adviesrapport accr hhg mzk 1.0

of 67/67
Adviesrapport accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde voltijd Hanzehogeschool Groningen

Post on 12-Sep-2021

1 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

Microsoft Word - Adviesrapport Accr HHG MZK 1.0.docAdviesrapport accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde voltijd Hanzehogeschool Groningen
Hobéon Certificering BV Datum 3 december 2010 Auditteam F.M. Brouwer N.A.M. Rosema P. Koole-Kisman H. Abdulla Secretaris G.C. Versluis
Adviesrapport accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde voltijd Hanzehogeschool Groningen CROHO nr. 34576
Scheveningseweg 46
I www.hobeon.nl
E [email protected]
1.  MANAGEMENT SAMENVATTING 1  1.1.  Integraal ADVIES 1  1.2.  Samenvattende BEOORDELING 1 
2.  INLEIDING 5 
4.  VORIGE ACCREDITATIE 9 
DEEL 2 11 
5.  ONDERWERPEN EN FACETTEN NVAO-ACCREDITATIEKADER 11  1.  Doelstellingen opleiding 11  Facet 1.1. Domeinspecifieke eisen 11  Facet 1.2. Niveau: bachelor 14  Facet 1.3. Oriëntatie hbo 15  2.  Programma 16  Facet 2.1. Eisen hbo 16  Facet 2.2. Relatie tussen doelstellingen en inhoud programma 18  Facet 2.3. Samenhang programma 20  Facet 2.4. Studielast 21  Facet 2.5. Instroom 23  Facet 2.6. Duur 25  Facet 2.7. Afstemming tussen vormgeving en inhoud 26  Facet 2.8. Beoordeling en toetsing 27  3.  Inzet van personeel 29  Facet 3.1. Eisen hbo 29  Facet 3.2. Kwantiteit personeel 30  Facet 3.3. Kwaliteit personeel 31  4.  Voorzieningen 33  Facet 4.1. Materiële voorzieningen 33  Facet 4.2. Studiebegeleiding 34  5.  Interne kwaliteitszorg 36  Facet 5.1. Evaluatie resultaten 36  Facet 5.2. Maatregelen tot verbetering 37  Facet 5.3. Betrekken van medewerkers, studenten, alumni en beroepenveld 38  6.  Resultaten 39  Facet 6.1. Gerealiseerd niveau 39  Facet 6.2. Onderwijsrendement 40 
6.  OORDEELSCHEMA 43 
Algemene gegevens Naam van de instelling: Hanzehogeschool Groningen Naam van de opleiding: Mondzorgkunde Varianten van de opleiding: voltijd Locatie van de opleidingen: Groningen Naam VBI: Hobéon Certificering b.v. Datum visitatie: 1 oktober 2010 Datum adviesrapport: 3 december 2010 Beoordelingskader Het bij het onderzoek gehanteerde beoordelingskader is het ‘Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs Nederland’ (14 februari 2003). Samenstelling auditteam Het auditteam bestond uit de volgende personen: F.M. Brouwer, voorzitter van het auditteam, heeft binnen het hoger onderwijs ruime
ervaring op het terrein van kwaliteitszorg, is thans werkzaam als senior adviseur bij Hobéon.
N.A.M. Rosema, werkvelddeskundige, praktiserend mondhygiënist en onderzoeker bij de afdeling Parodontologie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), bezig met promoveren.
P. Koole-Kisman, werkveld- en vakdeskundige, jarenlang praktiserend mondhygiënist geweest, van 2000 tot 2006 voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Mondhygiënisten (NVM), docent aan de opleiding Mondzorgkunde Hogeschool Arnhem/Nijmegen.
H. Abdulla, vierdejaars student aan de opleiding Mondzorgkunde van Hogeschool INHolland, volgde hiervoor de opleiding voor tandartsassistente.
G.C. Versluis, secretaris en onderwijsdeskundige, adviseur Hobéon, voorheen leerkracht en teamleider speciaal basisonderwijs en senior beleidsmedewerker Welzijn&Onderwijs bij de gemeente Bodegraven.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 1
DEEL 1 1. MANAGEMENT SAMENVATTING 1.1. Integraal advies
Hobéon Certificering adviseert de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) de hbo- bacheloropleiding Mondzorgkunde, verzorgd door Hanzehogeschool Groningen, Croho nummer 34576 te accrediteren. Dit advies wordt in onderhavig rapport gefundeerd. 1.2. Samenvattende beoordeling Hobéon Certificering baseert het advies tot accreditatie van de opleiding Mondzorgkunde op de volgende overwegingen: Algemeen beeld Het auditteam is van oordeel, dat Hanzehogeschool Groningen met de opleiding Mondzorgkunde een mooie opleiding aanbiedt. Bijzonder zijn de nauwe samenwerking met de opleiding Tandheelkunde en het enthousiaste, inspirerende team en de professoren/tandartsen die binnen opleiding (gast)les geven, waarvan de studenten melden veel te leren. Ook de intensieve samenwerking met het lectoraat Transparante Zorgverlening is opmerkelijk. De samenwerking met Tandheelkunde is voorbeeldig uitgewerkt in het zogenoemde ‘teamconcept’, waarin studenten van de beide opleidingen in één team werken bij de behandeling van patiënten conform de adviezen van de commissie Linschoten. Dit is waardevol, omdat zij in de latere beroepspraktijk ook vaak samen moeten werken. Het auditteam heeft geconstateerd, dat de opleiding van Hanzehogeschool vergeleken met de andere opleidingen Mondzorgkunde met de invoering van het werken volgens het teamconcept het meest ver is. Het werken volgens het teamconcept start al in het tweede studiejaar van de opleiding Mondzorgkunde en tot het einde van hun studie werken de studenten van beide opleidingen verder veel samen in teams. Tevens vervult de studentenvereniging Archigenes een belangrijke rol voor de opleiding. Deze vereniging, waarvan veel studenten van beide opleidingen lid zijn, draagt duidelijk bij aan de sociale samenhang tussen de beide groepen studenten en is voor de opleiding het medium om contact te houden met alumni. Onderwerp Doelstellingen opleiding: voldoende Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. De volgende overwegingen hebben tot dat oordeel geleid. De opleiding baseert zich onder andere op het beroepsprofiel, dat door de Nederlandse Vereniging voor Mondhygiënisten (NVM) in 2007 is opgesteld en op de zestien competenties uit dit beroepsprofiel. In overleg met het werkveld heeft de opleiding een eigen opleidingsprofiel opgesteld met acht competenties, deelcompetenties en kwaliteitscriteria. Door studenten op te leiden die zelfstandig de complete zorg van jong tot oud kunnen uitvoeren in samenwerking met de andere beroepsgroepen heeft de opleiding ook duidelijk een eigen kleur. Deze breedheid spreekt het auditteam zeer aan. De opleiding heeft ook goed nagedacht over het bachelorniveau van de mondhygiënist en heeft op een prima wijze met behulp van de Dublin Descriptoren uitgewerkt hoe de studenten in de vijf leerlijnen volgens De Bie werken aan de vereiste kennis en vaardigheden.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 2
Alle facetten van onderwerp 1 (“Doelstellingen opleiding”) worden als goed beoordeeld voor deze opleiding, wat een kwalificatie ‘goed’ voor dit onderwerp rechtvaardigt. Dit wordt als ‘extra aantekening’ bij het oordeel toegevoegd1. Onderwerp Programma: voldoende Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. De volgende overwegingen hebben tot dat oordeel geleid. De opleiding biedt een goed, beroepsgericht programma dat er voor zorgt dat studenten de geformuleerde eindkwalificaties kunnen behalen. De opleiding heeft het curriculum opgebouwd volgens de vijf leerlijnen van De Bie en heeft vervolgens de beroepscompetenties Mondzorgkunde gekoppeld aan één of meerdere leerlijnen. De opleiding heeft er voor gezorgd dat alle betrokkenen precies weten aan welke competenties en leerdoelen de student in welk blok werkt en op welk niveau hij de competentie moet beheersen. Het programma sluit nauw aan bij de actuele ontwikkelingen in het nog altijd in beweging zijnde werkveld van de Mondhygiënist. Hierover heeft de opleiding geregeld contact met het werkveld. Dit werkveld is zowel vertegenwoordigd in de WerkveldAdviesCommissie (WAC) als in de docenten en tandartsen die meewerken in de kliniek en lesgeven binnen de opleiding. Daar waar nodig en/of gewenst past de opleiding het programma aan. Heel mooi is, dat recent de differentiaties Parodontologie en Ziekenhuis (weer) in het programma zijn opgenomen. In het binnen- en buitenschools programma krijgen de studenten volop de mogelijkheid kennis en vaardigheden te verwerven die zij nodig hebben in de beroepspraktijk van de Mondhygiënist. In het skillslab bijvoorbeeld oefenen zij hun klinische vaardigheden en via cases uit de praktijk werken ze aan praktijkgerelateerde opdrachten. De verschillende werkvormen die de opleiding gebruikt in het programma, zoals werkcolleges, projecten, patiëntbehandeling, sluiten aan bij de leerlijnen en zorgen ervoor dat de studenten de vereiste competenties kunnen ontwikkelen. Toegepast onderzoek neemt binnen deze opleiding een belangrijke plaats in. Studenten krijgen onderzoeksopdrachten en moeten wetenschappelijk bewijs zoeken voor hun bevindingen. Zo worden zij getraind argumenten aan te dragen voor de beste diagnostiek, diagnose en therapie. Dat vindt het auditteam sterk. De studenten krijgen met name in het Centrum Tandheelkunde en Mondzorgkunde (CTM), waar zij vanaf het tweede jaar participeren in de patiëntenzorg, veel mogelijkheden om in teamverband met de studenten Tandheelkunde hun beroepsvaardigheden te ontwikkelen. De opleiding toetst tot slot op een valide en betrouwbare manier tussentijds en aan het einde van de studie of de studenten de deelcompetenties en eindcompetenties hebben gerealiseerd. Ook hebben de docenten training gevolgd in het maken van toetsvragen en hebben zij met elkaar geoefend in het hanteren van de beoordelingslijsten. De toetscommissie en de jaarcoördinatoren spelen een belangrijke (controlerende) rol in de kwaliteitsborging van alle toetsen. De opleiding zorgt ervoor dat het programma studeerbaar is voor alle instromende studenten en dat de studielast evenwichtig is verdeeld.
