antwoorden hc duitsland

of 23 /23
Geschiedeniswerkplaats 2e editie Tweede Fase Examenkatern Historische contexten Duitsland vwo antwoorden Geschiedeniswerkplaats examenkatern 2015 vwo Hoofdstuk 2 Het Duitse keizerrijk (1871-1919) antwoorden Introductie De Dag van Potsdam 1 a Bijvoorbeeld: 1919 Verdrag van Versailles: Door ondermeer in te spelen op de voor Duitsers vernederende bepalingen van dat verdrag wist Hitler grote aantallen stemmen te trekken. 1929 Beurskrach in VS: Hierdoor ontstond ook in Duitsland een economische depressie met grote werkloosheid. Omdat de regeringen van de democratische Weimarrepubliek die niet wisten op te lossen, vielen veel kiezers voor de beloften van Hitler. b Bijvoorbeeld: Tekst: Potsdam was de plek waar de Pruisische koningen en Duitse keizers hun paleizen hadden gehad en hun officieren trouw aan hen hadden gezworen. Tijdens de ceremonie groette Hindenburg met zijn staf de lege troon van de keizer. Afbeelding: Hitler buigt voor Hindenburg, zijn meerdere in rang. c Bijvoorbeeld: Twee dagen later stemde de Rijksdag voor een wet die Hitler het recht gaf buiten het parlement om te regeren. Ook de keizer moest weinig hebben van democratie. Hij liet zich weinig gelegen liggen aan het parlement. d Bijvoorbeeld: De grootmachten Frankrijk (ten westen van Duitsland) en Rusland (ten oosten) hadden een bondgenootschap gesloten. Een aanval van beide landen tegelijk zou betekenen dat Duitsland op twee fronten tegelijk moest vechten. Mede daarom was een bondgenootschap met Oostenrijk-Hongarije, de andere grote buur, van levensbelang. § 2.1 Het Duitse keizerrijk (1871-1919) Op zoek naar de kern Het ontstaan van het keizerrijk 2 a 1 De Franse bevolking groeide langzaam, de Pruisische bevolking snel. 2 De Franse industrie ontwikkelde zich traag, de industrialisatie in Pruisen vanaf 1850 ging razendsnel. Daardoor kon © Noordhoff Uitgevers, bv. 1

Author: juliette-krol

Post on 06-Nov-2015

58 views

Category:

Documents


6 download

Embed Size (px)

DESCRIPTION

geschiedenis werkplaats antwoorden duitsland

TRANSCRIPT

Geschiedeniswerkplaats 2e editie Tweede Fase Examenkatern Historische contextenDuitsland vwoantwoorden

Geschiedeniswerkplaats examenkatern 2015 vwo

Hoofdstuk 2 Het Duitse keizerrijk (1871-1919) antwoorden

Introductie

De Dag van Potsdam1 a Bijvoorbeeld: 1919 Verdrag van Versailles: Door ondermeer in te spelen op de voor Duitsers vernederende bepalingen van dat verdrag wist Hitler grote aantallen stemmen te trekken. 1929 Beurskrach in VS: Hierdoor ontstond ook in Duitsland een economische depressie met grote werkloosheid. Omdat de regeringen van de democratische Weimarrepubliek die niet wisten op te lossen, vielen veel kiezers voor de beloften van Hitler.b Bijvoorbeeld: Tekst: Potsdam was de plek waar de Pruisische koningen en Duitse keizers hun paleizen hadden gehad en hun officieren trouw aan hen hadden gezworen. Tijdens de ceremonie groette Hindenburg met zijn staf de lege troon van de keizer. Afbeelding: Hitler buigt voor Hindenburg, zijn meerdere in rang.c Bijvoorbeeld: Twee dagen later stemde de Rijksdag voor een wet die Hitler het recht gaf buiten het parlement om te regeren. Ook de keizer moest weinig hebben van democratie. Hij liet zich weinig gelegen liggen aan het parlement.d Bijvoorbeeld: De grootmachten Frankrijk (ten westen van Duitsland) en Rusland (ten oosten) hadden een bondgenootschap gesloten. Een aanval van beide landen tegelijk zou betekenen dat Duitsland op twee fronten tegelijk moest vechten. Mede daarom was een bondgenootschap met Oostenrijk-Hongarije, de andere grote buur, van levensbelang.

2.1 Het Duitse keizerrijk (1871-1919)

Op zoek naar de kern

Het ontstaan van het keizerrijk2 a 1 De Franse bevolking groeide langzaam, de Pruisische bevolking snel. 2 De Franse industrie ontwikkelde zich traag, de industrialisatie in Pruisen vanaf 1850 ging razendsnel. Daardoor kon het ook een sterk leger en een sterke wapenindustrie opbouwen. (3 Pruisen breidde zijn grondgebied flink uit naar het westen.)b Bijvoorbeeld: In 1870 wakkerde De Pruisische kanselier Bismarck het nationalisme aan door oorlog met Frankrijk uit te lokken. De andere Duitse staten hadden door het enthousiasme onder de bevolking geen andere keus dan mee te vechten. Frankrijk werd verpletterend verslagen. Terwijl het Duitse leger Parijs omsingeld hield, liet Bismarck de Duitse vorsten naar Versailles komen. Daar riepen ze op 18 januari 1871 het Duitse keizerrijk uit en kroonden de koning van Pruisen tot keizer Wilhelm I.

Duitsland onder Bismarck3 a Bijvoorbeeld: De rijkskanselier was tevreden met de bestaande grenzen en was zich ervan bewust dat Duitsland omringd was door andere sterke mogendheden.b Bijvoorbeeld: Toen een conflict ontstond over het bezit van de monding van de rivier de Congo in Afrika, trad Bismarck op als eerlijke makelaar. Afgesproken werd dat de koning van Belgi in het hart van Afrika een grote kolonie mocht stichten. Maar hij moest de Congo-monding delen met Frankrijk. Groot-Brittanni mocht de monding van de Niger hebben. Ook werden afspraken gemaakt over het in bezit nemen van nieuwe gebieden aan de Afrikaanse kusten. Zo bleef de vrede en het machtsevenwicht gewaard.c Bijvoorbeeld: Bismarck hield zowel Oostenrijk-Hongarije als Rusland te vriend. Met beide landen sloot hij allianties, waarbij ze beloofden elkaar in een oorlog te helpen of ten minste neutraal te blijven

Duitsland onder Wilhelm II 4 a Duitsland moest een belangrijker plaats in Europa en op het wereldtoneel krijgen. Het voerde een weltpolitik, die in eerste instantie was gericht op de vestiging van een wereldimperium met overzeese kolonies.b Bijvoorbeeld: Om overzeese kolonies te verwerven en overal ter wereld zijn belangen te kunnen verdedigen wilde Duitsland een sterke oorlogsvloot hebben. In 1898 nam de Rijksdag de eerste Vlootwet aan. De vloot werd uitgebreid met moderne, grote en zwaarbewapende slagschepen. Groot-Brittanni dat de grootste en sterkste vloot ter wereld had, voelde zich bedreigd, en ging met succes nog grotere slagschepen bouwen. De Britten wonnen deze wapenwedloop.

