bestrijding van armoede onder zelfstandigen

of 23/23
Gebruik minimaregelingen Bestrijding van armoede onder zelfstandigen mei 2010

Post on 11-Jan-2017

221 views

Category:

Documents

2 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

  • Gebruikminima

    regelingen

    Bestrijding van armoede onder zelfstandigen

    mei 2010

  • 33

    AanleidingVan de kleine zelfstandige bestaat vaakhet beeld van het ondernemende typedat van aanpakken weet, de juistekanalen kent en overzicht heeft over zijnfinancile zaken. Voor veel zelfstandigenis dit beeld correct, maar helaas geldt datniet voor alle zelfstandigen.

    Een rondgang langs loketten eninstanties die zich richten op zelf -standigen leert dat een aanzienlijk deelvan de kleine zelfstandigen beperkteondernemingsvaardigheden heeft. Datuit zich onder andere in het moeitehebben met het met maken van eenbedrijfsplan en een begroting, hetscheiden en in balans brengen vaninkomsten en uitgaven voor de onder -neming en priv-zaken en een gebrekaan inzicht in de juiste kanalen eninstanties voor ondersteuning. Ookspelen er taalproblemen en onder -benutting van gemeentelijke enlandelijke inkomensondersteunenderegelingen zoals bijzondere bijstand, het Besluit bijstandverlening zelf -standigen 2004 (Bbz), zorgtoeslag enarbeids ongeschikt heidsverzekering.Ingewikkel de aanvraagprocedures spelendaarbij een rol.

    Ondanks dat gemiddeld 10 tot 15% vande minima een zelfstandige is1), vormenzelfstandigen in het armoedebeleid vangemeenten een onderbelichte groep.

    Inleiding

    Tegelijkertijd geldt dat bij de afdelingenvan de gemeente en de organisaties diezich richten op zelfstandigen de minima -regelingen niet goed bekend zijn, waar -door er weinig doorverwijzingen plaats -vinden naar die minimaregelingen.

    Uit onderzoek blijkt dat zelfstandigeneen veel grotere kans op armoedehebben dan werknemers2). De over -levingskansen van de onderneming vanzelfstandigen die in een bepaald jaar met een laag inkomen geconfronteerdworden, zijn bovendien consequent lager dan die van ondernemers met een hoger inkomen. Er is een grote groep zelf standigen die door de huidigeeconomische crisis in de problemenkomen, Dit is natuurlijk voor een deelinherent is aan het ondernemersrisico.Mensen die besluiten een ondernemingte starten, nemen meestal het wel -overwogen risico dat financile piek -perioden gevolgd kunnen worden doordiepe dalen. Als de conjunctuur aantrektgaat het vaak ook veel beter met dezegroep. Een onregelmatig inkomen hoeftdus geen probleem te zijn, maar als deperioden zonder inkomsten te langduren, kunnen er financile problemenen armoede ontstaan.

    Inhoudsopgave

    InleidingAanleidingInnovatie Programma Werk en BijstandKleine zelfstandigenOpbouw handreiking

    Aard van de problematiekInleidingOmvang doelgroepRisico op armoedeNiet-gebruik van voorzieningenGebrekkige administratie

    Adequate voorzieningenInleidingLevensonderhoud en bijzondere uitgaven(Her)financiering onderneming en schuldhulpverleningOndernemersvaardigheden en praktische ondersteuning

    Een beter gebruik van voorzieningenInleidingVoorlichtingEenvoudige aanvraagprocedure

    Conclusies en aanbevelingenConclusiesStrategie en aanbevelingen

    BijlagenBegrippen en afkortingen?Handige websites

    3

    6

    13

    27

    35

    37

  • 55

    In deze handreiking is op dit punt geen scherpe afbakening gemaakt, maar de bevindingen concentreren zich met name op de npitters en kleine zelf standigen met hooguit driemedewerkers. In de eerste plaats wordt gekeken naar starters. Zij beginnen hun bedrijfbijvoorbeeld vanuit of naast een baan bijeen werkgever. Andere starters hebbenlange tijd geen betaald werk gehad. Zijontvangen een uitkering, komen net van school of zijn pas afgestudeerd, ofwerken binnen het gezin. Maar er wordtnadrukkelijk ook gekeken naar onder -nemers die al langere tijd actief zijn inhun bedrijf.

    Opbouw handreikingDeze handreiking geeft in de eersteplaats inzicht in de aard van deproblematiek van armoede onder zelf -standigen. De belangrijkste risicofactorendie aan de orde komen zijn gebrek aaninkomen, onderbenutting van inkomens -ondersteunende regelingen, gebrekkigfinancieel beheer, gebrek aan middelenvoor investeringen en herfinanciering.

    Vervolgens wordt genventariseerd welkvoorzieningen er zijn of kunnen wordengecreerd om deze problematiek ade quaat te bestrijden.

    We onder scheiden daarbij voorzieningenvoor levensonder houd en bijzondereuitgaven, (her)finan ciering van deonderneming, schuld hulp verlening,voorzieningen voor het vergroten vanondernemersvaardigheden en praktischeondersteuning.

    Tot slot worden aanbevelingen gedaanvoor het vergroten van het gebruik vande voorzieningen. Hierbij wordt gekekennaar vormen van passieve en actievevoorlichting en vereenvoudiging vanaanvraagprocedures.

    In het slothoofdstuk worden de aan -bevelingen samengevat in een strategieom de armoede onder zelf standigen tebestrijden. In de bijlage is eenbegrippenlijst opgenomen.

    1) Bron: Cijfers CBS 2006. Op basis daarvan is door

    Stimulansz een prognose gemaakt voor 2009.

    2) EIM, Armoede onder zelfstandigen, december 2004.

    44

    Langdurige armoede komt vaker voor on der zelfstandigen dan onder werk -nemers. Ten opzichte van uitkerings -gerechtigden is er bij zelfstandigen min -der vaak sprake van langdurige armoede.

    Ondernemers kennen goede nslechte tijden Ondernemers moetendaarom in goede tijden financile buffersaanleggen voor slechte tijden. Dit schrijftminister Donner in antwoorden op Kamer -vragen over een toenemend aantal zelf -standigen dat aanklopt bij voedsel banken.Omdat lang niet alle voedselbanken bij -houden waarom mensen om hulp vragenis het moeilijk hierover een nauw keurigbeeld te krijgen. Uit onderzoeken blijkt datvier op de vijf zelfstandige ondernemersreserves heeft om een periode zonder werkop te vangen. Bijna een kwart van dezelfstandige onder nemers heeft zoveelreserves dat zij een jaar lang zonder werkkunnen. Bij het aanleggen van buffersworden ondernemers door de overheidonder steund via belastingmaatregelen alsde zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrij stelling. In het uiterste gevalbiedt de overheid een vangnet voorzelfstandige ondernemers die (tijdelijk)niet in hun bestaan kunnen voorzien. Zijkunnen onder voorwaarden gebruikmaken van de mogelijkheden van hetBesluit bijstands verlening zelf standigen(Bbz). Bron: persbericht ministerie vanSZW, 26 februari 2010.

    Innovatie Programma Werk enBijstandIn het kader van het InnovatieProgramma Werk en Bijstand (IPW) vanhet Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid heeft de gemeenteRotterdam door Stimulansz latenonderzoeken op welke manieren hetgebruik van minimaregelingen doorzelfstandigen vergroot kan worden enwelke aanvullende instrumentengemeenten kunnen inzetten om dekleine zelfstandige beter in staat testellen duurzaam een goed inkomen uitde onderneming te realiseren. Op basisvan het onderzoek in Rotterdam is dezehandreiking opgesteld. De bevindingenzijn veralgemeniseerd zodat ook anderegemeenten er hun voordeel mee kunnendoen. De bevindingen zijn gebaseerd opbestudering van literatuur, secundaireanalyse van bestaande statistieken eninterviews met diverse betrokkenpartijen in Rotterdam en anderegemeenten.

    Kleine zelfstandigenDit rapport gaat vooral over de kleinezelfstandigen: een communicatiebureauaan huis, een winkel met buitenlandselevensmiddelen, een klusbedrijf ofagrarisch gezinsbedrijf. In vaktermennoemen we deze ondernemers deeenmanszaken, de freelancers, de zzp-ersen de VOF's. Kleine zelfstandigen zijnnpitters of hebben een beperkt aantalmedewerkers in dienst.

  • InleidingIn dit hoofdstuk wordt de armoede -problematiek onder zelfstandigen inkaart gebracht. Er wordt aangegevenhoe veel zelfstandigen Nederland telt, enwelk deel daarvan een laag inkomenheeft. Vervolgens wordt bekeken in welkemate de doelgroep gebruik maakt vanvoorzieningen en welke redenen er zijnvoor het niet gebruiken van dezevoorzieningen.

    Omvang doelgroepNederland telt bijna 1 miljoen zelf -standigen. Ruim tweederde van dezelfstandigen zijn mannen3). In het derdekwartaal van 2009 waren er bijna 630duizend zelfstandigen zonder personeel.

    Dit zijn er ruim 20 duizend minder danin het derde kwartaal van 2008.

    In tabel 2 is een raming weergegeven vanhet aantal huishoudens op verschillendeinkomensniveaus in 2009. Daarbij zijn dehuishoudens ingedeeld in verschillendesociaal-economische categorien,waaronder de categorie zelfstandigen. Indeze categorie gaat het om huishoudenswaarbij inkomen uit een ondernemingde bron is waaruit het huishouden in eenjaar het meeste inkomen ontvangt. Hetkan hierbij gaan om een npitter, maarhet kan ook gaan om de directeur vaneen onderneming met een groot aantalmedewerkers. De categorie is dus ietsbreder dan de in deze handreikingbeoogde doelgroep.

    7766

    Aard van de problematiek

    Tabel 1 Werkzame beroepsbevolking naar positie in de werkkring (3e kwartaal 2009)Aantal x 1000

    Jaar Zelfstandige Zelfstandige Meewerkende Werknemer Totale werkzamezonder met zelfstandige beroepsbevolkingpersoneel personeel

    2001 474 336 48 6.080 6.921

    2002 519 297 39 6.160 7.015

    2003 536 309 33 6.072 6.950

    2004 551 320 35 6.010 6.916

    2005 566 322 35 6.039 6.962

    2006 597 325 35 6.186 7.143

    2007 620 314 31 6.334 7.299

    2008 641 299 26 6.470 7.436

    2009 629 297 25 6.451 7.402

    Bron: CBS. Webmagazine. woensdag 20 januari 2010

    Tabel 2 Omvang en samenstelling doelgroep lage inkomens 2009Aantal huishoudens met een inkomen tot % van het sociaal minimum

    101% 105% 110% 120% 130% 140% 150%

    zelfstandigen 63.363 67.368 72.388 83.676 97.067 110.418 125.670

    werknemers 88.777 101.112 118.628 159.867 213.733 282.268 374.143

    bijstand/WW 122.630 152.584 173.172 191.733 202.282 209.962 215.863

    arbeids-

    ongeschikten 29.078 40.779 54.233 75.542 94.213 111.729 127.457

    pensioen-

    ontvangers 100.990 163.329 228.922 374.286 513.875 640.190 754.828

    niet ingedeeld 8.099 11.017 24.891 34.076 41.883 45.707 48.282

    totaal 412.937 536.188 672.232 919.181 1.163.053 1.400.274 1.646.245

    Bron: Prognose 2009 gemaakt door Stimulansz op basis van cijfers CBS 2006

    Tabel 3 Doelgroepen als percentage van het totaal per inkomensniveau 2009 (percentage)Aantal huishoudens met een inkomen tot % van het sociaal minimum

    101% 105% 110% 120% 130% 140% 150%

    zelfstandigen 15,3% 12,6% 10,8% 9,1% 8,3% 7,9% 7,6%

    werknemers 21,5% 18,9% 17,6% 17,4% 18,4% 20,2% 22,7%

    bijstand/WW 29,7% 28,5% 25,8% 20,9% 17,4% 15,0% 13,1%

    arbeidsongeschikten 7,0% 7,6% 8,1% 8,2% 8,1% 8,0% 7,7%

    pensioenontvangers 24,5% 30,5% 34,1% 40,7% 44,2% 45,7% 45,9%

    niet ingedeeld 2,0% 2,1% 3,7% 3,7% 3,6% 3,3% 2,9%

    totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%

    Bron: Prognose 2009 gemaakt door Stimulansz op basis van cijfers CBS 2006

    In tabel 3 is per doelgroep het aan deelweergegeven als percentage van hettotaal.

