Brim in het kort - ?· Web viewVoor vele karakteristieke boerderijen kwam die “hulp van buiten”…

Download Brim in het kort - ?· Web viewVoor vele karakteristieke boerderijen kwam die “hulp van buiten”…

Post on 08-Jul-2018

212 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

<p>Brim in het kort</p> <p>Het vergunningentraject voor het verbouwen en restaureren van (monumentale) boerderijen </p> <p>Dat boerderijen worden verbouwd, is aan de orde van de dag. Evenals de bewoners van burgerwoonhuizen willen boerderijbezitters hun pand geregeld aanpassen aan de eisen van de tijd. Door de toegenomen welvaart zijn (verbetering van het) wooncomfort en woongenot gewoon geworden. Voor historische boerderijen geldt de bijzondere situatie dat er behalve een woongedeelte ook nog een bedrijfsgedeelte is. Door veranderende bedrijfseconomische omstandigheden in de agrarische sector, met name de schaalvergroting en de daarmee samenhangende verschijnselen, zijn vele historische gebouwen met een agrarische functie overbodig geraakt. Hun oorspronkelijke functie hebben ze verloren, waarna het wachten was op een nieuwe functie en hergebruik. Nieuwe economische dragers blijken nodig te zijn om historische boerderijen letterlijk en figuurlijk overeind te houden. </p> <p>Historische boerderijen in de verdrukking</p> <p>Voor vele karakteristieke boerderijen kwam die hulp van buiten te laat met alle gevolgen van dien: verval, verlies van cultuurhistorische waarden, en zelfs sloop. Tal van boerderijen werden ook verbouwd, maar helaas gebeurde dat niet altijd even oordeelkundig. </p> <p>In 2001 heeft Stichting Historisch Boerderij Onderzoek (S.H.B.O.) een raming opgesteld van de ontwikkeling van het bestand aan historische boerderijen (gebouwd vr 1940) vanaf de inventarisatie in het kader van Monumenten Inventarisatie Project (M.I.P.). Dit inventarisatieproject is medio jaren 80 van de vorige eeuw in heel Nederland gestart en heeft zon vijf jaar in beslag genomen. Voor Noord-Brabant leverde dat het beeld op dat in 2001 (dus zon vijftien jaar na het M.I.P.) 37,4% van de cultuurhistorisch waardevolle boerderijen was verdwenen en dat 22,6% door onoordeelkundige verbouwingen was aangetast met als gevolg een groot verlies van cultuurhistorische waarden. Noord-Brabant scoorde samen met Zeeland het slechtst van heel Nederland.</p> <p>Sindsdien is het agrarisch erfgoed in de verdrukking gebleven en dat is nog steeds aan de orde. Door een verdergaande schaalvergroting zullen de komende tijd nog heel wat boeren hun bedrijf beindigen. Maar ook spelen problemen als het ontbreken van een bedrijfsopvolger. De Universiteit van Wageningen heeft becijferd dat de komende vijftien jaar tenminste 20% van de boerderijen van vr 1940, oftewel zon 17.000 boerderijen, in de verkoop komen. </p> <p>Nieuwe economische dragers</p> <p>Voor het behoud van het agrarisch erfgoed is het dringende noodzaak dat er passende nieuwe functies voor (deels) leegstaande gebouwen worden gevonden. In de meeste gevallen kan een woonbestemming soelaas bieden, maar ook een kantoorfunctie, een atelier, Bed &amp; Breakfast, een zorgboerderij e.d. kunnen voor nieuwe economische dragers zorgen. </p> <p>Het Rijk en de Provincie Noord-Brabant hebben hierop ingespeeld. In de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg, waarmee de Tweede Kamer eind 2009 heeft ingestemd, wordt herbestemming n van de pijlers van het toekomstige monumentenbeleid genoemd. </p> <p>Eerder in 2004 had de provincie Noord-Brabant, vanuit het besef dat cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende boerderijen belangrijke elementen van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van het Brabantse buitengebied zijn, de notitie Buitengebied in ontwikkeling vastgesteld. Daarin wordt een verruiming van de gebruiksmogelijkheden van deze gebouwen bepleit. Weliswaar is het de bevoegdheid van het gemeentebestuur om hier al dan niet invulling aan te geven, de provinciale notitie is onmiskenbaar een belangrijke ondersteuning voor degenen die op zoek zijn naar een nieuwe functie voor hun historische boerderijencomplex. Het gedachtegoed van de notitie Buitengebied in ontwikkeling heeft een vervolg gekregen in de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2011. Daarin staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen, onder andere op het gebied van cultuurhistorische waarden.