5 a Bijvoorbeeld: - Extreme nationalisten in Duitsland drongen aan op expansie naar Oost-Europa. - De sfeer in Duitsland werd ook steeds militaristischer.- De Duitse economie bleef sterker groeien dan die van andere Europese landen.b Bijvoorbeeld: Naarmate Rusland, Frankrijk en Groot-Brittanni zich meer bedreigd voelden, zochten ze meer steun bij elkaar. Zij werden bondgenoten. Omdat daardoor ook Duitsland en Oostenrijk-Hongarije zich bedreigd voelden, raakten ook zij nauwer verbonden. Deze landen waren vooral bevreesd voor een Russische expansie naar het westen.

De Eerste Wereldoorlog6 a Bijvoorbeeld: 1 Na vijf weken begonnen de Duitsers het offensief dat hen in Parijs moest brengen. Maar de geallieerde Franse en Britse troepen zetten de tegenaanval en wisten bij de Marne de Duitsers te stoppen. 2 Doordat Rusland sneller mobiliseerde dan verwacht moesten er direct meer Duitsers naar het oosten. Zo kreeg Duitsland de tweefrontenoorlog die het had willen vermijden.b Bijvoorbeeld: De Duitsers rukten eerst snel op, doordat ze via Belgi Noord-Frankrijk binnenvielen. Maar na vijf weken zetten de geallieerde Franse en Britse troepen ten oosten van Parijs de tegenaanval in. Door de Slag bij de Marne werd het Duitse offensief gestopt. De Duitsers groeven zich ten noorden van Parijs in. Daarmee begon een loopgravenoorlog die ruim vier jaar zou duren. c Moderne, industrieel geproduceerde wapens als mitrailleurs maakten enorme aantallen slachtoffers onder de soldaten. Bovendien zaten ze jarenlang vast in een loopgravenoorlog.Het was de eerste totale oorlog waarbij de hele maatschappij meevocht. De burgers vormden het thuisfront, dat oorlogsmaterieel moest produceren. Er ontstonden voedseltekorten doordat er te weinig arbeidskrachten in de landbouw waren, want miljoenen mannen waren aan het front en achterblijvers werden ingezet in de wapenindustrie.

7 a Oorzaken: 1 Doordat de Britse vloot de havens blokkeerde ontstonden grote voedseltekorten in Duitsland. 2 Het Duitse leger werd in de herfst van 1918 teruggedrongen.Gevolgen: 1 Toen de marineleiding ondanks de Duitse onvermijdelijke nederlaag, bevel gaf de havens uit te varen en slag te leveren met de Britse vloot volgde muiterij. 2 Arbeiders en soldaten gingen in steeds meer steden de straat op om vrede en revolutie te eisen.b 1 Op 9 november riepen de sociaaldemocraten vanaf het balkon van het gebouw van het parlement (de Rijksdag) in Berlijn de republiek uit. 2 Op 11 november 1918 werd de wapenstilstand gesloten die een eind maakte aan de gevechten van de Eerste Wereldoorlog.

8 Het antwoord is: 3, 6, 1, 7, 2, 5, 4

2.1 Het Duitse keizerrijk (1871-1919)

Examentraining

9 a Je kunt de afbeelding in verband brengen met nationalisme. Daarop wijzen de woorden n rijk, n volk. Dus bij het kenmerkend aspect: de opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen (waaronder nationalisme).b Bijvoorbeeld: Continuteit: De macht was in 1871 in Duitsland nog steeds in handen van vorsten.Verandering: Duitsland kreeg in 1871 n centraal bestuur onder leiding van een keizer.c Bijvoorbeeld: Het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen in het paleis van Versailles dat Lodewijk XIV had laten bouwen. Vanaf de tijd van Lodewijk XIV was Frankrijk de machtigste mogendheid op het Europese continent. Maar in de loop van de 19e eeuw werd Frankrijk ingehaald door Pruisen. Vanaf 1871 was Duitsland het machtigst.

10 Bijvoorbeeld: De bron heeft te maken met het kenmerkend aspect de moderne vorm van imperialisme die verband hield met industrialisatie. Een van de afspraken ging over inbezitnemingen die in de toekomst zouden kunnen plaatsvinden op de kusten van het Afrikaanse vasteland door Europese landen. Dit imperialisme werd gedreven door de behoefte aan grondstoffen en afzetgebieden voor de Europese industrie.

11 a Bijvoorbeeld: De nieuwe keizer, Wilhelm II, neemt afscheid van de persoon die Duitsland (de boot) tot dan toe kundig bestuurde (loods). Hij zal nu zelf het bestuur in handen nemen. Zonder loods varen is gevaarlijk, dus de tekenaar verwacht niet veel goeds van de wijziging.b Bismarcks voorzichtige buitenlandbeleid, gericht op behoud van het bestaande machtsevenwicht werd verruild voor een weltpolitik, waarin Duitsland een belangrijker plaats in Europa en op het wereldtoneel wilde spelen.

12 a Bijvoorbeeld: In periode 1906-1914 bouwden de Britten meer slagschepen (29) en slagkruisers (9) dan de Duitsers (17 en 7).b Bijvoorbeeld: Een vloot bestaat uit meer dan alleen grote oppervlakteschepen. Denk aan duikboten.