  • 99

    Volgens de Armoede monitor is armoedeonder zelfstandigen overigens niet vooral een probleem van startendeonder nemers. De armoede percentagesonder zelfstandigen die langer en korterdan drie jaar een eigen bedrijf hebben,verschillen niet significant van elkaar.

    Armoede onder zelfstandigen in uwgemeente Voor het in kaart brengen vande situatie in uw gemeente kunt u gebruikmaken van:

    Informatie van de Kamer van Koophandel.De KvK heeft NAW-gegevens van alle(kleine) zelfstandigen. De KvK heeft geengegevens over inkomen en vermogen(www.kvk.nl).

    De minimascan van Stimulansz. De scan geeft op basis van bewerkte CBS-cijfers inzicht in het aantal zelf -standigen in diverse inkomensklassen(www.stimulansz.nl).

    Het CBS publiceert op haar website met enige regelmaat gegevens over zelf -standigen, soms ook gespecificeerd pergemeente (www.cbs.nl).

    Daarnaast verdient het uiteraard aan -beveling in gesprek te gaan met de diverseorganisaties in de gemeente en regio diezich richten op zelfstandigen (zie elders indeze publicatie)

    Een armoedesituatie kan volgens EIMvoor zelfstandigen grote gevolgen hebbenvoor het voortbestaan van de onder -neming. De overlevingskansen vanzelfstandigen die in een bepaald jaar met een laag inkomen geconfronteerdwor den, zijn consequent lager dan dievan ondernemers met een hogerinkomen.

    VermogenspositieUit het onderzoek van EIM blijkt verderdat hoe structureler de armoede (vanincidenteel, pendel, naar permanent), deste slechter de vermogenspositie van zelf -standigen met een laag inkomen. Zelf -standigen die in een situatie vanpermanente armoede verkeren zijnminder in staat om vermogen op tebouwen. Verder blijkt dat een beterevermogenspositie onder zelfstandigeondernemers met een laag inkomen deoverlevingskansen van hun bedrijvenpositief benvloedt. Dit versterkt volgensde onderzoekers het beeld dat een deelvan de groep met een laag inkomen deperiode van (tijdelijke) armoede over -brugt, door vermogensbronnen aan tespreken. Indien er sprake is van perma -nente armoede zal dit op den duur tochkunnen leiden tot bedrijfs beindiging, eris slechts sprake van uitstel.

    AgrarirsEen bijzondere groep zelfstandigen wordtgevormd door tuinders en boeren. Uitcijfers van het Landbouw EconomischInstituut blijkt dat 34% van de gezinnen

    88

    Uit de tabellen blijkt dat ruim 15% vande huishoudens met een inkomen tot101% van het sociaal minimum bestaatuit zelfstandigen. Het gaat om ruim 63duizend huishoudens.

    Gemeenten kunnen voor de eigengemeente een raming maken met behulpvan de minimascan van Stimulansz 4).

    Als we kijken naar de huishoudens onder de niet-veel-maar-toereikend -grens5), dan zien we dat zelfstandigen(23%) na bijstands ontvangers (37%) degrootste groep vormen. Onder dehuishoudens die langdurig onder debasisbehoeftengrens verblijven, vormende zelfstandigen zelfs de grootste groep6).

    Risico op armoedeZelfstandigen hebben een veel groterekans op armoede dan werknemers. Ditkomt voor een deel doordat zij debescherming missen van het minimum -loon en cao-afspraken over lonen, diewerknemers wel hebben. Bovendienvoelen zij een eventuele daling van dewinst van hun onderneming veel directerin hun portemonnee. Dit blijkt uit delandelijke Armoedemonitor 7). Uit deArmoedemonitor blijkt verder dat in2005 14% van de zelfstandigen een laaginkomen had.

    In het algemeen lijken zelfstandigensterker te worden getroffen dooreconomische recessies dan werknemers.

    Duurzame armoede komt vaker vooronder zelfstandigen dan onder werk -nemers. In 2005 was 37% van de armezelfstandigen duurzaam werkend n armtegen 18% van de arme werknemers. Tenopzichte van uitkeringsgerechtigden is erbij zelfstandigen minder vaak sprake vanlangdurige armoede.Zowel onder werknemers als onder zelf -standigen komt armoede relatief vaakvoor in de sectoren horeca, en landbouwen visserij.

    OorzakenUit ander onderzoek (EIM 2004) 8) blijktdat, vergeleken met het begin van dejaren negentig armoede steeds vakervoorkomt onder zelfstandigen. Dit wordtdoor de onderzoekers voor een deelverklaard door de toenemendeindividualisering in de maatschappij ende aanwas van nieuwe ondernemers. Het aantal alleenstaanden en startendeonder nemers is relatief gezien toe -genomen. Beide groepen hebben temaken met een verhoogd armoederisicoten opzichte van de gemiddelde zelf -standige. Alleen staande ondernemerskunnen niet terugvallen op eventueleaanvullende inkomsten van anderegezinsleden, waar door zij veel kwets -baarder zijn voor tegenvallende bedrijfs -resultaten. Starters moeten veelinvesteren en tegelijkertijd een plaats opde afzetmarkt veroveren, waardoor deinkomensvorming op korte termijn kanachterblijven.

  • 1111

    Opvallend is, dat onder nemers met eenminimuminkomen minder goed op dehoogte zijn van regelingen dan onder -nemers met een hoger inkomen. Ditgeldt vooral voor de gemeentelijkeregelingen. Over het geheel genomengenieten de gemeente lijke regelingenoverigens sowieso weinig bekendheidonder de ondernemers. De landelijkeregelingen zoals de huur toeslag,zorgtoeslag en kindgebonden budget zijnveruit het bekendst onder zelfstandigen,met de zorgtoeslag als koploper.

    Ook meent eenvijfde van de onder -nemers met een laag inkomen, dat zijniet in aanmerking komen voorinkomens ondersteuning vanwege een tehoog inkomen of vermogen. Derdebelangrijke reden is dat men het aan -vragen ervan te veel rompslomp vindt.Ondernemers met een hoger inkomengeven dit hoge inkomen of een hoogvermogen aan als reden voor het niet inaanmerking komen voor voor zieningen.Onder hen is ruim een derde deel niet opde hoogte van het bestaan vangemeentelijke inkomens ondersteuning.

    Uit het onderzoek in andere gemeentenblijkt voorts dat het Bbz slechts bij een -derde van de ondernemers bekend is,terwijl dit een regeling is die zichspeciaal richt op zelfstandig onder -nemers. Staatssecretaris Klijnsmaschreef dit jaar in haar verzamelbrief(febr. 2009) aan gemeenten ook dat hetBbz onderbenut wordt.

    Niet-gebruik arbeidsongeschiktheids -verzekeringNaar schatting van diverse specialisten isslechts iets meer dan 10% van de kleinezelfstandigen in Nederland verzekerdtegen arbeidsongeschiktheid.13) Eenongeluk of een langdurige ziekte brengtzelfstandigen vrijwel altijd in financileproblemen. De kosten vormen in ditgeval de belangrijkste reden voor hetniet-gebruik.

    Uit de verschillende onderzoeken kanworden geconcludeerd dat voorzelfstandigen, net als voor anderemensen, de volgende drie oorzaken vanniet-gebruik het meest voorkomen:

    Onbekendheid van de regelingen Men denkt er geen recht op te hebben De aanvraagprocedure is te ingewikkeld /

    teveel rompslomp

    Gebrekkige administratie Een laag opleidingsniveau en gebrekkigevaardigheden kunnen het voortbestaanvan een onderneming in gevaar brengenen zo de kans op armoede vergroten. Bijvaardigheden kan worden gedacht aanondernemersvaardigheden zoalsmarketing, organisatie en het schrijvenvan een ondernemingsplan, maar ookaan meer basale vaardigheden zoalslezen, schrijven, rekenen en socialevaardigheden. Sociale vaardigheden zijnbelangrijk in bijvoorbeeld de omgangmet opdrachtgevers en officileinstanties.

    1010

    een inkomen uit bedrijf heeft, dat onderde lage inkomensgrens ligt. Ruim 95%van de agrarische bedrijven wordt metgezinsleden gerund. Deze bedrijvenhebben moeite overeind te blijven intijden van schaalvergroting, bulk -productie en export. De gevolgen leidentot armoede en bedrijfsbeindiging. Hetbespreekbaar maken hiervan is notdone in de agrarische wereld. Menprobeert weg te kijken van deproblemen en zodoende ontstaat stillearmoede.9)

    Niet-gebruik van voorzieningenUit onderzoek van SGBO in een aantalgemeenten 10) blijkt dat zelfstandigen veelminder gebruik maken van gemeente -lijke minimaregelingen dan overigeminima. Uitkeringsgerechtigden, in hetbijzonder bijstandsgerechtigden, makenrelatief veel beter gebruik van deregelingen. De onderzoekers voeren alsverklaring voor dit verschil aan datgemeenten uitkeringsgerechtigden veelgemakkelijker kunnen traceren enbenaderen met informatie overminimaregelingen. Daarnaast speelt deperceptie van werkenden van hun rechtop inkomensondersteuning een rol. Uithet onderzoek blijkt overigens dat dekortingspas vergeleken met andereminimaregelingen een relatief goedbereik heeft onder alle doelgroepen,inclusief zelfstandigen.

    De kortingspas is ook toegankelijk voorniet-minima en is mede daardoor vooronder andere zelfstandigen wellichtlaagdrempeliger dan andereminimaregelingen.

    Het verschil in bereik van regelingen zienwe ook tussen Bbz-klanten en niet-Bbz-klanten. Bbz-klanten zijn beter in beeldbij de gemeente en worden daardoorsneller genformeerd overminimaregelingen.

    Uit onderzoek van het Sociaal CultureelPlanbureau blijkt dat het niet-gebruikvan voorzieningen diverse oorzakenheeft: 11)

    onbekendheid van de regelingen men denkt er geen recht op te hebben de aanvraagprocedure is te ingewikkeld de inspanningen wegen niet op tegen de

    opbrengst weerstand om gegevens aan te leveren

    aan de sociale dienst schaamte of trots taalproblemen

    In dit landelijke onderzoek is niet apartgekeken naar zelfstandigen.

    Uit onderzoek 12) waarbij wel specifiek is gekeken naar zelfstandigen blijkt, dat onder ondernemers met een laag in komen de onbekendheid met deregelingen de belangrijkste reden is waar -om er geen gebruik van wordt gemaakt;meer dan de helft voert dit als reden aan.

  • 1313

    InleidingIn dit hoofdstuk wordt beschreven welkevoorzieningen er zijn om de zelfstandigebeter in staat te stellen duurzaam eengoed inkomen uit de onderneming terealiseren.

    We onderscheiden voorzieningen op devolgende terreinen:

    Levensonderhoud en bijzondere uitgaven (Her)financiering onderneming en

    schuldhulpverlening Ondernemersvaardigheden en thuis -

    administratie

    Veel van deze voorzieningen worden door verschillende afdelingen van degemeente uitgevoerd of geregisseerd.Deze afdelingen zijn vaak niet goedbekend met de inhoud van elkaars voor -zieningen. De afdeling die het armoede -beleid uitvoert, is bijvoorbeeld niet goedop de hoogte over de inhoud van het Bbz.Deze handreiking is bedoeld voor al dezeafdelingen en heeft mede tot doel dezeonbekendheid te doorbreken.

    Het gaat hier om een overzicht van debelangrijkste voorzieningen. Het voert tever om hier een compleet overzicht tepresenteren van alle voorzieningen.