1 Zie voor de beslisregels ‘extra aantekening’ bijlage IV
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 3
De opleiding heeft te maken met een relatief grote instroom mbo-4 studenten en met studenten die onvoldoende voorkennis hebben van wiskunde, biologie en scheikunde. De opleiding speelt daar adequaat op in o.a. via studiebegeleiding bij het leren-leren in het hbo en extra bijlessen microbiologie en scheikunde. Excellente studenten biedt de opleiding verschillende mogelijkheden zoals versnelling, een honoursprogramma en een doorstroomdifferentiatie. Onderwerp Inzet van personeel: voldoende Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. De volgende overwegingen hebben tot dat oordeel geleid. Alle docenten hebben nauwe contacten met de beroepspraktijk en blijken goed op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het veld van de mondhygiënisten en tandartsen. Nagenoeg alle docenten hebben in het (recente) verleden gewerkt als mondhygiënist of zijn nog parttime werkzaam in deze beroepspraktijk. Het werkveld is eveneens opleider en participeert in hoge mate in het klinisch onderwijs in het Centrum Tandheelkunde en Mondzorgkunde. Daarnaast krijgen de studenten les en begeleiding van tandartsen. De opleiding beschikt over een zeer gunstige docent/student ratio van 1:10 die mogelijk is door extra financiering van de overheid in verband met de klinische component. Dit komt vooral het werken in kleine groepen en het werken in de kliniek ten goede. De docenten zijn tevreden over hun werk en de tijd die zij daarvoor krijgen en de studenten zijn zeer tevreden over de bereikbaarheid van hun docenten. Het docententeam vertegenwoordigt het juiste niveau om de 4 jarige bacheloropleiding te verzorgen. Het hoofd van de opleiding houdt daar onder andere via de functionerings- en beoordelingsgesprekken goed zicht op. De laatste jaren hebben de docenten veel gedaan aan nascholing/opscholing. Kennisdeling, actuele ontwikkelingen en het werken volgens het teamconcept staan geregeld op de agenda. Met de docenten van de opleiding Tandheelkunde houdt de opleiding regelmatig stafdagen. Studenten zijn zeer tevreden over de inhoudelijke deskundigheid en de didactische kwaliteiten van de docenten. Alle facetten van onderwerp 3 (“Inzet van personeel”) worden als goed beoordeeld voor deze opleiding, wat een kwalificatie ‘goed’ voor dit onderwerp rechtvaardigt. Dit wordt als ‘extra aantekening’ bij het oordeel toegevoegd. Onderwerp Voorzieningen: voldoende Het oordeel van het auditteam over beide facetten van dit onderwerp is positief. De volgende overwegingen hebben tot dat oordeel geleid. De ruimtelijke en materiële voorzieningen voor het binnenschools programma zijn prima in orde. Voor het raadplegen van literatuur en databanken kunnen de studenten terecht bij de bibliotheken van Hanzehogeschool Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen. Mooi is dat studenten altijd fulltext artikelen kunnen krijgen, wat met name voor het doen van onderzoek belangrijk is. De voorzieningen voor het praktisch onderwijs, het skillslab en de units voor het behandelen van de patiënten in het Centrum Tandheelkunde en Mondzorgkunde, vindt het auditteam uitstekend. Studenten en docenten zijn ook zeer tevreden over de faciliteiten van deze opleiding. De studiebegeleiding en informatievoorziening zijn in orde en verlopen naar wens van de studenten. Wel hebben de studenten moeite met de vele reflectieopdrachten in de studieloopbaanbegeleidings (SLB)-lijn. De opleiding zou hierin meer kunnen differentiëren naar zwakkere en betere studenten.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 4
Dat de opleiding sinds 2009 ook veel aandacht besteedt aan studenten die vertraging oplopen in hun studie door hen extra te begeleiden, acht het auditteam adequaat. Één facet van onderwerp 4 (“Voorzieningen”) wordt als goed beoordeeld voor deze opleiding. Omdat de studenten op de opdrachten bij SLB na tevreden zijn over de studiebegeleiding en de informatievoorziening en studenten en docenten uitermate tevreden zijn over de materiële voorzieningen, rechtvaardigt dit voor het auditteam een kwalificatie ‘goed’ voor dit onderwerp. Dit wordt als ‘extra aantekening’ bij het oordeel toegevoegd. Onderwerp Interne Kwaliteitszorg: voldoende Het oordeel van het auditteam over alle facetten van dit onderwerp is positief. De volgende overwegingen hebben tot dat oordeel geleid. De opleiding beschikt over een werkend mechanisme voor kwaliteitszorg. De verschillende instrumenten voor het evalueren onder studenten, personeel, alumni en werkveld zet de opleiding zoals het hoort regelmatig in. Het auditteam heeft gezien, dat de opleiding zeer verbeteringsgericht is en dat er in de afgelopen jaren belangrijke verbeteringen zijn doorgevoerd. Door op de digitale site Nestor een standaard tabel te plaatsen met verbeterpunten en acties, informeert de opleiding de studenten nu over haar verbeterbeleid. Met alle betrokkenen bij de opleiding overlegt de opleiding regelmatig over de kwaliteit van de opleiding. Zoals al hierboven is vermeld vervult de studentenvereniging Archigenes binnen de opleiding een bijzondere rol. Twee facetten van onderwerp 5 (“Interne Kwaliteitszorg”) worden als goed beoordeeld voor deze opleiding, wat een kwalificatie ‘goed’ voor dit onderwerp rechtvaardigt. Dit wordt als ‘extra aantekening’ bij het oordeel toegevoegd. Onderwerp Resultaten: voldoende Het oordeel van het auditteam over beide facetten van dit onderwerp is positief. De volgende overwegingen hebben tot dat oordeel geleid. De opleiding toetst op een heldere en betrouwbare wijze aan de hand van verschillende onderdelen of de student zijn eindcompetenties op minimaal niveau 3 heeft gerealiseerd. In de eindscripties laten de studenten zien, dat zij op hbo niveau praktijkgericht onderzoek kunnen uitvoeren, op basis daarvan conclusies kunnen trekken en daarover een prima onderzoeksrapport op kunnen stellen. De rendementscijfers zijn laag. De opleiding werkt er onder andere door extra begeleiding en decentrale selectie echter hard aan waar dat mogelijk is de rendementen te verhogen. Eén facet van onderwerp 6 (“Resultaten”) wordt als goed beoordeeld voor deze opleiding. Het feit, dat het auditteam zeer te spreken is over het gerealiseerde niveau van de studenten en het feit, dat de opleiding aantoonbaar werkt aan het verhogen van de rendementen, rechtvaardigt voor het auditteam een kwalificatie ‘goed’ voor dit onderwerp. Dit wordt als ‘extra aantekening’ bij het oordeel toegevoegd.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 5
2. INLEIDING Functie van het rapport Het onderhavige rapport bevat het advies aan de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) dat door Hobéon Certificering als Visiterende en Beoordelende Instantie is opgesteld ten behoeve van de accreditatie van de hbo bacheloropleiding Mondzorgkunde, verzorgd door Hanzehogeschool Groningen, Croho nummer 34576. De opleiding wordt aangeboden als voltijdopleiding. De basis voor het onderzoek van Hobéon Certificering werd gevormd door de Management Review en de daarbij behorende onderliggende documenten. Het bij het onderzoek gehanteerde beoordelingskader is geweest Hobéon Beoordelingskader versie 2009. De audit De audit heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2010. Het programma van de audit is opgenomen in Bijlage I. Het auditteam werd gevormd door F.M. Brouwer, N.A.M. Rosema, P. Koole-Kisman, H. Abdulla en G.C. Versluis. De in dit team aanwezige expertise is in onderstaand schema zichtbaar.
werkveld vak / discipline
x x
x
x x x
x
x x
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 6
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 7
3. KARAKTERISTIEK VAN DE OPLEIDING De opleiding Mondzorgkunde maakt deel uit van de Academie voor Gezondheidstudies (AvG). De AvG is een van de Schools van Hanzehogeschool en heeft in 2010 ongeveer 2750 studenten en 220 personeelsleden. De academie omvat zes bacheloropleidingen en twee master opleidingen. De opleiding Mondzorgkunde is gehuisvest in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Reden hiervoor is de samenwerking met de opleiding Tandheelkunde. Beide opleidingen participeren/ werken samen in het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde (CTM), dat bestaat sinds 1995. Mondzorgkunde is ooit als tweejarige opleiding van start gegaan. Via een driejarige variant, die startte in 1995, biedt de opleiding sinds 2002-2003 een vierjarig bachelorprogramma aan. Opleidingsprofiel De opleiding heeft in 2010 het document ‘Beroepscompetenties Mondzorgkunde Groningen’ opgesteld, dat is gebaseerd op de zestien competenties uit het beroepsprofiel van de Nederlandse Vereniging voor Mondhygiënisten (NVM). Het Groningse profiel kenmerkt zich door mondhygiënisten op te leiden die zelfstandig de complete zorg van jong tot oud kunnen uitvoeren in samenwerking met andere beroepsgroepen. Dit oefenen de studenten volgens het principe van het teamconcept (zie hierover onder het kopje ‘programma’.). Beroepenveld Afgestudeerden van de opleiding Mondzorgkunde kunnen als mondhygiënist aan het werk in een gecombineerde praktijk met Tandartsen en Mondhygiënisten, of kunnen een eigen praktijk starten. Het beroepenveld van de mondhygiënist is nog steeds in beweging. Zo zijn in 2006 de toegestane handelingen van de mondhygiënist wettelijk verruimd en mogen mondhygiënisten nu ook in bepaalde situaties boren en vullen. Daarnaast hebben de mondhygiënisten te maken met bijzondere zorggroepen (kinderen, ouderen en nieuwe Nederlanders). Programma De opleiding heeft een major-minor structuur. De major omvat 210 EC en de minor 30 EC. Studenten hebben conform het beleid van Hanzehogeschool gedurende de vier studiejaren minimaal 45 EC keuzeruimte in hun onderwijsprogramma. Elke vrije keuze module is 3 EC. In het tweede semester van studiejaar 4 kunnen studenten in de minorruimte een differentiatie van 30 EC of een minor van 30 EC volgen. Excellente studenten kunnen vanaf 2010-2011 een apart honours programma ‘Health Ageing’ van 30 EC’s volgen naast het reguliere onderwijsprogramma. Ook kunnen zij de keuze maken deel te nemen aan onderzoek binnen het lectoraat Transparante Zorgverlening. Vanaf 2011- 2012 krijgen excellente studenten tevens de mogelijkheid om het bachelorprogramma in drie jaar te doorlopen. Teamconcept In het CMT leren de studenten te werken volgens het principe van het teamconcept. In de juniorfase leren studenten Mondzorgkunde patiënten te behandelen op doorverwijzing van studenten Tandheelkunde en Mondzorgkunde uit de teams. In de daaropvolgende jaren leert de student steeds zelfstandiger te werken, te diagnosticeren, zorgplannen op te stellen en samen te werken met andere disciplines binnen de kliniek in een multidisciplinair team. Onderzoeksomgeving Binnen het Kenniscentrum Care, Rehabilitatie, Educatie en Sport (CaRES) is onder andere het lectoraat Transparante Zorgverlening actief. Dit lectoraat houdt zich vanaf september 2002 bezig met onderzoeks- en innovatie projecten in de Gezondheidszorg in samenwerking met het werkveld en andere kennisinstellingen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 8
Vanaf september 2008 is er een tweede lector verbonden aan dit lectoraat. Hij is onder andere trekker van het innovatieprogramma Healthy Ageing. Drie promovendi en één senior onderzoeker van de opleiding Mondzorgkunde participeren in het lectoraat. International referentie Internationale contacten heeft de opleiding o.a. met Zweden, Finland en de Verenigde Staten. Op dit moment heeft de opleiding ook contact met Yogyakarta waar naast de bestaande opleiding Tandheelkunde nu ook een opleiding Mondzorgkunde van start zal gaan. Omdat de beroepspraktijk van de mondhygiënist in veel landen anders is ingevuld of zelfs niet bestaat, wisselt de opleiding (nog) maar met een beperkt aantal landen ervaringen uit. In het vierde jaar krijgen studenten wel de mogelijkheid naar het buitenland te gaan voor een stage of de minor International Allied Health. Studentenpopulatie De opleiding hanteert een numerus fixus van 55 studenten. Studenten komen veelal vanuit het mbo en het havo. De verhouding tussen de aantallen uit beide vooropleidingen verschilt per cohort. Met ingang van 2010-2011 heeft de opleiding toestemming gekregen maximaal 27 studenten te selecteren via decentrale selectie, zodat de opleiding zich meer kan richten op ambitieuze studenten. Daarmee hoopt de opleiding het rendement te verhogen. Aspirant studenten kunnen zich aanmelden voor deze selectie. Via een intakeprocedure bepaalt de opleiding aan de hand van een aantal criteria wie toegelaten wordt. Studenten die met een acht of hoger de wettelijke vooropleiding hebben afgerond worden (wettelijk) zonder loting toegelaten. Dit aantal studenten moet de opleiding aftrekken van de decentraal te selecteren studenten. De opleiding zal de decentraal geselecteerde studenten gedurende hun opleiding volgen en kijken of deze studenten meer succes hebben in hun studie en of de uitval onder hen minder hoog is. In het studiejaar 2010-2011 volgen ongeveer 160 studenten de opleiding Mondzorgkunde.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 9