13 a Bijvoorbeeld: Je kunt de Duitse Vlootwet (1898) zien als een voorbeeld van twee kenmerkende aspecten: 1 de moderne vorm van imperialisme die verband hield met industrialisatie 2 de opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen. Von Tirpitz spreekt over Duitsland als een staat die zich richt op handel en een belangrijke wereldspeler is geworden (1). Dit imperialisme kwam voort uit nationalisme (2).b Bijvoorbeeld: Zonder een vloot van voldoende grootte zou Duitsland door de vijand afgesneden worden van de invoer van benodigde producten. Dat gebeurde inderdaad in de Eerste wereldoorlog door de Britse vloot.

14 a Bijvoorbeeld: Het Britse eiland was voor zijn militaire verdediging was erg afhankelijk van een grote vloot. De economie was erg afhankelijk geworden van import (voedsel, grondstoffen) en export (industrieproducten) overzee. Doordat andere landen de omvang van hun vloot ook vergrootten, konden de Britten het niet meer alleen af en moesten ze wel bondgenoten zoeken.b De Britten zochten toenadering tot Frankrijk en Rusland. Daardoor kregen de Duitsers het gevoel met vijanden omsingeld te worden.

15 a Bijvoorbeeld: Door de weltpolitik van Wilhelm II diende Duitsland zowel over een krachtig landleger als grote marine te beschikken. Ondanks de groeiende economie was dit echter nauwelijks op te brengen.b Bijvoorbeeld: Door onder meer de plannen voor grotere defensie-uitgaven van Duitsland, voelden andere landen zich bedreigd. Zo ontstond een wapenwedloop, die ook voor Duitsland maar moeilijk was vol te houden.

16 a Bijvoorbeeld: De Fransen wilden revanche voor het verlies van Elzas-Lotharingen na de Frans-Duitse oorlog (bron 7). Door het nationalisme werd oorlog gezien als een prima manier om de eigen superioriteit te tonen (bron 7). Duitsland was uit angst voor de snelgroeiende Russische macht uit op een preventieve oorlog op het continent.b Bijvoorbeeld: Poustis (bron 7) vertelde pas tientallen jaren later uit zijn herinneringen. Deze kunnen ondertussen vertroebeld zijn geraakt. De toename van aantallen soldaten (bron 8) hoeft niet onvermijdelijk tot oorlog te leiden; denk aan de Koude Oorlog die niet tot een oorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie heeft geleid.

17 a Om een tweefrontenoorlog te voorkomen zou bijna het voltallige leger via Belgi over de zwak verdedigde Franse noordgrens trekken, om na zes weken oorlog Parijs te veroveren. Daarna zou het leger met de trein naar het oosten reizen, om ook Rusland verpletterend te verslaan.b Bijvoorbeeld: Het lukte de Duitsers niet om binnen zes weken Parijs te omsingelen. Bovendien verplaatsten de Fransen met ondermeer taxis troepen, waarmee ze aan de Marne een tegenoffensief inzetten. Daarna veranderde de strijd in een loopgravenoorlog, waardoor Duitsland toch - in het westen en oosten - op twee fronten moest vechten.c Bijvoorbeeld: De slag bij de Marne was een belangrijk keerpunt in de Eerste Wereldoorlog en leidde tot een totale oorlog, waarbij de gehele burgerbevolking werd ingeschakeld en een loopgravenoorlog, waarin massavernietigingswapens werden gebruikt

18 a Je kunt deze bronnen en de afbeelding het best in verband brengen met het kenmerkend aspect: verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering. Gevolgen van de totale oorlog waren dat levensmiddelen gerantsoeneerd moesten worden, dat frontsoldaten met massavernietigingswapens als gas werden bestookt en dat steden volledig in puin werden geschoten.b De zware last van de oorlog leidde tot steeds meer onvrede onder de soldaten en het volk. Deze kwam in de herfst van 1918 tot uitbarsting toen bleek dat de Duitse nederlaag onvermijdelijk was.c Bijvoorbeeld: Er kwam geen doorbraak aan het westelijk front. Maar natuurlijk gebeurde er van alles, zoals te lezen was in het boek van Remarque. De schrijver spot met de gevoelloosheid van de bevelhebbers, die kennelijk niet genteresseerd waren in het lijden van de individuele soldaten.

2.2 De Republiek van Weimar (1919-1933)

Op zoek naar de kern

Wankele democratie 1 a Bijvoorbeeld: De republiek werd uitgeroepen, waarna de keizer vluchtte. Duitsland werd een parlementaire democratie.b Omdat het in Berlijn te onrustig was, kwam de Rijksdag eerst bijeen in Weimar en stelde daar de grondwet vast. Daarom wordt het Duitsland van de jaren 1919-1933 de Republiek van Weimar genoemd.c Bijvoorbeeld: 1De conservatieve elite had veel invloed. Zij wilde terug naar een staat waarin leger en bureaucratie de dienst uitmaakten, en het parlement weinig.2 Communistische en extreemrechtse groepen probeerden met veel straatgeweld, opstanden en staatsgrepen de democratie omver te werpen. Straatgeweld 2 a Ze vergeleken de arbeiders waarvoor zij opkwamen met de onderdrukte slaven, die onder leiding van Spartakus in 73 v.C. met een opstand het Romeinse rijk aan het wankelen had gebracht.b Ze eisten dat het kapitalisme werd afgeschaft en de macht in handen kwam van raden van arbeiders en soldaten.c Bijvoorbeeld: De regering vroeg het leger om hulp. Extreemrechtse ex-militairen richtten vrijkorpsen op, gewapende groepen die de opstandelingen met grof geweld te lijf gingen. De communistische leiders Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht werden vermoord.

Het Verdrag van Versailles3 Bijvoorbeeld: Voor- en tegenstanders van de democratie vochten met elkaar om de macht. Het Verdrag van Versailles werd als een grote vernedering ervaren, waarvoor de democratische regering verantwoordelijk werd gehouden. Velen geloofden de dolkstootlegende, volgens welke Duitsland de oorlog niet verloren, maar het ten onder was gegaan door een een dolkstoot in de rug van de democratische leiders die om de wapenstilstand hadden gevraagd en van de arbeiders en soldaten die in opstand waren gekomen.