    Levensonderhoud en bijzondereuitgavenIndien een zelfstandige voldoet aan devoorwaarden van het Bbz of de IOAZ iseen minimuminkomen voor de zelf -standige en zijn gezin gegarandeerd met

    Adequate voorzieningen

    het Besluit bijstandverlening zelf -standigen 2004 (Bbz) en de Wetinkomens voorziening oudere engedeelte lijk arbeidsongeschikte gewezenzelfstandigen (IOAZ). Voor specifieke(priv)uitgaven kan de zelfstandigedaarnaast gebruik maken van bijzonderebijstand en andere bijzondere uit -keringen. Dit zijn landelijke regelingenwaarbij de gemeente een bepaalde matevan beleidsvrijheid heeft bij het vast -stellen van toekenningscriteria en hoogtevan de uitkeringen. Daarnaast zijn erlandelijke regelingen zoals de zorg- enhuurtoeslag en specifieke belasting -faciliteiten voor ondernemers, zoalszelfstandigenaftrek. Deze landelijkeregelingen worden uitgevoerd door deBelastingdienst. De gemeente heeft geeninvloed op de inhoud van dezeregelingen, maar kan wel het gebruik vandeze regelingen vergroten zodat hetinkomen van zelfstandigen op peil blijft.

    Periodieke uitkering voor levens onderhoud op grond van hetBbz en IOAZVoor beginnende, gevestigde, oudere enbeindigende zelfstandigen kan in hetkader van het Bbz een periodiekeuitkering voor het levensonderhoudworden verstrekt. Dit is een rentelozelening. Na afloop van het boekjaarwaarover bijstand is verleend, bepaalt degemeente aan de hand van de hoogtevan het vermogen dat verbonden is aanhet bedrijf of de eigen woning, dejaarcijfers en de overige gezinsinkomsten

    1212

    Een gebrek aan deze vaardigheden uitzich vaak in een gebrekkige thuis -administratie.

    Een slechte administratie bemoeilijkt debelastingaangifte en het aanvragen vaninkomensondersteunende regelingen.Daarnaast is het lastiger om te budget -teren en te anticiperen op nood zakelijkeuitgaven, waardoor betalings achter -standen kunnen ontstaan.

    Er zijn geen cijfers bekend over de matewaarin zelfstandigen er in slagen hunfinancile priv- en bedrijfsadministratiete scheiden en op orde te houden. Uitinterviews met diverse betrokkenen blijktdat er een grote groep zelfstandigen isdie hiermee moeite heeft. De accountantkijkt alleen naar een afgebakend deelvan de administratie, vooral ten behoevevan de belastingaangifte.

    Tot 2001 had een startend ondernemervoor bijna alle branches het diplomaAlgemene Ondernemersvaardigheden(AOV) nodig. Nu is een ondernemers -diploma niet meer verplicht.

    3) In 2008 telde Nederland 982.000 zelfstandigen.

    Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Den

    Haag/Heerlen 21-12-2009.

    4) Kijk op www.stimulanz.nl.

    5) Deze budgetgerelateerde grens is door het SCP

    vastgesteld aan de hand van normbedragen voor

    een alleenstaande van het Nationaal Instituut

    voor Budgetvoorlichting (Nibud). De laagste

    variant ervan, de basisbehoeftengrens, heeft

    betrekking op vrijwel onvermijdbare uitgaven,

    zoals voedsel, kleding, wonen en persoonlijke

    verzorging. De hogere variant, de niet-veel-maar-

    toereikendgrens, omvat tevens bescheiden

    uitgaven voor sociale participatie en recreatie.

    6) Armoedebericht 2008, Sociaal Cultureel

    Planbureau i.s.m. Centraal Bureau voor de

    Statistiek, Heerlen 2008.

    7) Armoedemonitor 2007, Sociaal Cultureel

    Planbureau (SCP).

    8) EIM, Armoede onder zelfstandigen, december

    2004.

    9) Armoede in de landbouw: Het mocht geen naam

    hebben. Maar wij gaven het een naam en een

    gezicht, Werkgroep Landbouw en Inkomen,

    december 2008.

    10) Het gebruik van gemeentelijke inkomens -

    afhankelijke regelingen door werkenden en niet-

    werkenden, SGBO 2000.

    11) SCP-publicatie 2007/11, Geld op de plank. Niet-

    gebruik van inkomensvoorzieningen, Jean Marie

    Wildeboer Schut en Stella Hoff. Den Haag: Sociaal

    en Cultureel Planbureau, 2007.

    12) KWIZ, Niet-gebruik onder zelfstandigen, 2008.

    13) Bron: Startbedrijf.nl, maart 2009.

  • 1515

    norm. Deze uitkering mag 12 maandenduren en kan worden verlengd metmaximaal 24 maanden, indien en voorzover de langere uitkeringsbehoefte hetgevolg is van externe omstandighedenvan tijdelijke aard. Gevestigde zelf -standigen kunnen daarnaast eenbedrijfskapitaal in de vorm van eenrentedragende geldlening of borgtochtontvangen voor investeringen ofherfinanciering.

    Voor de zelfstandige die 55 jaar of ouderis en minstens 10 jaar zelfstandige zijner aparte regelingen binnen het Bbz. Eenuitgebreidere beschrijving van het Bbz iste vinden op de website van hetMinisterie van SZW (www.szw.nl).

    Ook zelfstandigen die hun bedrijfbeindigen kunnen voor financileondersteuning een beroep doen op hetBbz. Tijdens de beindiging van hetbedrijf kan de zelfstandige dan in zijnlevensonderhoud blijven voorzien. Deperiodieke uitkering geldt voor maximaaltwaalf maanden en kan als het nietlukt om het bedrijf binnen twaalfmaanden te beindigen wordenverlengd met nog eens twaalf maanden.

    Als de oudere zelfstandige nood -gedwongen zijn bedrijf moet beindigen,dan kan hij naast het beroep op deregeling bedrijfsbeindiging Bbz ook eenaanvraag IOAZ indienen.

    De IOAZ (voluit: de Wet inkomens -voorziening oudere en gedeeltelijkarbeidsongeschikte gewezen zelf -standigen) is een werkloosheids uitkeringvoor de periode na de beindiging vanhet bedrijf. De aanvraag IOAZ moet welvr de beindiging van het bedrijfworden ingediend. Het gaat om ouderendie minstens tien jaar zelfstandige zijn,of dat de laatste drie jaar zijn en daar -voor minstens zeven jaar ook zelf -standige zijn geweest of in loondiensthebben gewerkt. Zij moeten bij debeindiging van het bedrijf 55 jaar ofouder zijn. De IOAZ-uitkering is terhoogte van het sociaal minimum. DeIOAZ kent een zeer ruime vermogens -vrijlating. De IOAZ is hierdoor gunstigerdan de bijstandswet (WWB). Maar net alsin de WWB moet de gewezen zelf -standige in de IOAZ naar betaald werkzoeken, als hij daartoe in staat is.

    Het vermoeden van deskundigen is dater sprake is van onderbenutting van hetBbz. Bovendien kloppen zelfstandigenvermoedelijk later aan voor hulp danvoor de reddingsmogelijkheden gewenstis.

    Wet Werk en Inkomen Kunstenaars(WWIK)De WWIK is een inkomensvoorzieningvoor zowel beginnende kunstenaars dieeen gemengde beroepspraktijk willenopbouwen als voor gevestigde kunste -naars die door omstandigheden tijdelijkeen terugval in inkomsten hebben.

    1414

    of de zelfstandige (een deel van) delening moet terugbetalen. Hierbij geldt voor beginnende engevestigde zelfstandigen onder andere devoorwaarde dat de zelfstandige eenbedrijf of zelfstandig beroep voert datnaar verwachting na bijstandsverleningeen besteedbaar inkomen (dus na aftrekvan alle kosten) genereert op bijstands -niveau. Het (gezins)inkomen mag niethoger zijn dan bijstandsniveau.

    Minimuminkomen gegarandeerd HetBbz garandeert een minimuminkomen. Deuitkering is tijdelijk en wordt verstrekt alslening. De lening moet worden terug -betaald als de zelfstandige daartoe instaat is. Voor oudere zelfstandigen die hunbedrijf beindigen is er de IOAZ.

    Het Bbz is er voor zowel startende alsgevestigde zelfstandigen. Bij starters kanhet gaan om starters die uit hoofde vanwerkloosheid een uitkering ontvangen.Ook starters die met werkloosheidworden bedreigd, bijvoorbeeld omdatontslag is aangezegd, horen tot dedoelgroep. Voordat de zelfstandige zijnonderneming start kan hij zichmaximaal een jaar lang orinteren ophet ondernemerschap. Hij mag dancursussen volgen of marktonderzoekdoen dat de gemeente voor hem betaalt.

    Tijdens deze periode kan hij zijnbijstands uitkering of inkomens -voorziening WIJ behouden en vrijstellingkrijgen van de sollicitatieplicht. Hij moetzich dan wel gedurende deze periodelaten begeleiden door een deskundige.Het traject kan maximaal n jaarduren, maar kan ook eerder eindigen,bijvoorbeeld omdat al eerder wordtgeconstateerd dat een bestaan alszelfstandige niet haalbaar is, of juistomdat het begeleidingstraject al eerdermet een goed toetsbaar ondernemings -plan kon worden afgerond. Aan het eindevan een geslaagd traject moet dus eengoed en toetsbaar ondernemingsplan zijnopgesteld. De kosten van begeleidingworden door de gemeente vergoed.

    Een gevestigde zelfstandige moet volgenshet Bbz gedurende een redelijke termijneen levensvatbaar bedrijf hebbenuitgeoefend. In het algemeen is eenzelfstandige gedurende een redelijketermijn als zodanig werkzaam geweestals hij geen starter meer is en dus eenperiode van 36 maanden zelfstandige isgeweest. Een uitzondering hierop ismogelijk indien de start verantwoord isgeweest en de bijstandsbehoevendheidwordt veroorzaakt door externeomstandigheden van tijdelijke aard.Indien gevestigde zelfstandigen tijdelijkinkomensproblemen hebben, waardoorze niet in hun levensonderhoud kunnenvoorzien, dan komen zij in aanmerkingvoor een periodieke uitkering. Het Bbzvult het inkomen aan tot de bijstands -

  • 1717

    de toepassing van het drempelbedrag, devaststelling van de draagkrachtperiodeen de vaststelling van het begin van dedraagkrachtperiode. Bij zelfstandigen kanhet veel uitmaken of rekening wordtgehouden met het inkomen over een alafgesloten boekjaar, of met het inkomenover het lopende boekjaar. In het laatstegeval is het inkomen echter nog nietbekend op het moment waarop debijzondere bijstand wordt verstrekt. Debijstandswet voorziet niet in de mogelijk -heid om in dat geval de bijzondere bij -stand in eerste instantie als rentelozegeldlening te verstrekken. Artikel 48 vande WWB geeft immers dwingend aan datde bijstand wordt verleend om niet,tenzij in de WWB anders is bepaald en inde WWB is niet bepaald dat de bijstandin de vorm van een geldlening wordtverleend bij sterk wisselende inkomsten.Artikel 48, tweede lid, WWB kan uit -komst bieden, indien redelijkerwijs kanworden aangenomen dat het gezins -inkomen in het betreffende boekjaarsterk zal stijgen.

    Bijzondere bijstand op basis vangroepskenmerkenGemeenten mogen behoudens enkelein de wet vastgelegde uitzonderingen geen categoriale bijzondere bijstandverstrekken. Kortgezegd betekent dit dater behoudens uitzonderingen geendoelgroepenbeleid mag worden gevoerd.

    Er mag echter wel bijzondere bijstand opbasis van groepskenmerken wordenverstrekt.14)

    Bij deze vorm van bijzondere bijstandmoet de gemeente in tegenstelling totde categoriale bijzondere bijstand wl(steekproefsgewijs) vaststellen of dekosten waarvoor bijzondere bijstand isverleend ook daadwerkelijk zijn gemaakt.Zo vergoeden veel gemeenten bijvoor -beeld schoolreisjes. De facto wordt opdeze manier de doelgroep schoolgaandekinderen bediend. Op deze wijze kan ookeen regeling worden bedacht waarmeede facto de doelgroep zelfstandigenwordt bereikt. Denk bijvoorbeeld aan eenregeling waarin de kosten voor deaccountantsverklaring voor de zelf -standige worden vergoed.