4. VORIGE ACCREDITATIE De opleiding Mondzorgkunde is in 2004 beoordeeld door de NQA en in 2005 geaccrediteerd door de NVAO. Het auditteam hecht er aan om op te merken dat het oordeel over de verschillende facetten van het accreditatiekader kan afwijken van het oordeel in 2004 van de NQA. De NQA hanteert het oordeel ‘goed’ als standaardwaarde; voor Hobéon is ‘voldoende’ de standaardwaarde en impliceert een oordeel ‘goed’ dat de opleiding uitstijgt boven wat inmiddels in het hbo de gangbare praktijk is. In die zin legt Hobéon de lat hoger. Een vergelijking van het aantal keren dat de oordelen ‘voldoende’ en ‘goed’ gescoord is in het rapport van de NQA uit 2004 en het voorliggende rapport van Hobéon, dient met dit verschil dan ook rekening te houden. Het panel van de NQA gaf als totaal oordeel een voldoende/goed voor de opleiding. De drie facetten van het onderwerp ‘Doelstellingen’, de kwantiteit van het personeel en de materiële voorzieningen beoordeelde het panel met een goed. Alle andere facetten kregen het oordeel voldoende. Ten tijde van de vorige visitatie werkte de opleiding in het eerste en tweede studiejaar al volgens het vierjarig programma, maar waren er ook nog studenten bezig in het driejarig curriculum. Het panel noemde o.a. de volgende aandachtspunten/verbeterpunten: In het programma meer aandacht voor orthodontie, parodontologie en
kindertandheelkunde; Betere bereikbaarheid van docenten en afstemming van de roosters van studenten
Mondzorgkunde en Tandheelkunde; Bij het personeel zijn lacunes bij studieloopbaanbegeleiding, coaching van studenten en het
beheersen van restauratieve handelingen, die opgelost moeten worden; De opleiding moet wat doen aan de afnemende tevredenheid van de studenten over de
SLB nieuwe stijl vanwege het beslag dat de opdrachten legt op de studielast; De uitvoering van kleinschalige verbeteringen vastleggen om te bereiken resultaten te
borgen; In de Werkveldadviescommissie ook een vertegenwoordiging van Tandartsen opnemen; De toetsvormen voor het nieuwe vierjarige programma ook in het derde en vierde
studiejaar implementeren. Sinds 2004 heeft de opleiding verder gewerkt aan het verbeteren van de opleiding. Ook naar aanleiding van de interne audits in 2006 en 2009 heeft de opleiding maatregelen getroffen. Zo heeft de opleiding het vierjarig bachelorprogramma verder ingevoerd in alle studiejaren, zijn orthodontie, parodontologie en kindertandheelkunde opgenomen in het programma en heeft het personeel nascholing gevolgd o.a. op het terrein van klinisch boren en prepareren, Evidence Based Practice (EBP) en didactiek. Ook is het beoogde eindniveau in samenspraak met het werkveld opnieuw vastgesteld en zijn de toetsen verder verbeterd. Het auditteam is van oordeel, dat de opleiding zich sinds 2004 flink heeft ontwikkeld en is daar heel positief over. De opleiding heeft laten zien, dat zij van de driejarige opleiding een uitstekende vierjarige bacheloropleiding heeft gemaakt. Dit wordt zichtbaar in het niveau van de oordelen van het auditteam in 2010. In onderliggend rapport is bij de verschillende facetten beschreven welke maatregelen de opleiding heeft genomen of gaat nemen om de opleiding nog beter en/of sterker te maken en wat het oordeel daarover is van het auditteam.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 10
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 11
DEEL 2 5. ONDERWERPEN EN FACETTEN NVAO-ACCREDITATIEKADER 1. Doelstellingen opleiding Facet 1.1. Domeinspecifieke eisen De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de eisen die door
(buitenlandse) vakgenoten en de beroepspraktijk gesteld worden aan een opleiding in het betreffende domein (vakgebied/discipline en/of beroepspraktijk)
Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Beroepsprofiel De opleiding baseert zich voor de eindkwalificaties en de inrichting van het curriculum op de notitie ‘Contouren van een opleiding Mondhygiëne nieuwe stijl’ (2003), ‘Het toetscriteriaboekje’ (2004), de kaders die de overheid stelt in de wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG), ‘Wijzigingsbesluit Opleiding en deskundigheidsgebied Mondhygiënist’ (2006) en het beroepsprofiel, dat door de Nederlandse Vereniging voor Mondhygiënisten (NVM) in 2007 is opgesteld. Opleidingsprofiel De opleiding heeft in 2010 het document ‘Beroepscompetenties Mondzorgkunde Groningen’ opgesteld. Hierbij zijn de zestien competenties uit het beroepsprofiel van de NVM uit 2007 geclusterd tot acht competenties met deelcompetenties en kwaliteitscriteria verdeeld over drie competentiegebieden: Competentiegebied Beroepscompetenties
Mondzorgkunde 2010
1. (Zorg)vraag verhelderen en vervolg bepalen 2. Gegevens verzamelen uit interview/ anamnese 3. Gegevens verzamelen uit onderzoek 4. Gegevens analyseren en interpreteren
1. Gegevens verzamelen analyseren en interpreteren
5. Probleem definiëren, diagnosticeren 6. Zorgplan voorbereiden en opstellen 2. Zorgplan opstellen en
behandelingen uitvoeren 8. Behandelen
3. Gedrag beïnvloeden 7. Gedrag beïnvloeden 9. Proces evalueren 4. Proces en product evalueren 10. Product evalueren
I Werken met en voor cliënten (patiënten)
11. Rapporteren 12. Overleggen II Werken in en voor
een organisatie 5. Overleggen en bedrijfsvoering
13. Bedrijfsvoering, operationeel, tactisch, strategisch
6. Beroepshouding ontwikkelen 14. Beroepshouding ontwikkelen (professionele vorming)
7. Intercollegiaal toetsen 15. Intercollegiale toetsing
III Werken aan professionalisering
8. Toegepast onderzoek/ innoveren
16. Toegepast onderzoek uitvoeren
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 12
De opleiding heeft de beroepscompetenties uitgewerkt naar vijf niveaus: 1. oriënterend; 2. toepassend; 3. meewerkend; 4. integrerend binnen de beroepspraktijk; 5. integrerend beroepspraktijkoverstijgend. Niveau 3 correspondeert met het eindniveau van de major van de opleiding. De student kan enkele beroepscompetenties op niveau 4 of 5 behalen met een afstudeerscriptie op uitzonderlijk hoog niveau of een honoursprogramma. Zie verder hierover onder onderwerp 2 ‘Programma’. Zoals al in de inleiding is beschreven kenmerkt het Groningse profiel zich door mondhygiënisten op te leiden die zelfstandig de complete zorg van jong tot oud kunnen uitvoeren in samenwerking met de andere beroepsgroepen. Deze breedheid in het profiel spreekt het auditteam zeer aan. Dat de studenten al gedurende de opleiding volgens het principe van het teamconcept leren samenwerken met die andere beroepsgroepen, vindt het auditteam heel sterk. Onderzoekscompetenties Zoals al uit bovenstaand schema blijkt behoort (toegepast) onderzoek doen ten behoeve van bijvoorbeeld een zorgplan, een gedragsverandering of innovatie tot de competenties die een afgestudeerd mondhygiënist moet beheersen. Tijdens de audit heeft het auditteam kunnen vaststellen dat de opleiding nauw samenwerkt met het lectoraat Transparante Zorgverlening en dit lectoraat ook benut voor het actueel houden van de eindkwalificaties op het gebied van wetenschappelijke vorming. Daar zorgen o.a. de drie promovendi van de opleiding die binnen dit lectoraat actief zijn voor. Op dit moment loopt er een promotieonderzoek naar het takenpakket van de mondhygiënist en het vermogen om een behandelplan te maken. Gegevens uit dit promotieonderzoek zal de opleiding gebruiken om eventueel de eindkwalificaties aan te passen. Wijze van totstandkoming en validatie door het beroepenveld Het auditteam heeft tijdens de audit kunnen constateren dat de opleiding nauw contact onderhoudt met het landelijke en regionale werkveld. In die overleggen besteedt de opleiding ook veel aandacht aan het profiel van de mondhygiënist. De inhoud van het beroepsprofiel van 2007 is breed binnen de NVM getoetst door vertegenwoordigers van de verschillende werkvelden en geledingen die de vereniging kent. Voorts is de tekst voorgelegd aan de Algemene Ledenvergadering en vastgesteld. De opleiding MZK heeft samen met de opleiding Tandheelkunde van de RUG een Werkveldadviescommissie (WAC) bestaande uit tandartsen, mondhygiënisten en een lid van de NVM die de opleiding adviseert over diverse opleidingszaken. Uit het gesprek met vertegenwoordigers vanuit het werkveld en uit de verslagen van de WAC blijkt dat de opleiding met hen spreekt over de wezenlijke zaken die in het werkveld spelen, zoals aandacht voor het werken met bijzondere zorggroepen en het samenwerken met tandartsen. Overleg met vakgenoten Ook met de vakgenoten heeft de opleiding geregeld overleg. In het overleg Landelijke Opleidingen Mondzorgkunde (LOM) werkt de opleiding samen met de andere opleidingen aan een Nationaal Transcript dat de basis moet vormen voor de in 2011-2012 te actualiseren Body of Knowledge and Skills. Op de jaarlijkse docentendag van de NVM zal de opleiding MZK van Hanzehogeschool de set van beroepscompetenties MZK 2010 presenteren met de bedoeling een bijdrage te leveren aan eenduidig opleiden van mondhygiënisten.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 13
Internationale referentie Het ligt in de bedoeling om samen met de NVM de beroepscompetenties MZK 2010 ook internationaal te toetsen. De kwaliteit van de mondzorg verschilt zeer per land en niet in alle landen is er sprake van taakherschikking tussen tandarts en mondhygiënist met bijbehorende wetgeving zoals in Nederland. Met een aantal Europese landen is er wel een vergelijking te maken die interessant kan zijn, zoals Finland en Zweden. De beginnende beroepsbeoefenaar Uit de HBO-monitor 2008 blijkt dat de alumni vinden dat de opleiding Mondzorgkunde een goede basis biedt om te starten op de arbeidsmarkt en de competenties verder te ontwikkelen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 14
Facet 1.2. Niveau: bachelor De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij algemene, internationaal
geaccepteerde beschrijvingen van de kwalificaties van een bachelor Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Het auditteam heeft geconstateerd, dat de opleiding goed heeft nagedacht over het bachelor niveau van de mondhygiënist. De opleiding heeft de ambitie beter dan gemiddelde mondhygiënisten op te leiden en is daar zichtbaar mee bezig. Mooi is dat er binnen de opleiding ook ruimte is voor excellentie o.a. via een honoursprogramma en de mogelijkheid te versnellen. (Zie daarvoor onderwerp 2 ‘Programma’.) De opleiding heeft een vergelijking gemaakt tussen de beroepscompetenties en de Dublin Descriptoren en op een prima wijze uitgewerkt hoe de studenten in de vijf leerlijnen volgens De Bie werken aan de vereiste kennis en vaardigheden. Daarmee toont de opleiding aan dat de eindkwalificaties aansluiten bij kwalificaties van een bachelor. Enkele voorbeelden van de vergelijking die de opleiding maakt tussen de beroepscompetenties en de Dublin Descriptoren: Beroepscompetenties Omschrijving met behulp van de Dublin Descriptoren gegevens verzamelen, analyseren en interpreteren
Toepassen van kennis/inzicht, oordeelsvorming en communicatie over diagnostiek en prognose van onder andere parodontale aandoeningen en cariëslaesies. Oordeelsvorming met gebruik van wetenschappelijke kennis om gegevens te interpreteren en te komen tot diagnosen.