Crisis en herstel 4 a Omdat Duitsland niet snel genoeg betaalde, trokken Franse en Belgische troepen in januari het Roergebied binnen om kolen, ijzer en machines weg te halen. De Duitse regering riep de bevolking op uit protest hiertegen te staken. Om de stakers te kunnen betalen, liet ze geld bijdrukken. Hierdoor liep de inflatie uit de hand. De economie viel stil en de werkloosheid steeg naar recordhoogte.b Bijvoorbeeld: Op 8 november bestormde Hitler met zijn partijleger, de SA, een grote bierkelder in Mnchen en schreeuwde dat hij een mars naar Berlijn zou beginnen om daar de macht te grijpen. Toen de nazis met hun mars begonnen, werden ze door politie en leger beschoten. Hitler kwam er met een lichte straf vanaf.c Bijvoorbeeld: De geallieerden hadden ingezien dat economisch herstel van Duitsland in hun eigen belang was. Volgens het Dawesplan. leenden Amerikaanse banken en bedrijven Duitsland geld, waarmee het zijn economie op de been kon helpen. Zo kon Duitsland en tegelijk de herstelbetalingen, die werden verlaagd, aan Groot-Brittanni en Frankrijk kon voldoen. Die twee landen konden dan weer de leningen terugbetalen die zij van de Amerikanen hadden gekregen voor hun oorlogvoering.d - Er waren redelijk stabiele regeringen, waarin conservatieven en democraten samenwerkten. - De leiders van de Weimar-republiek probeerden met een vreedzame politiek weer aanzien in Europa te krijgen.

De opkomst van Hitler 5 a Bijvoorbeeld: Na de beurskrach in de VS trokken de Amerikanen hun leningen terug. In 1932 zat bijna de helft van de Duitsers zonder werk (sociaal gevolg). De partijen werden het niet eens over een beleid dat Duitsland uit de crisis kon halen, waardoor president Von Hindenburg veel macht naar zich toetrok (politiek gevolg).b de nationaalsocialisten (NSDAP) en communisten (KPD)c 1 Hij beloofde een eind te maken aan de crisis en het gehate Verdrag van Versailles. 2 Hij zou Duitsland weer de plaats op het wereldtoneel geven waar het volgens hem recht op had. 3 Met krachtig leiderschap zou hij een eind maken aan de chaos en verdeeldheid van de Weimar-republiek.d 1 Door het redenaarstalent van Hitler. 2 Daarbij werd hij gesteund door een uitgebreide propaganda met moderne campagnetechnieken. 3 De NSDAP imponeerde met paramilitair machtsvertoon.e Bijvoorbeeld: De NSDAP was na enkele verkiezingen de grootste partij geworden. De conservatieve elite wilde Hitler nu gebruiken om definitief van de democratie af te komen. Hindenburg benoemde hem op 30 januari 1933 tot rijkskanselier. Hitler bleek echter de conservatieven de baas.

De Rijksdagbrand6 Bijvoorbeeld: Zes dagen voor nieuwe verkiezingen stak de Nederlandse communist Marinus van der Lubbe het Rijksdaggebouw in brand. Hitler geloofde dat de brand het sein was voor een communistische revolutie. Om het gevaar te bestrijden liet hij Hindenburg een noodverordening afkondigen. Daarmee werden de grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, opgeschort. Communisten en sociaaldemocraten werden opgepakt en hun kranten werden verboden. Bij de verkiezingen haalde de NSDAP 43,9 procent van de stemmen. Om de macht helemaal in handen te krijgen, liet Hitler hierna de Weimar-grondwet afschaffen. Dit gebeurde via de machtigingswet, die hem het recht gaf geheel buiten het parlement om te regeren. Op 23 februari keurde de Rijksdag de machtigingswet, en daarmee zijn eigen afschaffing, met tweederde meerderheid goed.

7 Het antwoord is: 6, 7, 2, 3, 1, 4, 5

2.2 De Republiek van Weimar (1919-1933)

Examentraining

8 a Bijvoorbeeld: Het artikel gaf de president van de Republiek van Weimar de bevoegdheid om in noodsituaties democratische grondrechten buiten werking te stellen en gewapenderhand op te treden.b Bijvoorbeeld: De Spartakus-opstand was een bedreiging voor de orde in de Republiek. De regering bestreed de Spartakisten met het leger en vrijkorpsen. Achteraf werd deze gang van zaken gerechtvaardigd door artikel 48.c Bijvoorbeeld: Hitler geloofde dat de Rijksdagbrand het sein was voor een communistische revolutie. Om het gevaar te bestrijden liet hij Hindenburg een noodverordening afkondigen, in lijn met artikel 48 van de grondwet. Daarmee werden democratische grondrechten opgeschort. Communisten en sociaaldemocraten werden opgepakt en hun kranten werden verboden. In praktijk was dit het einde van de democratie.

9 a Bijvoorbeeld: Door de weltpolitik van de Duitse regering veroorzaakte zij telkens conflicten, die uiteindelijk tot een oorlog leidden.b De Duitsers mochten niet meeonderhandelen. Ze moesten het verdrag slikken of stikken.

10 a Bijvoorbeeld: Liebknecht, een van de leiders van de Spartakisten, roept in bron 16 het proletariaat op een nieuwe orde de scheppen en de wereldrevolutie te vervolmaken. Hij vindt de volksvertegenwoordiging geen goed middel om een eind te maken aan het kapitalisme (bron 17). Het affiche van bron 18 roept ook op (om met geweld) een eind te maken aan dit burgerlijk instituut. Dit zijn typisch communistische opvattingen van die tijd.b Bijvoorbeeld: De DDR was een communistische staat en zij zag de vermoordde Spartakistenleiders als een soort Duitse, communistische martelaren.

11 a De bron gaat over het Duitse leger dat vecht aan het front en de communisten/socialisten (in het rood gekleed).b de sociaaldemocraten, liberalen en katholieke confessionelen (kortom: de democratische politici)c Zij hebben de Duitse soldaten overgehaald om te stoppen met vechten (opgeroepen tot wapenstilstand). d De schrijver verwees naar het plan de Amerikaanse bankier Dawes. Daarvan vindt hij dat het Duitsland tot slaven maakt van de geallieerden.e De schrijver wilde bereiken dat kiezers bij verkiezingen op de DNVP stemmen, een conservatief-nationalistische partij die tegen acceptatie van het Dawesplan was.

12 a Bijvoorbeeld: Het Dawesplan kun je in verband brengen met: de crisis van het wereldkapitalisme. Door het plan was de Duitse economie erg afhankelijk geworden van Amerikaanse leningen. Na de beurskrach in 1929 in de VS trokken de Amerikanen hun leningen terug, waardoor de Duitse economie instortte.b Bijvoorbeeld: De NSDAP was evenals de DNVP tegen het Dawesplan. Dat zou Duitsland in de greep brengen van het buitenland(se kapitaal) en dat wilde de extreem nationalistische NSDAP niet. (Bovendien zou het plan van de Amerikaanse bankier volgens de NSDAP een joods complot zijn.)