    LangdurigheidstoeslagDe langdurigheidstoeslag is bedoeld voormensen die langdurig een laag inkomen,geen uitzicht op inkomens verbetering, engeen in aanmerking te nemen vermogenhebben. Gemeenten moeten sinds dedecentralisatie van de langdurigheids -toeslag per 1 januari 2009 in een ver -ordening regels vaststellen ten aan zienvan de hoogte van de toeslag en de in -vulling van de begrippen langdurig enlaag inkomen.De decentralisatie van de langdurig -heids toeslag heeft het voor degemeenten mogelijk gemaakt om ookzelfstandigen voor een langdurig heids -toeslag in aanmerking te laten komen.

    1616

    Gemeentelijke inkomens -ondersteunende regelingenInkomensondersteunende regelingenbieden een aanvulling op het inkomenuit arbeid of uitkering. De aanvulling isafhankelijk van de hoogte van hetinkomen, vermogen, en/of samenstellingen omstandigheden van het huishouden.

    Bij de gemeentelijke inkomensonder -steunende regelingen gaat het omregelingen in het kader van individueleen categoriale bijzondere bijstand. Dezeregelingen worden uitgevoerd binnen dekaders van artikel 35 van de WWB:

    Bijzondere bijstand Categoriale bijzondere bijstand voor

    chronisch zieken en gehandicapten Categoriale bijzondere bijstand in natura

    voor kinderen Bijzondere bijstand op basis van

    groepskenmerken Kortingspas Declaratiefonds sociaal-culturele en

    sportieve activiteiten Collectieve zorgverzekering

    Gemeenten hebben binnen de kadersvan artikel 35 van de WWB met beleids -regels uiteenlopende varianten op dezeregelingen in het leven geroepen.Het is raadzaam in beleidsregels vast testellen hoe het inkomen en vermogenvan zelfstandigen wordt beoordeeld bijde aanvraag van inkomens onder -steuning. Dit maakt het beleid uniformeren transparant voor de doelgroep.

    De verleende bijzondere bijstand maaktdeel uit van de jaarnorm. Ondergebrachtin de bijzondere bijstand is de bijstandvoor woonkosten, de vergoeding van eenparticuliere verzekering tegen ziekte -kosten en de vergoeding van eenarbeidsongeschiktheidsverzekering. Ditbetekent dat de verstrekking van dezebijstand geheel tot de verantwoordelijk -heid van de gemeente behoort. Bij debeoordeling van de vraag of debijzondere bijstand kan worden verleendis het van belang dat de verzekerings -kosten van de zelfstandige die particulierverzekerd is tegen ziektekosten en eenverzekering tegen arbeidsongeschiktheidheeft afgesloten, mede gezien deeventuele acceptatieproblemen na afloopvan de bijstandsverlening, doorgaans totde noodzakelijke bestaanskosten kunnenworden gerekend.

    Aan zelfstandigen kan daarnaast bij -zondere bijstand worden verleend voorbijzondere kosten die het gevolg zijn vanbijzondere, individuele, omstandighedenen waarvoor de algemene bijstand nietvoorziet. Voor de verlening van dezebijzondere bijstand is het geen vereistedat de zelfstandige algemene bijstandontvangt. Bij de bepaling van de bij -zondere bijstand moet rekening wordengehouden met de draagkracht van dezelfstandige en zijn gezin. Artikel 35WWB is hierbij van toepassing, dat wilzeggen dat er een gemeentelijke vrijheidbestaat ten aanzien van de bepaling vande draagkracht in inkomen en vermogen,

  • 1919

    In de regel wordt bij inkomensonder -steunende regelingen bij de beoordelingvan de aanvraag gekeken naar hetmaandinkomen. Voor zelfstandigenwordt echter een afwijkende inkomens -toets gehanteerd. Dit heeft te maken methet feit dat het inkomen van zelf -standigen behoorlijk kan fluctueren. Erwordt daarom meestal gekeken naar hetinkomen in het afgelopen kalenderjaar.In het volgende hoofdstuk wordt hieropverder ingegaan.

    Middelingsregeling (Belastingdienst)De middelingsregeling van de Belastings -dienst is bedoeld voor zelfstandigen metsterk wisselende inkomens. Het verschiltussen (a) de gemiddelde belasting overde afgelopen 3 jaar en (b) de belastingover het afgelopen jaar, kan wordenteruggevraagd bij de belastingaangifteover het 3e jaar. Deze systematiek is inprincipe ook uitvoerbaar voor degemeente lijke minimaregelingen. Inhoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op dewijze van verstrekking van inkomens -ondersteunende regelingen.

    (Her)financiering onderneming enschuldhulpverleningIn de voorgaande paragraaf is ingegaanop regelingen betreffende de huis houd -portemonnee. In deze paragraaf wordtingegaan op regelingen die geldenwanneer de onderneming financierings -problemen heeft.

    Speciaal ZZP-arrangement inRotterdam De gemeente Rotterdamvoorkomt dat ZZPers direct in de bijstandterecht komen. ZZPers hebben namelijkeen recent arbeidsverleden en beschikkendoorgaans over goede arbeids -kwalificaties, zodat ze bij het aantrekkenvan de markt weer snel nieuw werkkunnen vinden. Daarom is er een speciaalZZP-arrangement in het leven geroepen.Een ZZPer kan stoppen of doorgaan metzijn activiteiten. Als de ZZPer ondanks deeconomische crisis door wil gaan met zijnactiviteiten, dan wordt er een ZZP-trajectingezet. Dit traject houdt in dat de ZZPereen tijdelijke financile overbrugging van6 maanden krijgt. In die 6 maanden moetde ZZPer een marktonderzoek verrichten,zijn WW-recht onderzoeken en activiteitenondernemen die tot arbeidsinschakeling ofgenoeg inkomsten leiden. Het RegionaalBureau Zelfstandigen en de Werkpleinenbemiddelen daarin. Als een beroep op hetZZP-arrangement tot niets leidt, dan komtde ZZPer aansluitend op het ZZP-arrangement uiteindelijk in de bijstand.Het doel van het ZZP-arrangement is tentijde van de economische crisis maatwerken snel hulp bij financile tegenslagbieden.

    Voor financiering en herfinanciering vande onderneming kan de zelfstandige eenberoep doen op het Bbz. Hiervoor geldendezelfde voorwaarden als beschreven in

    1818

    Kwijtschelding gemeentelijkebelastingenEr is een wetsvoorstel in voorbereidingwaarin gemeenteraden, maar ookProvinciale Staten en het algemeenbestuur van de waterschappen meerbeleidsvrijheid krijgen bij het kwijt -schelden van lokale belastingen. Deingangsdatum van de wetswijziging isnog onzeker.

    Burgers die leven op bijstandsniveaukunnen kwijtschelding krijgen voorlokale belastingen. De aangepaste wetstelt overheden in de gelegenheid ookondernemers die op bijstandsniveauleven hiervoor in aanmerking te latenkomen. Het gaat dan uitsluitend ompriv-belastingen en niet om bedrijfs -belasting. Dit om oneerlijke concurrentietegen te gaan. Het wetsvoorstel steltoverheden tevens in de gelegenheid ombij de beoordeling van de kwijt -scheldings aanvraag uit te gaan van deruimere vermogensnormen uit de Wetwerk en bijstand. Op dit moment zijn devermogensnormen voor kwijtscheldinglager dan voor bijstand waardoor er bijlokale overheden veel onduidelijkheidbestaat en zij bovendien een extrawerklast ervaren. Het Rijk verwacht datdoor deze beleidswijziging zeker vijfprocent meer aanspraak zal wordengemaakt op kwijtschelding.

    Let op, kwijtschelding van priv-belastingen is alleen mogelijk als de zelf -standige in zijn boekhouding eenduidelijke scheiding heeft aangebrachttussen zijn priv-vermogen en zijnbedrijfsvermogen. Zoals eerder is aan -gegeven leert de ervaring dat dit niet bijalle zelfstandigen het geval is. Verderopin dit hoofdstuk worden suggestiesgedaan om zelfstandigen hierbij teondersteunen.

    Het is belangrijk de gewijzigde kwijt -scheldingscriteria duidelijk te communi -ceren, uiteraard vooral in de richting vanzelfstandigen, en liefst vr de belasting -aanslag. Meer hierover in hoofdstuk 4.

    Landelijke inkomensondersteunenderegelingenBij de landelijke inkomensonder -steunende regelingen gaat het om dehuurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebondenbudget, kinderopvangtoeslag, algemeneheffingskorting, arbeidskorting, zelf -standigenaftrek, (alleenstaande)ouderen korting, levensloopverlofkorting,jonggehandicaptenkorting, tegemoet -koming schoolkosten, tegemoetkomingonderhoudskosten thuiswonendegehandicapte kinderen, studie -financiering, alleenstaande-ouderkorting,aanvullende alleenstaande-ouderkorting,ouderschapsverlofkorting en deinkomensafhankelijke combinatie -korting.

  • 2121

    De ministeries van SZW (tijdelijke SZW-borgstellingsregeling ondernemers2009-2010) en EZ zijn op het terrein vanmicro financiering twee pilots gestart. Het doel hiervan is om te bezien opwelke manier kredieten het beste aanstarters kunnen worden aangeboden.Hierbij worden zowel uitkerings -gerechtigden als niet-uitkerings -gerechtigden betrokken. In de pilot vanSZW wordt krediet verstrekking doorbanken onder borg stelling van deoverheid getest. Gemeen ten blijvenverantwoordelijk voor de screening enbegeleiding van klanten. Bij de EZ pilotwordt een vorm van fondsfinancieringgetest. Hierbij screent een organisatie(genaamd Qredits) de klanten zelf enverstrekt en beheert het de leningen.Mede op basis van deze pilots zal eind2010 worden bezien hoe ondernemer -schap in zijn algemeenheid en meerspecifiek vanuit de uitkeringssituatie zogoed mogelijk kan worden gestimuleerd

    Daarnaast zijn er meestal allerlei(landelijke en gemeentelijke) subsidiesmogelijk voor specifieke uitgaven,bijvoorbeeld voor veiligheids voor -zieningen, kennisverbetering eninnovatie, scholingsactiviteiten of eennieuwe website.

    SchuldhulpverleningZelfstandigen hebben vaak een grootaantal schuldeisers, relatief hogeschulden en ingewikkelde contractenmet schuldeisers, onderaannemers enmedewerkers in loondienst. Bovendien ishet vanwege wisselende inkomsten ennoodzakelijke uitgaven erg lastig om tebepalen hoeveel de schuldenaar kanaflossen.

    Schuldhulpverlening voor zelfstandigeondernemers is daarom een specialisme.Om een optimale schaal te bereikenwerken gemeenten samen met anderegemeenten of gespecialiseerdeorganisaties.

    Bij Bbz-klanten wordt de schuldhulp -verlening uitgevoerd in het kader van hetBbz. Als de schulden worden geregeldbinnen het Bbz heeft de zelfstandigegedurende de aflossingsperiode eeninkomen op bijstandsniveau. Als deschulden buiten het Bbz wordengeregeld, gebeurt dit in het kader vanminnelijke of wettelijke schuldhulp -verlening. De zelfstandige heeft tijdensde schuldhulpverlening een inkomen op95% respectievelijk 90% van de bijstands -norm.

    Er is een wet gemeentelijke schuld hulp -verlening in voorbereiding. Deze wetgeeft gemeenten de verantwoordelijkheidvoor het (laten) uitvoeren van schuld -hulp verlening.

    2020

    de voorgaande paragraaf. Op de websitevan het ministerie van SZW wordt hetBbz uitvoeriger beschreven.

    Bedrijfskapitaal startendeondernemersStartende ondernemers kunnen in devorm van een rentedragende leningmaximaal 1 32.774 (per 1 januari 2009)aan bedrijfskapitaal ontvangen. De rentevolgt het niveau van de banken. Hiermeekan hij de investeringen doen die nodigzijn om zijn bedrijf op te starten.