Gebruik van richtlijnen en wetenschappelijke kennis. Communicatie door middel van presentaties.
Gedrag beïnvloeden Toepassen van kennis/inzicht, oordeelsvorming en communicatie over menselijke gedragsverandering ten aanzien van mondhygiëne, over een effectieve strategie om een blijvende verandering in gedrag te bewerkstelligen.
Toepassen van kennis/inzicht, oordeelsvorming en communicatie in een individueel-/groeps- instructie/voorlichtings traject
Beroepshouding ontwikkelen
Communicatie over expliciete visie op het beroep en beroepsgroep
Ethische- en juridische oordeelsvorming over patiënten casuïstiek en diverse beroepsvraagstukken.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 15
Facet 1.3. Oriëntatie hbo De eindkwalificaties van de opleiding zijn mede ontleend aan de door (of in
samenspraak met) het relevante beroepenveld opgestelde beroepsprofielen en/of beroepscompetenties o Een hbo-bachelor heeft de kwalificaties voor het niveau van beginnend
beroepsbeoefenaar in een specifiek beroep of samenhangend spectrum van beroepen waarvoor een hbo-opleiding vereist is of dienstig is
Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op de overweging, dat de in facet 1.3 benoemde aspecten volledig in facet 1.1 aan de orde zijn geweest en het oordeel derhalve identiek is.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 16
2. Programma Facet 2.1. Eisen hbo Kennisontwikkeling van studenten vindt plaats via vakliteratuur, aan de
beroepspraktijk ontleend studiemateriaal en via interactie met de beroepspraktijk en/of (toegepast) onderzoek
Het programma heeft aantoonbare verbanden met actuele ontwikkelingen in het vakgebied / de discipline
Het programma waarborgt de ontwikkeling van beroepsvaardigheden en heeft aantoonbare verbanden met de actuele beroepspraktijk
Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Kennisontwikkeling Het auditteam heeft geconstateerd dat kennisontwikkeling onder andere plaatsvindt via vakliteratuur, materiaal uit de beroepspraktijk en toegepast onderzoek. Vakliteratuur Bij de start van elk studiejaar ontvangt de student een literatuurlijst met boeken over o.a. anatomie en fysiologie, gezondheid en ziekte, mondzorg, (kinder)tandheelkunde en pathologie. Sterk van deze opleiding vindt het auditteam, dat er op de lijst voor elk studiejaar ook Engelstalige boeken voorkomen. Studenten, die moeite hebben met het lezen van Engels krijgen daarbij extra begeleiding van hun studieloopbaanbegeleider. Dat de studenten o.a. in de lessen wetenschappelijke vorming wetenschappelijke artikelen moeten bestuderen en beoordelen, vindt het auditteam ook heel belangrijk voor de ontwikkeling van de studenten. Materiaal uit de beroepspraktijk Het auditteam is positief over het feit, dat het programma van de opleiding Mondzorgkunde zich sterk richt op wat er gebeurt in de actuele praktijk van de mondhygiënist. De opleiding maakt veelvuldig gebruik van contextgebonden leren in de vorm van Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO). In het skillslab bijvoorbeeld oefenen de studenten hun vaardigheden, tijdens projectonderwijs ontwikkelen studenten een beroepsproduct en aan de hand van cases oriënteren de studenten zich op problemen bij patiënten. Interactie met de beroepspraktijk Interactie met de beroepspraktijk vindt op een heel mooie manier plaats in het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde (CTM). Het CTM met zijn voorzieningen is een omgeving waarin de student Mondzorgkunde vanaf de start van de opleiding de beroepsuitoefening van mondhygiënist en tandarts van zeer dichtbij ziet, vaardigheden oefent, patiënten leert behandelen en leert samenwerken volgens het ‘teamconcept’ in een team met studenten Tandheelkunde. De studenten lopen ook nog drie maal een korte stage buiten de kliniek. Het auditteam is over de mogelijkheden in het CTM heel enthousiast, maar vindt de invulling van de externe stages wat mager. Studenten lopen bijvoorbeeld in het derde jaar 24 dagen extern stage. Ook de studenten die het auditteam sprak wensten meer ruimte voor externe stages en een efficiëntere organisatie door de stage hele dagen te roosteren in plaats van halve dagen. Het auditteam constateert, dat de studenten ook in het binnenschools programma regelmatig in contact komen met de beroepspraktijk, doordat zij onder meer les krijgen van docenten, die ook nog werkzaam zijn in de beroepspraktijk, van tandartsen uit de kliniek en van gastdocenten met bijzondere expertise.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 17
Toegepast onderzoek Het auditteam heeft geconstateerd, dat toegepast onderzoek binnen deze opleiding een belangrijke plaats inneemt in het programma. Dit gebeurt o.a. tijdens de lessen Wetenschappelijke vorming, waarin de studenten met behulp van studieopdrachten in het PGO wetenschappelijk bewijs moeten zoeken voor hun bevindingen. Zo worden zij getraind om ook later argumenten aan te kunnen dragen voor de beste diagnostiek, diagnose en therapie. Dat de opleiding de studenten dat expliciet laat oefenen, vindt het auditteam sterk. Ook bij het afstuderen moeten de studenten toegepast onderzoek doen. Ze werken dan in tweetallen en indien gewenst alleen aan een afstudeeronderzoek en worden individueel beoordeeld. Ook bij het afstudeeronderzoek stelt de opleiding als doel dat studenten leren kritisch te denken, te interpreteren en toe te passen. Onder andere het lectoraat Transparante Zorgverlening, de kenniskring en de onderzoeksgroep met daarin drie docenten Mondzorgkunde die aan het promoveren zijn, spelen een belangrijke en ondersteunende rol bij het doen van toegepast onderzoek. Studenten kunnen bij hun afstudeeronderzoek ook participeren in de promotietrajecten. Dat acht het auditteam een mooie kans voor studenten.