13 a Bijvoorbeeld: 1 Nee, in 1924 was de werkloosheid lager dan in 1928, maar toch behaalden de democratische partijen toen een lager stemmenpercentage. 2 Ja, vanaf 1929 steeg de werkloosheid sterk. Vanaf dat moment steeg ook het stemmenpercentage voor de NSDAP sterk.b Bijvoorbeeld: Na de ondertekening van Verdrag van Versailles in 1919 verloren de democratische partijen bij de verkiezingen van 1920. Als gevolg van de bezetting van het Ruhrgebied en de daaropvolgende inflatiecrisis in 1923 wonnen de niet-democratische partijen KPD, DNVP en NSDAP in 1924.

14 a Bijvoorbeeld: De Nederlandse communist Marinus van der Lubbe stak het Rijksdaggebouw in brand. Van der Lubbe handelde op eigen houtje, maar Hitler geloofde dat de brand het sein was voor een communistische revolutie. Om het gevaar te bestrijden liet hij Hindenburg een noodverordening afkondigen (zie bron 22).b Met dit decreet in de hand maakten Hitler en Hindenburg een eind aan de democratische vrijheden. Dit was het begin van de opbouw van de totalitaire nazistaat. De democratische Republiek van Weimar keerde niet meer terug.c Bijvoorbeeld: In de bewering wordt verwezen naar de machtigingswet, die Hitler het recht gaf geheel buiten het parlement om te regeren. d Bijvoorbeeld: Argument voor: De Rijksdag keurde de machtigingswet, en daarmee zijn eigen afschaffing, met twee derde meerderheid goed. Argument tegen: Niet alle parlementarirs stemden voor: de sociaaldemocraten stemden tegen; de communisten zaten gevangen, waren ondergedoken of naar het buitenland gevlucht.

15 a Bijvoorbeeld: Hitler werd inderdaad dictator, met vergelijkbare bevoegdheden (emergency powers) als een Romeins dictator. Hindenburg was president, een vergelijkbare functie met die van consul in de Romeinse republiek, echter de Romeinen hadden twee consuls en Duitsland maar een president.b Bijvoorbeeld: De Rijksdagbrand wordt vergeleken met de brand in Rome ten tijde van keizer Nero. In beide gevallen maakten de heersers misbruik van de brand, maar in Rome was er toen al een alleenheerser, terwijl Hitler juist door de brand alleenheerser werd.

16 Bijvoorbeeld: De Rijksdagbrand was de aanleiding voor de NSDAP om geweld te gebruiken tegen groeperingen die zij als vijanden zagen, typerend voor fascisten en nationaalsocialisten. Dat maken de woorden Vertrap het communisme! Verplettert de sociaaldemocratie! op het affiche duidelijk. Massamedia zoals de affiches van de bron en de afbeelding werden door de nazis veel gebruikt om propaganda te maken.

2.3 Nazi-Duitsland (1933-1945)

Op zoek naar de kern

Terreur1 a Bijvoorbeeld: Iedereen moest doordrongen raken van de ideen van de nazis.b Bijvoorbeeld: 1 Het was het eerste grote concentratiekamp van de nazis, waar eerst vooral politieke gevangenen werden opgesloten. 2 Gevangenen waren er rechteloos en werden met dwangarbeid uitgeput. 3 Vanaf het begin werden er gevangenen vermoord. 4 Het kamp stond onder leiding van de SS, die later alle concentratiekampen zou beheren.c Bijvoorbeeld: Het was de bedoeling om tegenstanders bang te maken. Mede door de angst voor Dachau was er nauwelijks politiek verzet meer. Zo konden de nazis gemakkelijker hun ideologie aan het volk opdringen.

Propaganda 2 a Bijvoorbeeld: Journalisten, filmmakers, schrijvers, muzikanten en andere kunstenaars en artiesten mochten alleen nog werken als ze er lid van waren. Ze kregen richtlijnen voor hun werk, en als ze zich er niet aan hielden werden ze uitgesloten. Vanaf 1935 werkten in de Duitse media en cultuur alleen nog nazis en meelopers.b Bijvoorbeeld: 1 Openbare boekverbrandingen van boeken van schadelijke schrijvers. 2 Het propagandaministerie verzorgde de radio-uitzendingen en Goebbels hield persoonlijk toezicht op het bioscoopjournaal. 3 Om de propaganda optimaal te verspreiden werd een goedkope radio ontworpen, waarmee geen buitenlandse zenders waren te ontvangen c 1De Duitsers waren enthousiast omdat de economie zich vanaf 1933 herstelde en de werkloosheid verdween 2 Bovendien lapte Hitler straffeloos het gehate Verdrag van Versailles aan zijn laars.

Rassenwetten 3 a Het ging onder meer om Jehovas getuigen, homoseksuelen, Sinti en Roma en vooral joden.b Bijvoorbeeld: Tot 1941 probeerden de nazis het leven van de joden zo zuur te maken dat ze zouden vluchten. Vanaf 1933 waren joden slachtoffer van pesterijen en gewelddadigheden. Er kwamen honderden maatregelen die een normaal leven onmogelijk maakten. Zo bepaalde de eerste van de Neurenberger wetten dat joden geen Duitse staatsburgers konden zijn, de tweede verbood huwelijken tussen joden en Germanen en stelde seks tussen hen strafbaar. Om het Duitse bloedzuiver te houden, mochten joden ook geen Duitsbloedig dienstmeisje jonger dan 45 in dienst hebben. De Neurenberger wetten bepaalden ook wie jood was en wie niet.