</p> <p>Uit de ervaringsgegevens van het Monumentenhuis Brabant, dit is het provinciale steunpunt voor de monumentenzorg, blijkt dat verschillende Brabantse gemeenten de lijn van de provincie inmiddels volgen en positief staan tegenover een ruimer gebruik van historische boerderijen en bijgebouwen. Desgewenst kunnen het Monumentenhuis Brabant en Stichting De Brabantse Boerderij boerderijeigenaren ondersteunen bij de planvorming in dezen en de te nemen stappen. </p> <p>Het toekennen van een nieuwe functie gaat wel gepaard met aanpassingen aan het gebouw. De kunst is om dit met respect voor de historische en monumentale waarden van de boerderij te realiseren. Dat is overigens ook gunstig voor de boerderijeigenaar. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat karakteristieke monumenten een meerwaarde hebben, hetgeen zich eveneens laat vertalen in de prijs van het pand.</p> <p>Uitgangspunten voor herbestemming en verbouwing</p> <p>Vanwege het belang van herbestemming voor het behoud en de instandhouding van het agrarisch erfgoed heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in december 2010 een brochure uitgegeven. Daarin worden uitgangspunten en richtlijnen genoemd om te komen tot een goed herbestemings- en verbouwingsplan. Deze zijn:</p> <p> draag zorg voor een hoogwaardig ontwerp, waarin de historische betekenis en de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebouw afleesbaar is met aandacht voor bijzondere kenmerken;</p> <p> houd de opzet en indeling van de gevels herkenbaar;</p> <p> maak optimaal gebruik van bestaande gevelopeningen;</p> <p> behoud de hoofdvorm van het dak en beperk dakramen;</p> <p> respecteer de openheid van de ongedeelde bedrijfsruimte;</p> <p> houd de structuur van het woongedeelte herkenbaar;</p> <p> behoud en integreer waardevolle interieuronderdelen;</p> <p> herstel aangetast historisch materiaal waar mogelijk;</p> <p> gebruik zoveel mogelijk streekeigen materiaal;</p> <p> zet bijgebouwen en erfinrichting creatief in voor extra functies;</p> <p> pas eventuele nieuwbouw op een zorgvuldige manier in;</p> <p> houd rekening met eventuele archeologische vondsten;</p> <p> maak gebruik van bestaande ruimtes voor leidingen en afvoeren;</p> <p> wees zorgvuldig bij het aanbrengen van isolatie.</p> <p>Onderzoek kennis afstemming</p> <p>Om te kunnen komen tot een goed en doordacht plan dient er allereerst een goed inzicht te bestaan in de monumentale waarden en kwaliteiten van de boerderij. Als die nog niet zijn vastgesteld, is het zaak om dit alsnog in het allereerste begin van de planontwikkeling door een deskundig en onafhankelijk bureau te laten doen. </p> <p>Zeker als het gaat om een ingrijpend wijzigingsplan, zoals de herbestemming van een boerderij, is het van belang om bouwhistorisch onderzoek uit te laten voeren. Een dergelijk onderzoek resulteert in een bouwhistorische beschrijving van de boerderij (interieur en exterieur, bouwgeschiedenis en historische structuur), waarbij tevens een monumentale waardestelling met waarderingskaart wordt gemaakt. In de waardestelling wordt tot uitdrukking gebracht welke onderdelen van het gebouw een hoge, positieve, of indifferente monumentwaarde hebben. Dit zijn belangrijke gegevens bij de voorbereiding van restauratie-, herbestemmings- en renovatieplannen. </p> <p>Een bouwkundige opname, waarin de bouwtechnische staat en de onderhoudsstaat van het gebouw tot uitdrukking komen, is eveneens een must. Dat geeft niet alleen inzicht in de kwaliteit van het historische materiaal, het voorkomt ook verrassingen tijdens de verbouwing. Een onafhankelijke en heel ervaren partij op dit gebied is Monumentenwacht Noord-Brabant.