Actualiteit van het programma De opleiding zorgt er goed voor dat de inhoud van het programma actueel is en aansluit bij de actualiteit van de beroepsuitoefening. Toen de toegestane handelingen van de mondhygiënist wettelijke werden verruimd, heeft de opleiding onderwerpen als orthodontie, parodontologie, cariologie en restaureren in het programma verder uitgebreid. Ook sluit het programma duidelijk aan bij de landelijke aandacht voor bijzondere zorggroepen (kinderen, ouderen, nieuwe Nederlanders). Deze onderwerpen hebben een plaats gekregen in studiejaar 3. Met het werkveld, waaronder de WAC, spreekt de opleiding regelmatig over actuele ontwikkelingen in het veld. Dat de opleiding ook inspeelt op behoeften vanuit het veld blijkt o.a. uit de toegenomen aandacht voor parodontologie in het programma en de differentiatie ‘ziekenhuis’. International referentie Internationale contacten heeft de opleiding o.a. met Zweden, Finland en de Verenigde Staten. Omdat de beroepspraktijk van de mondhygiënist in veel landen anders is ingevuld of zelfs niet bestaat, is internationale uitwisseling lastig. Het auditteam vindt het prima, dat de opleiding de studenten in het vierde jaar wel de mogelijkheid biedt ervaringen op te doen in het buitenland door uitwisseling, stage en de minor International Allied Health. Ongeveer 2 à 3 studenten per jaar maken daarvan ook gebruik, waarbij de opleiding toeziet op het niveau van de activiteiten die de student uit gaat voeren. Het auditteam vindt het daarnaast belangrijk, dat de opleiding in het programma meer dan ze nu doet, stil staat bij het functioneren van het beroep van mondhygiënist in andere landen. De opleiding Mondzorgkunde is op dit moment al bezig met het opzetten en uitbreiden van haar internationale contacten, o.a. met Yogyakarta waar naast de bestaande opleiding. Tandheelkunde nu ook een opleiding Mondzorgkunde van start zal gaan. Met dit project biedt de opleiding naar de mening van het auditteam in de nabije toekomst een mooie gelegenheid voor uitwisseling van docenten en studenten. Beroepsvaardigheden Het auditteam is van mening, dat de studenten veel mogelijkheden krijgen om hun beroepsvaardigheden te ontwikkelen. Heel mooi gebeurt dat in het CTM, waar de student vanaf het tweede jaar participeert in de patiëntenzorg. In de juniorfase leren de studenten te behandelen op doorverwijzing van andere teamleden. In de teamfase behandelen zij zelfstandig patiënten die in de kliniek komen. Oordeel studenten Uit het Studenttevredenheidsonderzoek 2009 en de blokevaluaties blijkt dat studenten vinden dat ze voldoende worden voorbereid op de praktijk.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 18
Facet 2.2. Relatie tussen doelstellingen en inhoud programma Het programma is een adequate concretisering van de eindkwalificaties qua
niveau, oriëntatie en domeinspecifieke eisen De eindkwalificaties zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen van)
het programma De inhoud van het programma biedt de studenten de mogelijkheid om de
geformuleerde eindkwalificaties te bereiken Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Concretisering eindkwalificaties Het auditteam heeft gezien, dat de opleiding de beroepscompetenties heeft geconcretiseerd in deelcompetenties en daar kwaliteitscriteria aan heeft toegekend. De opleiding heeft het curriculum opgebouwd aan de hand van de vijf leerlijnen van De Bie en heeft vervolgens de beroepscompetenties toegewezen aan één of meer leerlijnen. Zo komen bijvoorbeeld in de conceptuele leerlijn met name de (deel)competenties aan bod die te maken hebben met cognitieve vaardigheden, theorieverwerving en concepten en moeten de studenten in de praktijklijn het geleerde verder toepassen en ontwikkelen in de kliniek. Het auditteam vindt het mooi te merken, dat de opleiding expliciet nadenkt hoe zij via het programma studenten kan opleidingen tot beter dan gemiddelde mondhygiënisten. Vertaling van de eindkwalificaties naar niveaus en leerdoelen De opleiding gaat voor de competenties die een bachelor mondhygiënist moet beheersen uit van drie niveaus: oriënterend, toepassend en meewerkend. In een schematisch overzicht heeft de opleiding duidelijk vastgelegd aan welke competenties en leerdoelen de student in welk blok werkt en op welk niveau hij de competentie moet beheersen. Studenten zijn ook goed op de hoogte wat zij uiteindelijk moeten kunnen. Gedurende de opleiding krijgen zij daar steeds beter zicht op, zo vertelden de studenten die het auditteam sprak. Het clusteren van de zestien competenties naar acht competenties is daarvoor ook goed geweest. Hoe zij werken aan de verschillende competenties beschrijven ze in hun portfolio. Zoals al in de inleiding is vermeld bestaat de opleiding uit een majordeel van 210 EC en een minordeel van 30 EC. Niveau 3 is het eindniveau van de major van de bacheloropleiding Mondzorgkunde. Binnen de opleiding is echter ook ruimte voor excellente studenten die o.a. via een honours programma of afstudeerscriptie ook kunnen toewerken naar niveau 4 of 5. In het minordeel, dat in de tweede helft van het vierde studiejaar plaatsvindt kan de student kiezen uit een minor of een differentiatie. Het auditteam, maar ook de studenten en het werkveld zijn zeer te spreken over het brede palet van differentiaties dat de opleiding aanbiedt. Zo biedt alleen de opleiding in Groningen de differentiatie ‘orthodontie’ aan. Mogelijkheid de geformuleerde eindkwalificaties te behalen Het auditteam concludeert dat studenten wanneer zij het hele programma hebben doorlopen, de geformuleerde beroepscompetenties op minimaal niveau 3 kunnen beheersen. Het werken in een team volgens het teamconcept met de studenten tandheelkunde is daarbij een prachtige manier voor de studenten om zich goed te ontwikkelen. Wel betreurt het auditteam het dat de studenten niet betrokken zijn bij de eerste screening van de patiënten die zich aanmelden bij de kliniek. Die screening is voorbehouden aan de opleiding tandheelkunde. Mondhygiënisten moeten echter mensen die zich direct bij hen aanmelden ook zelf kunnen screenen. Dat vinden de vertegenwoordigers van het werkveld die het auditteam sprak ook. Het auditteam beveelt de opleiding aan het gesprek met de opleiding Tandheelkunde hierover opnieuw te openen. Dat studenten een goed niveau kunnen halen blijkt ook uit het feit, dat excellente studenten na de studie door kunnen stromen naar de universitaire Master Tandheelkunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 19
Deze studenten volgen in het laatste jaar van de studie de differentiatie ‘Tandheelkunde’ en stromen vervolgens door via een schakeljaar naar de masteropleiding. Oordeel studenten In de verschillende studenttevredenheidsonderzoeken blijkt dat studenten tevreden zijn over de inhoud van het programma en het studiemateriaal. De studenten die het auditteam sprak, voelen zich capabel om na deze opleiding zelfstandig aan de slag te gaan. Ook waren zij zeer tevreden over de samenwerking met tandheelkunde in de kliniek. Dat onderdeel moest beslist in de opleiding blijven. Oordeel alumni/werkveld Uit een gecombineerd alumni en werkgevers onderzoek Mondzorgkunde (2009) en uit het gesprek tijdens de audit met alumni en vertegenwoordigers van het werkveld kwam naar voren, dat zij tevreden zijn over het programma. ‘Je krijgt voldoende bagage mee’, aldus een van de leden van het werkveld. Ook het teamconcept, waarin je als student daadwerkelijk leert samen te werken, vinden de alumni en de vertegenwoordigers van het werkveld zeer waardevol.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 20
Facet 2.3. Samenhang programma Het studieprogramma is inhoudelijk samenhangend
Oordeel: voldoende Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Horizontale en verticale samenhang Uit de programmabeschrijvingen blijkt, dat de inhoudelijke samenhang in orde is. De opleiding heeft deze samenhang o.a. uitgewerkt via de leerlijnen. Daarin neemt het integrale leren toe en neemt het conceptuele leren waarmee de opleiding in het eerste studiejaar start, geleidelijk af. Ook werken de studenten in de verschillende leerlijnen aan dezelfde competenties. Dit geeft ook samenhang. Ook heeft het auditteam gezien, dat er in het programma sprake is van een doorgaande leerlijn. De mate van complexiteit van de patiëntenbehandeling en de mate van zelfsturing over de competentieverwerving nemen gedurende de opleiding toe. In het eerste studiejaar oriënteert de student zich op het beroep en in het vierde studiejaar functioneert hij op het niveau van meewerkend. Studieloopbaanbegeleiding loopt als een rode draad door de opleiding heen. Studenten schrijven in hun persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) hoe zij de beoogde eindkwalificaties willen verwerven. Dit POP maakt deel uit van het portfolio van de student. De opleiding heeft er voor gezorgd dat onderwijseenheden met eenzelfde thema in de diverse jaren op elkaar afgestemd zijn. Voorbeelden daarvan zijn: parodontologie en wetenschappelijke vorming. De opleiding heeft de samenhang voor de studenten ook zichtbaar gemaakt in de titels van de blokken. Deze titels laten zien welke beroepsinhoud aan bod komt en welke modulen dus bij elkaar horen. De twee coördinatoren van de opleiding hebben de verantwoordelijkheid er op toe te zien, dat de samenhang van het programma geborgd blijft, zo heeft het auditteam vernomen. Samenhang binnen- en buitenschools programma Het auditteam constateert, dat de samenhang tussen het binnen- en buitenschools programma met name tot uiting komt in de praktijkleerlijn: tijdens de externe stage en het werken in de kliniek moet de student het geleerde toepassen. Studenten over ervaren samenhang Uit het Studenttevredenheidsonderzoek 2009 en de diverse blokevaluaties blijkt dat de studenten vinden dat er voldoende samenhang is in het onderwijsprogramma.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 21
Facet 2.4. Studielast Het programma is studeerbaar doordat factoren die betrekking hebben op dat
programma en die de studievoortgang belemmeren, zoveel mogelijk worden weggenomen
Oordeel: voldoende Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Studielast De nominale omvang van de opleiding Mondzorgkunde bedraagt 240 EC. De opleiding heeft een berekening gemaakt van het aantal studie-uren dat de studenten moeten besteden aan de verschillende onderwijsonderdelen en heeft vervolgens studiepunten toegekend aan deze onderdelen. Om te checken of de reële studielast bij projecten overeenkomt met de geschatte studielast, laten de docenten van de opleiding de studenten in het procesverslag via een logboek bijhouden hoeveel tijd zij bezig zijn geweest met het project. Dat acht het auditteam een doeltreffende actie. Als deze uren sterk afwijken, onderzoekt de opleiding de noodzaak om het aantal studiepunten te wijzigen of de opdracht aan te passen. Studievoortgang Het auditteam heeft geconstateerd, dat de opleiding zorgt voor een voldoende studeerbaar programma. Dit doet ze o.a. door: het onderwijs sinds september 2010 in te delen in eenheden van 4 of 5 EC’s en die
vervolgens te toetsen. Dit in tegenstelling tot voorheen, waarin de opleiding bijvoorbeeld de conceptuele leerlijn om de tien weken afsloot met een toets aan het einde van ieder blok. Nu krijgen de studenten over een kortere periode feedback op hun leerprestaties;
de contacturen gelijkmatig te plannen volgens de ordening van de leerlijnen met wisselende werkvormen en leeractiviteiten;
de uren voor zelfstudie zoveel mogelijk aaneengesloten te plannen; voor het theorietentamen zoveel mogelijk een roostervrije week te plannen; mogelijkheden te bieden voor herkansing van het theorie-examen en de toetsen in het
skillslab. Studenten krijgen driemaal per jaar de mogelijkheid om hun vaardigheden te laten toetsen;
de roosters van Mondzorgkunde af te stemmen op de roosters van Tandheelkunde, zodat het teamconcept tot zijn recht kan komen;
Daarnaast zorgt de opleiding er via (studieloopbaan)begeleiding voor dat studenten geen ongewenste vertraging oplopen in hun studie. Sinds 2009 is de opleiding actief bezig staartstudenten te begeleiden naar hun afstuderen. Maar ook al eerder in de studie neemt de opleiding maatregelen en biedt studenten die in het eerste studiejaar tussen de 40 en 50 studiepunten haalden, intensieve begeleiding. (Zie hierover verder onder 4.2.) Tevens informeren de docenten de studenten via de bordjes op hun kamerdeur en via hun elektronische handtekening wanneer zij aanwezig zijn voor vragen. Dat vindt het auditteam een sterk punt. Contacturen Het auditteam is van mening, dat het aantal contacturen voldoende is voor de studievoortgang. De eerste en tweede jaars studenten hebben 19 contacturen per week. In het derde studiejaar staan 22 contacturen geroosterd. Dit hogere aantal contacturen dan in de eerste twee studiejaren komt vooral doordat de studenten in het derde studiejaar veel werken in de kliniek onder begeleiding van docenten. De stage-uren zijn daar nog niet bijgeteld. In het vierde studiejaar hebben de studenten 14,5 contacturen. De jaarvertegenwoordiging van de studenten is tevreden over het aantal contacturen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 22