Naar een nieuwe oorlog4 a 1 Hitler wilde van Duitsland een wereldmacht maken met absolute heerschappij op het Europese continent. 2 Vanwege hun behoefte aan ruimte, voedsel en grondstoffen moesten de Germanen lebensraum in het oosten veroveren. Een deel van de Slavische bevolking moest daar het Germaanse herrenvolk als horigen dienen. Het overgrote deel zou worden vernietigd of verjaagd naar Siberi. Zo zou door een etnische herschikking het Arische ras tot aan de Oeral zou heersen.b Bijvoorbeeld: Hitlers buitenlandse politiek richtte zich eerst op de annexatie van alle Duitstalige gebieden. Begin 1938 boekte hij succes met de Anschluss van Oostenrijk.c Bijvoorbeeld: De Britten hoopten oorlog te voorkomen door Hitler tevreden te stellen. In het Verdrag van Versailles stond dat Duitsland en Oostenrijk apart moesten blijven, maar Groot-Brittanni had laten weten dat Duitsland Oostenrijk mocht inlijven. Het hoogtepunt van deze appeasementpolitiek werd later in 1938 bereikt op de Conferentie van Mnchen. (Daar werd besloten dat Duitsland het Duitstalige Sudetenland van Tsjecho-Slowakije mocht annexeren. Hitler beloofde dat hij af zou zien van verdere gebiedsaanspraken en tekende een verklaring waarin hij beloofde dat hij nooit oorlog zou voeren met Groot-Brittanni.)

De Tweede Wereldoorlog5 a 1 Hitler voorkwam een tweefrontenoorlog doordat hij een paar dagen voor de inval in Polen een niet-aanvalsverdrag met Stalin sloot. Daarbij verdeelden de dictators in het geheim Polen. 2 Doordat Groot-Brittanni en Frankrijk ondanks de oorlogsverklaring Duitsland niet aanvielen, kon het Duitse leger Polen snel verslaan.b Hitler overheerste het Europese continent tot aan de Sovjetgrens, want hij had grote gebieden veroverd en verder waren er alleen nog Duitse bondgenoten en neutrale landen. Alleen Groot-Brittanni onder leiding van Churchill vocht door.

6 a Ondanks de Franse nederlaag zette Groot-Brittanni de oorlog voort, waardoor Duitsland met de inval in de Sovjet-Unie alsnog verwikkeld raakte in een tweefrontenoorlog.b Begin 1943 kwam de ommekeer toen de Duitsers de slag bij Stalingrad van de sovjets verloren. In juni 1944 kwam ook in West-Europa een beslissende doorbraak toen Amerikaanse, Canadese en Britse troepen landden in Normandi.c Bijvoorbeeld: De Tweede Wereldoorlog eindigde op 8 mei 1945, een paar dagen nadat de Russen Berlijn hadden ingenomen en Hitler zelfmoord had gepleegd. Duitsland had een totale nederlaag geleden. Het werd bezet door de geallieerden, die nu over het lot van Duitsland konden beslissen. Na de Eerste Wereldoorlog werd Duitsland niet bezet en behield het zijn soevereiniteit.

Onder Duitse heerschappij 7 a Bijvoorbeeld: Tijdens de oorlog werden alle landen die Duitsland had verslagen onderworpen aan het naziregime. In West-Europa werkten de bezetters samen met plaatselijke autoriteiten. In Oost-Europa voerden een nazis een schrikbewind tegen de bewoners, in het bijzonder tegen de joden. Het verschil in optreden kan worden verklaard uit het racistische wereldbeeld van de nazis: in Oost-Europa woonden volgens het Untermenschen.b De SS kreeg opdracht alle joden en communisten te vernietigen. Achter het front werden ze massaal vermoord. Kort na de inval in de Sovjet-Unie besloot Hitler dat ook in de rest van Europa de joden moesten worden uitgeroeid.c Op 20 januari 1942 kwamen vijftien hoge ambtenaren in een villa aan de Wannsee in Berlijn bijeen om de genocide op de joden in vernietigingskampen verder uit te werken. Op de conferentie bracht de tweede man van de SS, Heydrich, de ministeries op de hoogte. Ook werd besproken hoe de deportaties moesten worden georganiseerd en hoe de verschillende instanties zouden samenwerken. Per land werd vastgesteld hoeveel joden er vernietigd moesten worden en in welk tempo.

8 Het juiste antwoord is: 4, 5, 6, 1, 3, 8, 7, 2

2.3 Nazi-Duitsland (1933-1945)

Examentraining

9 a Bijvoorbeeld: 1 In Dachau werden bij de opening van het concentratiekamp politieke tegenstanders opgesloten. Dit was een middel om de verspreiding van de nationaalsocialistische leer ongestoord te kunnen verbreiden.2 De Rijkscultuurkamer was een geschikt middel voor het uitoefenen van censuur en voor nationaalsocialistische propaganda. Bovendien mochten journalisten, filmmakers, schrijvers, muzikanten en andere kunstenaars en artiesten alleen nog werken als ze er lid van waren. Zo werden ze onder controle gehouden.3 De Neurenberger wetten bepaalden ondermeer dat joden geen Duitse staatsburgers konden zijn en verboden huwelijken tussen joden en Germanen en stelde seks tussen hen strafbaar. Zo werd vorm gegeven aan de rassenleer van de nationaalsocialisten. 4 De Wannseeconferentie werkte uit hoe de joden in Europa moesten worden vermoord. Dit was het lugubere slotstuk van de Jodenhaat van de nationaalsocialisten.b De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.Vanaf 1935 werkten in de Duitse media en cultuur alleen nog nazis en meelopers. Daardoor stond de Duitse bevolking voortdurend bloot aan een stroom nazipropaganda.c Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op joden. De Neurenberger wetten discrimineerden de joden op meerdere gebieden en op de Wannseeconferentie werd besproken hoe de genocide op de joden moest worden uitgevoerd.

10 a Bijvoorbeeld: Heartfield was tegen de nazis: naziminister Goering wordt op zijn collage met een grote bijl en bebloed uniform afgebeeld en de beul van het Derde Rijk genoemd.b Een omschrijving van propaganda is: reclame maken voor ideen (door overdrijving). Daarom is de fotocollage een vorm van propaganda: door Goering lettelijk als een nazibeul voor te stellen, wordt het idee verspreid dat nazis slechteriken zijn.

11 a Bijvoorbeeld: Zij werden door de Duitsers ervan verdacht onduitse opvattingen te hebben vanwege hun ideen over klassenstrijd en internationale solidariteit. Bovendien waren zij nog de enige omvangrijke groepen politieke tegenstanders van de nazis.b De gevangenen op de afbeelding hebben grijs-witte pakken aan. Deze werden door Eicke in de loop van 1933 vervangen door de bekende gestreepte gevangeniskleding.c Bijvoorbeeld: Dachau was geen vernietigingskamp, waar joden massaal werden vermoord. Maar in Dachau werden later ook joden opgesloten en het kamp stond model voor alle andere concentratiekampen, ook voor de vernietigingskampen waar genocide plaatsvond.