    Bedrijfskapitaal gevestigdeondernemersOok de gevestigde ondernemer kan geldkrijgen indien zijn levensvatbare bedrijfgevaar loopt. Dit geld is een rente -dragende lening, waarbij het maximum -bedrag 1 178.019 is. De rente volgt hetniveau van de banken. Bedrijfskapitaal inde vorm van borgtocht (de gemeentestaat borg voor een banklening) is ookmogelijk, maar komt in de praktijk nietof nauwelijks voor. De looptijd van delening is maximaal tien jaar, maar in depraktijk vaak korter. Als de zelfstandigeeen laag inkomen heeft in het jaar dathij een aanvraag voor bedrijfskapitaaldoet of in het daaraan voorafgaande jaar,dan zal de gemeente een deel van hetbenodigde bedrijfskapitaal als uitkeringom niet verstrekken. Bij een magerinkomen in de twee volgende jaren zalde gemeente de rente over die jarengeheel of gedeeltelijk kwijtschelden.

    Bedrijfskapitaal voor oudereondernemersDe oudere zelfstandige kan eventueelook bijstand in de vorm van bedrijfs -kapitaal krijgen. Hij kan maximaal 1 8.901 krijgen (in 2009). Dit bedrag hoefthij niet terug te betalen, tenzij zijnvermogen groter was dan 1 119.929 in2009. Dan is het bedrijfskapitaal geengift, maar een renteloze lening.

    Borgstelling, microfinanciering ensubsidiesVoor kleine zelfstandigen is het vaaklastig om kredieten te krijgen. Dit komtdoordat banken het risico niet aan -durven, of omdat het verstrekken vanmet name de kleine kredieten vanwegede administratiekosten voor de bank teweinig rendement oplevert. Om banken te stimuleren toch kredietente verstrekken, staat het Rijk in eenaantal gevallen garant. Ook de gemeentekan borgstellingsregelingen in het levenroepen als er gesignaleerd wordt dat erhiaten zijn in het aanbod vankredietfaciliteiten.

    De Borgstellingsregeling MKB Kredieten(BBMKB) is bedoeld om de krediet -verlening aan het midden- en kleinbedrijf te stimuleren. Als de zelfstandigeonvoldoende zekerheden heeft voor eenkrediet bij de bank, dan kan de Neder -landse Staat garant staan. Starters eninno vatieve ondernemers kunnengebruik maken van nog ruimerefaciliteiten.

  • 2323

    Een onoverzichtelijke financile huis -houding kan er ten slotte ook toe leidendat er niet meer goed gebudget teerd kanworden waardoor onverwachte uitgavenniet op tijd kunnen worden opgevangen.Dit betekent allemaal dat de levens -vatbaarheid van het bedrijf onderspanning staat.

    Thuisadministratie en budget -begeleidingBij budgetbegeleiding en hulp bij thuis -administratie kan aandacht wordengegeven aan de volgende zaken:

    het ordenen van belangrijke papieren ten behoeve van de huishoud- enbedrijfsfinancin en het bijhouden vancontante uitgaven;

    het maken van een overzicht van deinkomsten en uitgaven (gemiddeldemaandbegroting en jaarbegroting),

    reserveringsuitgaven; regeling van betalingen, bijvoorbeeld

    automatisch of gespreid; vergroten van het inkomen door gebruik

    te maken van financile regelingen envoorzieningen en verwerving van werk;

    geldbesparende tips; omgaan met betalingsachterstanden; sparen, lenen en verzekeren.

    Sluitende aanpak in Oost-GroningenDe Intergemeentelijke sociale dienst Old -ambt tracht een sluitende aanpak teorganiseren voor zelfstandigen met eenminimuminkomen.

    Bij deze aanpak zijn de volgende partijenbetrokken:

    De Belastingdienst, afdelingOndernemingen

    De Kamer van Koophandel Twee gespecialiseerde, commercile

    bedrijven die het Bbz voor de IGSDOldambt uitvoeren

    Een commercieel bedrijf dat zich richt oponder meer schuldhulpverlening enadvisering aan ondernemers in hetMidden en Kleinbedrijf

    De sluitende aanpak moet ertoe leiden datde doelgroep op een eenvoudige en snellewijze beroep kan doen op de inkomens -ondersteunende maatregelen van zowelhet Rijk als de gemeente. Het opstellenvan een juiste boekhouding maakt onder -deel uit van de totale sluitende aanpak.

    Geldboek OndernemersEen hulpmiddel bij thuisadministratie enbudgetbegeleiding is het GeldboekOndernemers van het Nibud. HetGeldboek Ondernemers gaat in op dehierboven genoemde aansluiting tussende particuliere geldzaken van de onder -nemer en die van zijn onder neming. Hetbudgetteren van de kosten van levens -onderhoud is namelijk moeilijker voor deondernemer, omdat hij vooraf weinigzekerheid heeft over de hoogte van hetpersoonlijk inkomen. Er wordt aandachtbesteed aan specifieke belasting- enverzekeringskwesties waar de onder -nemer mee geconfronteerd wordt.

    2222

    De regering is van mening dat gemeente -lijke schuldhulpverlening niet bedoeld isvoor zelfstandigen met een nogfunctionerende onderneming.15) Indienhet voortbestaan van een ondernemingin gevaar is vanwege te hoog oplopendeschulden zal de zelfstandige veelal bijeen bank aankloppen om extra krediet.Indien het niet mogelijk is het benodigdeextra krediet bij een bank te verkrijgen,kan een zelfstandige beroep doen op hetBbz 2004, zo is het standpunt van deregering. De gemeente is echter vrij omin voorkomende gevallen toch de schuld -hulpverlening aan zelfstandigen met eennog functionerende onderneming terhand te nemen. De wet verbiedt dit niet.

    Early warning in Twente De RegionaleOrganisatie Zelfstandigen Twente eensamenwerkingsverband van de gemeentenHengelo en Enschede probeert zo vroegmogelijk financile problemen bij zelf -standig ondernemers te signaleren. DeROZ Twente onderhoudt nauwe contactenmet de Belastingdienst, Kamer vanKoophandel, accountants, ondernemers -verenigingen en diverse intermediaireorganisaties. Er zijn afspraken gemaaktover het direct doorgeven van signalen,bijvoorbeeld als de contributie voor deKamer van Koophandel niet wordtbetaald. Zelfstandigen worden ook thuisbezocht. Medewerkers kunnen ook daarvroegtijdig problemen signaleren.

    Het is aan te raden om te onderzoeken of de (minnelijke) schuldhulpverleningaan zelfstandige ondernemers goedgeorganiseerd is. Schuldhulpverlening inhet minnelijke traject heeft de voorkeurboven het wettelijke traject, omdat ermeer mogelijkheden zijn om het bedrijfvoort te zetten.

    Ondernemersvaardigheden enpraktische ondersteuningIn de voorgaande paragrafen is aandachtbesteed aan de financile regelingen voorhet gezin en voor de onderneming van dezelfstandige. In deze paragraaf wordtgenventariseerd welke voorzieningen erzijn om zelfstandigen te ondersteunenbij het budgetteren en voeren van eengezonde financile priv- enbedrijfsadministratie.

    Hoewel exacte aantallen niet bekendzijn, blijkt dat een deel van de startendeen gevestigde zelfstandigen hunfinancile administratie onvoldoende oporde hebben.16) Dit bemoeilijkt debelasting aangifte en dus de aanvraagvan landelijke en gemeentelijkeinkomens ondersteunende regelingen.Ook kan het grote problemen opleverenals er schulden ontstaan die geregeldmoeten worden. De schulden die deondernemer heeft gemaakt voor zijnonderneming kunnen ook zijn huis houd -portemonnee ernstig in gevaar brengen.

  • 2525

    De formulieren brigade kan ook wordeningezet om voorlichting te geven tijdensspreekuren of voorlichtingsbijeen -komsten.

    Begeleiding in het kader van het BbzVanuit het Bbz worden zelfstandigenbegeleid bij het starten of doorstartenvan de onderneming. De gemeente kanzelf bepalen hoe deze begeleiding wordtingevuld.

    Integrale benadering in TilburgTilburg doet veel meer voor zelfstandigendan alleen de uitvoering van het Bbz. Er iseen loket Startersadvies, en er wordtgewerkt aan n loket voor Onder -nemerszaken. De aandacht richt zichdaarbij niet alleen op starters en jongebedrijven, maar ook op bestaandeondernemers. Tilburg wil actief kleineondernemers stimuleren.Naast financile ondersteuning van hetBbz wordt ook gekeken naar de bedrijfs -voering. Een lening alleen is nietvoldoende. Want als de bedrijfsvoeringgebrekkig blijft dan lost een lening nietsop. Er wordt meegekeken in het huis houd -boekje. Ook financile problemen in hetpriv-leven worden meegenomen. Bij elkezelfstandig ondernemer wordt bekekenvoor welke regelingen hij of zij inaanmerking komt.

    Kamer van Koophandel: informatie en adviesDe Kamer van Koophandel (KvK) is eenbelangrijk contactpunt voor zelf -standigen. Alle zelfstandigen staan eringeschreven. De KvK biedt op allerleimanieren ondersteuning bij het ver -sterken van ondernemersvaardig heden.Zo wordt er bijvoorbeeld voorlichtinggegeven tijdens diverse informatie -bijeenkomsten. Deze bijeenkomstenhebben uiteenlopend themas en zijn insommige gevallen gericht op specifiekedoelgroepen. En van de doelstellingenvan de bijeenkomsten is om het netwerkvan zelfstandigen te vergroten.Veel (grote) gemeenten hebben insamen werking met de KvK eeninformatie loket ingericht waar onder -nemers terecht kunnen voor advies overo.a. vergunningen, subsidies, huis vesting,belastingen, wet- en regelgeving,financieringen en marktkansen.De KvK initieert ook mentoraats -projecten waarbij ondernemers doorervaren ondernemers worden begeleid.

    OndernemersklankbordDeze landelijke stichting bestaat uit oudondernemers. Ondernemers kunnen ereen beroep doen op een consulent ofcoach die met de ondernemer meedenkt.

    2424

    Ook speciale voorzieningen voorondernemers worden belicht zoals defiscale aftrekposten en dergelijke. HetGeldboek wordt jaarlijks geactualiseerddoor het Nibud en verspreid via o.a. IMK.

    Analoog aan de al langer bestaandetabbladensets voor particulieren wordtmomenteel door het Nibud gewerkt aaneen tabbladenset voor zelfstandigen. Metde tabbladenset kunnen zelfstandigenhun priv- en bedrijfsadministratieordenen in een klapper.

    Financieel Beheer in Delft In het kadervan een pilot biedt de gemeente Delft eentraject financieel beheer aan iedereondernemer die start vanuit eenuitkerings situatie. Het traject financieelbeheer bestaat uit drie vier gesprekkenmet het doel dat ondernemers een zodaniginzicht krijgen in hun financile situatie,priv en zakelijk, dat zij in staat zijn eenwerkbaar(der) financieel management tevoeren om schulden te voorkomen. Elkeondernemer krijgt precies die informatiedie voor zijn situatie noodzakelijk isomdat het een individueel traject is. Dekosten van een traject liggen tussen de 1 800 en 1 1.200, de uiteindelijke prijs isafhankelijk van het aantal gesprekken ende complexiteit. In drie bijeenkomstenworden de financin van de ondernemerdoorgenomen. De aandacht gaat daarbijin eerste instantie vooral uit naar depriv-situatie om vast te stellen of

    zakelijke en priv wel of niet gescheidenzijn. De reden dat de priv-situatie eerstwordt bekeken is omdat financileproblemen veelal in de priv-situatiemanifest worden. In de eerste en tweedebijeenkomst wordt de administratiedoorgenomen en wordt er een overzichtvan alle uitgaven en inkomsten gemaakt.In de derde bijeenkomst wordt, eventueelmet de boekhouder, een financileplanning gemaakt. Soms is de priv-situatie gecompliceerd waardoor eenvierde gesprek noodzakelijk is. Vervolgens wordt er van het onderzoekeen rapport opgemaakt met aan -bevelingen aan de klant.

    Het is raadzaam om te onderzoeken of er in de gemeente al een voorzieningaan wezig is voor hulp bij thuis -administratie en budgetbegeleiding. Er kan een gedifferentieerd aanbodworden gecreerd, bijvoorbeeld voor Bbz-klanten en niet-Bbz-klanten, starters en gevestigde zelfstandigen.