Studenten over studielast en studeerbaarheid De studenten die het auditteam sprak vonden de opleiding pittig. Medestudenten die de opleiding hebben (moeten) verlaten, deden dat vooral vanwege de zwaarte van de studie. De opleiding gaat zich nu via decentrale selectie richten op de ambitieuze student en hoopt dat daardoor de uitval onder de studenten vanwege de moeilijkheidsgraad minder zal worden. (Zie over de decentrale selectie onder 2.5.) Uit het Studenttevredenheidsonderzoek 2009 kwam naar voren, dat driekwart van de studenten tevreden is over de spreiding van de studielast. Met de stelling 'de opleiding is te doen in de tijd die er voor staat' was eveneens driekwart van de studenten het eens of reageerde met ‘neutraal’. Alleen over de mogelijkheid de studietijd zo efficiënt mogelijk te besteden binnen het rooster waren studenten maar net aan tevreden. Dit heeft er toe geleid dat de opleiding het studierooster nog eens goed tegen het licht heeft gehouden en daar waar mogelijk aanpassingen gaat doen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 23
Facet 2.5. Instroom Het programma sluit qua vorm en inhoud aan bij de kwalificaties van de
instromende studenten: hbo-bachelor: vwo, havo, middenkaderopleiding of specialistenopleiding
(web) of daarmee vergelijkbare kwalificaties, blijkend uit toelatingsonderzoek
Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Toelating De opleiding hanteert zoals al in de inleiding is vermeld een numerus fixus van 55 studenten. Daarvan mag de opleiding er met ingang van 2010-2011 via decentrale selectie maximaal 27 selecteren. Het auditteam ondersteunt het streven van de opleiding zich meer te richten op de ambitieuze student en vindt dat dit past bij het andere doel van de opleiding, namelijk beter dan gemiddelde mondhygiënisten op te leiden. Ook vindt het auditteam het goed te vernemen, dat de opleiding niet de bedoeling heeft de gemotiveerde mbo-er te weren. Als de mbo-er voldoende kennis heeft verworven van wiskunde en biologie kan hij ook geselecteerd worden. De opleiding heeft voor 2010-2011 13 ambitieuze studenten geselecteerd uit een grotere groep belangstellenden. Alle andere studenten zijn toegelaten via loting of mochten starten omdat zij hun vooropleiding hadden afgerond met een 8 of hoger. Instroom De meeste studenten hebben mbo of havo als vooropleiding. De verhouding tussen de aantallen uit beide vooropleidingen verschilt per cohort. Aansluiting De opleiding zorgt ervoor dat het programma in principe aansluit bij alle instromende studenten. Tot nu toe was de uitval in de opleiding met name in het eerste studiejaar echter groot. De opleiding wijt dit o.a. aan het feit, dat ze geen profieleisen mag stellen. Studenten met het profiel Cultuur&Maatschappij of het profiel Economie&Maatschappij hebben minder kennis van biologie, wiskunde en scheikunde en Engels. Ook neemt de instroom van ‘nieuwe’ Nederlanders met een taalachterstand de laatste twee jaar toe. De opleiding speelt hierop in door buiten het reguliere programma drie extra lessen microbiologie en scheikunde aan te bieden. Dat moet volgens de opleiding voldoende zijn om een achterstand weg te werken. Daarnaast kunnen de studenten indien ze dat wensen binnen de hogeschool lessen Nederlands en Engels volgen en bij de eigen studieloopbaanbegeleider oefenen in het lezen van Engels. Het wegwerken van deficiënties is de eigen verantwoordelijkheid van de student. Bij de start van de opleiding besteden de tutoren specifieke aandacht aan het leren werken in tutorgroepen, omdat instromende studenten daar moeite mee bleken te hebben. Excellente studenten kunnen vanaf studiejaar 2011-2012 een versneld programma van drie jaar volgen, waarbij ze de stof van studiejaar 2,3 en 4 in twee jaar tijd doorlopen. Deze studenten volgen o.a. practica met de studenten tandheelkunde, krijgen een aantal dagdelen individueel les in boren en vullen en krijgen voorrang bij het toewijzen van patiënten om die zaken te kunnen oefenen waar ze dan aan toe zijn. De studenten moeten in staat zijn om zelfstandig te werken aan de ontwikkeling van hun competenties. Aan het eind van collegejaar 2010-2011 worden daarvoor studenten geselecteerd. Een andere mogelijkheid voor de excellente studenten is mee te doen aan het honoursprogramma Healthy Ageing. Excellente studenten kunnen ook in het vierde studiejaar een doorstroomminor volgen en na de studie doorstromen via een schakeljaar naar de universitaire Master Tandheelkunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 24
Studenten over aansluiting vooropleiding Studenten vinden dat de opleiding voldoende aansluit op hun vooropleiding. Dit blijkt onder andere uit de verschillende studenttevredenheidsonderzoeken.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 25
Facet 2.6. Duur De opleiding voldoet aan de formele eis (240 studiepunten) m.b.t. de omvang van
het curriculum: o hbo-bachelor: 240 studiepunten
Oordeel: voldoende Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. I Duur Uit de beschrijving van alle onderdelen uit het curriculum blijkt, dat de omvang van de opleiding correspondeert met 240 ec’s. II Conclusie De opleiding voldoet aan de formele eis met betrekking tot de omvang van het curriculum van een hbo bacheloropleiding.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 26
Facet 2.7. Afstemming tussen vormgeving en inhoud Het didactisch concept is in lijn met de doelstellingen De werkvormen sluiten aan bij het didactisch concept
Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Didactisch concept Het auditteam heeft geconstateerd, dat het didactisch concept van de opleiding zorgt dat studenten volop mogelijkheden krijgen de doelstellingen te behalen. De opleiding werkt volgens het Hanzehogeschool Groningen (HG) onderwijskader, dat uitgaat van competentiegericht onderwijs en een constructivistische leertheorie. De opleiding maakt gebruik van Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO) om vorm en inhoud te geven aan het competentiegerichte onderwijsprogramma. Zoals al onder 2.2 is beschreven is het curriculum opgebouwd volgens de vijf leerlijnen van De Bie en heeft de opleiding de beroepscompetenties Mondzorgkunde gekoppeld aan één of meerdere leerlijnen. Het principe van het teamconcept komt zoals al eerder vermeld, bij het werken in de kliniek aan de orde. (Zie verder onder het kopje ‘werkplekleren’.) Werkvormen De verschillende werkvormen die de opleiding gebruikt zorgen er eveneens voor dat de studenten de vereiste competenties kunnen ontwikkelen. Iedere leerlijn heeft zijn eigen specifieke onderwijsvormen. Zo maakt de opleiding bijvoorbeeld in de conceptuele leerlijn gebruik van (werk)colleges, practicum, PGO. In de integrale leerlijn komen PGO, (werk)college, practicum ook voor naast werkvormen als patiëntenbehandeling, projecten en stage voor. In de praktijklijn werken de studenten aan de beroepscompetenties door patiëntenbehandeling, practicum, project, stage en via (werk)colleges. Werkplekleren Werkplekleren vindt plaats tijdens de externe stage en het werken in de kliniek door middel van het teamconcept. Het werkplekleren is gekoppeld aan de praktijkleerlijn. Het auditteam vindt het teamconcept een prachtige manier waarop de studenten hun kennis en vaardigheden kunnen ontwikkelen en al gedurende de opleiding leren te overleggen en samen te werken met andere beroepsgroepen. In de kliniek leren de studenten tandheelkunde en mondzorgkunde ook wat ieders expertise is. Studenten over de werkvormen Uit de diverse evaluaties en de gesprekken met de studenten blijkt, dat de studenten zeer tevreden zijn over het werken in de kliniek volgens het teamconcept. Ook over de andere werkvormen en de afwisseling daarin zijn ze over het algemeen tevreden.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 27
Facet 2.8. Beoordeling en toetsing Door de beoordelingen, toetsingen en examens wordt adequaat getoetst of de
studenten de leerdoelen van (onderdelen van) het programma hebben gerealiseerd
Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Relatie leerdoelen en toetsvorm Het auditteam concludeert dat de opleiding grondig heeft nagedacht over de wijze waarop zij de verschillende leerdoelen/competenties het beste kan toetsen. De opleiding heeft zoals al onder 2.2. is vermeld de beroepscompetenties toegewezen aan één of meer leerlijnen. In een schema ‘Competenties, niveau en toetsvormen’ heeft de opleiding weergegeven met welke toetsvorm(en) binnen een leerlijn welke beroepscompetenties en welk niveau worden getoetst. In de conceptuele leerlijn bijvoorbeeld tentamineert de opleiding de theorievakken integraal. De opleiding heeft de open vragen en multiple-choice vragen zo geformuleerd dat de beheersingsniveaus 1 of 2 of 3 bevraagd worden al naar gelang het studiejaar en de voorkennis. Vaardigheden die de studenten hebben geoefend in het skillslab toetst de opleiding in de vaardighedenleerlijn via een toetsstation en praktijktentamen. In de praktijklijn beoordeelt de opleiding door middel van een assessment waarin de patiëntbehandeling centraal staat de integratie van kennis/inzicht, communicatieve-, sociale- en psychomotorische vaardigheden. Variëteit aan toetsvormen Zoals ook al uit het bovenstaande stuk blijkt maakt de opleiding gebruik van een variëteit aan toetsvormen, zoals theorietentamens met open vragen en multiple-choice vragen, praktijktentamens, stationstoetsen, project en procesverslagen, presentatie, assessments, functioneringsgesprekken, portfolio en afstudeerscriptie die de opleiding heeft gekoppeld aan een of meerdere leerlijnen. Inzage en feedback De opleiding zorgt voor voldoende mogelijkheden voor inzage en feedback. Onvoldoendes behaald in het skillslab of in de kliniek voorzien de docenten van feedback, zodat de student zicht krijgt op waar hij staat en wat hij kan verbeteren. Ook onvoldoendes voor verslagen voorzien de docenten van feedback, zodat de student de opdracht kan ‘repareren’. Schriftelijk gemaakte toetsen kunnen studenten na afloop inzien. Daarover merkten de studenten die het auditteam sprak wel op, dat het lastig was dat zij hun toetsantwoorden niet buiten het lokaal mochten meenemen naar de docent voor uitleg, omdat deze toetsen in opvolgende jaren weer gebruikt moeten kunnen worden. Ze moesten nu zelf onthouden welk fout antwoord ze hadden gegeven. Het werkveld als beoordelaar Ook het werkveld is betrokken bij het beoordelen van de student. In het CTM beoordelen de juniorgroepsleider en de teamleider van de kliniek de student gedurende de juniorfase respectievelijk de teamfase. Dit gebeurt in de vorm van assessments. De teamleider die ook inhoudsdeskundige is voert tevens met de student het eindgesprek over zijn functioneren in de kliniek. Kwaliteitsborging toetsen en beoordelen De opleiding zorgt er op verschillende manieren voor dat de validiteit en betrouwbaarheid van de toetsen geborgd is. Dat gebeurt o.a. op de volgende wijze: de toetscommissie van de opleiding bewaakt o.a. de uitvoering van de toetscyclus (van
basisontwerp tot evaluatie van de toets) en de onderlinge afstemming tussen de onderdelen van het curriculum voor wat betreft toetsing en beheert het toetsarchief;
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 28
docenten worden geschoold in het formuleren van multiple-choice vragen op niveau van begrip, inzicht en toepassing. De jaarcoördinator screent de multiple-choice vragen, de open vragen en de samenstelling van het theorietentamen in zijn geheel op validiteit en betrouwbaarheid. De jaarcoördinator kijkt daarbij ook of de theorie en de competenties voldoende in de toetsen terugkomen;
voor de vaardighedenleerlijn heeft de opleiding de instructies voor de studenten en de beoordelingscriteria waarin de handelingen en deelhandelingen en activiteiten zijn uitgewerkt, zorgvuldig beschreven. De opleiding heeft de beoordelingslijsten opgesteld in samenspraak met de medewerkers die het docentschap combineren met de beroepsuitoefening. Professionele richtlijnen van de NVM vormden hierbij de leidraad. Beoordelaars oefenen voorafgaand aan een toets met de beoordelingslijsten en komen met elkaar overeen of de te scoren items betrouwbaar en relevant zijn;
in 2009-2010 hebben alle teamleiders Mondzorgkunde geoefend met de beoordelingslijst voor een recall-behandeling waarbij zij een discussie voerden over het beoogde patiëntenniveau 1,2 en 3
bij de toetsstations en assessments zet de opleidingen altijd twee beoordelaars in, die onafhankelijk van elkaar een beoordelingsformulier invullen. Bij het afstuderen/het eindgesprek is er naast de scriptiebegeleider een tweede beoordelende docent aanwezig, waarmee de opleiding zorgt voor een scheiding tussen begeleiden en beoordelen.