12 a lebensraum.b Bijvoorbeeld: 1 Anschluss van Oostenrijk en inlijving van Sudetenland, 2 herinvoering dienstplicht en stoppen met herstelbetalingen;1 inval in Polen en inval in de Sovjet-Unie, 2 Neurenberger wetten en toepassen rassenleer.

13 a Bijvoorbeeld: Roosevelt bestreed evenals Hitler de crisis door de overheidsuitgaven te vergroten, bijvoorbeeld voor grote infrastructurele werken. Hitler besteedde veel geld aan bewapening. Roosevelt deed dit niet.b Bijvoorbeeld: Colijn bestreed (aanvankelijk) de crisis met zijn aanpassingspolitiek vooral door bezuinigingsmaatregelen, terwijl Hitler juist de overheidsuitgaven vergrootte en enorme schulden maakte.

14 Bijvoorbeeld: De afbeelding geeft de nazi-opvatting weer dat een huwelijken tussen arirs en joden leiden tot de ondergang van Duitsland. Daarom verboden de nazis dergelijke relaties in een van de Neurenberger wetten.

15 a Bijvoorbeeld: Na de Eerste Wereldoorlog voelde Duitsland zich door het Verdrag van Versailles vernederd. Hitler wilde de bepalingen van het verdrag ongedaan maken en van Duitsland weer een wereldmacht maken. Om een nieuwe grote oorlog te voorkomen stemden de regeringen van Groot-Brittanni en Frankrijk toe in Hitlers territoriale eisen te Mnchen. Hierdoor voelde Hitler zich gesterkt en wilde nog meer, totdat hij te ver ging en hij de Tweede Wereldoorlog ontketende.b Bijvoorbeeld: In oktober 1938 was de westerse pers in het algemeen opgelucht dat de vrede was behouden door Chamberlains optreden. In september 1939 keek zij er juist negatief tegenaan. Uit de inval in Polen bleek dat de appeasementpolitiek was mislukt. Hitler zag de afspraken van Mnchen als een stimulans zag om steeds meer te eisen totdat er oorlog uitbrak.c Bijvoorbeeld: De geschiedenis herhaalt zich niet op precies op dezelfde manier. Niet alle dictators zijn bovendien uit op oorlog. Het is dus maar de vraag of er een algemene les over Mnchen en dictators valt te trekken.

16 a Bijvoorbeeld: Als er oorlog zou komen vreesden de Britten voor het voortbestaan van hun empire en vreesden ze groei van het communisme. De Britten wensten geen nieuwe zinloze oorlog en hun aandacht ging vooral uit naar de bestrijding van de economische crisis.b Bijvoorbeeld: Low vond het een slechte politiek. Hitler zal zich steeds minder aantrekken (trekt een lange neus) van de slappe democratische leiders (geen ruggengraat). Zo zal hij stap voor stap op weg gaan naar wereldheerschappij (baas van de wereld).

17 Bijvoorbeeld: De boodschap van de tekenaar is dat de Sovjet-Unie (Stalin) en Groot-Brittanni bij de geallieerden het zware werk verrichten waarvan de VS (Roosevelt) als kapitalistische grootmacht (zakken met dollars) profiteert.Het doel was om verdeeldheid te zaaien binnen het geallieerde bondgenootschap. Belgi was in 1943 bezet door nazi-Duitsland en met deze poster hoopte de bezetter de Belgen tegen de geallieerden en vooral tegen de VS op te zetten.

18 a De gebieden genoemd in lijst A stonden onder directe controle van nazi-Duitsland, die van lijst B niet: dat waren bondgenoten, neutrale of vijandige landen.b Bijvoorbeeld: In Polen woonden grote aantallen joden en dat land was al in 1939 door nazi-Duitsland veroverd. De vervolging was daar al vergevorderd, toen besloten werd de joden massaal te vermoorden.c Bijvoorbeeld: Het besluit tot uitroeiing van de joden was al genomen, de Wansee-conferentie was een uitwerking daarvan. De genocide was al bezig gestart, vooral in Oost-Europa. In Litouwen bijvoorbeeld waren tijdens de Wannsee-conferentie nog maar 34.000 joden over, dus al meer dan 100.000 waren vermoord. De genocide werd na de conferentie versneld voortzet, want binnen een jaar werd de helft van alle joden vermoord die door toedoen van de nazi's niet zouden overleven, onder wie ook West-Europese joden.

Duitsland (1871-1945)

Examentraining over deze historische context

1 - economisch: de Europese gendustrialiseerde landen kregen te maken met overproductie (tekort aan afzetmarkten); sociaal: arbeiders dreigen door te lage lonen in opstand te komen, waardoor de sociale stabiteit in die landen gevaar loopt.- dat heeft te maken met de kenmerkende aspecten: de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie en discussies over de sociale kwestie;- Bismarck voerde na totstandkoming van het Duitse keizerrijk een politiek gericht op behoud van het bestaande machtsevenwicht. Bij conflicten tussen Europese landen trad Bismarck op als eerlijke makelaar, bijvoorbeeld over het bezit van de monding van de rivier de Congo in Afrika. Hij nodigde alle Europese mogendheden uit in Berlijn om daarover afspraken te maken

2 Bijvoorbeeld: - In de buitenlandse politiek diende de Vlootwet het handhaven/versterken van Duitslands positie als grootmacht / de Weltpolitik- Een binnenlands politieke doel was de bestrijding van de sociaaldemocraten, wat volgens Von Tirpitz mogelijk was door de bevordering van Duitslands maritieme belangen, gekoppeld aan het economische voordeel dat daarmee gepaard zou gaan.- Landen als Groot-Brittanni voelden zich bedreigd door de Vlootwet. De Britten versterkten daarom hun vloot nog meer en zochten steun bij Duitslands tegenstanders. Daardoor ontstond in sfeer van vijandigheid een wapenwedloop, die samen met het toenemende nationalisme leidden tot de Eerste Wereldoorlog.