    FormulierenbrigadeIn veel gemeenten zijn formulieren -brigades actief die mensen met een laaginkomen meestal thuis ondersteunen bijhet aanvragen van landelijke en gemeen -te lijke inkomensondersteunenderegelingen. De ondersteuning van zelf -standigen is meestal beperkt, omdat voorhet vaststellen van het inkomen envermogen van zelfstandigen specifiekeexpertise vereist is.

  • 2727

    InleidingIn hoofdstuk 3 is bekeken welke voor -zieningen er zijn om de zelfstandigebeter in staat te stellen duurzaam eengoed inkomen uit de onderneming terealiseren. De ervaring leert dat bepaaldevoorzieningen wel aanwezig zijn, maaronvoldoende worden gebruikt door dedoelgroep. In dit hoofdstuk wordt daar -om de aandacht gericht op mogelijk -heden om het bereik en gebruik vanvoorzieningen te verbeteren.

    In de volgende paragraaf worden eerstvoorbeelden gegeven van manieren ominformatie over de voorzieningen onderde aandacht van de doelgroep tebrengen. Het hoofdstuk wordt afgeslotenmet suggesties voor vereenvoudiging vande aanvraagprocedure voor inkomens -onder steunende regelingen. Ook metdeze vereenvoudiging wordt een ver -groting van het gebruik van voor -zieningen beoogd.

    VoorlichtingBij voorlichting kan gebruik wordengemaakt van diverse media, waaronder:

    Folders Gemeentelijke website Advertenties in huis-aan-huisbladen Nieuwsbrieven

    De ervaring leert dat in de voorlichtingover inkomensondersteunenderegelingen in de meeste gemeentenzelfstandigen nauwelijks of geen aparteaandacht krijgen.

    Een beter gebruik van voorzieningen

    Dit is opvallend omdat er voor zelf -standigen afwijkende beoor delings -criteria gelden waarover gecommuni -ceerd moet worden. Boven dien is hetgebruik van inkomensonder steunenderegelingen bij deze doelgroep relatieflaag.Het is raadzaam om als gemeenteexpliciet te benoemen dat veelregelingen ook voor zelfstandigentoegankelijk zijn. Geef daarbij informatieover de wijze waarop het inkomen envermogen worden vastgesteld.

    Voorlichting in Zaanstad In debrochure Het ABC van de gemeentelijkeminimavoorzieningen wordt uitgebreidingegaan op de mogelijkheden van hetBbz, de Wet werk en inkomen Kunste -naars (Wwik) en de Wet Inkomensvoor -ziening oudere en gedeeltelijk arbeids -ongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz).Deze brochure wordt niet alleen naarbijstandsklanten gestuurd, maar ook naarbijvoorbeeld scholen, bibliotheken, buurt -huizen en gezondheidscentra. (Potentile)ondernemers kunnen ook informatie overondersteuning vinden via het Vragenboekonline op de Website van de gemeente.

    Het is ook aan te raden een voor -lichtings campagne te starten rond dewijziging van de criteria voor kwijt -schelding van gemeentelijke- enwaterschapsbelastingen.

    2626

    Bijvoorbeeld: Begeleiding om het mogelijk te maken

    om te stoppen. Door een zelfstandige te ondersteunen

    om van een duur en langdurigehuurcontract af te komen.

    Hulp bij het uitzetten van een koers, hetnemen van een belangrijke beslissing ofhet doorvoeren van veranderingen.

    Advies of een bedrijf beter kan stoppenof hoe ze het beste kunnen doorgaan(bijvoorbeeld door te adviseren hoe jeklanten kan werven). Het Ondernemersklankbord is er vooriedere ondernemer, starter of ver -gevorderd. Ook zonder specifiekeproblemen kan men hier terecht voorallerlei adviezen. Het klankbord heefteen onafhankelijke positie en wordtfinancieel gesteund door onder anderehet ministerie van Economische Zaken,Rabobank, Deloitte en de provincie Zuid-Holland.

    OndernemersverenigingenEr zijn landelijke, regionale en lokaleondernemersverenigingen die debelangen behartigen voor hun achterban.Vaak organiseren zij informatie- ennetwerkbijeenkomsten.

    14) Brief Staatssecretaris SZW aan Tweede Kamer,

    6 oktober 2006

    15) Zie Memorie van Toelichting bij wetsvoorstel

    gemeentelijke schuldhulpverlening.

    16) Dit blijkt uit gesprekken met vertegenwoordigers

    van onder andere gemeentelijke bureaus voor

    zelfstandigen, starterscentra, Kamer van koop -

    handel en ondernemersloketten in diverse

    gemeenten.

  • 2929

    Dit kan gebeuren tijdens een huisbezoekof tijdens spreek uren en voorlichtings -bijeenkomsten.Lees de Handreiking Formulierenbrigadevoor informatie over het opzetten vaneen formulierenbrigade.17)

    Actieve benadering in Hengelo enEnschede In Hengelo en Enschedeworden inkomensregelingen waarmogelijk ambtshalve verstrekt. Bestanden met gegevens over inkomen en vermogen van zelfstandigen wordenmet elkaar gekoppeld. Incidenteelontvangt men ook gegevens van deBelastingdienst. Deze gegevens wordengebruikt om potentile klanten aan teschrijven, te bellen of te bezoeken.Ook wordt er aan nazorg gedaan: allezelfstandigen die in de afgelopen 3 jaarzijn gestart, worden actief benaderd.

    Identificering van de doelgroepDe potentile doelgroep voor minima -regelingen wordt liefst in een zo vroegmogelijk stadium gedentificeerd engeattendeerd op de relevante voor -zieningen. De KvK heeft zicht op allestarters en de gevestigde zelfstandigen.De KvK heeft geen zicht op de financilesituatie van deze zelfstandigen.

    Een indicatie van financile problemenkan zijn dat de KvK-contributie nietwordt betaald.

    Met de KvK zou kunnen worden af -gesproken dat een medewerker van deKvK na twee herinneringen met dezelfstandige in gesprek gaat en hemeventueel doorverwijst naar de gemeentevoor bijvoorbeeld schuldhulpverlening ofinkomensondersteunende regelingen.

    Er zijn diverse bronnen en data -bestanden met informatie en NAW-gegevens van mensen die mogelijk tot dedoelgroep behoren. De gemeente zelfbeschikt bijvoorbeeld over de gegevensvan bijstandsgerechtigden en van aan -vragers van bijzondere bijstand, minima -regelingen en kwijtschelding vangemeentelijke belastingen van hetafgelopen jaar. Bij het Inlichtingenbureaukan de gemeente informatie opvragenover klanten die geen huur-, zorg- en/ofkinderopvangtoeslag hebben aan -gevraagd. Ook kunnen gegevens wordenopgevraagd van mensen die eenachterstand hebben in de betaling van depremie voor de ziektekostenverzekering.

    Als de NAW-gegevens bekend zijnkunnen mensen gericht worden aan -geschreven, gebeld of bezocht doorbijvoorbeeld de formulierenbrigade. Op deze wijze zouden bijvoorbeeld allezelfstandigen die drie jaar of langergeleden zijn gestart (in het kader vannazorg) worden benaderd metinformatie en advies over inkomens -ondersteuning en thuisadministratie.

    2828

    Door deze wijziging komen meer zelf -standigen voor kwijtschelding in aan -merking. De invoeringsdatum voor dewetswijziging is nog onbekend.

    Informatie over inkomensonder -steunende regelingen bereikt de doel -groep het best wanneer deze wordtaangeboden via media en organisatiesdie door de doelgroep regelmatig wordenbezocht. Dat kan bijvoorbeeld het fysiekeof digitale ondernemersloket van degemeente zijn, of de startersset ofKamer krant die alle (startende) onder -nemers ontvangen van de Kamer vanKoophandel. In veel gevallen kan hethelpen om de associatie met bijstand tevermijden.

    Uit gesprekken met een aantal op onder -nemers gerichte organisaties blijkt dateen belangrijk deel van de medewerkersvan deze organisaties de overtuigingheeft dat een zelfstandig ondernemervoor wat betreffend inkomensonder -steunende regelingen zijn weg wel weette vinden en assertief genoeg is om zijnzaken zelf te regelen. Het is belangrijkom als gemeente te proberen dit beeld tecorrigeren.

    Een van de meest doeltreffendemanieren om het niet-gebruik van voor -zieningen tegen te gaan, is door deinschakeling van professionele envrijwilligersorganisaties die regelmatigcontact hebben met de doelgroep.

    Het zijn voor de zelfstandigen logischeplekken om informatie te zoeken. Zorg ervoor dat deze intermediaireorganisaties goed op de hoogte zijn vanhet aanbod van inkomensonder -steunende regelingen van de gemeenteen de Belastingdienst. Bezoek of bel deorganisaties regelmatig en stuurinformatie op. Vraag de organisaties omde informatie door te geven aan hunklanten en contacten via hun klant -contacten, websites, nieuwsbrieven enoverige media. Bij geschreven informatiewerkt het vaak goed als daarbij ookdirect een aanvraagformulier wordtaangeboden. Verzorg presentaties overminimaregelingen tijdens themabijeen -komsten van deze organisaties. Degemeente kan natuurlijk ook zelf bijeen -komsten organiseren over inkomens -onder steuning en thuisadministratie.

    FormulierenbrigadeVeel formulierenbrigades biedenzelfstandigen meestal geen onder -steuning bij het aanvragen vaninkomens ondersteunende regelingen,omdat voor het vaststellen van hetinkomen en vermogen van zelfstandigenspecifieke expertise vereist is. Er zouonderzocht kunnen worden of deformulierenbrigade indien aanwezig beter toegerust zou kunnen worden om ook zelfstandigen te kunnen helpenbij het aanvragen van inkomensonder -steuning of in ieder geval daarover voor lichting te geven.

  • 3131

    Voor de zelfstandige is het een forselastenverlichting. Hij hoeft bij de nieuweaanvraag niet meer zijn inkomens- envermogensgegevens te overleggen.18)

    Verlening van de draagkrachtperiodemaakt het ook mogelijk om in dezeperiode min of meer ambtshalve debijzondere bijstand te verstrekken.

    Naast voordelen voor de gemeente en dezelfstandige zijn er ook risicos. De zelf -standige behoudt gedurende de draag -kracht periode het recht op bijzonderebijstand ongeacht de hoogte van zijn in -komen en vermogen, dus ook als het in -komen en vermogen (fors) zijn gestegen.

    Starters in Schiedam behouden driejaar recht op inkomensondersteuningZelfstandigen die een aanvraag voor hetBbz hebben gedaan, hoeven de eerste driejaar niet opnieuw hun inkomens- envermogensgegevens aan te leveren om tekunnen bepalen of zij recht hebben opminimaregelingen. De middelentoets dieplaatsvindt bij de Bbz-aanvraag blijft metandere woorden voor de minimaregelingendrie jaar geldig, ongeacht een daling ofstijging van het inkomen in de periodeerna.

    Bijzondere bijstand om nietVerstrekking van bijzondere bijstand alsgift is vanuit het oogpunt van beperkingvan uitvoeringskosten te verkiezen boven

    een verstrekking als lening waarbij deterugbetaling ervan afhankelijk is gesteldvan de definitieve vaststelling van hetinkomen en/of vermogen na afloop vanhet boekjaar. Bovendien zal ook voor deaanvrager een verstrekking vanbijzondere bijstand als gift de voorkeurhebben boven een lening waarvan pasaan het eind van het boekjaar duidelijkwordt of, en zo ja in welke mate delening moet worden terugbetaald.