Het auditteam is positief over de wijze waarop de opleiding werkt aan het eerlijk en betrouwbare toetsen en beoordelen en heeft geconstateerd dat de opleiding daar de laatste periode veel tijd in heeft gestoken. Extra reden om dit facet een oordeel ‘goed’ mee te geven. Examencommissie De Examencommissie van de opleiding zorgt er voor dat de eindkwalificaties behaald kunnen worden en houdt daarop toezicht. En uiteraard kunnen de studenten met klachten en verzoeken over de toetsen en vrijstellingen bij de Eindexamencommissie terecht. Een aantal taken heeft de Examencommissie zoals hierboven te lezen is, gemandateerd aan de Toetscommissie. Studenten over toetskwaliteit Uit het studenttevredenheidsonderzoek 2009 en de blokevaluaties 2008-2009 blijkt dat de meeste studenten tevreden zijn over de wijze van toetsing en beoordeling. Het overgrote deel van de studenten is van mening dat vooraf duidelijk is aangegeven waarop de student beoordeeld wordt en bijna iedereen vindt dat de toetsing goed aansluit op het onderwijs. De waardering voor de verschillende toetsen in 2008-2009 liep uiteen van 5.9 tot 7.0 (op een tienpuntsschaal). De suggestie van studenten om de te toetsen eenheden kleiner te maken voor bepaalde onderdelen had de opleiding al in het voorgenomen toetsbeleid meegenomen en dit is inmiddels uitgevoerd.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 29
3. Inzet van personeel Facet 3.1. Eisen hbo Het onderwijs wordt voor een belangrijk deel verzorgd door personeel dat een
verbinding legt tussen de opleiding en de beroepspraktijk Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Achtergrond docenten in het werkveld Het auditteam heeft geconstateerd, dat de meeste docenten die lesgeven of instructeur zijn jarenlange praktijkervaring hebben opgedaan als mondhygiënist. Ook combineert een deel van de docenten het parttime docentschap nog steeds met het uitoefenen van het beroep. Hierdoor blijven zij goed op de hoogte van wat zich in het werkveld afspeelt. De klinische staf bestaat bijvoorbeeld uit 18 personen, van wie er 13 praktiserend mondhygiënist zijn. Relaties met het werkveld Docenten aan de opleiding beschikken over een uitgebreid netwerk in het werkveld. Dit blijkt uit de gesprekken tijdens de audit en uit de cv's. De opleiding stimuleert en faciliteert medewerkers om scholing te volgen en symposia te bezoeken, zodat zij van de actuele ontwikkelingen binnen het vakgebied op de hoogte blijven. Docenten van de opleiding Mondzorgkunde brengen sinds studiejaar 2009-2010 weer jaarlijks bezoeken aan studenten ter afronding van de stages. Daarvoor was het contact veelal telefonisch. Dat dit tevens de betrokkenheid van het werkveld bij de opleiding vergroot, bleek ook uit de gesprekken tijdens de audit met vertegenwoordigers van het werkveld. Ook het lectoraat en de kenniskring dragen bij aan de verbinding tussen de opleiding en de beroepspraktijk. Zoals al eerder vermeld doen drie docenten van de opleiding Mondzorgkunde op dit moment promotie onderzoek. Daarnaast participeert een senior-onderzoeker van de opleiding in de onderzoeksgroep van het lectoraat. Het werkveld als opleider Het werkveld is eveneens opleider en participeert in hoge mate in het klinisch onderwijs in het CTM. De klinische staf bestaat zoals hierboven is gemeld voor een groot deel uit praktiserend mondhygiënisten. Ook tandartsen, die in de kliniek werken geven instructies en colleges bij de opleiding Mondzorgkunde. Bij de externe stages krijgen de studenten tevens begeleiding van stagebegeleiders vanuit de mondhygiënisten- en/of tandartspraktijk. De stagebegeleiders bij deze externe stages worden door de opleiding goed geïnstrueerd, zo meldden de vertegenwoordigers vanuit het werkveld. Daarnaast nodigt de opleiding gastdocenten met bijzondere expertise uit om colleges te verzorgen. De manier waarop de opleiding het werkveld als opleider betrekt, spreekt het auditteam zeer aan. Studenten en werkveld over werkveldkennis docenten Uit het studenttevredenheidsonderzoek 2009 en de gesprekken met de studenten tijdens de audit kwam naar voren dat de docenten goed op de hoogte zijn van de beroepspraktijk. De vertegenwoordigers vanuit het werkveld en alumni die het auditteam sprak, beaamden dit.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 30
Facet 3.2. Kwantiteit personeel Er wordt voldoende personeel ingezet om de opleiding met de gewenste kwaliteit
te verzorgen Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Docent:student ratio De opleiding Mondzorgkunde en heeft een docent:student (d/s) ratio van 1:10, die mogelijk is door extra financiering door de overheid van de opleiding in verband met de klinische component. Vergeleken bij de d/s ratio van vele andere bacheloropleidingen is dit dus zeer gunstig voor de opleiding Mondzorgkunde van Groningen. De d/s ratio is het afgelopen jaar constant gebleven. Een efficiënte organisatie De formatie van de opleiding bedraagt 20,6 fte (36 medewerkers) waarvan 2,5 fte tijdelijk is ingevuld (6 medewerkers). De tijdelijke medewerkers zijn aangesteld in de functie van instructeur praktijkonderwijs, student-assistent of in een niet onderwijsgevende functie. De opleiding zet goede derde- en vierdejaars studenten als student-assistent in tijdens de practica op het skillslab om docenten te ondersteunen. Dat vindt het auditteam een goede maatregel. Om het ‘teamconcept’ gestalte te geven en te beoordelen werken docenten van de opleiding Mondzorgkunde en Tandheelkunde samen in de kliniek. Docenten Tandheelkunde geven colleges bij Mondzorgkunde en docenten Mondzorgkunde geven colleges bij Tandheelkunde. Tegenover het voordeel van het in dienst hebben van parttime nog in de praktijk werkzame mondhygiënisten, staat het nadeel dat er weinig flexibiliteit mogelijk is in hun aanwezigheid op de opleiding. Dat is een lastig punt voor de opleiding. Ten tijde van de audit studeerden ongeveer 160 studenten verdeeld over vier leerjaren aan de opleiding. Het auditteam heeft gezien, dat de gunstige ratio van 1:10 vooral ten goede komt aan de uitvoering van het onderwijs in kleine groepen. Werklast en werkdruk Uit het Medewerkerstevredenheidsonderzoek 2008 blijkt dat nagenoeg alle medewerkers tevreden zijn over de werkdruk, de mogelijkheid de taken te verrichten binnen werktijd en de spreiding van de werktijd. Studenten over capaciteitsinzet Uit het Studenttevredenheidsonderzoek 2009 en uit gesprekken tijdens de audit blijkt, dat de studenten zeer te spreken zijn over de bereikbaarheid van docenten. Naar aanleiding van de aanbeveling vanuit de visitatie in 2004 over de bereikbaarheid van de docenten, maken nu alle docenten op hun kamerdeur en onder hun digitale handtekening kenbaar wanneer zij bereikbaar zijn. Met zoveel parttimers bij de opleiding een prima maatregel.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 31
Facet 3.3. Kwaliteit personeel Het personeel is gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en
organisatorische realisatie van het programma Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Vak-, onderwijs- en organisatorische kwaliteit Het auditteam heeft geconstateerd, dat de opleiding in de laatste jaren een enorme slag heeft gemaakt in het verhogen van het niveau van het personeel. Nadat de opleiding in 2002-2003 veranderde van een driejarige in een vierjarige opleiding, zijn nagenoeg alle docenten die aan de oude twee of driejarige opleiding tot mondhygiënist afstudeerden, naar bijscholingscursussen geweest over klinisch boren en prepareren en Evidence Based Practice (EBP). Zo heeft de opleiding voorkomen, dat studenten van de huidige bacheloropleiding op enig moment tijdens hun studie meer zouden weten dan hun docenten. Slechts twee docenten hebben bovengenoemde cursussen niet meer gevolgd, omdat zij over ongeveer vier jaar stoppen met hun werk aan de opleiding. Zij vervullen binnen de opleiding een op hen toegesneden taak. De vijf docenten die op dit moment nog geen officieel bachelor-diploma hebben zijn gestart of zullen op korte termijn starten met een bacheloropleiding. Uit de gesprekken tijdens de audit en uit de cv’s blijkt, dat alle docenten een grote expertise hebben binnen hun eigen vakgebied. Naast lesgevende taken hebben veel docenten ook begeleidende taken. Een aantal docenten vervult coördinerende taken binnen de opleiding. Binnen het team zijn 7 docenten met een vast dienstverband en 1 instructeur wo- mastergeschoold, is één docent gepromoveerd en zijn 3 docenten bezig met een promotietraject. Ook geven 25 (wo-mastergeschoolde) tandartsen en/of andere specialisten les aan de opleiding en in de kliniek. Scholing Binnen de opleiding is zoals ook al hierboven is vermeld, veel aandacht voor individuele en gezamenlijke ontwikkeling. Medewerkers kunnen tijdens de functioneringsgesprekken hun scholingswensen uiten. Regelmatig zijn experts op teamochtenden aanwezig om actuele thema's door te nemen met de docenten, zoals excellentie in het onderwijs. Met de opleiding Tandheelkunde organiseert de opleiding Mondzorgkunde gezamenlijke stafdagen. Ook de uitvoering van het 'teamconcept' is een agendapunt dat regelmatig aan de orde komt. In 2009 hebben alle instructeurs een voor hen op maat ontwikkelde didactische scholing gevolgd om de kwaliteit en de eenduidigheid van het onderwijs op de kliniek te verhogen. De docenten die studieloopbaanbegeleider (SLB-er) zijn, hebben hiervoor scholing gevolgd. De hogeschool en de opleiding faciliteren master- en promotietrajecten, omdat zij vindt dat dit een belangrijk onderdeel is van de verdere professionalisering van de medewerkers. Borging kwaliteit personeel Tijdens de audit is gebleken dat het hoofd van de opleiding er goed voor zorgt, dat alle medewerkers kwaliteit leveren in hun werk. Het hoofd begeleidt en stuurt medewerkers aan en maakt met hen afspraken over te behalen resultaten en te ontwikkelen competenties. De opleiding kent een HRM-cyclus met functionerings- en beoordelingsgesprekken. Ten behoeve van deze gesprekken neemt de medewerker in zijn portfolio een reflectie, een persoonlijk ontwikkelingsplan en een voorstel voor inzet deskundigheidsbevordering op. Ook zorgt het hoofd ervoor dat alle medewerkers op een voor hen juiste plek binnen de opleiding ingezet worden.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 32