</p> <p>Een gedegen voorbereiding is eveneens nodig als het gaat om de eigen wensen. Zo veel mogelijk moet voorkomen worden dat er allerlei planbijstellingen moeten plaatsvinden, omdat de ideen nog niet zijn gerijpt. Ook is het zeer raadzaam om vroegtijdig duidelijkheid te hebben over de financile haalbaarheid van de plannen. Daartoe behoren ook de mogelijkheden van subsidie. Verder is het belangrijk om het tijdspad dat doorlopen moeten worden, goed voor ogen te hebben. Het Monumentenhuis Brabant en Stichting De Brabantse Boerderij kunnen hierbij adviseren.</p> <p>Een instantie die ook nuttige informatie kan verschaffen is het Nationaal Restauratiefonds (NRF). Deze heeft de RestauratieWijzer heeft ontwikkeld. Tegen betaling van een beperkt bedrag kan dan gedurende twee jaar gebruik worden gemaakt van de afgeschermde website: www.restauratiewijzer.nl</p> <p>Een cruciale rol in het traject is weggelegd voor de gemeente als vergunningverlenende instantie. In eerste instantie is het zaak zich te vergewissen wat de bestemmings- en gebruiksmogelijkheden volgens het gemeentelijke bestemmingsplan zijn. Afstemming hierover met de gemeente is wezenlijk. Ook voor het vergunningentraject is het aanbevelenswaardig met de gemeente daarover contact te hebben.</p> <p>Vooroverleg </p> <p>Zeker bij ingrijpende plannen is het verstandig om vroegtijdig belanghebbenden en deskundige partijen erbij te betrekken en ze via een vooroverleg bij elkaar te brengen (zoals boerderijeigenaar, architect, gemeente, provincie, rijksdienst). Dat komt niet alleen de kwaliteit van het plan ten goede (je krijgt er waardevolle tips), daarmee kan ook tijdswinst geboekt worden omdat partijen in een vroeg stadium vernemen waar rekening mee moet worden gehouden om een positieve beoordeling van het plan te krijgen. </p> <p>Voor rijksmonumentale boerderijen kan men voor vooroverleg en pre-advies terecht bij het zogenoemde Planoverleg. Dit wordt georganiseerd door het Monumentenhuis Brabant met deelname van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincie Noord-Brabant. Voor boerderijen met de status van gemeentelijk monument, of de aanduiding cultuurhistorisch waardevol op de bestemmingsplankaart kan de gemeentelijke monumentencommissie voor vooroverleg en pre-advies worden aangesproken.</p> <p>Aanbevelenswaardig is dat het vooroverleg plaatsvindt vrdat de aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt ingediend. Anders gaat de termijn van start met als consequentie dat de kans op een negatief antwoord groter wordt. Immers als er dan nog onvolkomenheden in het plan zitten (bijvoorbeeld onvoldoende uitwerking van detailonderdelen), zal het geheel worden afgewezen. </p> <p>Adviesplicht bij rijksmonumenten</p> <p>Sinds de wijzigingen van de Monumentenwet per 1 januari 2009 adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (namens de Minister) alleen nog maar over de grote zaken, te weten: </p> <p>a. het afbreken van een beschermd monument of een deel daarvan voor zover van ingrijpende aard; </p> <p>b. het ingrijpend wijzigen van een beschermd monument of een belangrijk deel daarvan, voor zover de gevolgen voor de waarde van het beschermde monument vergelijkbaar zijn met de gevolgen van het geval, bedoeld in onderdeel a;</p> <p>c. het reconstrueren van een beschermd monument of een belangrijk deel daarvan, waarbij de staat van het monument wordt teruggebracht naar een eerdere staat of een veronderstelde eerdere staat van dat monument, en;</p> <p>d. het geven van een nieuwe bestemming aan een beschermd monument of een belangrijk deel daarvan.