    Vermogenstoets achterwege laten bijbijzondere bijstandDe gemeente kan zelf bepalen welk deelvan het (priv-) vermogen in aanmerkingwordt genomen bij een aanvraag voorbijzondere bijstand (niet bij de lang durig -heidstoeslag). Hoe hoger de vermogens -grens hoe meer zelfstandigen in aan -merking komen voor bijzondere bijstand.De gemeente kan ook besluiten devermogenstoets helemaal achterwege telaten. De gemeente mag echter ookvoor wat betreft het vaststellen van hetin aanmerking te nemen vermogen bijbijzondere bijstand geen onderscheidmaken naar het type inkomstenbron vande huishoudens die een beroep doen opde bijzondere bijstand. Dus het maaktvoor de beoordeling van het recht opbijzondere bijstand in beginsel niet uit ofhet huishoudinkomen bijvoorbeeldbestaat uit een uitkering, uit inkomstenuit arbeid, of uit inkomsten alszelfstandige.19)

    3030

    Een andere mogelijkheid is om al vanafde eerste aanmelding bij de KvK de zelf -standige te volgen en hem met enigeregelmaat informatie en ondersteuningaan te bieden. Dit kan variren vanpassieve en actieve voorlichting totonder steuning met de thuis -administratie.

    Barneveld schrijft ondernemerspersoonlijk aan De gemeente Barneveldheeft de gevolgen van de economischecrisis op de voet gevolgd en houdt destand van zaken nauwlettend in de gaten.Waar mogelijk, ondersteunt de gemeenteBarneveld bedrijven en personen die van -wege de economische omstandigheden infinancile problemen verkeren. In eenpersoonlijke brief vindt een toelichtingplaats van regelingen, die voorhandenzijn. De brief is ondertekend door dewethouder en gestuurd naar alle zelf -standigen die zijn ingeschreven bij deKamer van Koophandel.

    Eenvoudige aanvraagprocedureIngewikkelde aanvraagproceduresvormen een belangrijke oorzaak van hetniet-gebruik van voorzieningen. In dezeparagraaf worden suggesties gedaan voorvereenvoudiging van de procedures.

    Beleidsregels en instructiesUit navraag bij een aantal gemeentenblijkt dat sommige gemeenten geenaparte beleidsregels of instructieshebben vastgelegd voor het beoordelenvan de aanvraag voor inkomens -regelingen. Voor zelfstandigen geldtonder andere een afwijkende middelen -toets. Het is daarom belangrijk dit goedvast te leggen en te communiceren naarbelanghebbenden.

    Draagkrachtperiode verlengenIn afwijking van artikel 32, eerste lid,onderdeel b, van de WWB wordt bij debijstandsverlening aan een zelfstandigerekening gehouden met het inkomenover een boekjaar. Het boekjaar is deperiode van 12 maanden waarover deadministratie van de zelfstandige wordtgevoerd. Meestal is dat het laatstekalenderjaar. Het college bepaalt hetbegin en de duur van de periode waar -over het vermogen en het inkomen inaanmerking wordt genomen.

    Meestal wordt deze periode vastgesteldop 1 jaar. De gemeente kan deze periodeverlengen, bijvoorbeeld naar 3 jaar. Vooroudere zelfstandigen zou de periode nogverder kunnen worden verlengd. Verlening van de draagkrachtperiodebetekent dat bij een nieuwe aanvraagvoor een bijzondere uitkering het in -komen en vermogen niet opnieuwhoeven te worden beoordeeld. Ditbespaart de gemeente uitvoeringskosten.

  • 3333

    Deze maatregel is toepasbaar voor alleminima die recht hebben op de Lang -durigheidstoeslag. 1 April is genoemd alsmogelijke peildatum, omdat rond die tijdvan zelfstandigen het inkomen over hetafgelopen kalenderjaar bekend is.

    Gebruik bekende gegevensIndien bij de gemeente bepaaldegegevens van de klant al bekend zijn,hoeven deze niet opnieuw te wordenopgevraagd. Er kan dan een verkorteaanvraag worden gedaan. Op termijn zullen veel gegevens beschik -baar komen in het Digitaal Klant Dossier(DKD). Op dit moment zijn de inkomens-en vermogensgegevens van zelfstandigenin het DKD nog onvoldoende volledig enbetrouwbaar. Er kan naast het DKD ookworden gekeken in de gemeentelijke uit keringsadministratie en de bestandenvan de (kwijtschelding van) gemeente -lijke belastingen. In 4.3 is al verder in gegaan op de identificering van dedoel groep.

    Ambtshalve verstrekkingIndien alle relevante gegevens bekendzijn, kunnen bepaalde minimaregelingenambtshalve worden verstrekt. Uitgangs -punt bij bijzondere uitkeringen is dat deklant wel (met bijvoorbeeld een hand -tekening) moet aangeven dat hij de uit -kering wil ontvangen. Dit kan wordenondervangen door bij elke aanvraagstandaard te vragen of de klant ookdirect wil tekenen voor bijzondere uit -keringen in de toekomst.

    Controleren of de kostendaadwerkelijk zijn gemaaktHet is aan de gemeente om te bepalenhoe wordt vastgesteld dat de belang -hebbende de kosten waarvoor hijbijzondere uitkering aanvraagt, daad -werkelijk heeft gemaakt. De gemeentekan bijvoorbeeld kiezen voor steekproefs -gewijze controle, controle boven eenbepaald bedrag, en/of controle op basisvan risicoprofielen. Ook kan de gemeenteer voor kiezen om de controle nietafzonderlijk uit te voeren, maar die telaten samenvallen met een andercontact met de clint, bijvoorbeeld bijeen heronderzoek.20)

    Voor de categoriale regeling voorchronisch zieken, gehandicapten enouderen hoeft de gemeente helemaalgeen uitgavencontrole uit te voeren (art. 35 WWB).

    Automatische kwijtscheldinggemeentelijke belastingenSinds september 2008 kunnen gemeen -ten via het Inlichtingenbureau latentoetsen of iemand voor automa tischekwijtschelding in aan merking komt. Degeautomatiseerde toetsing heeft tot doelde administratieve lasten van burgers teverlagen en de afhandeltermijnen teverkorten. Bovendien wordt het gebruikvan inkomensondersteunende regelingenbevorderd. Een huishouden heeft rechtop kwijtschelding van gemeente -belastingen als het voldoet aan bepaaldeinkomens- en vermogenscriteria.

    3232

    FormulierenEr kan worden onderzocht of formulierenvoor de verschillende regelingen kunnenworden gentegreerd tot 1 formulier.Hier mee wordt gerealiseerd dat bij debehandeling van de aanvraag meteennaar alle regelingen wordt gekeken inplaats van alleen de regeling waarvoorhij aanvankelijk kwam. Op pagina 10werd al aangegeven dat zelfstandigensoms wel 1 of meer regelingen aan -vragen, maar daar bij andere regelingenover het hoofd zien.Een volgende stap zou kunnen zijn omde formulieren te digitaliseren. Hetvoordeel van digitale formulieren is dater gewerkt wordt met selecterendevragen (niet-relevante vragen wordenautomatisch overgeslagen). Bovendienkunnen de formulieren via internet thuisworden ingevuld door de zelfstandige.

    Een ander voordeel van digitaleformulieren is dat er rekenmodules aankunnen worden gekoppeld waarmeedirect wordt berekend of de zelfstandigein aanmerking komt voor de regeling. Dezelfstandige weet dan meteen waar hijaan toe is. Als de zelfstandige geen rechtheeft, kan hij afzien van een aanvraag.De gemeente hoeft dan geen aanvraag inbehandeling te nemen. Dit verminderthet aantal afwijzingen en bespaartuitvoeringskosten voor de gemeente. Alsde zelfstandige volgens de berekeningwel recht heeft op de regeling kan hij zijngegevens digitaal doorsturen.

    De gegevens kunnen wordenovergenomen in het uitkeringssysteemzonder dat deze door een medewerkerhoeven te worden overgetikt. Dezewerkwijze kan worden gerealiseerd metBerekenuwrecht+.

    En aanvraagformulier voor zelf -standigen in Rotterdam De gemeenteRotterdam heeft een formulier ontwikkeldwaarmee zelfstandigen voor meerdereminimaregelingen tegelijk een aanvraagkan doen. Relevante gegevens zoals hetinkomen en vermogen hoeven daarbijmaar n keer te worden ingevuld.

    Peildatum LangdurigheidstoeslagDe langdurigheidstoeslag is bedoeld voorhuishoudens die een door de gemeentete bepalen periode een laag inkomen enbovendien geen uitzicht op inkomens -verbetering hebben. Bij deze regeling kande gemeente onder andere besluiten vooralle aanvragen en vervolgaanvragen depeildatum op bijvoorbeeld 1 april tezetten. De gemeente kan dan elk jaarrond die datum aan bekende klanten eenaanvraagformulier langdurigheids toeslagzenden, en na ontvangst van deaanvraag bepalen of zij (nog steeds) rechthebben op langdurigheidstoeslag. (NBambtshalve vaststelling zonder aanvraagstaat de WWB niet toe)

    normaliter geen nummering, dus iets andersaangeven als verwijzing?

  • 3535

    ConclusiesNederland telt bijna een miljoen zelf -standigen. In het derde kwartaal van2009 waren er bijna 630 duizend zelf -standigen zonder personeel. Dit zijn erruim 20 duizend minder dan in het derdekwartaal van 2008. Ruim 15% van deNederlandse huishoudens met eeninkomen tot 101% van het sociaalminimum bestaat uit zelfstandigen. Insommige gemeenten ligt het percentage(veel) hoger. Veel gemeenten hanteren in hun armoedebeleid een hogereinkomens grens, bijvoorbeeld 120% vanhet sociaal minimum. Ruim 9% van dehuishoudens met een inkomen tot dezegrens bestaat uit zelfstandigen.Een rondgang langs loketten en instan -ties die zich richten op zelf standigenleert dat een deel van de kleine zelf -standigen beperkte onder nemings -vaardigheden heeft. Dat uit zich onderandere in het moeite hebben met hetmet maken van een bedrijfsplan en eenbegroting, het scheiden en in balansbrengen van inkomsten en uitgaven voorde onderneming en priv-zaken en eengebrek aan inzicht in de juiste kanalenen instanties voor ondersteuning. Ookspelen er taalproblemen, gebrekkigesociale vaardigheden en onderbenuttingvan gemeentelijke en landelijke in -komens ondersteunende regelingen zoalsbijzondere bijstand, het Besluit bijstand -verlening zelfstandigen 2004 (Bbz),zorgtoeslag en arbeids ongeschiktheids -verzekering.

    Conclusies en aanbevelingen

    Ingewikkelde aanvraagprocedures spelendaarbij een rol. De indruk bestaat dat hetonder steunings aanbod voor zelfstandigonder nemers in gemeenten zich vooralricht op startende ondernemers en datgeves tigde zelfstandigen minder aan -dacht krijgen.

    Strategie en aanbevelingenOm de armoede onder zelfstandigen tevoorkomen en te bestrijden kan devolgende strategie worden gevolgd:

    Reserveer in bestaande voorlichtings -teksten over inkomensondersteunenderegelingen (incl. kwijtscheldinggemeente lijke belastingen) een paragraafvoor informatie specifiek voor zelf -standigen. Zet vervolgens nieuwe, meerop de specifieke doelgroep gerichtevoorlichtingsinstrumenten in om deinkomensondersteunende regelingenbeter onder de aandacht te brengen bijzelfstandigen en de organisaties diecontact hebben met zelfstandigen. Begingelijktijdig met vereenvoudiging van deaanvraagprocedures. Tot slot, creer eenvoorziening voor het versterken vanondernemersvaardigheden en hulp bijthuisadministratie en budgetbegeleidingen communiceer hierover naar de doel -groep en intermediaire organisaties.

    Deze strategie is gebaseerd op devolgende, meer specifieke aanbevelingen.De uitwerking van deze aanbevelingen isgedaan in de voorgaande hoofdstukken.

    3434

    Of deze lager of hoger zijn dan de norm,kan geautomatiseerd worden getoetst.Het Inlichtingenbureau doet dit viaelektronische gegevensuitwisseling metgemeentelijke belastingdiensten, hetUWV, de RDW en de Belastingdienst. Ook zijn er criteria om huishoudensgeautomatiseerd te mogen toetsen op kwijtschelding:

    In het voorgaande jaar heeft betrokkene verzocht om kwijtschelding;

    In het voorgaande jaar had betrokkene recht op kwijtschelding;

    Betrokkene heeft toestemming gegevenvoor geautomatiseerde toetsing.

