes vaker dan Nederlandse meisjes aangeven dat ze in de toekomst de huishoudelijke taken willen delen met hun toekomstige partner en hiernaast de wens hebben om met hun partner het werk te verdelen.

Dit resultaat is opvallend, omdat er over het algemeen wordt aangenomen dat Nederlandse meisjes vaker dan Turkse en Marokkaanse meisjes worden opgevoed met progressievere waarden en opvattingen. Tevens bestaat er in Turkse en Marokkaanse gezinnen vaak een sterke seksesegregatie (SCP, 2001). Hierdoor zou juist kunnen worden verwacht dat de Nederlandse meisjes er geëmancipeerdere opvattingen op na houden. Daarbij zijn Turkse en Marokkaanse meisjes over het algemeen religieuzer (islamitisch) (Ibid) van waaruit men zou mogen verwachten dat ze traditionelere opvattingen hebben dan Nederlandse meisjes.

Uit de literatuur komt echter niet naar voren hoe kan worden verklaard dat Marokkaanse en Turkse meisjes geëmancipeerder zijn dan autochtone meisjes. Dit is in de literatuur niet empirisch getoetst. Er zijn al verschillende kwantitatieve onderzoeken geweest naar de positie en emancipatoire opvattingen van allochtone en autochtone vrouwen, maar op een verklaring voor het verschil in emancipatoire opvattingen wordt in de kwantitatieve onderzoeken niet ingegaan (bijvoorbeeld Gijsberts en Merens, 2004; Van Rijn et. al., 2004; Keuzenkamp en Merens, 2006). Er is niet expliciet onderzocht hoe het komt dat Turkse en Marokkaanse meisjes meer geëmancipeerde opvattingen hebben dan Nederlandse meisjes. Dit onderzoek richt zich daarom op het vinden van een verklaring voor waarom Turkse en Marokkaanse meisjes in hogere mate emancipatoire opvattingen hebben betreft taakverdeling van werk en huishouden dan autochtone meisjes.

Dit onderzoek is relevant, omdat het inzicht biedt in de vraag hoe het komt dat de etnische afkomst van meisjes invloed heeft op de mate van emancipatoire opvattingen. Het geeft een verklaring voor waarom het eerder gevonden verband tussen etniciteit en emancipatie bestaat. Hierdoor kan het verband beter worden begrepen op theoretisch niveau. Om te kunnen verklaren waarom mensen bepaalde opvattingen hebben moet er volgens Baum (1997) gekeken worden naar de contexten van macht, cultuur en klasse waarin mensen zich bevinden. De contexten waarin mensen zich bevinden kunnen van invloed zijn op hun opvattingen op het gebied van emancipatie (Saharso, 2002).

Binnen dit onderzoek zal er gekeken worden naar de culturele en economische contexten waarin Turkse, Marokkaanse en Nederlandse meisjes zich bevinden en zullen we een culturele en economische verklaring bieden waarmee het positieve verband tussen etniciteit en de opvatting over verdeling van werk en huishouden verklaard wordt. De verwachting is dat deze contexten van invloed zijn op de opvattingen. Dit leidt tot de volgende probleemstelling voor ons onderzoek:

‘Kan het verschil in emancipatoire opvattingen over gelijke verdeling van betaald en huishoudelijk werk tussen Turkse en Marokkaanse en autochtone meisjes van tussen de 12 en 16 jaar worden verklaard vanuit hun culturele en economische emancipatie?’

1.2 Maatschappelijke relevantie

Op maatschappelijk gebied is dit onderzoek relevant, omdat het bepaalde vooroordelen kan wegnemen die bestaan over de mate van integratie van Turkse en Marokkaanse meisjes. Vaak wordt er een negatief beeld geschetst over de emancipatie van deze groepen. Er heerst de indruk dat vrouwen binnen deze culturen worden onderdrukt en financieel afhankelijk zijn van hun partner. De Turkse en Marokkaanse vrouwen blijken op bepaalde gebieden juist meer emancipatoire opvattingen erop na te houden dan Nederlandse vrouwen, wat een mogelijke indicatie kan zijn dat het negatieve beeld wat betreft de emancipatie van Turkse en Marokkaanse vrouwen te relativeren is.

Daarbij is het maatschappelijk relevant om de opvattingen over man-vrouw rollen van meisjes te onderzoeken, omdat deze invloed kunnen hebben op de emancipatie van vrouwen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt (Distelbrink en Pels, 2002; Van der Lippe en Van Dijk, 2001: Den Dulk et. al., 1999). Wanneer iemand vindt dat mannen en vrouwen geen gelijke positie hebben is het mogelijk dat iemand zich naar deze opvattingen gaat gedragen. Zo stelt De Beer (2001) dat een vrouw die vindt dat het de taak van de vrouw is om het huishouden te doen en de taak van de man is om het gezin te onderhouden, waarschijnlijk geen of minder snel betaald werk zal gaan verrichten. Ook blijkt uit onderzoek van Kalmijn en Jansen (2000) dat vrouwen met progressieve houdingen vaker werken en een hoger niveau van educatie hebben dan vrouwen die er traditionele opvattingen op nahouden. Als Turkse en Marokkaa

View more >