</p> <p>Voor zover rijksmonumentale boerderijen buiten de bebouwde kom zijn gelegen en het zaken betreft zoals hierboven beschreven adviseert ook de provincie. </p> <p>Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)</p> <p>Voor veranderingen aan een monument is per 1 oktober 2010 in de meeste gevallen de omgevingsvergunning nodig. Deze vergunning geldt voor een:</p> <p>- rijks- of gemeentelijk gebouwd monument; </p> <p>- gemeentelijk archeologisch monument; </p> <p>- beschermd stads- of dorpsgezicht.</p> <p>Alleen voor rijksbeschermde archeologische monumenten blijft de monumentenvergunning gelden zoals geregeld in de Monumentenwet 1988.</p> <p>De Wabo bundelt ruim 25 bestaande vergunning- en toestemmingsstelsels in de omgevingsvergunning. Al die stelsels hebben te maken met ingrepen in de leefomgeving, zoals wonen, monumenten, ruimte en milieu.</p> <p>Idee achter de Wabo is een betere dienstverlening door de overheid aan burgers en bedrijven. Dit doel wordt nagestreefd door ruim 25 vergunningen, ontheffingen en meldingen te integreren in n omgevingsvergunning. Zo hoeft men nog slechts: n omgevingsvergunning, n loket (Omgevingsloket online), n bevoegd gezag, n uniforme (en in het algemeen ook kortere) procedure, n besluit, n procedure van rechtsbescherming.</p> <p>Wijziging vergunningstelsel (rijks)monumenten</p> <p>Per 1 januari 2012 is het vergunningenstelsel voor (rijks)monumenten gewijzigd. Er zijn nu drie situaties:</p> <p>1. voor ingrijpende wijzigingen aan (rijks)monumenten (het betreft hier activiteiten, zoals hierboven beschreven, die adviesplichtig zijn) geldt de uitgebreide vergunningenprocedure van maximaal 26 weken;</p> <p>2. voor wijzigingen aan (rijks)monumenten die van minder ingrijpende aard zijn dan de onder 1 genoemde categorie, geldt de reguliere procedure van 8 weken waarbinnen de afhandeling van de vergunningsaanvraag dient te geschieden. </p> <p>Voor deze wijzigingsplannen adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Provincie niet. Het college van B &amp; W dient wijzigingsplannen in deze categorie altijd ter advisering voor te leggen aan de gemeentelijke monumentencommissie, of eventueel het extern adviesorgaan dat het college van B &amp; W hiervoor heeft ingeschakeld. </p> <p>3. Vergunningvrije activiteiten in en aan monumenten. </p> <p>Dit is een nieuwe categorie. Het gaat hier om gewoon onderhoud (bijvoorbeeld schilderwerk in de bestaande kleur, het opstoppen van de rieten dakbedekking, het vervangen van delen van verrotte kozijnen, het plaatselijk inboeten van metselwerk e.d.), alsook inpandige wijzigingen van onderdelen die uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben (bijvoorbeeld het verwijderen van hard- en zachtboard betimmeringen en gipsplaten, het verwijderen van systeemplafonds, het vernieuwen van keuken- of badkamerinrichting uit bijvoorbeeld de jaren 1980).</p> <p>In bepaalde situaties kan ook het aanbrengen van dakkapellen vergunningvrij zijn. Bijvoorbeeld een dakkapel aan de achterzijde van een aanbouw, die uit oogpunt van monumentenzorg niet waardevol is. Voor vergunningvrij bouwen in rijksbeschermde stads- en dorpgezichten gelden weer andere voorwaarden. </p> <p>Voor meer informatie over vergunningvrij bouwen aan (rijks)monumenten is de website van RCE te raadplegen: http://www.cultureelerfgoed.nl/actueel/nieuws/minder-vergunningen-voor-monumenten-vanaf-2012</p> <p>Informatiebrochures</p> <p>Met de Wabo wordt de categorie vergunningvrije bouwwerken groter. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (voor het ministerie van VROM) heeft verschillende brochures gemaakt over veelvoorkomende bouwwerken, zoals dakkapellen, schotelantennes, erfafscheidingen en aanbouwen. In deze brochures kan men lezen wanneer dit soort bouwwerken vergunningvrij is en wanneer niet. De brochures kan men vinden bij de gemeente of op www.rijksoverheid.nl/omgevingsvergunning</p> <p>Vergunningenprocedure Wabo</p> <p>Binnen de Wabo wordt onderscheid ge...</p>

Recommended

View more >