    Verhoging vermogensgrens kwijt -schelding gemeentelijke belastingenEen wetsvoorstel stelt gemeenten in degelegenheid om bij de beoordeling van dekwijtscheldingsaanvraag uit te gaan vande ruimere vermogensnormen uit deWWB. Voorheen waren de vermogens -normen voor kwijtschelding lager danvoor bijstand waardoor er bij lokaleoverheden veel onduidelijkheid bestaaten zij bovendien een extra werklastervaren. De invoeringsdatum voor dewetswijziging is nog niet bekend.

    Afstemming waterschapsbelastingenDe criteria voor kwijtschelding vangemeentelijke belastingen kunnenworden afgestemd met de criteria voorkwijtschelding van de waterschaps -belastingen.

    De aanvragen voor kwijtschelding vangemeentelijke- en waterschaps -belastingen kunnen worden gekoppeld.Op die manier hoeft de aanvrager maarn keer zijn gegevens aan te leveren.

    17) Handreiking Formulierenbrigade, project Erop Af:

    Doen en Delen! Te downloaden via www.vng.nl.

    18) Het vaststellen van het inkomen gebeurt door een

    accountant. Na afloop van het kalenderjaar kan er

    nog een behoorlijk tijd overheen gaan voordat de

    hoogte van het inkomen definitief is vast gesteld.

    19) Art. 35 WWB en Memorie van Toelichting 4.1.

    20) Bron: Staatssecretaris SZW in de Nota naar

    aan leiding van het Verslag Wet werk en bijstand,

    p. 71.

  • Bijlagen

    37373636

    Geef in voorlichting over inkomens onder -steunende regelingen aparte aandachtaan mogelijkheden voor zelfstandigen.

    Start een voorlichtingscampagne rond dewijziging van de criteria voor kwijt -schelding van gemeentelijke- en water -schapsbelastingen (zodra de wets -wijziging in werking treedt).

    Laat mobiele voorlichtingsteams offormulierenbrigades voorlichting gevenover landelijke en gemeentelijkeinkomens ondersteunende regelingen.

    Informeer intermediaire organisatiesregelmatig over (wijzigingen van)inkomens ondersteunende regelingen

    Verzorg presentaties tijdens bijeen -komsten voor ondernemers.

    Verstrek informatie over inkomens -ondersteunende regelingen via internet,liefst met rekenmodules en mogelijkheidom digitale aanvragen te doen.

    Zoek en (her)gebruik reeds bekendeNAW-, inkomens- en vermogensgegevensvan zelfstandigen.

    Verleng de draagkrachtperiode voorinkomensondersteunende regelingen.Aanvragers hoeven dan minder vaak hun gegevens aan te leveren.

    Bepaal dat zelfstandigen vanaf Bbz-aanmelding gedurende bijvoorbeeld drie jaar recht behouden op minima -regelingen ongeacht de hoogte van hun inkomen of vermogen.

    Verstrek inkomensondersteunenderegelingen waar mogelijk om niet.

    Stem de vermogenstoets voor de kwijt -schelding van gemeentelijke belastingenaf met de vermogenstoets voor de WWBzodra de wet dit toelaat.

    Stem daarnaast de gemeentelijke criteriaaf met de criteria van de waterschappenvoor kwijtschelding van de waterschaps -belastingen, en koppel de aanvragen.

    Verstrek kwijtschelding van gemeente -lijke belastingen en inkomensonder -steunende regelingen zoveel mogelijkambtshalve.

    Maak n formulier voor meerderebijzondere uitkeringen. Een vervolgstapkan zijn om voor zelfstandigen een apart formulier te maken.

    Leg de peildatum voor de inkomens -onder steunende regelingen vast op 1 april.

    Controleer steekproefsgewijs of uitgavenwaarvoor een vergoeding wordt gevraagddaadwerkelijk gemaakt zijn.

    Creer een voorziening voor hetversterken van ondernemers vaardig -heden. Denk daarbij aan hulp bij thuis -administratie en budgetbegeleiding,maar ook aan het versterken van meer basale vaardigheden zoals lezen,schrijven en sociale vaardigheden. Er kan een gedifferentieerd aanbod wordengecreerd, bijvoorbeeld voor Bbz-klantenen niet-Bbz-klanten, starters engevestigde zelfstandigen.

    Verstrek bijzondere bijstand op basis vankenmerken van de groep zelfstandigen.Vergoed bijvoorbeeld de kosten van deaccountantsverklaring.

  • 3939

    gehandicapte kinderen, studie -financiering, alleenstaande-ouderkorting,aanvullende alleenstaande-ouderkorting,ouderschapsverlofkorting en deinkomens afhankelijke combinatie -korting.

    Algemene bijstand in het kader van de WWB en bijstand in het kader van het Bbz worden in dit rapport nietgerekend tot de inkomensonder -steunende regelingen.

    IOAZWet inkomensvoorziening oudere engedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezenzelfstandigen.

    RBZRegionaal Bureau Zelfstandigen

    StarterIn dit rapport wordt aangesloten bij hetbegrip dat de Wet inkomstenbelasting2001 (Wet IB 2001) daaraan geeft in art3.76, derde lid en art. 3.78a, eerste lid: Starter is degene die in n of meer vande vijf voorafgaande kalenderjaren geenondernemer in de zin van de Wet IB 2001was en die voldoet aan het uren -criterium, bedoeld in art. 3.6 van de WetIB 2001. Volgens dit urencriterium moetminimaal 1.225 uur in het kalenderjaaraan werkzaamheden in het eigen bedrijfof zelfstandig beroep zijn besteed.

    UitzonderingenIn sommige in dit rapport beschrevenvoorzieningen wordt afgeweken vanbovenstaande termijndefinitie. Zo wordtvoor het Bbz 2004 gedurende de eerstedrie jaar van de onderneming de zelf -standige als starter aangemerkt. Daar -naast wordt in het Bbz 2004 een zelf -standige als gevestigde zelfstandigeaangemerkt als hij het eigen bedrijf ofzelfstandig beroep gedurende tenminste1,5 jaar succesvol heeft uitgeoefend ende oorzaak van de bijstandsbehoefte nietis gelegen in gebruikelijke opstart -problemen.

    WWBWet Werk en Bijstand

    ZelfstandigeZie zelfstandig ondernemer.

    Zelfstandig ondernemerMet het begrip zelfstandig ondernemerkan men zowel een handelaar als eenambachtsman, als een vrij beroep ofzelfs kunstenaar aanduiden. Een hande -laar is iemand die daden van koophandelstelt (= kopen en verkopen met debedoeling winst te maken) en dit doet inhoofdberoep of in bijberoep (om hande -laar te kunnen zijn in bijberoep moetmen minstens nog voor 50% ergens indienstverband werken). De zelfstandigondernemer is geregistreerd bij de Kamervan Koophandel.

    3838

    BbzBesluit bijstandsverlening zelfstandigen2004.

    Bbz-klantBurger die in het kader van het Bbz eenperiodieke uitkering, (een lening voor)bedrijfskapitaal en/of begeleiding bij hetopstarten of behouden van zijn onder -neming ontvangt.

    Beginnende zelfstandigeZie starter

    Gevestigde zelfstandigeEen gevestigde zelfstandige is degenendie in de vijf voorafgaande kalenderjarenondernemer in de zin van de Wet IB 2001was en die voldoet aan het uren -criterium, bedoeld in art. 3.6 van de WetIB 2001. Volgens dit urencriterium moetgrotendeels (meer dan de helft van hetaantal arbeidsuren per kalenderjaar) enminimaal 1.225 uur in het kalenderjaaraan werkzaamheden in het eigen bedrijfof zelfstandig beroep zijn besteed.

    UitzonderingenIn sommige in dit rapport beschrevenvoorzieningen wordt afgeweken vanbovenstaande termijndefinitie. Zo wordtvoor het Bbz 2004 gedurende de eerstedrie jaar van de onderneming de zelf -standige als starter aangemerkt.

    Begrippen en afkortingen

    Daarnaast wordt in het Bbz 2004 eenzelfstandige als gevestigde zelfstandigeaangemerkt als hij het eigen bedrijf ofzelfstandig beroep gedurende tenminste1,5 jaar succesvol heeft uitgeoefend ende oorzaak van de bijstandsbehoefte nietis gelegen in gebruikelijke opstart -problemen.

    Inkomensondersteunende regelingenInkomensondersteunende regelingenbieden een aanvulling op het inkomenuit arbeid of uitkering. De aanvulling isafhankelijk van de hoogte van het in -komen, vermogen, en/of samenstellingen omstandigheden van het huishouden.

    Bij de gemeentelijke inkomens onder -steunende regelingen gaat het met nameom regelingen in het kader vanindividuele en categoriale bijzonderebijstand. De langdurigheidstoeslag (art.36 WWB en de kwijtschelding vangemeentelijke belastingen zijn ookgemeentelijke inkomensondersteunderegelingen.

    Bij de landelijke inkomensonder -steunende regelingen gaat het om dehuurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebondenbudget, kinderopvangtoeslag, algemeneheffingskorting, arbeidskorting, zelf -standigenaftrek, (alleenstaande)ouderen korting, levensloopverlofkorting,jonggehandicaptenkorting, tegemoet -koming schoolkosten, tegemoetkomingonderhoudskosten thuiswonende

  • 4141

    Informatie voor ondernemers en/ofgemeenten

    www.szw.nl > onderwerpen > Bbz en >bijzondere bijstand website van hetministerie van SZW

    www.gemeenteloket.szw.nl > Bbz en >bijzondere bijstand website voorgemeenten van het ministerie van SZW

    www.kvk.nl Kamer van Koophandel www.cbs.nl > Statline statistieken van

    het Centraal Bureau voor de Statistiek www.zzp-nederland.nl website voor

    ZZP-ers www.regeldruk.nl > ondernemers

    website voor overheden om de regeldrukvoor o.a. ondernemers te verminderen

    www.antwoordvoorbedrijven.nl website van het ministerie vanEconomische Zaken

    www.eigenbaas.nl informatie overmicrofinanciering

    Handige websites

    Voorbeeldsites www.rotterdam.nl/ondernemen www.rotterdam.nl/rondkomen www.amsterdam.nl/ondernemen www.barneveld.nl/ondernemersloket

    4040

    Om door de Belasting dienst als onder -nemer te worden aangemerkt, dient dezelfstandig ondernemer minimaal 1.255 uur op jaarbasis in de onder -neming werkzaam te zijn. Zie verderhttp://nl.wikipedia.org/wiki/Zelfstandig_ondernemer.

    Zelfstandige zonder personeel (ZZP) ZZP is een begrip dat gebruikt wordt doorde Nederlandse belastingdienst en desociale zekerheidsinstellingen. Het isgeen echte ondernemingsvorm. Het gaathier om ondernemers die geen personeelin dienst hebben. Het kan ook slaan opeen freelancer. Een ZZP'er is meestal npersoon die diensten of productenverkoopt en daarvoor de klanten eenfactuur stuurt. De ZZP'er is zelfstandig indie zin dat hij/zij geen arbeidsover -eenkomst heeft, maar wel diensten en/ofgoederen levert aan klanten of opdracht -gevers. Er is geen sprake van een gezags -verhouding, waardoor hij/zij geen werk -nemer is en niet onder de wettelijkebepalingen voor werknemer valt.

  • 42

    Aantekeningen

  • Een project in het kader het InnovatieProgramma Werk en bijstand (IPW)

    Het boekje kan niet worden nabesteld

    In het kader van het Innovatie Programma Werk enBijstand (IPW) van het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid heeft de gemeente Rotterdam doorStimulansz laten onderzoeken op welke manieren hetgebruik van minimaregelingen door zelfstandigenvergroot kan worden en welke aanvullende instrumentengemeenten kunnen inzetten om de kleine zelfstandigebeter in staat te stellen duurzaam een goed inkomen uitde onder neming te realiseren. Op basis van het onder -zoek in Rotterdam is deze handreiking opgesteld. Debevindingen zijn veralgemeniseerd zodat ook anderegemeenten er hun voordeel mee kunnen doen. Dit boekjekan gratis worden gedownload van www.stimulansz.nl.

    OntwerpWeijsters & Kooij vormgevers, Grave

    DrukwerkMisi BV, Zoetermeer

    www.stimulansz.nl