Het auditteam heeft vernomen, dat collega-docenten lessen bijwonen van startende docenten en docenten die bezig zijn met hun pedagogisch-didactische aantekening. Startende docenten krijgen ook een inwerktraject. Een ervaren docent treedt dan op als coach. De opleiding heeft dit prima georganiseerd, vindt het auditteam. Tevredenheid medewerkers Uit het Medewerkerstevredenheidsonderzoek 2008 blijkt dat de medewerkers tevreden zijn over de ontwikkelingsmogelijkheden binnen hun werk en tevreden zijn over het proces van onderwijsvernieuwing dat momenteel loopt. De docenten vertelden het auditteam dat ze regelmatig met elkaar leservaringen uitwisselen. De onderlinge lijnen zijn heel kort. In 2010- 2011 zullen de docenten elkaar ook meer feedback gaan geven, omdat ze vinden dat dat nog te weinig gebeurt. Studenten over kwaliteit personeel Studenten zijn zeer tevreden over de inhoudelijke deskundigheid en de didactische kwaliteiten van de docenten, zo blijkt uit het Studenttevredenheidsonderzoek 2009 en uit de gesprekken met de studenten tijdens de audit. Studenten zijn ook heel enthousiast over de lessen van specialisten zoals de kaakchirurg en de parodontoloog. Ze krijgen ook de mogelijkheid zich in te schrijven op praktijkuitvoeringen waarbij ze meegaan met patiënten die behandeld worden door de specialist. Daar leren ze veel van.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 33
4. Voorzieningen Facet 4.1. Materiële voorzieningen Huisvesting en materiële voorzieningen zijn toereikend om het programma te
realiseren Oordeel: goed Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Gebouw Het onderwijs voor de opleiding Mondzorgkunde is grotendeels geconcentreerd in het gebouw van de medische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen. Daar zijn ook de studentondersteunende diensten gehuisvest voor de opleiding Mondzorgkunde. De opleiding heeft de beschikking over goed geoutilleerde collegezalen voorzien van moderne audiovisuele hulpmiddelen. Practica behorende bij het theoretisch onderwijs worden ook georganiseerd in de 'Combizaal' (computerzaal). De opleiding maakt ter ondersteuning van het anatomieonderwijs gebruik van de snijzaal op de afdeling Anatomie. De docenten Mondzorgkunde beschikken over kantoor-/ en vergaderruimtes en er is een flexkamer voor instructeurs van het skillslab en de kliniek. In het gebouw van de Academie voor Gezondheidsstudies van Hanzehogeschool Groningen is een Gezondheidswerkplaats aanwezig, waarvan de studenten o.a. in het eerste studiejaar gebruik maken bij de onderwijseenheid ‘Zorg samen gebruiken’. Mediatheek/ bibliotheek Studenten kunnen terecht in de bibliotheken van de Hanzehogeschool Groningen en van de medische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen. Ook via databanken hebben zij toegang tot velerlei (wetenschappelijke) tijdschriften en artikelen. Studenten kunnen wanneer zij daarom vragen altijd volledige artikelen ontvangen. Voorzieningen in het CTM De voorzieningen in het CTM vindt het auditteam uitstekend. Het CTM beschikt ten behoeve van onderwijs en patiëntenzorg over 80 werkplekken op het skillslab en 89 behandelunits in de onderwijskliniek. In het skillslab zijn fantoomunits opgesteld. Vlakbij het skillslab is een collegezaal voor algemene instructies. Voor de te behandelen patiënten zijn er wachtruimtes aanwezig. Ten behoeve van het onderwijs in kindertandheelkunde is een behandelzaal aangepast en is een wachtruimte voor kinderen ingericht. Studenten hebben een persoonlijke instrumentenkoffer voor het skillslab en voor de kliniek een verrijdbaar kastje met daarin hun instrumentarium en een basisset aan behandelmaterialen. In een centraal magazijn kunnen studenten instrumenten en materialen bestellen. ICT Voor de ondersteuning van de studie maakt de opleiding gebruik van Nestor, de elektronische leeromgeving van de RuG, HanzeElectronische LeerOmgeving (HELO), het communicatie en informatiemedium BlackBoard Mondzorgkunde en de digitale onderwijsplanner DOP, waarin studenten hun studieroute kunnen plannen. Studenten en docenten over voorzieningenniveau Uit de gesprekken met de studenten en de docenten tijdens de audit en uit de tevredenheidsonderzoeken blijkt, dat studenten en docenten zeer tevreden zijn over de faciliteiten van deze opleiding.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 34
Facet 4.2. Studiebegeleiding De studiebegeleiding en de informatievoorziening aan studenten zijn adequaat
met het oog op de studievoortgang De studiebegeleiding en de informatievoorziening aan studenten sluiten aan bij de
behoefte van studenten Oordeel: voldoende Het oordeel van het auditteam is gebaseerd op onderstaande overwegingen. Studiebegeleiding Het auditteam heeft geconstateerd, dat de opleiding de studenten op verschillende manieren begeleidt bij hun studie. Deze begeleiding sluit voldoende aan bij de wens van de studenten, zo is in de gesprekken tijdens de audit gebleken. Zoals al eerder vermeld kent de opleiding een studieloopbaanbegeleidingslijn die door alle vier de studiejaren heenloopt. Studenten leren hierin hoe ze moeten leren en hoe ze inhoud moeten geven aan het beroep en hun professionele ontwikkeling. Deze leerlijn wordt doorlopend bijgesteld. Zo is bijvoorbeeld het aantal contacturen voor SLB in de eerste twee studiejaren toegenomen. De student houdt zijn ontwikkelingen bij in zijn portfolio. In DOP stelt de student zijn eigen onderwijsprogramma samen en een studieovereenkomst. Deze documenten zijn onderwerp van gesprek met de SLB-er. Het voornemen is om het portfolio in studiejaar 2010-2011 te digitaliseren, wat het inzien en bespreken ervan voor de student en de SLB-er makkelijker zal maken. Wanneer studenten vertraging oplopen in hun studie doordat zij bijvoorbeeld bepaalde toetsen niet haalden, zetten zij in overleg met de SLB-er een (individueel) studietraject uit. De opleiding heeft tijdens de audit laten zien, dat zij daar nu veel aandacht aan besteedt om te voorkomen, dat studenten ongewenst lang met hun studie bezig zijn. Het afgelopen jaar heeft de opleiding ook sterk ingezet op individuele begeleiding van zogenoemde ‘staartstudenten’ die nog bepaalde onderdelen van hun studie moesten behalen voordat ze via de reguliere afstudeerroute mochten afstuderen. Dat acht het auditteam adequate acties. Naast de studieloopbaanbegeleiding krijgen studenten feedback/begeleiding tijdens tutorbijeenkomsten. In de kliniek begeleiden/coachen oudere jaars de juniorstudenten in het team. Tijdens de externe stage krijgen de studenten begeleiding van de begeleider van de tandarts en/of mondhygiënisten praktijk. Voor vragen over de lessen kunnen studenten ook terecht bij de vakdocenten. Studenten over de studiebegeleiding Uit het Studenttevredenheidsonderzoek 2009 blijkt dat ongeveer driekwart van de studenten tevreden is over de kwaliteit van de studieloopbaanbegeleiding. Studenten zijn tevreden over de wijze waarop de studieloopbaanbegeleider hen helpt. Ook over de beschikbaarheid van studieloopbaanbegeleiders en andere docenten voor vragen over de studie of de loopbaan zijn de studenten tevreden. Maar over de studieonderdelen van het Blok SLB en de zin van de opdrachten waren studenten niet erg tevreden. De studenten die het auditteam sprak vertelden dat ze steeds nieuwe doelen voor zichzelf moeten opstellen ook wanneer het goed met hen gaat. Voor studenten met problemen is dat wel zinvol. Het auditteam is het eens met de studenten dat de opleiding hierin meer moet differentiëren. Informatievoorziening Voor de informatievoorziening aan studenten beschikt de opleiding over een aantal instrumenten die op elkaar zijn afgestemd. Dit zijn een brochure, Nestor, HELO, Leidraden en semester boeken, Onderwijs- en Examen regeling. Nestor is het podium voor digitale communicatie tussen studenten onderling en tussen studenten en docenten.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool Groningen, 1.0 35
Opdrachten, leidraden, semesterboeken, uitslagen van toetsen, groepsindeling en roosterwijzigingen zijn erop te vinden. Voorafgaand aan de start van de opleiding ontvangt de student een informatiepakket. Via ProgRess kunnen studenten hun studievoortgangsgegevens volgen. Vier maal per jaar krijgt de student een recent overzicht van zijn vorderingen via zijn hogeschool e-mailadres. Studenten over de informatievoorziening Studenten zijn van mening dat zij voldoende worden geïnformeerd over de inhoud van de opleiding, de regels en procedures en over hun studievoortgang.
©Hobéon® Certificering Adviesrapport Accreditatie hbo-bacheloropleiding Mondzorgkunde, Hanzehogeschool G