3 Bijvoorbeeld: - De bron beschrijft onderdelen van de nationalistische stemming in 1914 (vlak voor het begin van de oorlog) in zowel Duitsland als Groot-Brittanni en geeft daarmee informatie over de motieven voor die oorlog.- De vraag is of de Brit de stemming in Duitsland wel goed weergeeft. Groot-Brittanni was een van de tegenstanders van Duitsland in die oorlog. Verder vertelde hij zijn ervaringen pas tientallen jaren na 1914. Zijn geheugen kan in de loop van de tijd gekleurd zijn geraakt.

4 Het juiste antwoord is: 1, 4, 9, 10, 3, 8, 5, 6, 7, 2, 11

5 Bijvoorbeeld: - Bismarck wist dat Duitsland in een toekomstige oorlog Frankrijk tegenover zich zou krijgen vanwege de revanchegedachte. Oorlog met Frankrijk en Rusland zou een tweefrontenoorlog betekenen, wat Bismarck wilde voorkomen.- Na het ontslag van Bismarck ging Duitsland over op een Weltpolitik /streefde het naar erkenning / een plaats onder de zon als grote mogendheid, waardoor Rusland en Frankrijk zich zo bedreigd voelden dat zij toenadering tot elkaar zochten.- Door het Von Schlieffenplan kon de tweefrontenoorlog worden voorkomen, doordat eerst Frankrijk verslagen zou worden (en daarna Rusland kon worden aangepakt).

6 Bijvoorbeeld: - Duitsland was in deze situatie volgens terechtgekomen door de novemberrevolutie, toen de keizer werd afgezet en de democraten onder leiding van de SPD de macht overnamen. Daarna sloten zij een wapenstilstand (en gingen akkoord met een vernederende vrede).- volgens de tekst was deze situatie veroorzaakt door verraad en leugen, niet door vijandelijke macht.- In feite was het Duitse leger al verslagen voordat de revolutie uitbrak. Het Duitse leger werd al teruggedrongen en de militaire situatie was hopeloos geworden.

7 Bijvoorbeeld: - Het snelle Franse troepenvervoer met taxis was een voorbeeld van de mobiele moderne oorlogsvoering.- Deze slag werd niet uitgevochten in de loopgraven, die later kenmerkend zijn geworden voor de gevechten aan het westelijk front in de Eerste Wereldoorlog.- Doordat de Fransen deze slag wonnen, kon de Duitse opmars worden gestopt. Daardoor verzeilden de Duitsers toch in een tweefrontenoorlog en konden zij de oorlog niet (snel) winnen.

8 Bijvoorbeeld: - De Spartakisten laten op hun affiche zien dat de arbeiders met geweld (onthoofden) een eind moeten maken aan het monsterlijke militarisme en kapitalisme (door een communistische revolutie).- Haas ziet de economische malaise waarin het thuisfront terecht is gekomen (verkopen huisraad) en de verschillen in gedrag en ervaringen tussen de rijke officieren (die feestvieren) en de gewone soldaten (die in de modder vechten en sober te eten krijgen) als oorzaken voor de toenemende populariteit van de Spartakistenleider Liebknecht.- Maar Haas steunt Liebknecht niet. Hij noemt hem een schreeuwlelijk, weigert te deserteren (geen geweer omdraaien) en valt liever voor het vaderland dan dat hij de ellende na de oorlog wil meemaken.

9 Bijvoorbeeld: - Het Dawesplan was een oplossing voor het probleem dat in de prent aan de orde wordt gesteld. (Volgens het plan werden de Duitse herstelbetalingen verlaagd.) Amerikaanse banken en bedrijven leenden Duitsland geld, waarmee het zijn economie op de been kon helpen en tegelijk de herstelbetalingen aan Groot-Brittanni en Frankrijk kon voldoen. Die twee landen konden met dat geld weer de oorlogsleningen terugbetalen aan de Amerikanen. Zo kon ieder land weer aan zijn verplichtingen voldoen.- Vanaf 1924 bloeide de Duitse economie weer op, mede door de Amerikaanse leningen.- Vanaf 1929 ging het echter mis. Na de beurskrach in de VS trokken de Amerikanen hun leningen terug, waardoor de Duitse economie instortte.

10 Bijvoorbeeld: Argument(en) voor: direct na de brand liet Hitler Hindenburg een noodverordening afkondigen. Daarmee werden de grondrechten opgeschort. Korte tijd later werd de grondwet van Weimar afgeschaft en nam de Rijksdag de machtigingswet aan, waarmee de parlementarirs zichzelf uitschakelden.Argument(en) tegen: De brand was slechts een van de oorzaken, hij heeft de zaak alleen versneld. De benoeming van Hitler tot rijkskanselier ging daaraan vooraf en vanaf dat moment bouwde Hitler al aan de totalitaire staat.

11 Bijvoorbeeld: - De brand was een eenmansactie was van Van der Lubbe (bron 9).- Van der Lubbe heeft de brand niet uit eigen beweging aangestoken.- De nazis hadden een rechtvaardiging om hun politieke tegenstanders uitschakelen als bewezen kon worden dat de brand niet een eenmansactie was van Van der Lubbe (, maar ook communisten erbij betrokken waren).

12 Bijvoorbeeld: - In beide gevallen mocht je je beroep niet uitoefenen als je geen lid van het gilde was.- Nee, Roland Holst sloot zich niet vrijwillig aan hij de Kultuurkamer; hij zou dit alleeen omdat het een Duitse politiemaatregel was, dus onder dwang. Bovendien hoopte hij als lid te worden geweigerd.

13 - De tekst lijkt erop te wijzen dat concentratiekampen werkkampen waren;- In al deze kampen leidde het verblijf van de gevangenen aldaar niet tot bevrijding, maar tot de dood.

14 Bijvoorbeeld: De Neurenberger wetten waren racistisch. Zo konden joden geen Duits burger meer zijn. Het racisme kan in verband worden gebracht met het kenmerkend aspect: de moderne vorm van imperialisme (die verband hield met industrialisatie), waarvoor de rassenleer ook een motief was. het kan ook in verband worden gebracht met de opkomst van het nationalisme de politiek-maatschappelijke stroming van.

15 Bijvoorbeeld: Tot de moord op elf miljoen joden was al besloten vr de Wannsee-conferentie. De genocide was tijdens de Wannsee-conferentie al gestart, vooral in Oost-Europa. De Wansee-conferentie was slechts een uitwerking. De genocide werd na de conferentie versneld voortzet.

Noordhoff Uitgevers, bv.1